Belgisch homokoppel in Franse ‘Peking Express’

fabrice-nicolas-peking-expressOnder de tien deelnemende ploegen van het avontuurlijk spel “Peking Express” neemt ook een Belgisch duo deel. Bovendien een primeur voor het programma, want het is een homokoppel. Fabrice (22) en Nicolas (26) zijn al twee jaar een koppel en wonen in Dinant. Ze nemen deel aan het programma om te zien of ze echt wel gemaakt zijn voor elkaar. Ze zeggen van elkaar dat ze tegenpolen zijn.

De kandidaten van “Peking Express” trekken rond in Zuid-Amerika, een tocht van meer dan 10.000 kilometer, en moeten er een reeks opdrachten vervullen. Het programma was eerder al bij ons op VT4 te zien. Voor de Franse editie van “Pékin Express” moet je afstemmen op M6 (wat helaas niet voor iedereen te ontvangen is).

Tags : , , , , , , , ,
Geplaatst op 15 april 2010 - 0 reacties op dit artikel.

Lima

lima-peruDe meeste toeristen in Peru blijven maar twee dagen in Lima voor ze de rest van het land gaan verkennen. Lima heeft een kleine holebi-gemeenschap in vergelijking met het bevolkingsaantal van 9 miljoen inwoners. De meeste holebi’s zitten er dan ook nog diep in de kast. De holebi-scène is er veel kleiner dan in Buenos Aires, Sao Paulo, Rio de Janeiro, Santiago en Bogotá. Hoewel Lima de laatste jaren steeds liberaler is geworden, moet je toch weten dat Peru nog steeds een conservatieve machocultuur heeft. De holebirechtenbeweging in Peru staat nog in de kinderschoenen en er worden pogingen ondernomen om de grondwet te veranderen. Ondertussen worden holebi’s nog steeds negatief behandeld en is het een goed idee om je er rustig te houden.

Het weer

In vergelijking met andere Zuid-Amerikaanse hoofdsteden, heeft Lima stabiel, vochtig weer. Tijdens de zomer (december-maart) schijnt de zon fel, is er een helderblauwe hemel en een gemiddelde temperatuur van 26°C. De rest van het jaar is de lucht er grijs en is het druilerig en is het er 12°C (juni-september). Vanaf oktober wordt het weer warmer en milder. Tijdens de zomer vluchten de inwoners van Lima naar de zuidelijk gelegen stranden. Tijdens de herfst en de winter gaan ze op zoek naar de zon op het platteland van Chosica, Canta en Cieneguilla.

Op stap in Lima

Lima is voor vele reizigers in Peru de eerste bestemming. Tijdens de tijd van de kolonies werd Lima de Stad der Koningen genoemd. De inwoners zijn er vriendelijk en levending, er is heel veel cultuur en het eten is er verrukkelijk. Lima is een metropool van veranderingen, contrasten en het uithangbord van Peru. Het is een stad waarvan je ofwel houdt, of een stad die je haat en je kan er zowat alles doen. Lima slaapt nooit en er is een rijk nachtleven terwijl de natuur nooit veraf is.

Overal rijden er taxi’s. Het is de veiligste (en enige) manier van transport in Lima. Er zitten geen meters in die taxi’s waardoor je best een prijs afspreekt met de chauffeur voor je instapt.

Veiligheid

Sommigen hebben de indruk dat Lima een gevaarlijke stad is. Het is er niet erger dan in een andere grote stad, maar het is er anders. Je moet enkele voorzorgen nemen en er zijn zeker buurten waar je je niet moet wagen.

Diefstal

De meeste diefstallen bij toeristen zijn gelegenheidsdiefstallen. Geef de dieven daarom geen kans. Draag geen horloge of juwelen op straat, draag je portefeuille en waardevolle documenten op je lichaam (of beter, laat ze in de hotelsafe), neem enkel net genoeg geld mee voor onmiddellijke behoeften, neem je creditkaarten niet mee en hou steeds je camera vast. Wees op je goede voor afleidingsmanoeuvres en laat je bagage nooit onbewaakt achter.

Bedrog

Doe nooit zaken met een straatverkoper, ga altijd naar een gerespecteerde zaak. Zorg dat je altijd een ticketje krijgt met daarop de naam van de zaak. Als je een uitstap boekt, zorg dan dat je een blad krijgt waarop duidelijk staat wat is inbegrepen en wat niet.

Geweld

Geweld tegenover vreemden is zeldzaam in Lima. Toch is voorzichtigheid geboden:

  • Pik geen prostituees (mannen noch vrouwen) op.
  • Zorg dat er steeds iemand is die weet waar je bent en als je iemand meeneemt naar je hotel, zorg dan dat hij zijn identiteitskaart afgeeft aan de receptionist.
  • Neem in bars, discotheken of andere zaken geen drank, voedsel of sigaretten aan. Ze kunnen gedrogeerd zijn.
  • Neem geen drugs, de straffen daarvoor zijn ontzettend zwaar.

Verkeer

Het verkeer in Lima is chaotisch en meedogenloos. Als voetganger ben je een gemakkelijk slachtoffer want zelfs met verkeerslichten houden de chauffeurs geen rekening. Hou dus steeds je ogen open.

Bezienswaardigheden

  • Plaza’s: zoals in elke stad in Peru, zijn de plaza’s (pleinen) de belangrijkste centrale punten. De Spanjaarden bouwden in elke stad een groot plein omringd door een kerk en regeringsgebouwen. In Lima is de “Plaza Mayor” het oude hart van Lima. De enige overblijfselen uit de tijd van de Spanjaarden zijn de oude bronzen fontein (uit 1650) en het “Casa del Oidor”.
  • Gouvernementspaleis: dit indrukkwekkende gebouw, waar de president woont, omringt het noordelijke deel van de “Plaza Mayor”. Probeer de wissel van de wacht mee te maken om 11u45.
  • Jirón de la Unión is een lange voetgangersstraat die de “Plaza Mayor” verbindt met de “Plaza San Martín”. Deze straat is gevuld met winkels en restaurants. In de onmiddellijke omgeving vind je ook nachtclubs en hotels.
  • Kerken en religieuze gebouwen. In het centrum van Lima zijn er meer dan 25 kerken die een historische waarde hebben.
  • Musea: Lima heeft meer dan 50 musea die je een goed overzicht geven van de geschiedenis, archeologie, antropologie, natuur, cultuur, technologie, kunst, religie en klederdracht van Peru. Aanraders zijn het “Museo de la Nación”, het “Museo Nacional de Anttopologie, Arqueología e Historia”, het “Museo de Oro”, het “Museo Larco Herrera” en het “Museo Amano”.

De holebi-scene

PERU/De holebi-scene in Lima kent geen kledingsvoorschriften en kijkt ook niet naar leeftijden. Holebi-inwoners van Lima zijn meestal zeer vriendelijk en geïnteresseerd in vreemden en sommigen praten Engels. Het helpt als je een beetje Spaans kent, maar dat is geen vereiste.

Het nachtleven in Lima begint pas na middernacht, net zoals in de meeste steden in Latijns Amerika. In vele bars mag je voor middernacht gratis, of tegen verminderde prijs binnen, maar het stroomt er niet vol voor 1u00 ‘s nachts. Geen enkele bar heeft een darkroom.

Soms zie je een regenboogvlag hangen in Peru. Dit is de vlag van Tihuantinsuyo, de vlag van het Inca-rijk. Elke overeenkomst tussen deze en de holebi-vlag berust louter op toeval.

Aan tafel

Lima is in heel Peru de beste plek om te eten. Naast inheemse gerechten, vind je bijna alles: Chinese restaurants, Japanse, Spaanse, Franse, Arabische, Argentijnse, Amerikaanse, Braziliaanse, enz…

Probeer echter ook eens de inheemse menu’s zoals “Escabeche”, “Jalea de Pescado”, “Ají de gallina” en “Coctail de Camarones”. Heb je zin in een hamburger, haast je dan naar “Bembo’s Burger Grill”.

Natuurlijk moet je ook iets drinken. Proef eens van de “Pisco Sour” of het non-alcoholische “chicha morada” of “Inca Kola”. De “Pisco Sour is gemaakt met druivenbrandewijn, citroensap, wit van ei, suiker, cinamon en stroop. Na vier glazen is iedereen je beste vriend.

Shopping

Lima is de beste keuze om kwaliteitsvol handwerk te kopen en er is geen groot prijsverschil met andere Peruviaanse steden. Je kan er stoffen kopen, wollen kledij, kopieën van koloniale schilderijen, juwelen, keramiek, houtwerk, zilverwerk, sweaters en leerwaren. Kijk rond voor de beste prijs en ding (een beetje) af.

Stranden

De beste periode om Lima te bezoeken is tijdens de zomer. Dan is het er zonnig en is de lucht helder. Het is ook dan dat de inwoners van Lima naar de stranden trekken, vooral naar de “Costa Verde” en de stranden ten zuiden van Lima. Opnieuw is het tijdens het zonnebaden opletten geblazen voor gauwdieven.

Er zijn geen exclusieve homostranden maar als je naar het “Playa Makaha”, “Playa Waikiki” of “Playa Las Cascadas” gaat, zit er een dikke kans in dat je andere homo’s ziet. Let ook op voor de zon, deze is veel feller dan je denkt. Gebruik dus een zonnecrème met een voldoende hoge factor (minimum 15). Duik niet in het water, want de kans bestaat dat je dan de volgende dagen op het toilet doorbrengt.

Tags : , ,
Geplaatst op 16 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Puerto Vallarta

puerto-vallarta-mexicoPuerto Vallarta is al decennialang de favoriete bestemming van de Amerikaanse strandnichten en de stad heeft een relaxte en tolerante sfeer. In de winter, vooral tijdens het Thanksgiving-weekend (de vierde donderdag van november) en tijdens de week tussen Kerstmis en Nieuwjaar, vult de stad zich met holebi-toeristen van over de hele wereld. Puerto Vallarta ligt waar de Mexicaanse bergruggen de Stille Oceaan ontmoeten, het weer is er warm, het is er altijd zonnig en het water is er uitnodigend.

De “Malecon” is een straat langs het strand met allemaal cafés en winkels die perfect zijn om er naar mensen te gluren tijdens de namiddag of tijdens een diner onder een heldere sterrenhemel. Het holebi-leven speelt zich af rond “Playa los Muertos” (het Strand van de Doden). Dit klinkt misschien gruwelijk, maar het strand is er heel mooi en gevuld met vriendelijke homo’s van alle nationaliteiten. Aan het zuidelijke einde van het strand is er de “Blue Chairs Resort”, het meest homo-achtige deel.

Het is ook een traditie om de vrijdag door te brengen in “Paco’s Hidden Paradise”, een afgesloten homo-resort met een klein mooi strandje. Voor een dagticket krijg je een cruise naar het resort, een buffet dat de hele dag open is en mag je heel de dag aan de bar hangen. Een cruise op het homozeilschip “Rainbow Dancer” is ook populair.

Je huurt best geen wagen in Puerto Vallarta. Je kunt gewoon overal naartoe wandelen en er zijn goedkope taxi’s. Maar het is aan te raden om een taxi te roepen wanneer je ’s nachts een club verlaat, of je kunt in groep terug naar het hotel gaan. Het is ook aan te raden om niets aan te kopen dat illegaal is, hoewel dat in Puerto Vallarta heel gemakkelijk is.

Toch is Puerto Vallerta een verrukkelijk vriendelijk stadje, met een levendige holebi-scène. Je kunt gerust op je Engels teren om je overal verstaanbaar te maken, want iedereen die er in de toerisme-industrie zit, spreekt het. Ook worden Amerikaanse dollars overal geaccepteerd.

Holebi-bars, restaurants en clubs in Puerto Vallarta

Mexico weet heel goed wat het nachtleven moet zijn, en in Puerto Vallarta begint het nachtleven laat. Bars worden populair vanaf 9 uur ’s avonds en de disco’s beginnen pas goed te draaien na middernacht. Buiten twee uitzonderingen speelt het holebi-leven in Puerto Vallarta zich af in “Zona Romantica”, een paar huizenblokken ten zuiden van de “Rio Cuale”. Hier vormt de “Olas Atlas” straat het kloppend hart van de holebi-scène, met bars en cafés, en het is een mooie start om de avond mee te beginnen. “Apaches” is een Canadese martini-bar, met een drukke happy hour van 17 tot 19 uur. De “Palm Bar” is een videobar die elke dag beelden uitzendt die opgenomen zijn op het “Los Muertos” strand. (Denk daar aan voor je op dat strand een striptease doet terwijl je een imitatie geeft van een ananas!)

Op het strand van Puerto Vallarta in Mexico

Op het strand van Puerto Vallarta in Mexico

Een paar huizenblokken verderop naar het zuiden is er “Garbo”, een pianobar in art deco waar men af en toe live jazzmuziek brengt. Er vlak naast is de “Kit Kat”, een chique restaurant met een populaire homobar. Verderop naar het strand is “DeWayne’s Oasis”, een mooie bar met een dakterras.

Twee huizenblokken ten noordoosten van “Olas Atlas” bevindt zich nog een ander handvol bars. “Los Amigos” heeft een groot terras en een vriendelijk publiek. Daarnaast is er “The Ranch” met een country-tintje waar vooral veel lesbiennes komen. “La Noche” staat voor een chique decor en een rustige sfeer. Verder naar het zuiden is er “Frida’s” voor een gemengd publiek, maar waar naarmate het later wordt, steeds meer homo’s komen. Hier zijn de prijzen voor de dranken relatief goedkoper. Datzelfde geldt ook voor “Kiko’s”, in het oudste deel van de buurt, een bar met een mooi decor.

Tijdens de dag kan je in strandbars terecht op de “Playa los Muertos” in het “Blue Chairs Resort” en in het goedkopere “Green Chairs”. Je hebt ook nog “La Bola”, een zwembadbar in het “Vallarte Cora Hotel”. En het is een traditie om de zonsondergang te bekijken vanop de dakterrassen van het “Descano del Sol Hotel” en de “Blue Sunset Bar”.

Wanneer het tijd is om te dansen, heeft Puerto Vallarta veel te bieden. Net ten noorden van de brug over de “Rio Cuala” is er “Antropology: The Study of Man”, een populaire disco met een jong publiek. Hier gaan de gogo-boys volledig uit de kleren. Hetzelfde gebeurt in “Los Balcones”, de oudste homoclub van Puerto Vallarta, bekend omwille van de vele balkons, het dakterras en de travestieshows. “Club NYPV” heeft dezelfde stijl als een dansclub in New York. Het is er donker en de muziek is er vooral techno.

Wat uiteten betreft, heeft Puerto Vallarta iets te bieden voor elk budget. “Santa Barbara” is populair bij holebi’s. Hun Mexicaanse en Amerikaanse menukaart wordt ondersteund door live theater op zondag, maandag en vrijdag. “Kit Kat” serveert menu’s van een hogere klasse en is enorm geliefd om er te ontbijten. “Le Bistro Jazz Café” is ook een gevierd restaurant onder holebi’s omwille van de Mexicaanse zeevruchtenschotels en het romantisch decor. “Café Bohemio”, een bistro, heeft een Amerikaanse keuken.

Verder kan je ook eten bij “Mama Dolores”, die Mexicaanse en Amerikaanse specialiteiten serveert, in “Chiles” kan je terecht voor een snelle lunch en je kan ook lekker eten in het “Blue Chairs Resort”.

Holebi-hotels in Puerto Vallarta

Het “Blue Chairs Resort” is het bekendste holebi-hotel van Puerto Vallarta, aan het homostrand. Zij beweren het grootste holebi-strandhotel van de wereld te zijn. De andere drie holebi-hotels zijn de “Vallarta Cora”, exclusief voor homo’s en vermaard omwille van de fuiven die er doorgaan, het “Hotel Mercurio”, in het centrum van “Olas Atlas” en “Descando del Sol”, een goedkoper alternatief dat verder van het strand verwijderd ligt.

Verkies je een Bed & Breakfast, dan kan je terecht in “Casa Cupula”, een elegant en intiem gasthuis. Of “Villa David”, een lieflijk gasthuis dat exclusief homo is, in het centrum van Puerto Vallarta.

Een appartement huren kan ook in Puerto Vallarta en hiervoor kan je terecht bij “Boana Torre-Malibu”, “Bugambilia Blanca”, “Suites Claudia”, “Casa de las Flores” en bij de “San Fransciscan”. Zoek je iets speciaals, probeer dan “Paco’s Gay Wilderness Park”, met zowel rustieke suites en slaapzalen. Je moet wel de boot nemen om er te geraken.

Holebi-evenementen in Puerto Vallarta

Er is geen officiële gaypride in Puerto Vallarta, maar de meeste holebi-fuiven worden gevierd tijdens de week tussen kerstmis en nieuwjaar, tevens ook de drukste week van de stad.

Tags : , ,
Geplaatst op 16 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Rio de Janeiro

rio-de-janeiroRio de Janeiro wordt terecht de “Stad der Wonderen” genoemd. Gebouwd op een stuk land dat grenst aan een grote baai en de Atlantische Oceaan, wordt de stad omgeven door enorme granieten heuvels, die overdekt zijn met overdadig groen, die in de lucht prikken. Glinsterende witte stranden bieden een gemakkelijk leventje voor zij die het zich kunnen permitteren om in plaats van te gaan werken, van de tropische zon te genieten.

Met meer dan 11 miljoen inwoners is Rio de Janeiro een drukke wereldstad en de tweede grootste stad van Brazillië. Het overdadige en geanimeerde karnaval, de invloeden van de Afro-Braziliaanse cultuur en het adembenemende landschap hebben ervoor gezorgd dat de stad een internationale toeristenbestemming is geworden. Tijdens de hete zomermaanden voegen er zich honderden homo-reizigers bij de Cariocas (de inwoners van Rio de Janeiro) om te genieten van de gespierde, bronzen schoonheden op het homostrand van Ipanema Beach.

Rio de Janeiro was de hoofdstad van het koloniale Brazilië van 1763 tot 1808, toen de Portugese koninklijke familie, op de vlucht voor het leger van Napoleon, van de stad de hoofdstad maakte van het Portugese rijk. Als centrum van het keizerlijke Brazilië tijdens het merendeel van de negentiende eeuw, trok Rio de Janeiro migranten aan uit alle delen van Brazilië en uit het buitenland.

In het hartje van wat de uitgaansbuurt was van Rio de Janeiro in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw, staat een ruiterstandbeeld van de eerste leider van Brazilië: Keizer Pedro I. Hoewel hij symbool staat voor de onafhankelijkheid van Portugal in 1822, heeft het park rond het standbeeld een minder vaderlandslievend doel voor mannen die er komen om te genieten van seks met andere mannen. Het “Plein van de Constitutie”, zoals het werd genoemd in de negentiende eeuw, was zo’n beruchte cruisingplaats dat er aan het begin van de twintigste eeuw cartoons werden gemaakt die verwezen naar het gebruik van het plein door homo’s om er seks te hebben.

De twintigste eeuw

Tijdens het begin van de twintigste eeuw liepen homo’s, die openbare plekken van Rio de Janeiro bezochten om er andere homo’s te ontmoeten, constant het gevaar om lastig te worden gevallen door de politie. In 1932 werkte het hoofd van de politie van Rio de Janeiro mee aan een studie van Dr. Leonído Riberio, de directeur van het Instituut voor Criminologie, door 132 homo’s te arresteren. Deze mannen werden in een rij gezet, gefotografeerd en dan onderzocht om een relatie tussen hun lichaamsdelen en hun homoseksualiteit te ontdekken.

Ribeiro baseerde zijn onderzoek op de theorie dat het hormonaal onevenwicht verantwoordelijk was voor homoseksualiteit, wat kon ontdekt worden door de overvloed of het gebrek aan haar of ongewoon lange of korte ledematen. Zijn dubieus onderzoek kreeg in 1938 de Lombroso Award van Italië omwille van de uitmuntendheid op het gebied van criminele antropologie.

Tijdens Wereldoorlog II, waren heel veel Amerikaanse marines gestationeerd in Rio de Janeiro en velen van hen hadden relaties met Braziliaanse homo’s. Tijdens die jaren kwamen er enkele homobars in de stad. Tezelfdertijd werd het strand rechtover de “Copacabana Palace”, het meest luxueuze hotel van Rio de Janeiro, een bekende homo-ontmoetingsplaats waar Brazilianen af een toe een glimp konden vangen van hun favoriete internationale filmsterren die er vakantie hielden.

Honderdduizenden homo’s en lesbiennes verhuisden naar Rio de Janeiro tijdens de jaren 1950 en 1960 om er te genieten van de stedelijke geneugten. Homo’s waren grote fans van radiozangeressen en troepten samen aan de opnamestudio’s van de Nationale Radio om er hun favoriete diva’s toe te juichen. Het nachtleven in Rio de Janeiro, vooral dan de clubs in Copacabana, trok ook veel jonge homo’s en lesbiennes aan die er zochten naar plaatsen waar ze elkaar konden ontmoeten.

Het gaystrand in Rio De Janeiro

Het gaystrand in Rio De Janeiro

Het karnaval was echter de kroon op het werk van de sociale activiteiten voor homo’s en lesbiennes in Rio de Janeiro. De kans die mannen kregen om zich te verkleden als vrouw en vice versa, de dartele sfeer in de straten en de travestiebals waren een bevrijdende ervaring voor velen die anders doorheen het jaar zich moesten houden aan het “fatsoen” van hun geslacht.

Tijdens de verschillende karnavalsfeesten werden groepen van homo’s steeds meer zichtbaar. Aan het begin van de jaren 1930 richtten de organisatoren van deze evenementen verkleedwedstrijden in en moedigden ze feestvierders aan om nog meer extravagante outfits aan te trekken.

Tegen het midden van de jaren 1970 werden deze bals zo populair dat internationale beroemdheden die Rio de Janeiro bezochten voor het karnaval, zeker deze travestiefeesten wilden bijwonen. Daarnaast kregen steeds meer homo’s een actieve rol in het ontwerpen en creëeren van spectaculaire sambaschooloptochten die het hoogtepunt van het karnaval van Rio de Janeiro waren.

In het midden van de jaren 1960 verhuisden heel wat jonge popzangers naar Rio de Janeiro, mensen zoals Maria Betânia, Gal Costa en Caetano Veloso. Hun dubbelzinnige seksuele personaliteit en de constante roddels over hun holebiseksualiteit zorgden ervoor dat ze op heel wat steun van holebi-fans mochten rekenen. Deze en andere Braziliaanse zangers, zoals Ney Matogrosso, verruimden ook de traditionele noties over fatsoenlijk gendergedrag omdat zij optraden in flamboyante kostuums en omdat ze zangers van hetzelfde geslacht op de mond kusten.

Holebi-activisme in Rio de Janeiro

In 1978, geïnspireerd door de internationale holebi-beweging, begon een groep van homoseksuele schrijvers en intellectuelen het maandelijkse tijdschrift “Lampião da Esquina” (straathoeklamp) te publiceren. De titel van het tijdschrift had een dubbelzinnige betekenis en verwees naar cruising en naar Lampião, een hypermannelijke Robin Hood-achtige bandiet uit het noordwesten van Brazilië.

Met als basis Rio de Janeiro, diende de redactie van de Lampião als kantoor voor de opkomende politieke holebi-beweging. Het tijdschrift promootte ook het idee van het aangaan van allianties met groepen van zwarten, feministen, inheemsen en ecologisten. Het driejarig bestaan van Lampião zorgde ervoor dat het idee van coming-out voortaan beschouwd werd als een politieke daad.

Toen holebi-groepen in Rio de Janeiro in 1995 besloten om als gaststad op te treden voor de “International Lesbian and Gays Association’s Seventeenth International Conference” was de holebi-beweging in Rio de Janeiro nog niet stabiel. Maar de deelname van verschillende honderden internationale gasten en de enthousiaste logistieke steun van de Brazilianen vanuit het hele land hielp tot de consolidatie van een nationale beweging in Brazilië.

Aan het einde van de conferentie, liepen tweeduizend mense langs de Atlantic Avenue met een regenboogvlag van 100 meter in de grootste gaypride in Brazilië tot dan toe. In 2003 deden 250.000 mensen dat opnieuw tijdens de gaypride in juni van dat jaar.

Ondanks het vele geweld in de stad en de grote sociale verschillen tussen de rijken en de armen, blijft Rio de Janeiro een leuk holebi-mekka.

Tags : , ,
Geplaatst op 16 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Buenos Aires

buenos-airesSpreek de naam “Buenos Aires” uit en mensen denken spontaan aan eenzame gaucho’s (Argentijnse cowboys), zwoele tangodansers of misschien aan Madonna die Evita imiteert. Of misschien herinneren ze zich televisiebeelden van plunderende mensenmassa’s en grote, en soms gewelddadige, demonstraties. Argentinië heeft wel degelijk veel waarvoor je zou kunnen huilen, met een economie die op instorten staat en een regering die eens vijf presidenten kende in twee weken. Maar ondanks deze narigheden blijft Argentinië een romantische reisbestemming.

In het algemeen is Argentinië een veilige plek. De sociale onrust is afgenomen, hoewel je als toerist beter grote demonstraties vermijdt. Elk jaar komen er steeds meer toeristen naar dit land.

Waarom? Alles in Argentinië lijkt dringend behoefte te hebben aan een fris likje verf. Je ziet er daklozen, je ziet ze zoeken naar voedsel in vuilnis, maar je ziet heel weinig bedelaars. Iedereen lijkt iets te verkopen. Op de Avenida 9 de Julio proberen jongleurs chauffeurs te laten stoppen om ze geld te geven voor hun kunsten. De Argentijnen hebben nog steeds hun trots.

Ook is iedereen er vriendelijk. Als je er verloren uit ziet, stoppen de mensen om je terug op weg te helpen.

Het weer in Buenos Aires

Buenos Aires ligt aan de zuidkant van de Rio de la Plata en het klimaat is er over het algemeen mild en vochtig. De temperaturen schommelen tussen 35°C in januari en 10°C in juli. Van december tot eind februari kan het extreem heet zijn in de stad en is er een vochtigheid van 65%. In de wintermaanden juni, juli en augustus is dit zelfs 95%. De meeste regen valt tijdens de zomer.

De taal

Spaans. Er wordt enkel Engels gesproken in een paar toeristische centra en in enkele hotels. Zorg dat je wat basiskennis van het Spaans hebt. Je zult het nodig hebben.

Een dag in Buenos Aires

Een gewone dag in Buenos Aires begint meestal tussen 8 en 9 uur. Rond 14u00 wordt er geluncht. In de namiddag gaan winkels terug open om 16u00. Er is sprake van een traditionele siësta tussen 14u00 en 16u00. Er wordt meestal laat gedineerd: rond 22u00 en het is niet ongewoon dat er pas om middernacht aan tafel wordt gegaan. Bars lopen pas vol om 12 uur ’s nachts en disco’s gaan niet open voor 1 uur, en pas om 3 uur zit er volk.

Holebi-logementen in Buenos Aires

  • Aprea’s Guest House Gral: b&b in een rustige buurt in Buenos Aires op wandelafstand van de metro en het station. Dubbele en single kamers. Zwembad.
  • Bayres Gay B&B: gelegen in het ‘soho’ van Buenos Aires. Internetaansluiting. Terras. Persoonlijk onthaal.
  • El Firulete Hostel: in het centrum. Professioneel, informeel onthaal.
  • Garden House Hostel.
  • Lugar Gay. Kamers met tv, safe, alarmklok en ventilator.
  • MIlhouse Hostel: gerestaureerd pand in het hartje van Buenos Aires. Ontbijt inbegrepen, patio, café, kitchinette, wassalan, internet, tv-kamer en tangolessen.
  • Youkali Estados: klein kitscherig hotel dat elke drie maanden van interieur verandert. Heeft eigen restaurant.

Bezienswaardigheden

Buenos Aires is de hoofdstad van de republiek Argentinië. De inwoners worden “Porteños” genoemd. Dit is het intellectuele centrum van het land op gebied van zaken, financies, cultuur en intellect.

Er is nog maar weinig van de Spaanse erfenis te zien. Tijdens de 19de eeuw kende de stad een boom en was er een grote architecturale en culturele invloed uit Europa, vooral dan uit Frankrijk. Daarom staat Buenos Aires bekend als het “Parijs van Zuid-Amerika”. Het moderne Buenos Aires met zijn hoge wolkenkrabbels contrasteert hiermee. Toch zijn er nog steeds brede lanen, prachtige parken en mooie residenties.

Centro – Plaza LaValle/Teatro Colon/Avenida 9 de Julio/Obelisco/Theater Center

San Nicolas, de orginele naam voor dit deel van de stad, is de geboorteplaats van Buenos Aires. Omringd door de lanen Rivadavia, Cordoba, Callao en Madero, doorkruist door de 9de Julio Avenue en de voetgangersstraten Floria en La Valle ligt Plaza LaValle, ook bekend als de “Tribunales” (gerechtshoven) en het beroemde Teatro Colon, één van de beste opera’s ter wereld, het “Palacio de los Tribunales”, en de “Palacio de La Justicia”. De 9de Julio Avenue is de breedste laan ter wereld en doorkruist de stad van het noorden naar het zuiden. De naam van deze avenue verwijst naar de Argentijnse onafhankelijkheid. De “Obelisco” is een monument en herinnert hier ook aan.

Monserrat – Casa Rosada/Plaza de Mayo/Catedral Metropolitana/Cabildo/Iglesia de San Ignacio/Congreso

Het centrale zenuwstelsel van de Argentijnse overheid bestaat uit de “Plaza de Mayo” en de “Plaza de los dos Congresos”. Aan de eerste plaza staan het “Casa Rosada” (het presidentieel paleis), “El Cabildo” (het legermuseum) en de “Catedral Metropolitana” en aan de tweede plaza staan het “Congreso” (het parlement).

Puerto Madero – Reserva Ecologica/Lola mora/Fragata del Presidente Sarmiento

De “Puerto Madero” is geïnspireerd op de haven van Liverpool en werd gebouwd door Eduardo Madero in 1887. Vandaag is het één van de duurste buurten in de stad. De 16 oude dokken zijn omgeturnd in klasserestaurants, cafés, lofts en kantoren. In de jachthaven liggen 400 zeilboten en het is tevens de locatie van het Hilton Buenos Aires Hotel. Er is ook een natuurreservaat van 360 hectaren waar je kunt fietsen.

Retiro – Torre Monumental/Estacion Retiro/Plaza San Martin

De avenues Cordoba, Leandro N. Alem en de San Martin straat vormen de grens van Retiro. De “Torre Monumental” was een geschenk van de Engelse inwoners om de 100-jarige onafhankelijkheid te herdenken. Het “Estacion Retiro” is één van de grootste stations ter wereld. Aan het “Plaza San Martin” staat aan de ene kant een monument ter nagedachtenis van Generaal Jose de San Martin. Aan de andere kant staat er een monument ter ere van de Argentijnen die stierven tijdens de Falkland-oorlog in 1982.

Recoletta – Plaza Francia/Centro Cultural Recoleta/Cementerio de la Recoletta/Basilica de Pilar

De naam “Recoleta” is afgeleid van de Recoleto Monniken (Fransiscanen) die een klooster stichtten tijdens de 18de eeuw. Omgeven door de avenues “Libertador”, “Callao” en de “Esmeralda”, Austria” en “Juncal” straten is dit de meest toeristische plek in de stad. Het staat bekend als klein Parijs door de Franse stijl, de exclusieve lanen, de parken, winkels en dure restaurants. Elke zondag worden er op de “Plaza Francia” Argentijnse kunstvoorwerpen verkocht. Aanraders hier voor een koffietje zijn “La Biela” en “Cafe de la Paix” waar je van het uitzicht kan genieten. Een ijsje eet je bij “Freddo”. “Cementerio de la Recoleta” is het kerkhof waar de meest beroemde Argentijnen rusten, zoals bijvoorbeeld Eva Peron en haar familie. De mausoleums zijn er gebouwd in de vorm van kapellen, piramides en Griekse tempels. De “Basilica del Pilar” werd gebouwd in 1732 door de Fransiscaanse Recoletos

Palermo – Jardin Japones/Museo Eva Peron/Bosques de Palermo/Planetario Galileo Galilei/Monumento a los Españoles

In deze oude buurt vind je de meeste holebi-trefpunten. Er zijn heel veel restaurants en er wonen veel artiesten. De “Jardin Japones” is een tuin in Japanse stijl. In 2002 opende het “Museo Eva Peron”. “Bosques de Palermo” opende als park in 1874 en kan je vergelijken met “Central Park” in New York. Je kunt er de “Jardín de los Poetas” (met standbeelden van beroemde schrijvers). In het “Rosdal” kan je genieten van kleurrijke rozen. Verder zijn er nog pergola’s, bruggetjes, fonteinen, zitbakjes, straatlampen. Je kunt gaan roeien op de vijver of er met een pedalo peddelen. Je komt er ook veel lopers en fietsers tegen.

San Telmo – Iglesia de San Pedro Telmo/Basilica de Santo Domingo/Mercado de San Telmo

Dit is de geboorteplaats van de stad Buenos Aires. Elke zondag kan je er naar de “Feria de San Telmo” (een rommelmarkt). Aarzel niet om er af te dingen, want dat is er de norm. Staat de prijs je niet aan, loop dan gewoon weg, je zult verbaasd zijn van het resultaat.

La Boca – Geboorteplaats van de tango/Caiminito

“La Boca” is eigenlijk “klein Italië”. Hier werd de tango uitgevonden in de bordelen. Hier vind je ook “Teatro de la Ribera” en het “Museo de Bellas Artes”. “Caiminito” is een voetgangersstraat die de moeite is om eens door te lopen.

Holebi zijn in Buenos Aires

buenos-aires-argentinieVanaf 15 december 2003 kunnen koppels van hetzelfde geslacht zich wettelijk laten registreren. Buenos Aires was hiermee de eerste jurisdictie in Zuid-Amerika waar dit mogelijk was. Adoptie is nog niet mogelijk, maar zaken zoals pensioen, verzekering en erfenis zijn geregeld. Homo’s en lesbiennes moeten tenminste twee jaar samenwonen voor ze die rechten kunnen krijgen.

Net zoals in vele andere landen is het niet verboden om in het openbaar andere holebi’s te kussen, te strelen, te knuffelen of er hand in hand mee te wandelen. Dit gebeurt wel niet vaak in Buenos Aires en kan hier en daar voor fronsende wenkbrauwen zorgen en verbale agressie.

In Buenos Aires kan je andere homo’s ontmoeten in clubs, bars, cafés en restaurants die ofwel enkel voor homo’s bedoeld zijn of waar er een gemengd publiek is. Er zijn ook homosauna’s en homocinema’s. Ook in parken (na zonsondergang) kan je aan je trekken komen en er zijn hotels waar je voor een uurtje terecht kan.

Er bestaat niet zoiets als een homo-ghetto in Buenos Aires, hoewel de meesten in de buurten “Barrio Norte”, “Palermo” en “San Telmo” wonen. Er zijn bijna geen escorts of bordelen voor homo’s. De enkele homo-bordelen die wel bestaan zijn zeer prijzig.

Eten en drinken

In Buenos Aires zijn er heel veel restaurants, waar je zowel lokale en internationale gerechten op de menukaart staan. In de betere restaurants wordt er van je verwacht dat je er naar gekleed bent. Dineren gebeurt meestal zeer laat. De meeste restaurants openen hun deuren pas om 21u00 en sluiten pas om 2u00. De meeste mensen gaan om 22u00 aan tafel. Enkele aanraders:

  • CH 2626 Charchas in Palermo: hier komt een stripper naar je tafel op zaterdagen.
  • Chueca Resto-Bar Soler in Palermo: op donderdagen zijn er go-go dansers. Rond middernacht is er een show met drag queens.
  • Empire Bar Tres Sargentos in Microcentro: populair homo-restaurant.
  • Tacla in Palermo: zeer goed internationale menu’s met een stripper rond middernacht.

Winkelen

De meeste winkels zijn open van 9u00 tot 19u30 (in het weekend tot 01u00). De lanen “Santa Fe” en “Callao” en de “Florida-” straat zijn de meest bekende winkelstraten in Buenos Aires.

In “Florida“ straat, in het hart van het centrum zijn er verschillende winkels, hamburgerrestaurants en internationale klasserestaurants. In de lanen “Santa Fe” vind je heel veel bioscopen, galerijen, winkels, koffiehuizen, winkelcentra en restaurants. Exclusieve boetieks vind je in “La Recoleta”.

De beste koopjes in Buenos Aires zijn lederwaren, zilver, bontjassen en Gaucho-souvenirs. Tijdens de weekends is er ook een markt in San Telmo, daar vind je antiek en kunst.

Tags : , ,
Geplaatst op 16 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Caraïben

puerto-ricoDe Caraïbische eilanden zijn bekend om hun aangenaam tropisch klimaat. Helaas is het klimaat voor holebi’s er maar bedroevend.

Voor de Europese ontdekkingsreizigers er voet aan land zetten (Christopher Columbus in 1492), leefden er al eeuwenlang Indianen op de Caraïbische eilanden. De komst van de Europeanen betekende de ondergang van de inheemse bevolking. Veroveraars slachtten ze af en kolonisten maakten slaven van hen. De strenge onderdrukking en nieuwe ziektes eisten een zware tol. Enkele Indianen konden zich aanpassen aan de Europese cultuur, maar de meesten van hen vonden de dood.

De Spanjaarden openden de deur naar de Caraïben voor ontdekkingsreizen en nieuwe nederzettingen. Andere landen zoals Engeland, Frankrijk en vooral Nederland stichtten in de regio kolonies. In vele gevallen werden de eilanden veroverd en meerdere keren heroverd door oorlogvoerende landen. Er waren ook plunderende piraten.

De Europeanen hoopten om er goud te vinden, maar daar was slechts weinig van te vinden in de Caraïben, waardoor de kolonisten overschakelden naar landbouw. Daar de Indianen bijna allemaal vernietigd waren, begon men vanaf de zestiende eeuw slaven te importeren van West-Afrika om er te werken op plantages.

De communicatie tussen de slaveneigenaars en de slaven zorgde voor nieuwe talen: het Creools. Het Franse Haïtaanse Creools is het best gekend. In Jamaïca is Engels de basis voor het Creools en in de Nederlandse Antillen heeft het Creools Nederlandse invloeden.

Naast hun talen brachten de Europeanen ook hun religies mee. Vooral op de Spaanse en Britse eilanden speelden en spelen deze godsdiensten een belangrijke rol in de culturele vooroordelen tegenover holebi’s.

De negentiende eeuw bracht een groot debat over slavernij mee. Haïtiaanse slaven kwamen onder leiding van Toussaint L’Ouverture in opstand in 1801, wat leidde tot de onafhankelijkheid van het land in 1804. Op andere eilanden waren de gebeurtenissen minder dramatisch. De afschaffing van slavernij kwam er geleidelijk, vooral tussen 1830 en 1850.

Cuba werd onafhankelijk in 1902, maar de meeste Caraïbische eilanden bleven kolonies van Europese landen. In de jaren 1960 kozen vele Britse eilanden ervoor om onafhankelijke leden te worden van het Britse gemenebest. Aruba werd een zelfstandig lid van het koninkrijk Nederland in 1986, maar de andere Nederlandse eilanden bleven vooral politiek een deel van Nederland. Gelijkaardig is het op de Franse eilanden waar de bewoners er de Franse identiteit hebben. Sinds de Spaans-Amerikaanse oorlog regeert de Verenigde Staten over Puerto Rico.

Vanaf de twintigste eeuw werd het toerisme zeer belangrijk voor de Caraïben. Maar ondanks alle initiatieven worden holebi’s er nog steeds niet hartelijk verwelkomd.

Puerto Rico

De hardnekkige invloed van de katholieke kerk op Puerto Rico zorgde ervoor dat holebi’s er niet werden geaccepteerd. Ook het concept ‘machismo’, dat mannelijkheid gelijk stelt aan macht, draagt toe tot dit probleem. Fysieke kracht en de mogelijkheid om een gezin te onderhouden worden als mannelijk gezien, maar het belangrijkste voor de macho is zijn seksuele aantrekkingkracht om vrouwen te veroveren. Zelfs een man met weinig macht kan het respect van anderen verdienen door macho-karakter. Anderzijds kan een man sociaal uitgesloten worden omdat hij geen macho is.

In recente tijden heeft de pinkstergemeenschap aan kracht gewonnen in Puerto Rico. In 1990 zei activist Roberto Caballero dat de katholieke kerk en de pinkstergemeenschap de meest invloedrijke krachten waren om de publieke opinie te vormen over holebi-rechten.

Ook de politieke partijen in Puerto Rico zijn niet enthousiast over holebi-rechten. In 1991 verklaarde activist José Santini dat er “in de onafhankelijkheidsbeweging heel wat homofobie aanwezig was”. Hoewel deze beweging liberaal was en daardoor heel wat steun kreeg van holebi’s, werden zij niet erkend als minderheid.

Pedro Julio Serrano was de eerste openlijke homo die zich in 1998 verkiesbaar stelde. Maar ondanks zijn levenslange werk voor de Nieuwe Progressieve Partij, werd hij niet gesteund door zijn oversten. Sommigen van hen zeiden zelfs dat ze hem niet kenden.

De onafhankelijke campagne van Serrano ging gepaard met angst en gevaar; hij werd bedreigd en zijn eigendommen werden beschadigd. Alhoewel hij gedwongen werd om zijn campagne te staken omwille van geldtekort, blijft Serrano zich inzetten voor meer holebi-rechten in Puerto Rico.

Recent was er in Puerto Rico een politiek gevecht in de campagne om de anti-sodomie-wet (artikel 103) te herroepen. Uiteindelijk schafte de senaat deze wet af in 2003.

Reisgidsen prijzen vooral Puerto Rico aan als de meest holebi-vriendelijke bestemming in de Caraïben, waarbij ze verwijzen naar de bars, café’s en hotels in San Juan waar de holebi’s vriendelijk worden ontvangen. Andere Puertoricaanse steden hebben kleinere gayscenes.

Ondanks de aanbevelingen in reisgidsen eiste de conservatieve vertegenwoordigster Miriam Ramírez de Ferrer in 2004 dat een zin op de officiële Puertoricaanse toeristenwebsite werd veranderd. Er stond te lezen: “Puerto Rico heeft diverse producten te bieden aan diverse marktsegmenten, waaronder de holebimarkt.” Ramírez eiste dat de bijzin werd geschrapt.

Het is duidelijk dat er nog heel wat dient te gebeuren voor Puertoricaanse holebi’s gelijke rechten krijgen. Toch zijn er hoopvolle signalen. Dankzij de inzet van organisaties zoals “Puerto Rico para Todos” worden holebi’s meer zichtbaar en wordt er meer naar hen geluisterd.

De Amerikaanse Maagdeneilanden

De Amerikaanse Maagdeneilanden St. Croix, St. Thomas en St. John zijn eigendom van de Verenigde Staten. In 1984 werd sodomie er gelegaliseerd.

Er zijn maar weinig inwoners op de Maagdeneilanden en veel gayscene is er niet. Toch heeft St. Croix twee holebi-hotels. Hotel ‘The Cormorant Beach Club’ heeft pakketten waarin ook verbintenisplechtigheden zitten. Lokale holebi’s en toeristen genieten er van het restaurant, de bar, het strand en elkaar.

De Dominicaanse Republiek

Columbus kwam in 1492 aan op het eiland Hispaniola en vier later werd Santo Domingo, de oudste Europese nederzetting, opgericht.

Haïti veroverde en bezette de Dominicaanse republiek van 1822 tot 1842 en de Verenigde Staten controleerden het land van 1916 tot 1924. Rafael Trujilo, die werd verkozen in 1930, hield een wreed bewind aan tot 1960. Onder zijn bewind was rijkdom en macht in handen van slechts enkele personen, terwijl het merendeel van de bevolking in armoede leefde en geen kans had om een goede baan te bemachtigen.

De Dominicaanse wet maakt geen onderscheid tussen hetero- en homo- of lesbische seks. Voor iedereen is de leeftijd waarop seks is toegelaten achttien jaar. Echter, in het strafrechtboek bestraft Artikel 330 “elke overtreding van decorum en goed gedrag op openbare straten” met een gevangenisstraf van twee jaar. Deze wet wordt soms gebruikt om homo’s te viseren. In 2003 slaagde Luis Villalona-Pérez erin om politiek asiel te verkrijgen in de Verenigde Staten daar hij bewijs kon voorleggen van “bedreigingen, slagen, pesterijen en vernederingen” in de Dominicaanse Republiek omwille van zijn seksuele geaardheid.

Reisgidsauteur Richard Ammon meldt dat er buiten Santa Domingo slechts weinig holebi-leven is in de Dominicaanse Republiek en dat de socio-economische klasse een belangrijke invloed heeft op de holebi’s. Leden van de meer invloedrijke klassen hebben niets tegen rijke holebi’s maar ze hebben geen interesse voor eerder arme holebi’s en weren ze uit hun clubs en restaurants.

Er is een kleine lesbische gemeenschap in de hoofdstad en jonge vrouwen voelen zich nu vrijer dan hun voorgangsters om voor niet-traditionele levenswijzen te kiezen. Toch, in een cultuur die beïnvloed wordt door de katholieke kerk, wordt van meisjes verwacht dat ze echtgenotes en moeders worden. Zo zijn er veel jonge mensen die kiezen voor een heteroseksueel huwelijk en die in de kast blijven in plaats van zich te outen.

Met zoveel holebi’s die in de kast blijven, is het moeilijk om de bevolking in te lichten over aids. Toch zijn er sinds de jaren 1990 organisaties zoals “Amigos Siempre Amigos” actief die raad en steun geven aan holebi’s.

De Nederlandse eilanden

Vanaf 1630 waren er Nederlanders op de Caraïben. St. Maarten, St. Eustatius, Saba, Aruba, Bonaire en Curaçao maken deel uit van het koninkrijk Nederland. Sinds 1986 heeft Aruba een zekere mate van zelfbestuur. De inwoners van de andere eilanden zijn Nederlanders.

De Nederlandse eiland, zoals Sint-Maarten en Saba, zijn een toonbeeld van homovriendelijkheid

De Nederlandse eilanden in de Caraïben, zoals Sint-Maarten en Saba, zijn een toonbeeld van homovriendelijkheid

De Nederlandse eilanden zijn holebi-vriendelijker dan de andere eilanden in deze regio. De wetten maken geen onderscheid tussen homo, lesbische en hetero seks. De leeftijd vanaf wanneer seks is toegestaan is voor iedereen zestien jaar.

Het kleine Saba heeft een homo als directeur van toerisme en is een populaire winterbestemming voor homo’s. Holebi’s worden er vriendelijk verwelkomd maar er is geen echte gayscene.

Duitser Boris Strehlke vertelt dat hij en zijn partner Michael Hirner besloten om hun hotel “Delfina” te openen op St. Maarten nadat ze vijandigheid tegenover holebi’s ervaarden in de Engelse Caraïben. Wat het sociale leven betreft getuigt Strehlke dat “er geen gayscene is in St.Maarten. De scene is gemengd, maar daar trekt niemand zich iets van aan. Je kunt als homo of lesbienne gerust dansen met je vriend of vriendin, niemand maakt er zich druk om”.

De situatie is gelijkaardig op de Nederlandse eilanden, waarvan geen enkele groot noch dichtbevolkt is. Natuurlijk is er wel eens sprake van homofobie, maar meestal worden holebi’s er aanvaard.

De Franse eilanden

De Fransen vestigden zich op Guadeloupe, Martinique en St. Martin in de jaren 1630 en tien jaar later op St. Bartholomeus. St. Bartholomeus werd aan Zweden verkocht in 1784 maar terug aangekocht in 1877. De vier eilanden zijn politiek bezit van Frankrijk en dus heersen er de Franse wetten. De leeftijd waarop seks is toegestaan, is voor iedereen 15 jaar.

De toerisme-industrie beschouwt de Franse eilanden als de meest holebi-vriendelijke, maar toch heeft geen enkel Frans eiland een gayscene.

Op Martinique verbergen homo’s vaak hun geaardheid, niet alleen om hun eigen reputatie te beschermen maar ook die van hun familie. Reputatie is heel belangrijk op het kleine eiland.

Dat “verbergen” bestaat erin dat vele homo’s van Martinique met een vrouw trouwen of er een vriendin op nahouden terwijl ze in het geheim andere homo’s ontmoeten. Toch lijkt er nu verandering in deze situatie te komen. Steeds vaker outen jonge homo’s zich op Martinique. Toch kunnen we nog niet zeggen dat er holebi-rechten zijn in Martinique.

Hoewel holebi-toeristen er meestal aanvaard worden, maakt de conservatieve cultuur op de Franse eilanden het moeilijk voor de lokale holebi’s om zich te outen.

Haïti

De Fransen maakten hun eerste vestiging in Haïti in het midden van de zeventiende eeuw en heersten over het land tot het door een revolutie aan het begin van de negentiende eeuw onafhankelijk werd.

De geschiedenis van de Haïtiaanse politiek is tumultueus, met veel onderdrukking en corruptie. Dit was vooral het geval onder de heerschappij van de familie Duvalier bestaande uit François “Papa Doc” en zijn zoon Jean-Claude “Baby Doc”. Deze laatste ontvluchtte het land in 1986.

Op Haïti is er een enorm verschil tussen de rijke elite minderheid en de arme meerderheid. Haïti heeft het laagste gemiddelde inkomen per inwoner van de Westerse wereld. Het land heeft enorme schulden, die meestal het gevolg zijn van misbruik en corruptie tijdens de heerschappij van de familie Duvalier. Daardoor is er zeer weinig geld voor belangrijke openbare noden zoals infrastructuur en gezondheidszorg.

Een belangrijk probleem in de gezondheidszorg is de aids-epidemie. In 2003 had 6,1 procent van de volwassen Haïtianen aids. Naast een gebrekkige gezondheidszorg, zorgt ook het gebrek aan onderwijs voor de verspreiding van de ziekte. Door de laaggeletterdheid is het moeilijk om de Haïtianen te informeren. Ook preventiecampagnes maken niet veel uit daar de meeste inwoners noch een televisietoestel noch een radio hebben.

In Haïti wordt aids niet gezien als een “homoziekte”. Een even groot aantal biseksuele mannen, heteromannen en vrouwen heeft er aids. Verschillende internationale organisaties voorzien onderwijsprogramma’s en behandelingen in Haïti, maar de situatie blijft er zorgwekkend.

Hoewel homoseksuele en lesbische relaties legaal zijn in Haïti en er slechts weinig holebi-geweld is, bestaat er geen echte holebi-gemeenschap. Tijdens de jaren 1980 vernietigde Jean-Claude Duvalier er de gayscene onder het mom van “aids tegen te houden”. Dit maakte de situatie enkel slechter daar holebi’s nu gedwongen werden om elkaar in het geheim te ontmoeten en er nog minder sprake was van aidspreventie. Het regime van Jean-Bertrand Aristide, een voormalige katholieke priester, deed niets om het lot van Haïtiaanse holebi’s te verbeteren.

De Britse eilanden

Verschillende Caraïbische eilanden maken deel uit van het Britse Gemenebest. Vele van deze eilanden werden begin de zeventiende eeuw bij het Britse rijk gevoegd. Anderen werden later ingewonnen door overeenkomst of door verovering.

Jamaïca heeft geen al te homovriendelijk imago

Jamaïca heeft geen al te homovriendelijk imago

De Britse eilanden zijn de minst holebivriendelijke. Op Jamaïca is het klimaat ronduit vijandig. Door dat homofobische geweld zagen sommige Jamaïcanen zich verplicht om asiel aan te vragen in andere landen. Honderden van hen zijn aangevallen en geslagen, soms met fatale afloop. Amnesty International tekende in 2001 op dat de Jamaïcaanse politie een grote rol speelde in het lastigvallen, slaan en willekeurig arresteren van homo’s.

Jamaïca heeft ook nog steeds een anti-sodomiewet waardoor vele homo’s in de kast blijven. Wie betrapt wordt op homoseksuele handelingen kan een tienjarige gevangenisstraf met dwangarbeid krijgen.

Er is ook sprake van homofobie in Jamaïcaanse reggae-liedjes, waarin soms aangespoord wordt om homo’s te vermoorden. Activist Peter Tatchel klaagde deze homofobische teksten aan tijdens de Mobo Awards in 2002 en 2003 en werd aangevallen door boze reggae-fans. Drie reggae-zangers verdedigden hun teksten door aan te halen dat “homofobie deel uitmaakt van de Jamaïcaanse cultuur”. De Jamaïcaanse holebi-rechtenvereniging “J-Flag” zegt dat er sprake was van een golf aan homofobische aanrandingen en moorden door deze anti-homoliedjes.

J-Flag werd opgericht in 1998 en werkt aan de levensverbetering van Jamaïcaanse holebi’s door hen te steunen, te ijveren voor gelijke rechten en asielzoekers te helpen bij hun aanvraag.

Discriminatie blijft schering en inslag in Jamaïca. Zo herbergt het eiland de bekende “Sandals” hotelketen waar enkel heteroseksuele koppels als gasten worden aanvaard.

Ook de Kaaimaneilanden discrimineren holebi-reizigers en weigerden in 1998 aan een cruiseschip met 900 homo’s om aan te meren. Thomas C. Jefferson, de minister van toerisme van de Kaaimaneilanden verdedigde deze actie met het volgende: “Nauwkeurig onderzoek en eerdere ervaringen hebben ons doen besluiten dat deze groep zich niet aan de standaard van de gemiddelde reiziger zou houden.” Die “eerdere ervaringen” bestond uit een bezoek van homo’s in 1987 die in het openbaar hun liefde aan elkaar toonden, wat volgens Jefferson de lokale inwoners “beledigde” en “stoorde”.

In 1998 zorgde de geplande aankomst in de Bahama’s van een cruiseship met homo’s voor een protest door bisschop Harcourt Pindar. De eerste minister Hubert Ingraham veroordeelde het homofobisch protest en zei: “Homoseksualiteit is geen besmettelijke ziekte en het is geen misdaad in de Bahama’s.” Toch kan je voor homoseksualiteit in het openbaar op de Bahama’s een gevangenisstraf krijgen.

Door druk van de Britse regering werd in 2001 holebiseksualiteit gelegaliseerd in de Britse eilanden. Echter, de lokale overheid van de Kaaimaneilanden legde deze beslissing naast zich neer en ook anderen houden er zich niet aan. Het is duidelijk dat er nog heel wat dient te gebeuren eer holebi’s op de Britse eilanden gelijke rechten zullen kennen.

Besluit

De geschiedenis van de Caraïbische eilanden is niet altijd gunstig geweest voor holebi’s en dat is nog altijd niet het geval. Toch zijn er hier en daar al enkele stappen gezet, waardoor de hoop dat de situatie zal verbeteren, groeit.

Tags : , , , , , , , ,
Geplaatst op 15 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Mexico

mexicoMexico, een land van bijna twee miljoen vierkante kilometer, overschreed recent een bevolkingsaantal van honderd miljoen personen. Dertig procent van de bevolking is helemaal of voornamelijk ‘indígeno’ (inheems), 60 procent is ‘mestizo’ (een mix van indígeno en Spaanse afstammelingen), 9 procent is Europees (‘blanco’) en één procent is nog anders.

Mexico voor de verovering

‘Maize’ (maïs) werd voor het eerst verbouwd in Mexico en was het hoofdvoedsel van de Mexicaanse beschavingen voor de invasie van de Spanjaarden in de zestiende eeuw. De Azteken bouwden een rijk in de vallei van Mexico waar thans de huidige hoofdstad gelegen is. De stad Tenochitlán was in de tijd dat de Spanjaarden er kwamen groter dan elke andere Europese stad (behalve Parijs).

De Mexicanen hadden openbare rituelen die soms heel erotisch waren, maar in het alledaagse leven waren ze toch zeer preuts. In hun tempels vereerden de Mexicanen ondermeer de godheid ‘Xochiquetzal’, de godin van de niet-procreatieve liefde. Xochiquetzal, oorspronkelijk de partner van Tonacatecutli, leefde in de hemel van Tamaoanchan, waar ze beviel van de mensheid. Vervolgens werd zij ontvoerd en verkracht door ‘Tezcatlipoca’, een oorlogsgod. Deze gebeurtenis veranderde haar van de godin van de procreatieve liefde naar de godin van de niet-procreatieve liefde.

Xochiquetzal was zowel man als vrouw en in mannelijke gedaante (Xochipilli), werd hij vereerd als de god van de homoseksualiteit en de mannelijke prostitutie. Aan de ene kant was Xochiquetzal de god van de liefdesrelaties en van de artistieke creativiteit. Non-procreatieve liefde werd als een kunstvorm gezien: mooi en zeldzaam. Aan de andere kant was dit ook de god van de seksuele vernietiging die lust en verkrachting opwekte en mensen geslachtsziekten gaf.

De Mexicaanse mythologie beweerde dat er voorheen vier werelden waren geweest. Tijdens de vorige wereld, de ‘tijd van de bloemen of de tijd van Xochiquetzal’, gaven de mensen hun “mannelijke deugden van oorlogsvoering, administratie en wijsheid” op en streefden zij naar een “gemakkelijk, zacht leven van sodomie, perversie, de Dans van de Bloemen en de verering van Xochiquetzal”.

Er is ook een oud Nahuatl-woord ‘patlacheh’ dat staat voor een vrouw “die een mannenrol speelt” door andere vrouwen te penetreren. De ‘patlacheh’ wordt uitvoerig (en scandaleus) beschreven in de ‘Florenine codes’ (één van de twee uitgebreide collecties geschriften over de Azteken).

Hoewel de Azteken publiekelijk seksueel uitbundig waren en preuts in hun privé-leven, hadden ze heel wat seksuele gewoontes. Bijvoorbeeld, het gebied dat nu de staat Vera Cruz is, was zeer bekend voor anale homoseks. Toen Bernal Díaz del Castille samen met Cortés naar Vera Cruz kwam, schreef hij over de plaatselijke priesters: “Het zijn zonen van leiders, ze nemen geen vrouw, maar volgen het slechte pad van de sodomie”. De studenten van deze priesters waren jongens-prostituees en volwassen travestieten.

Hoewel de geloofwaardigheid nogal op het randje is, daar zulke onthullingen werden gebruikt om de Europese verovering te verklaren, schreef Cortés aan zijn koning Carlos V: “Wij weten en zijn ingelicht zonder plaats voor twijfel dat zij allemaal (de bewoners van Vera Cruz) de onvergeeflijke zonde van sodomie beoefenen”.

Coloniaal Mexico

De Mexicanen hadden niet alle volkeren veroverd, vooral niet die volkeren die leefden aan de beide kusten en die berucht waren om hun seksuele beschikbaarheid. Daardoor konden de Spanjaarden allianties maken met hen tegen de Mexicanen. Malinche, een kustvrouw die de seksuele partner werd van veroveraar Hernán Cortés en die de Spaanse verovering hielp, werd het prototype van de “geneukte” Mexicaan. In de analyse van Octavio Paz over het fatalistische nationale karakter van Mexico staat dat “de mestizo (van gemengd bloed) kinderen zijn van de ‘hijos de la chigada’ (de kinderen van de geneukten) zoals Malinche”.

De Spanjaarden veroordeelden homoseksualiteit strenger dan de Azteken. Na de verovering werden alle ‘heidense’ rituelen verbannen. De houding tegenover homoseksualiteit veranderde: de voormalige traditie die homoseksualiteit vierde als een verbond met de goden, ging verloren.
In de vroege koloniale tijden, toen bisschop Zumarrage, de apostolische inquisiteur van Mexico was, werd homoseksualiteit (en vooral sodomie) een hoofdzaak van de Inquisitie. De gebruikelijke straffen voor homoseksualiteit waren strenge boetes, geestelijke penitenties, publieke vernedering en afranselingen.

De enige overblijfselen die een glimp tonen van het homoseksuele sociale leven tijdens de koloniale periode zijn de geschriften over de maatregelen van de rechtbank toen er zich homoseksuele schandalen voordeden. Eén van die best gekende maatregelen is de zuivering die plaatsvond in Mexico City tussen 1656 en 1663 en die resulteerde in een massa-executie.

Ketters en Joden werden verbrand in Alameda (een park bij het centrum van Mexico City), maar homo’s werden verbrand op een speciaal terrein, in een ander deel van de stad (San Lazáro) omdat homoseksualiteit geen vorm van ketterij was en daardoor ingedeeld werd bij de dubbelzinnige overtredingen. De groep die geëxecuteerd zou worden, werd naar San Lazáro gebracht waar ze eerst werden gewurgd. Ze hadden “gedaan met wurgen om acht uur ’s avonds die nacht… en toen staken ze hen in brand”. Honderden mensen kamen kijken naar deze gebeurtenis.

Het wurgen van de slachtoffers voor ze verbrand werden, werd gezien als een daad van barmhartigheid. Omdat verbranden zo veel pijn deed, werd er gevreesd dat de gevangenen hun geloof in God zouden verzaken en daardoor hun onsterfbare zielen zouden verliezen.

Postkoloniaal Mexico

De Mexicaanse onafhankelijkheid van Spanje in 1821 betekende het einde van de Inquisitie. De intelligente invloed van de Franse Revolutie en de korte Franse bezetting van Mexcio (1862-1867) had als gevolg dat het Franse strafwetboek werd overgenomen waarin stond dat sodomie geen misdaad was.

Deze legalisering van sodomie gaf mensen niet het recht om openlijk homoseksueel te zijn. De wet bevatte immers nog “minimumgedragsnormen die onmisbaar zijn voor het handhaven van de maatschappij”. Dit waren wetten die elk publiek gedrag bestraften dat als sociaal afwijkend werd aanzien. Deze vage wet gaf heel wat vrijheid voor interpretatie door de politie. Die liet zich verleiden tot het afdwingen van extra inkomsten zoals geld, juwelen… of seksuele gunsten.

In de nacht van 20 november 1901 viel de Mexicaanse politie binnen op een travestietenbal en arresteerde er 42 travestieten. Zij werden opgesloten in de Belén-gevangenis. Eén persoon werd vrijgelaten. De officiële verklaring was dat zij een “echte vrouw” was, maar aanhoudende roddels zeiden dat zij een dicht familielid van President Generaal Porfiro Díaz was. ‘Cuarenta-y-dos’ (42, diegene die wegkwam) is Mexicaans dialect en verwijst naar iemand die heimelijk ‘passief’ is (een man die zich laat neuken door andere mannen of bottom).

Zij die gearresteerd waren, werden in de gevangenis aan veel vernederingen onderworpen. Enkelen werden gedwongen om gekleed in hun jurken de straat schoon te vegen. Uiteindelijk werden ze allemaal in het Mexicaanse leger gestopt in Yucatan waar ze sloten en latrines moesten graven. Er werd heel wat gepubliceerd over het travestietenbal en over de nasleep ervan, met illustraties van mannen met snorren in dure jurken.

De inval op het bal van de 41 ‘maricones’ werd gevolgd door een inval op een lesbische fuif (waarover veel minder werd geschreven) op 4 december 1901 in Santa María.

De spectaculaire groei van Mexico City in de jaren 1930 werd vergezeld door de opening van homobars en homobaden, die de traditionele cruisingplaatsen zoals Amaleda, Zócola, Paseo de la Reforma en Calle Madero, aanvulden. Maar Mexicaanse homo’s bleven bij hun familie wonen en er waren geen homopublicaties of homoverenigingen. Homoseksualiteit werd clandestien bedreven.

De lagere Mexicaanse klassen waren geneigd om de vooroordelen over de relaties tussen tops en bottoms voor waar te nemen. Enkele wereldse hogere klassen keurden de vooroordelen over de verwijfdheid die verwacht werd van ‘pasivos’ af, zij waren geneigd om het beeld na te volgen van de Europese dandy van de late negentiende eeuw.

Tijdens Wereldoorlog II, waren er ongeveer 15 homobars in Mexico City, waarbij gedans was toegelaten in tenminste twee bars: ‘El Africa’ en ‘El Triumfo’. Deze relatieve vrijheid bleef duren tot 1959 toen, volgend op een gruwelijke drievoudige moord, de burgemeester elke homobar liet sluiten onder het mom van “de schoonmaak van de ondeugd”.

In zowel Mexico City als in Guadalajara, waren er sinds de jaren 1970 kortstondig enkele homo-bevrijdings-organisaties. Zo werd in 1971 het ‘La Frente Liberación Homosexual’ opgericht om te protesteren tegen het ontslaan van homo’s door de Sears winkels in Mexico City. ‘La Frente Homosexual de Acción Revolucionaria’ organiseerde protesten in Guadalajaran, en in de grote Mexicaanse steden doken kleine holebi-verenigingen op om niet lang daarna terug te verdwijnen.

Op vandaag zijn er in Mexico gayprides, holebi-publicaties en homo- en lesbienneverenigingen, net zoals in vele andere landen.

Homoseksualiteit in Mexico

Gaypride in Mexico

Gaypride in Mexico

Veel Mexicanen hanteren de volgende simpele activo-pasivo logica: “Ik ben een man, en als ik jou neuk, dan ben jij geen man”. Deze gedachte is niet alleen kenmerkend voor Mexico maar is ook aanwezig in andere landen van Latijns-Amerika.

Echter, de andere (=onze) perceptie dat mannen die seks hebben met mannen, ongeacht hun seksuele rol, homoseksueel zijn, zorgt voor een gevoel van onbehagen bij de Latijns-Amerikaanse ‘activos’ (tops) waardoor ze veelal hun seksuele geaardheid in het openbaar ontkennen. Aan de andere kant ontkennen ze niet dat er ultramannelijke mannen bestaan die zich graag laten neuken.

Het vooruitzicht om geneukt te worden, beangstigt ook Mexicaanse mannen omdat ze van dichtbij de extatische reacties zien van de mannen die ze neuken. Ze denken: “Als ik mij laat neuken door hem, zal ik er waarschijnlijk ook van genieten en zal ik het opnieuw willen en dan zal ik verwijfd worden.

Hoewel deze gedachte blijft bestaan in de lagere Mexicaanse klassen, wordt dezelfde gedachte als krankzinnig beschouwd door Mexicaanse holebi’s van de middel- en hogere klasse die trots zijn op hun moderne en wereldse leven. Mexicaanse homo’s die weigeren om onderverdeeld te worden bij ofwel ‘pasivo’ ofwel ‘activo’ worden ‘internacional’ genoemd; een woord met positieve bijbetekenissen van verfijndheid en moderniteit.

Recente studies tonen aan dat er sprake is van een langzame kentering in Mexico. Er wordt, mede doordat Mexicanen een beeld krijgen van hoe het met holebi’s is gesteld in andere delen van de wereld, iets minder gedacht in termen van ‘activo’ en ‘passivo’. Toch zal het nog ettelijke generaties duren voor deze gedachte helemaal verdwenen is.

Tags : ,
Geplaatst op 15 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Honduras

hondurasToen hij aan het zeilen was in de diepe vaargeulen voor de kust van Midden-Amerika aan het einde van de vijftiende eeuw, noemde Christopher Columbus het land daar “Honduras”, wat “dieptes” betekent. Sinds die Europese ontdekking, heeft deze Honduras gevochten om zijn onafhankelijkheid en identiteit te bewaren tegenover de politieke, religieuze en economische kolonisatie.

De druk van de Amerikaanse regering en bedrijven en van de katholieke kerk heeft bijgedragen tot de oprichting van rechtse regeringen en een grote conservatieve gemeenschap die niet holebi-vriendelijk is. Niettemin hebben holebi-activisten zich blootgesteld aan vooroordelen, geweld en discriminatie om hun standpunten in te nemen. Ze hebben sociale groepen en politieke organisaties gevormd om hun levenskwaliteit te verbeteren en om te vechten voor meer mensenrechten.

Honduras is net iets kleiner dan Engeland en heeft ongeveer 6,25 miljoen inwoners. De meeste van hen zijn Spaanssprekend, hoewel er nog enkele oorspronkelijke inwoners zijn overgebleven die nog steeds inheemse talen spreken. Ondanks de rijkdom van landbouwproducten zoals bananen en koffie en de export van hout, mineralen en vis, is Honduras lange tijd één van de armste landen van de wereld geweest. Dit is in grote mate te wijten aan Amerikaanse bedrijven die de regering van Honduras hebben gemanipuleerd en die arbeiders van Honduras hebben uitgebuit.

De gemeenschap van Honduras heeft, net zoals zoveel traditioneel katholieke culturen, conservatieve waarden. Toch toonden de Hondurezen in het pre-aids-tijdperk een zekere mate van tolerantie tegenover homoseksualiteit. Hoewel het nooit werd goedgekeurd, werd discreet homo-gedrag genegeerd. Lesbianisme werd openlijk veroordeeld, waarschijnlijk omdat lesbiennes zich niet onderworpen aan een man en daardoor de sociale hiërarchie bedreigden.

De groei van het holebi-bewustzijn

De komst van de aids-epidemie in Honduras in 1985 zorgde voor een algemeen angstgevoel en voor holebi-geweld. Tijdens de late jaren 1980 en de vroege jaren 1990, zorgde dit holebi-geweld voor een groei van holebi-bewustzijn.

In 1988 ontwikkelde een losjes georganiseerd lesbisch sociaal en politiek netwerk tot “Las Hijas del Maíz”, een feministische lesbische organisatie. Ook tijdens de late jaren 1980 verzamelde het kortbestaande “Amiga”-project fondsen voor een uitwisselingprogramma tussen lesbiennes uit Amerika en Honduras. De enige deelneemster, een lesbienne uit Rochester (New York) werd zo goed behandeld in Honduras dat ze er terugkeerde om intensief te werken met de groep “Mujeres por la Paz” (vrouwen voor vrede).

Andere holebi-organisaties waren geconcentreerd in de hoofdstad Tegucigalpa en in de noordelijke stad San Pedro Sula. In 1991 werd de Hondureze Vereniging van Homoseksuelen tegen aids opgericht. Dit werd gevolgd in 1994 door de komst van “Grupo Prisma”, een sociale holebi-organisatie. “Colectivo Violeta” werd opgericht in 1995 en bestond vooral uit homo’s en transgenders. Rond dezelfde tijd begon de holebi-rechten-groep “Comunidad Gay Sanpedrana” met gemeenschapsprojecten zoals internetcafés voor holebi-jongeren.

Inbreuken op de mensenrechten

Ondertussen gebruikte de regering de komst van aids als excuus om invallen te doen in homo-bars, holebi-organisaties lastig te vallen en om anti-holebi-wetten aan te nemen. In 2000 beschuldigde Amnesty International het land Honduras van ernstige inbreuken op de mensenrechten. Volgens hen had de laksheid van de politie ervoor gezorgd dat er meer dan 200 moorden op holebi’s en transgenders waren geweest tussen 1991 en 2000. Daarnaast klaagden ze de discriminatie van de regering aan tegenover holebi-organisaties zoals “Grupo Prisma” dat geen toestemming kreeg om zich te registreren als non-profit organisatie.

Ondanks de internationale druk ondertekende de president van Honduras, Ricardo Maduro, de sociale wet in mei 2002. Hierdoor kreeg de politie het recht om mensen te arresteren die verdacht werden van holebiseksualiteit en om invallen te doen op holebi-plekken. In januari 2004 keurde Oscar Kilgore, de burgemeester van San Pedro Sula, een inval goed op “Boyz”, de enige homo-bar in de stad en ongeveer twaalf mensen werden gearresteerd.

De tegenstand tegenover dit beleid blijft bestaan, zowel in Honduras als in de Verenigde Staten. De Amerikaanse groep van de Latino holebi’s heeft de Amerikaanse overheid opgeroepen om de holebi-rechten in Honduras te verbeteren. In 2002 organiseerden holebi-activisten een sit-in voor de ambassade van Honduras in Washington.

Tags : ,
Geplaatst op 15 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Guatemala

guatemalaGuatemala is het derde grootste land van Centraal-Amerika en bevat, na Mexico, het grootste aantal inwoners: 11,5 miljoen.

In 1524 maakte de Spaanse verovering holebiseksualiteit illegaal. Het werd terug uit de strafwet gehaald in de negentiende eeuw, maar het duurde tot de jaren 1960 en 1980 voor er in de gemeenschap van Guatemala een positieve houding verscheen tegenover holebi’s.

Guatemala tijdens de koloniale periode

Na de Spaanse verovering besloeg Guatemala een gebied dat nu uit zes landen bestaat: Belize, Costa Rica, El Savador, Guatemala, Honduras en Nicaragua. De Spanjaarden veroordeelden holebiseksualiteit, iets wat heel gewoon was voor Maya’s en vaardigden de Christelijke seksuele ethiek uit dat enkel een heteroseksuele relatie binnen een huwelijk aanvaardbaar seksueel gedrag was.

De Spaanse bezetting eindigde in 1821, maar de culturele overheersing van de katholieke kerk duurde tot 1871, toen een bevrijdingsrevolutie plaatsvond. Doorheen de hele “kerkelijke periode” was holebiseksualiteit illegaal en werd het vervolgd door de wet die stelde dat “sodomie” of “pecado nefando” verboden was. Deze wet besloeg zowel homoseksuele als lesbische daden, maar enkel homo’s werden vervolgd. Lesbianisme was onzichtbaar in deze cultuur waarin mannen centraal stonden.

Alhoewel holebiseksualiteit illegaal was, waren de straffen eerder mild. Inheemse bewoners werden door de wet als minderjarigen beschouwd en daardoor konden ze niet echt berecht worden voor seksuele overtredingen. In plaats daarvan kregen ze preken en lezingen.

De meeste overtreders tijdens deze periode waren monniken en priesters, maar als ze al bestraft werden voor deze overtredingen (wat slechts zelden gebeurde) moesten ze hun gevangenisstraf (van zes maanden tot vier jaar) uitzitten in hun eigen kloosters of religieuze huizen, niet in aparte gevangenissen.

De revolutie van 1871

In 1871 begon er een reorganisatie van de staat van Guatemala. De staat verzaakte aan de regels van de kolonie en veranderde de wetten die waren opgelegd door de katholieke kerk. Franse ideeën en concepten vervingen de oude wetten. Als deel van deze revolutie werd holebiseksualiteit legaal op daar in de grondwet stond dat private seksuele daden met wederzijdse toestemming tussen meerderjarigen geen zaak was van de staat.

De wet veranderde, maar de cultuur van het misprijzen van holebiseksuelen en holebiseksualiteit bleef nog lang aanhouden. Kleinerende grappen over holebiseksuele relaties waren heel gewoon en stonden zelfs in de krant.

Pas in de late jaren 1930 stichtte de beroemde lesbienne Julia Quiñones een culturele club van homo’s. De activiteiten van deze groep waren zeer discreet en bestonden vooral uit het lezen van poëzie. Toch was het een begin.

De jaren 1950 en 1960

Tijdens de jaren 1950 begon de houding van de inwoners van Guatemala tegenover holebiseksualiteit te veranderen. Na de seksoperatie van Christine Jorgensen in de winter van 1952-1953 begon men in de kranten voorzichtig over seks te schrijven. De belangrijkste van deze kranten “El Imparcial” publiceerde gedurende enkele weken een pagina over de “derde sekse”.

Deze openheid werd nog groter tijdens het beleid van President Generaal Miguel Ydigoras (1958-1963) die enkele beruchte homo’s belangrijke administratieve functies gaf.

Van aids tot nu

Aan het begin van de aids-epidemie tijdens de vroege jaren 1980 waren er in Guatemala geen culturele, sociale of politieke holebi-organisaties. Er was zelfs geen sprake van een holebi-gemeenschap. Daardoor had de aids-epidemie een zeer negatief effect op de houding tegenover holebiseksualiteit.

Maar in de jaren 1990 verschenen de eerste politieke holebi-organisaties. De belangrijkste “Colectivo Gay de Guatemala” veranderde in 2002 naar “Guatemalan Gay, Lesbian, Bisexual, Transsexual and Transgender Community”. Deze organisatie is steeds gegroeid en heeft nu een belangrijke stem in Guatemala.

Ondanks deze nieuwe politieke stem blijft holebi-geweld een ernstig probleem in Guatemala. Bovendien worden deze gewelddaden door de overheid van Guatemala niet met dezelfde ernst behandeld als andere misdaden. In juli en oktober 2003 werden verschillende travestieten vermoord en deze misdaden werden bijna niet onderzocht door de politie.

Tags : ,
Geplaatst op 15 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

El Salvador

El Salvador ligt langs de Stille Oceaan in Midden-Amerika, tussen Guetemala en Honduras. Het kleine land werd onafhankelijk van Spanje in 1821 en scheurde zich af van Mexico in 1823.

el-salvadorIn recente tijden hebben conservatieve regeringen het land bestuurd, waarbij de nadruk lag op het uitbuiten van de natuurlijke bronnen en de meerderheid van de bevolking, waarbij inheemse volkeren onder dwang werden onteigend. De levensstandaard in El Salvador is zowat de laagste van heel Midden-Amerika. Wereldwijd zijn al veel berichten verschenen over de gewelddadige onderdrukking van andersdenkenden zoals vakbonden, leerkrachten en linkse activisten.

El Salvador is het meest dichtbevolkte land op het vasteland van Amerika, met een geschatte bevolking van 6,5 miljoen mensen in 2003. Daarvan woont ongeveer 1 miljoen in het buitenland nadat ze gedwongen werden het land te verlaten als gevolg van de burgeroorlog tussen 1979 en 1991.

De strijd tussen het FMLN (Farabundo Martí Front for National Liberation) en de rechtse regering (die door de Verenigde Staten werd gesteund) leidde tot meer dan 80.000 doden. Er kwam een formeel einde aan deze oorlog met de ondertekening van vredesakkoorden in 1992, maar tot op vandaag is er nog steeds sprake van een diepgewortelde cultuur van geweld, armoede en ongelijkheid.

Het traditionele katholicisme en de rechtse militaire dictaturen hebben een vijandig klimaat gecreëerd voor holebi’s in El Salvador. Pas in recente jaren zijn er pogingen geweest om een culturele, sociale en politieke holebi-organisatie op te richten, alhoewel er al een sociaal holebi-leven bestond sinds de vroege jaren 1970, onder de vorm van holebi-bars in de hoofdstad van El Salvador.

Hoewel El Salvador geen wetten heeft die sodomie verbieden, is er heel wat geweld tegenover holebi’s en dan vooral tegenover man-tot-vrouw-transgenders. Paramilitaire doodseskaders hebben de situatie nog erger gemaakt tijdens de oorlog. In juni 1984 bijvoorbeeld martelde en vermoordde een militair bataljon 16 “travestís”. En één van de beste voorbeelden van de homofobische vijandigheid tegenover holebi’s is de veelgebruikte term “culero”, dat vertaald kan worden als “mietje”.

De Vredesakkoorden van 1992 vergrootten de hoop voor meer democratie. Minderheidsgroepen in El Salvador, waaronder holebi’s, kregen toegang tot internationale middelen voor meer mensenrechten en sociale en economische ontwikkelingen. Het resultaat hiervan was de oprichting in 1994 van de non-gouvernementele holebi-organisatie “Entre Amigos”.

Sindsdien zet “Entre Amigos” zich in voor meer holebirechten en maakt deze organisatie educatieve programma’s rond hiv en aids. “Entre Amigos” houdt ook een lijst bij van holebigeweld, waaronder de doodsbedreigingen op William Hernández, hun directeur.

Vanaf 1997 sponsort “Entre Amigos” de gayprides in San Salvador. In 1999 kwamen meer dan 700 mensen op straat om te ijveren voor meer herkenning en veiligheid voor holebi’s.

Toch blijft de onderdrukking van holebi’s aanhouden in El Salvador. In 1998 werden elf transgenders afgeslacht, er waren bommeldingen in 1999 en “Entre Amigos” kreeg anonieme bedreigingen in 2000. In 2001 kreeg Hernández politiebescherming naar aanleiding van de doodsbedreigingen die hij kreeg.

Dit patroon van “sociale zuiveringen”, herinnert aan de doodseskaders tijdens de oorlog en zorgt ervoor dat de holebi’s in El Salvador nog voor heel wat uitdagingen staan.

Tags : ,
Geplaatst op 15 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.