Caraïben
De Caraïbische eilanden zijn bekend om hun aangenaam tropisch klimaat. Helaas is het klimaat voor holebi’s er maar bedroevend.
Voor de Europese ontdekkingsreizigers er voet aan land zetten (Christopher Columbus in 1492), leefden er al eeuwenlang Indianen op de Caraïbische eilanden. De komst van de Europeanen betekende de ondergang van de inheemse bevolking. Veroveraars slachtten ze af en kolonisten maakten slaven van hen. De strenge onderdrukking en nieuwe ziektes eisten een zware tol. Enkele Indianen konden zich aanpassen aan de Europese cultuur, maar de meesten van hen vonden de dood.
De Spanjaarden openden de deur naar de Caraïben voor ontdekkingsreizen en nieuwe nederzettingen. Andere landen zoals Engeland, Frankrijk en vooral Nederland stichtten in de regio kolonies. In vele gevallen werden de eilanden veroverd en meerdere keren heroverd door oorlogvoerende landen. Er waren ook plunderende piraten.
De Europeanen hoopten om er goud te vinden, maar daar was slechts weinig van te vinden in de Caraïben, waardoor de kolonisten overschakelden naar landbouw. Daar de Indianen bijna allemaal vernietigd waren, begon men vanaf de zestiende eeuw slaven te importeren van West-Afrika om er te werken op plantages.
De communicatie tussen de slaveneigenaars en de slaven zorgde voor nieuwe talen: het Creools. Het Franse Haïtaanse Creools is het best gekend. In Jamaïca is Engels de basis voor het Creools en in de Nederlandse Antillen heeft het Creools Nederlandse invloeden.
Naast hun talen brachten de Europeanen ook hun religies mee. Vooral op de Spaanse en Britse eilanden speelden en spelen deze godsdiensten een belangrijke rol in de culturele vooroordelen tegenover holebi’s.
De negentiende eeuw bracht een groot debat over slavernij mee. Haïtiaanse slaven kwamen onder leiding van Toussaint L’Ouverture in opstand in 1801, wat leidde tot de onafhankelijkheid van het land in 1804. Op andere eilanden waren de gebeurtenissen minder dramatisch. De afschaffing van slavernij kwam er geleidelijk, vooral tussen 1830 en 1850.
Cuba werd onafhankelijk in 1902, maar de meeste Caraïbische eilanden bleven kolonies van Europese landen. In de jaren 1960 kozen vele Britse eilanden ervoor om onafhankelijke leden te worden van het Britse gemenebest. Aruba werd een zelfstandig lid van het koninkrijk Nederland in 1986, maar de andere Nederlandse eilanden bleven vooral politiek een deel van Nederland. Gelijkaardig is het op de Franse eilanden waar de bewoners er de Franse identiteit hebben. Sinds de Spaans-Amerikaanse oorlog regeert de Verenigde Staten over Puerto Rico.
Vanaf de twintigste eeuw werd het toerisme zeer belangrijk voor de Caraïben. Maar ondanks alle initiatieven worden holebi’s er nog steeds niet hartelijk verwelkomd.
Puerto Rico
De hardnekkige invloed van de katholieke kerk op Puerto Rico zorgde ervoor dat holebi’s er niet werden geaccepteerd. Ook het concept ‘machismo’, dat mannelijkheid gelijk stelt aan macht, draagt toe tot dit probleem. Fysieke kracht en de mogelijkheid om een gezin te onderhouden worden als mannelijk gezien, maar het belangrijkste voor de macho is zijn seksuele aantrekkingkracht om vrouwen te veroveren. Zelfs een man met weinig macht kan het respect van anderen verdienen door macho-karakter. Anderzijds kan een man sociaal uitgesloten worden omdat hij geen macho is.
In recente tijden heeft de pinkstergemeenschap aan kracht gewonnen in Puerto Rico. In 1990 zei activist Roberto Caballero dat de katholieke kerk en de pinkstergemeenschap de meest invloedrijke krachten waren om de publieke opinie te vormen over holebi-rechten.
Ook de politieke partijen in Puerto Rico zijn niet enthousiast over holebi-rechten. In 1991 verklaarde activist José Santini dat er “in de onafhankelijkheidsbeweging heel wat homofobie aanwezig was”. Hoewel deze beweging liberaal was en daardoor heel wat steun kreeg van holebi’s, werden zij niet erkend als minderheid.
Pedro Julio Serrano was de eerste openlijke homo die zich in 1998 verkiesbaar stelde. Maar ondanks zijn levenslange werk voor de Nieuwe Progressieve Partij, werd hij niet gesteund door zijn oversten. Sommigen van hen zeiden zelfs dat ze hem niet kenden.
De onafhankelijke campagne van Serrano ging gepaard met angst en gevaar; hij werd bedreigd en zijn eigendommen werden beschadigd. Alhoewel hij gedwongen werd om zijn campagne te staken omwille van geldtekort, blijft Serrano zich inzetten voor meer holebi-rechten in Puerto Rico.
Recent was er in Puerto Rico een politiek gevecht in de campagne om de anti-sodomie-wet (artikel 103) te herroepen. Uiteindelijk schafte de senaat deze wet af in 2003.
Reisgidsen prijzen vooral Puerto Rico aan als de meest holebi-vriendelijke bestemming in de Caraïben, waarbij ze verwijzen naar de bars, café’s en hotels in San Juan waar de holebi’s vriendelijk worden ontvangen. Andere Puertoricaanse steden hebben kleinere gayscenes.
Ondanks de aanbevelingen in reisgidsen eiste de conservatieve vertegenwoordigster Miriam Ramírez de Ferrer in 2004 dat een zin op de officiële Puertoricaanse toeristenwebsite werd veranderd. Er stond te lezen: “Puerto Rico heeft diverse producten te bieden aan diverse marktsegmenten, waaronder de holebimarkt.” Ramírez eiste dat de bijzin werd geschrapt.
Het is duidelijk dat er nog heel wat dient te gebeuren voor Puertoricaanse holebi’s gelijke rechten krijgen. Toch zijn er hoopvolle signalen. Dankzij de inzet van organisaties zoals “Puerto Rico para Todos” worden holebi’s meer zichtbaar en wordt er meer naar hen geluisterd.
De Amerikaanse Maagdeneilanden
De Amerikaanse Maagdeneilanden St. Croix, St. Thomas en St. John zijn eigendom van de Verenigde Staten. In 1984 werd sodomie er gelegaliseerd.
Er zijn maar weinig inwoners op de Maagdeneilanden en veel gayscene is er niet. Toch heeft St. Croix twee holebi-hotels. Hotel ‘The Cormorant Beach Club’ heeft pakketten waarin ook verbintenisplechtigheden zitten. Lokale holebi’s en toeristen genieten er van het restaurant, de bar, het strand en elkaar.
De Dominicaanse Republiek
Columbus kwam in 1492 aan op het eiland Hispaniola en vier later werd Santo Domingo, de oudste Europese nederzetting, opgericht.
Haïti veroverde en bezette de Dominicaanse republiek van 1822 tot 1842 en de Verenigde Staten controleerden het land van 1916 tot 1924. Rafael Trujilo, die werd verkozen in 1930, hield een wreed bewind aan tot 1960. Onder zijn bewind was rijkdom en macht in handen van slechts enkele personen, terwijl het merendeel van de bevolking in armoede leefde en geen kans had om een goede baan te bemachtigen.
De Dominicaanse wet maakt geen onderscheid tussen hetero- en homo- of lesbische seks. Voor iedereen is de leeftijd waarop seks is toegelaten achttien jaar. Echter, in het strafrechtboek bestraft Artikel 330 “elke overtreding van decorum en goed gedrag op openbare straten” met een gevangenisstraf van twee jaar. Deze wet wordt soms gebruikt om homo’s te viseren. In 2003 slaagde Luis Villalona-Pérez erin om politiek asiel te verkrijgen in de Verenigde Staten daar hij bewijs kon voorleggen van “bedreigingen, slagen, pesterijen en vernederingen” in de Dominicaanse Republiek omwille van zijn seksuele geaardheid.
Reisgidsauteur Richard Ammon meldt dat er buiten Santa Domingo slechts weinig holebi-leven is in de Dominicaanse Republiek en dat de socio-economische klasse een belangrijke invloed heeft op de holebi’s. Leden van de meer invloedrijke klassen hebben niets tegen rijke holebi’s maar ze hebben geen interesse voor eerder arme holebi’s en weren ze uit hun clubs en restaurants.
Er is een kleine lesbische gemeenschap in de hoofdstad en jonge vrouwen voelen zich nu vrijer dan hun voorgangsters om voor niet-traditionele levenswijzen te kiezen. Toch, in een cultuur die beïnvloed wordt door de katholieke kerk, wordt van meisjes verwacht dat ze echtgenotes en moeders worden. Zo zijn er veel jonge mensen die kiezen voor een heteroseksueel huwelijk en die in de kast blijven in plaats van zich te outen.
Met zoveel holebi’s die in de kast blijven, is het moeilijk om de bevolking in te lichten over aids. Toch zijn er sinds de jaren 1990 organisaties zoals “Amigos Siempre Amigos” actief die raad en steun geven aan holebi’s.
De Nederlandse eilanden
Vanaf 1630 waren er Nederlanders op de Caraïben. St. Maarten, St. Eustatius, Saba, Aruba, Bonaire en Curaçao maken deel uit van het koninkrijk Nederland. Sinds 1986 heeft Aruba een zekere mate van zelfbestuur. De inwoners van de andere eilanden zijn Nederlanders.

De Nederlandse eilanden in de Caraïben, zoals Sint-Maarten en Saba, zijn een toonbeeld van homovriendelijkheid
De Nederlandse eilanden zijn holebi-vriendelijker dan de andere eilanden in deze regio. De wetten maken geen onderscheid tussen homo, lesbische en hetero seks. De leeftijd vanaf wanneer seks is toegestaan is voor iedereen zestien jaar.
Het kleine Saba heeft een homo als directeur van toerisme en is een populaire winterbestemming voor homo’s. Holebi’s worden er vriendelijk verwelkomd maar er is geen echte gayscene.
Duitser Boris Strehlke vertelt dat hij en zijn partner Michael Hirner besloten om hun hotel “Delfina” te openen op St. Maarten nadat ze vijandigheid tegenover holebi’s ervaarden in de Engelse Caraïben. Wat het sociale leven betreft getuigt Strehlke dat “er geen gayscene is in St.Maarten. De scene is gemengd, maar daar trekt niemand zich iets van aan. Je kunt als homo of lesbienne gerust dansen met je vriend of vriendin, niemand maakt er zich druk om”.
De situatie is gelijkaardig op de Nederlandse eilanden, waarvan geen enkele groot noch dichtbevolkt is. Natuurlijk is er wel eens sprake van homofobie, maar meestal worden holebi’s er aanvaard.
De Franse eilanden
De Fransen vestigden zich op Guadeloupe, Martinique en St. Martin in de jaren 1630 en tien jaar later op St. Bartholomeus. St. Bartholomeus werd aan Zweden verkocht in 1784 maar terug aangekocht in 1877. De vier eilanden zijn politiek bezit van Frankrijk en dus heersen er de Franse wetten. De leeftijd waarop seks is toegestaan, is voor iedereen 15 jaar.
De toerisme-industrie beschouwt de Franse eilanden als de meest holebi-vriendelijke, maar toch heeft geen enkel Frans eiland een gayscene.
Op Martinique verbergen homo’s vaak hun geaardheid, niet alleen om hun eigen reputatie te beschermen maar ook die van hun familie. Reputatie is heel belangrijk op het kleine eiland.
Dat “verbergen” bestaat erin dat vele homo’s van Martinique met een vrouw trouwen of er een vriendin op nahouden terwijl ze in het geheim andere homo’s ontmoeten. Toch lijkt er nu verandering in deze situatie te komen. Steeds vaker outen jonge homo’s zich op Martinique. Toch kunnen we nog niet zeggen dat er holebi-rechten zijn in Martinique.
Hoewel holebi-toeristen er meestal aanvaard worden, maakt de conservatieve cultuur op de Franse eilanden het moeilijk voor de lokale holebi’s om zich te outen.
Haïti
De Fransen maakten hun eerste vestiging in Haïti in het midden van de zeventiende eeuw en heersten over het land tot het door een revolutie aan het begin van de negentiende eeuw onafhankelijk werd.
De geschiedenis van de Haïtiaanse politiek is tumultueus, met veel onderdrukking en corruptie. Dit was vooral het geval onder de heerschappij van de familie Duvalier bestaande uit François “Papa Doc” en zijn zoon Jean-Claude “Baby Doc”. Deze laatste ontvluchtte het land in 1986.
Op Haïti is er een enorm verschil tussen de rijke elite minderheid en de arme meerderheid. Haïti heeft het laagste gemiddelde inkomen per inwoner van de Westerse wereld. Het land heeft enorme schulden, die meestal het gevolg zijn van misbruik en corruptie tijdens de heerschappij van de familie Duvalier. Daardoor is er zeer weinig geld voor belangrijke openbare noden zoals infrastructuur en gezondheidszorg.
Een belangrijk probleem in de gezondheidszorg is de aids-epidemie. In 2003 had 6,1 procent van de volwassen Haïtianen aids. Naast een gebrekkige gezondheidszorg, zorgt ook het gebrek aan onderwijs voor de verspreiding van de ziekte. Door de laaggeletterdheid is het moeilijk om de Haïtianen te informeren. Ook preventiecampagnes maken niet veel uit daar de meeste inwoners noch een televisietoestel noch een radio hebben.
In Haïti wordt aids niet gezien als een “homoziekte”. Een even groot aantal biseksuele mannen, heteromannen en vrouwen heeft er aids. Verschillende internationale organisaties voorzien onderwijsprogramma’s en behandelingen in Haïti, maar de situatie blijft er zorgwekkend.
Hoewel homoseksuele en lesbische relaties legaal zijn in Haïti en er slechts weinig holebi-geweld is, bestaat er geen echte holebi-gemeenschap. Tijdens de jaren 1980 vernietigde Jean-Claude Duvalier er de gayscene onder het mom van “aids tegen te houden”. Dit maakte de situatie enkel slechter daar holebi’s nu gedwongen werden om elkaar in het geheim te ontmoeten en er nog minder sprake was van aidspreventie. Het regime van Jean-Bertrand Aristide, een voormalige katholieke priester, deed niets om het lot van Haïtiaanse holebi’s te verbeteren.
De Britse eilanden
Verschillende Caraïbische eilanden maken deel uit van het Britse Gemenebest. Vele van deze eilanden werden begin de zeventiende eeuw bij het Britse rijk gevoegd. Anderen werden later ingewonnen door overeenkomst of door verovering.

Jamaïca heeft geen al te homovriendelijk imago
De Britse eilanden zijn de minst holebivriendelijke. Op Jamaïca is het klimaat ronduit vijandig. Door dat homofobische geweld zagen sommige Jamaïcanen zich verplicht om asiel aan te vragen in andere landen. Honderden van hen zijn aangevallen en geslagen, soms met fatale afloop. Amnesty International tekende in 2001 op dat de Jamaïcaanse politie een grote rol speelde in het lastigvallen, slaan en willekeurig arresteren van homo’s.
Jamaïca heeft ook nog steeds een anti-sodomiewet waardoor vele homo’s in de kast blijven. Wie betrapt wordt op homoseksuele handelingen kan een tienjarige gevangenisstraf met dwangarbeid krijgen.
Er is ook sprake van homofobie in Jamaïcaanse reggae-liedjes, waarin soms aangespoord wordt om homo’s te vermoorden. Activist Peter Tatchel klaagde deze homofobische teksten aan tijdens de Mobo Awards in 2002 en 2003 en werd aangevallen door boze reggae-fans. Drie reggae-zangers verdedigden hun teksten door aan te halen dat “homofobie deel uitmaakt van de Jamaïcaanse cultuur”. De Jamaïcaanse holebi-rechtenvereniging “J-Flag” zegt dat er sprake was van een golf aan homofobische aanrandingen en moorden door deze anti-homoliedjes.
J-Flag werd opgericht in 1998 en werkt aan de levensverbetering van Jamaïcaanse holebi’s door hen te steunen, te ijveren voor gelijke rechten en asielzoekers te helpen bij hun aanvraag.
Discriminatie blijft schering en inslag in Jamaïca. Zo herbergt het eiland de bekende “Sandals” hotelketen waar enkel heteroseksuele koppels als gasten worden aanvaard.
Ook de Kaaimaneilanden discrimineren holebi-reizigers en weigerden in 1998 aan een cruiseschip met 900 homo’s om aan te meren. Thomas C. Jefferson, de minister van toerisme van de Kaaimaneilanden verdedigde deze actie met het volgende: “Nauwkeurig onderzoek en eerdere ervaringen hebben ons doen besluiten dat deze groep zich niet aan de standaard van de gemiddelde reiziger zou houden.” Die “eerdere ervaringen” bestond uit een bezoek van homo’s in 1987 die in het openbaar hun liefde aan elkaar toonden, wat volgens Jefferson de lokale inwoners “beledigde” en “stoorde”.
In 1998 zorgde de geplande aankomst in de Bahama’s van een cruiseship met homo’s voor een protest door bisschop Harcourt Pindar. De eerste minister Hubert Ingraham veroordeelde het homofobisch protest en zei: “Homoseksualiteit is geen besmettelijke ziekte en het is geen misdaad in de Bahama’s.” Toch kan je voor homoseksualiteit in het openbaar op de Bahama’s een gevangenisstraf krijgen.
Door druk van de Britse regering werd in 2001 holebiseksualiteit gelegaliseerd in de Britse eilanden. Echter, de lokale overheid van de Kaaimaneilanden legde deze beslissing naast zich neer en ook anderen houden er zich niet aan. Het is duidelijk dat er nog heel wat dient te gebeuren eer holebi’s op de Britse eilanden gelijke rechten zullen kennen.
Besluit
De geschiedenis van de Caraïbische eilanden is niet altijd gunstig geweest voor holebi’s en dat is nog altijd niet het geval. Toch zijn er hier en daar al enkele stappen gezet, waardoor de hoop dat de situatie zal verbeteren, groeit.
