Behalve muze en bron van inspiratie voor andere schrijvers, was de Amerikaanse expat Natalie Clifford Barney, bekend als de amazone, ook dichteres, memoiresschrijfster, en epigrammenschrijfster uit eigen hoofde.
Barney werd geboren in Dayton, Ohio, op 31 oktober 1876; ze groeide op in Cincinnati en Washington D.C. Haar vader, Albert Clifford Barney, erfde een spoorwegenfortuin, en toen de familie in Washington leefde, kwam Natalie terecht in de hoogst geplaatste sociale en diplomatieke kringen. Het stroeve protocol van de hogere kringen verveelde haar echter, en ze was erop gebrand haar eigen avonturen verder te zetten in een omgeving die eerder bevorderlijk was voor seksuele, en in het bijzonder lesbische, uitdrukking. Als kind bezocht ze Europa verscheidene malen, en toen ze vierentwintig jaar oud was, installeerde ze zich permanent in Parijs.
Natalie Barney, die bekend stond voor haar theatrale liefdesrelaties – waarvan de meest opmerkelijke met dichteres Renée Vivien en schilderes Romaine Brooks – en haar filosofisch engagement ten opzichte van flirterig gedrag en antimonogamie, ontmoette haar laatste geliefde op een parkbankje in de “Avenue des Anglais” in Nice, in 1956 op negenenzeventig jarige leeftijd.
Haar leven en temperament waren een bron van inspiratie voor vele literaire portretten, waaronder die van “Flossie in Idylle sapphique” (1901) van Liane de Pougy, alsook Miss Flossie in “Claudine s’en va” (1903) van Colette, Valerie Seymour in “The Well of Loneliness” (1928) van Radclyffe Hall, en Laurette in “L’Ange et les pervers” (1930) van Lucie Delarue Mardrus.
Hoewel deze personages erg van elkaar verschillen, delen ze toch een sterke lesbische identiteit, spirituele grootmoedigheid en de kundigheid om met zichzelf te lachen. René de Gourmont, de Franse schrijver en literaire criticus, ging een nauwe vriendschap aan met Natalie Barney nadat hij haar “Eparpillements” (1930) gelezen had. Hij publiceerde twee verzamelingen brieven die hij naar haar geschreven had. “Lettres à l’amazone” (1914), en “Lettres intimes à l’amazone” (1926), en zodoende werd ze in Franse literaire kringen gekend als “de Amazone”.
Barney was niet enkel de muze voor andere schrijvers, maar ook dichteres, memoiresschrijfster en epigrammenschrijfster uit eigen hoofde. Haar eerste reeks gedichten, “Quelques portraits-sonnets de femme”s, werd uitgegeven in 1900.
Hoewel haar dichtkunst en toneelstukken meestal jeugdwerken of verouderde toepassingen in de negentiende-eeuwse Franse versvorm zijn, zijn haar memoires en portretten zoals “Aventures de l’espirit” (1929), en “Souvenirs Indiscrets” (1960) levendige , scherpzinnige stukken waarin vele holebi’s beschreven worden die het literaire salon, dat ze in Parijs gedurende vijftig jaar openhield, bezochten: Colette, André Gide, Lucie Delarue Mardrus, Gertrude Stein, Djuna Barnes, Romaine Brooks, Oscar Wilde, Marcel Proust. Ze becommentarieert de holebilevensstijlen in die periode, waarbij ze blijk geeft van een bezielde verdediging van holebiseksualiteit en dit met dezelfde ongegeneerde openheid en enthousiasme waarmee ze haar eigen leven leidde.
Het zijn echter de epigrammen – “Eparpillements, Pensées d’une amazone” (1920) en “Nouvelles pensées d’une amazone” (1939) – die haar echte literaire verdiensten bekrachtigen en die een uitzonderlijk talent tonen voor mooi geformuleerde, perfect doelende verbale steken en ironische commentaren.
Natalie Barney overleed op 24 april 1972, op vijfennegentig jarige leeftijd in hetzelfde huis in 20 Rue Jacob waar ze gedurende meer dan vijftig jaar geleefd had en haar salon openhield. Het duurde echter tot in 1992, met de publicatie van “A Perilous Advantage” en “Adventures of the Mind”, dat haar werk beschikbaar werd voor Engelstalige lezers.