Ich bin meine eigene Frau
Het levensverhaal van Charlotte von Mahlsdorf, die als Lothar Berfelde werd geboren. Charlotte overleefde als travestiet het Nazi-regime en de onderdrukking van de communisten en hielp mee aan de start van het Duitse holebi-bevrijdingsbeweging. Twee acteurs spelen Charlotte als jongere en als vrouw van middelbare leeftijd. Ze speelt zichzelf tijdens haar latere jaren.
Een buitengewone biografie door de baanbrekende von Praunheim
“Ich bin meine eigene Frau” is één van de beste films van Rosa von Praunheim. Het is een biografie over de beroemde Berlijnse travestiet Charlotte von Mahlsdorf en de film mengt de verschillende stijlen van von Praunheim: taboedoorbrekend, zelfspot en hedendaags.
De film gebruikt Tima die Göttliche, een beroemdheid in Berlijn, als de jonge von Malhlsdorf. Er zijn heel wat overeenkomsten tussen de regisseur, de hoofdacteur en het onderwerp van de film. Alle drie zijn het Berlijnse artiesten, ze gebruiken alle drie vrouwelijke namen en twee van hen hebben hun familienamen gebaseerd op de namen van de voorsteden van waar ze komen.
Charlotte, uit de slaperige voorstad Mahlsdorf in Oost-Berlijn, was zoals von Praunheim een pioniersfiguur. Ze slaagde erin om tijdens de periode van de DDR, om één van de mooiste paleizen in ere te herstellen en ze bewaarde ook de hele inboedel van een van de eerste homobars van Berlijn (nadat de DDR-overheid de bar had gesloten en het gebouw had neergehaald).
Omwille van de ruchtbaarheid die deze film haar gaf, vluchtte Charlotte weg uit Duitsland naar Zweden. Daar werd ze helaas ook lastiggevallen door toeristen. Deze film zorgde ervoor de Charlotte een levende legende werd.
Regie: Rosa von Praunheim
Verhaal: Valentin Passoni
Cast: Charlotte von Mahlsdorf, Jens Taschner, Ichgola Androgyn, Robert Dietl, Beate Jung, Sylvia Seelow, Evelyn Cron, Utz Krauze, Rainer Luhn, Tima die Göttliche, Lina Androwna, Ovo Maltine, Bert Pesalla, Andreas Schroeck, Joachim Stargard, e.a.
Release: 1992
Nicht der Homosexuelle ist pervers, sondern die Situation in der er lebt
Daniel leert in Berlijn de oudere Clemens kennen. Als hij hem vraagt om met hem te trouwen, weigert Clemens. Uit wraak zoekt Daniel zich een steenrijke minnaar. Als deze hem bedriegt, gaat hij naar de openlijke toiletten en ’s nachts naar het park om zich over te geven aan zijn driften…
Een schandaalfilm
Rosa von Praunheim veroorzaakte een schandaal met deze film. Kort voor de uitzending ervan, in 1972, besliste de ARD de film niet uit te zenden. Een jaar later nam de Beierse televisie dezelfde beslissing.
Wie vandaag naar de film kijkt, en het homowereldje een beetje kent, zal niet meer zo snel verrast worden. Echter, begin de jaren 1970 rustte er nog steeds een groot taboe op homoseksualiteit, ook in Berlijn.
Regie: Rosa von Praunheim
Verhaal: Martin Dannecker
Cast: Berryt Bohlen, Bernd Feuerhelm, Ernst Kuchling, e.a.
Release: 1971
Der Einstein des Sex
Het levensverhaal van Dr. Magnus Hirschfeld, een Duitse Jood, die als dokter de seksuologie startte en die vocht tegen de Duitse anti-sodomie-wetten. Verschillende mensen die belangrijk waren in zijn leven passeren de revue: Baron von Teschenberg, zijn onbereikbare liefde, Karl Giese, zijn hulpje en de travestiet Drochen. Magnus Hirschfeldwerkte mee aan de stichting het eerste instituut voor seksuele wetenschappen in Berlijn in de jaren 1920 en we zien hoe hij zich inzet om het instituut open te houden tot de opkomst van de nazi’s.
Leuk thema, slechte film
Het levensverhaal van dokter Hirschfeld die zich aan het einde van 19de eeuw inzette voor een betere positie van holebi’s en transseksuelen is beslist interessant als thema en de man verdient ongetwijfeld een mooie biografie. Jammer genoeg slaagt deze film er niet in. De personages zijn totaal niet levensecht en de acteurs lijken eerder hun dialogen af te rammelen in plaats van ze te spelen.
Dit is geen aanrader voor iemand die nog nooit van Magnus Hirschfeld heeft gehoord.
Regie: Rosa von Praunheim
Verhaal: Chris Kraus
Cast: Friedel von Wangenheim, Ben Becker, Wolfgang Völz, Otto Sander, Meret Becker, Monika Hansen, Gerd Lukas Storzer, Olaf Drauschke, Tima die Göttliche, Kai Fischer, Kai Schuhmann, e.a.
Release: 1999
Can I Be Your Bratwurst, Please?
Een grappige kortfilm over Jeff Stryker en zijn ‘braadworst’ en zijn avonturen in een hotel in Hollywood tijdens de kerstperiode.
Vier kerstmis met Jeff Stryker !
De ‘braadworst’ van Jeff Stryker doet iedereen zin krijgen. Al de gasten van een hotel in Hollywood krijgen allerlei fantasieën als ze Jeff zien. Er is een Marilyn Monroe-imitatie, een leerfanaat met een klein wit hondje en de moeder van de hoteleigenaar. Allen hunkeren ze naar het vlees van Jeff, maar het is aan de kersttafel dat hun ultieme fantasie waarheid wordt…
“Can I Be Your Bratwurst, Please?” is een grappig kortverhaal.
Regie: Rosa von Praunheim
Verhaal : Lawrence Elbert
Cast : Jeff Stryker, Karl-Heinz Teuber, Luzi Kryn, Selene Luna, Vaginal Davis, Cecilia Tijerina, Sirena Irwin, e.a.
Release : 1999
Ein Virus kennt keine Moral
Duitse satire op de aidshysterie van de jaren 1980 van en met Rosa von Praunheim. Rüdiger, eigenaar van een sauna, raakt met het aidsvirus besmet…
Een grensverleggende satire over aids
Deze film was in 1986 grensverleggend. De altijd vernieuwende Rosa von Praunheim brak het ijs door een satire te maken over aids. Dit werd later herhaald door verschillende onafhankelijke regisseurs uit Canada en de Verenigde Staten waarbij ze ook de muzikale parodie van von Praunheim imiteerden.
Deze film is nog steeds de belangrijkste in dit genre. Von Praunheim werd zowat geboycot omdat hij de draak stak met een onderwerp als aids. Maar hij bleef erbij dat satire noodzakelijk was omdat de wereld tot toen aids had genegeerd. (Pas bij de dood van Rock Hudson begon men in de Verenigde Staten aandacht te hebben voor aids).
Verwacht je dus niet aan een doorsneefilm.
Regie: Rosa von Praunheim
Verhaal: Rosa von Praunheim
Cast: Dieter Dicken, Maria Hasenäcker, Christian Kesten, Eva-Maria Kurz, Rosa von Praunheim, Lotti Huber, Thilo von Trotha, e.a.
Release: 1986
Praunheim, Rosa von (1942)
Rosa von Praunheim is één van de leidende homo-activisten en kroniekschrijvers over het holebi-leven van Duitsland. In bijna zestig films, gemaakt over veertig jaar, focust hij zich op de holebigemeenschap door middel van doelbewuste confrontatie, provocatie en satire om holebi’s aan te zetten tot zelfonderzoek en om de holebi-rechten te verbeteren.
Hij werd geboren als Holger Bernhard Bruno Mischnitzky op 25 november 1942 in Letland. Hij veranderde zijn naam in de vroege jaren 1960. Hij ontleende de naam “Rosa” van “rosa Winkel” een referentie naar de roze driehoek tijdens het tijdperk van de Nazi’s. De “von” nam hij aan als teken voor de Duitse adel. De naam “Praunheim” zou de naam van de voorstad in Frankfurt zijn waar hij opgroeide.
Hij studeerde kunst en begon films te maken in de late jaren 1960. Na een vroeg succes met “Die Bettwurst” uit 1970, een parodie op het heteroseksueel huwelijk, begon hij films te maken met holebithema’s die de holebibevrijding vooruit hielpen.
De eerste holebifilm van von Praunheim “Nicht der Homosexuelle ist pervers, sondern die Situation, in der er lebt” uit 1970 ging gepaard met controversie en met harde kritieken van conservatieven en liberalen voor de negatieve en vernederende portrettering van onverantwoordelijk seksueel gedrag en narcisme in de holebi-gemeenschap.
Hoewel von Praunheim er in het openbaar naar refereert als zijn “mietjesfilm”, voegt hij er altijd aan toe dat deze film de holebi-rechtenbeweging startte in Duitsland en leidde tot de oprichting van de “Homoseksuele Interesse Vereniging”.
Controversie en schandaal zijn niet vreemd voor von Praunheim. Al vroeg in zijn carrière zorgde hij voor controversie door politici en zakenmannen te outen op de Duitse televisie, een praktijk waarvan hij later spijt kreeg.
Eén van zijn meest controversiële films is de nihilistische, scherpe en komische beschrijving van aids in de holebi-gemeenschap “Ein Virus kennt keine Moral” uit 1985, een combinatie van musical met een moraalstuk. De film valt de medische wereld, regeringen, journalisten, benefietorganisaties en homo’s aan voor hun passiviteit tegenover de epidemie. In deze film speelt von Praunheim zelf een seropositieve sauna-eigenaar die seks gelijkstelt met het leven.
Von Prauheim is gepassioneerd door het activisme en speelt vaak mee in zijn eigen films, soms op die manier dat het lijkt alsof hij naar ruchtbaarheid streeft. In “Armee der Liebenden oder Revolte der Perversen” uit 1972 bijvoorbeeld filmt hij studenten die een homopornoster filmden die hem pijpt, zodat zij extra beelden zouden hebben voor een filmproject.
De jaren vol controversies en conflicten met de holebigemeenschap zorgden in 1995 voor de autobiografische film “Neurosia” (een samentrekking van neurose en rosa), waarin een dragqueen de moord op von Praunheim onderzoekt en in zijn verleden gaat graven. Hoewel de film een beetje zelfkritiserend was, gebruikte hij de film vooral om de draak te steken met zijn critici.
Critici hebben vaak geklaagd over de chaotische en verwarrende structuur van de films van von Praunheim, maar zien nog vaker hun functie als radicale politieke werkmiddelen. Door een mix te maken van oude nieuwsbeelden, foto’s, documentaires en interviews onthoudt hij zich van de vertellende stijl.
Meestal maakt von Praunheim non-fictie biografische portretten van buitenstaanders die worstelen met een gewelddadige omgeving, maar die weigeren om hun waardigheid op te geven. Deze levendige portretten van strippers, circusartiesten, transseksuelen en ouder wordende dansers en cabaretsterren uit het Berlijn van voor Wereldoorlog II staan in sterk contrast met de doelgroep van de films van von Praunheim: zwakke, droefgeestige en ingeburgerde homo’s uit de middenklasse.
“Ich bin meine eigene Frau” uit 1992 is het meest succesvolle portret van von Praunheim; Het vertelt het merkwaardige verhaal van Charlotte von Mahlsdorf, een homoseksuele travestiet die jarenlang onwaardig werd behandeld en die tenslotte de hoogste eer van Duitsland kreeg: het Kruis in de Orde der Verdiensten, voor zijn restauratie van gebouwen en meubels. In zijn film gebruikt von Praunheim non-fictie beelden en interviews met von Mahlsdorf.
Sommige van von Praunheim’s films behandelen het holebi-activisme. Bijvoorbeeld, films zoals “Schweigen = Tod” uit 1990 en “Positiv” uit 1990 gaan over aids-activisten zoals Larry Kramer, Michael Callen, Phil Zwickler, Keith Haring en David Wojnarowicz. In “Transexual Menace” uit 1996 wordt de complexiteit van de transgender-gemeenschap uit de doeken gedaan en worden we ingeleid in het transeksueel activisme in de Verenigde Staten.
In de jaren 1990 legde von Praunheim de nadruk op het “corrigeren van geschiedkundig bewustzijn” met films zoals “Gay Courage – 100 Years of the Gay Rights Movement in Germany and Beyond” uit 1998. “Der Einstein des Sex” uit 1999 vertelt het leven van Magnus Hirschfeld, een homoseksuele Jood, seksuoloog en pionier op het vlak van holebirechten.
Om zijn zestigste verjaardag in 2002 te vieren, regisseerde en produceerde von Praunheim de film “Pfui, Rosa!”. Hij was ook de ster van de film. Om von Praunheims status in Duitsland te bevestigen als provocatieve filmmaker en politieke activist zond de Duitse televisie de autobiografie uit. Net zoals “Neurosia” is deze documentaire zowel zelfverheerlijkend als zelfafbrekend en zowel oneerbiedig als schokkend.
In “Tunten lügen nicht” uit 2002, een intiem portret over het leven van vier Berlijnse dragqueens, die hij voorstelt als belangrijke agenten van sociale, culturele en politieke verandering, keert von Praunheim terug naar de documentaire-stijl die hij perfectioneerde met “Anita – Tänze des Lasters” uit 1987 en “Wunderbares Wrodow” uit 1999.
In “Dein Herz in meinem Hirn” uit 2005 heeft von Praunheim het vuur aan de lont gehouden van de politieke discussie over kannibalisme in Duitsland met een film gebaseerd op Armin Meiwes, een homo die werd veroordeeld nadat hij via internet een man had gevonden die erin toestemde om hem in stukken te snijden, te vermoorden en op te eten.
Von Praunheim werkt verder aan films over homo-Nazi’s met als titels “Männer, Helden, schwule Nazis”.
Von Praunheim heeft zijn films gebruikt om discussies over holebi-thema’s aan te wakkeren. Hij heeft veel risico’s genomen met zowel de thema’s die hij verfilmt en met de manier waarop hij filmt. Hij heeft filmmakers zoals Michael Stock, John Greyson en Monika Treut beïnvloed. Hij heeft thema’s en mensen zichtbaar gemaakt die andere filmmakers negeren.

