Rio de Janeiro wordt terecht de “Stad der Wonderen” genoemd. Gebouwd op een stuk land dat grenst aan een grote baai en de Atlantische Oceaan, wordt de stad omgeven door enorme granieten heuvels, die overdekt zijn met overdadig groen, die in de lucht prikken. Glinsterende witte stranden bieden een gemakkelijk leventje voor zij die het zich kunnen permitteren om in plaats van te gaan werken, van de tropische zon te genieten.
Met meer dan 11 miljoen inwoners is Rio de Janeiro een drukke wereldstad en de tweede grootste stad van Brazillië. Het overdadige en geanimeerde karnaval, de invloeden van de Afro-Braziliaanse cultuur en het adembenemende landschap hebben ervoor gezorgd dat de stad een internationale toeristenbestemming is geworden. Tijdens de hete zomermaanden voegen er zich honderden homo-reizigers bij de Cariocas (de inwoners van Rio de Janeiro) om te genieten van de gespierde, bronzen schoonheden op het homostrand van Ipanema Beach.
Rio de Janeiro was de hoofdstad van het koloniale Brazilië van 1763 tot 1808, toen de Portugese koninklijke familie, op de vlucht voor het leger van Napoleon, van de stad de hoofdstad maakte van het Portugese rijk. Als centrum van het keizerlijke Brazilië tijdens het merendeel van de negentiende eeuw, trok Rio de Janeiro migranten aan uit alle delen van Brazilië en uit het buitenland.
In het hartje van wat de uitgaansbuurt was van Rio de Janeiro in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw, staat een ruiterstandbeeld van de eerste leider van Brazilië: Keizer Pedro I. Hoewel hij symbool staat voor de onafhankelijkheid van Portugal in 1822, heeft het park rond het standbeeld een minder vaderlandslievend doel voor mannen die er komen om te genieten van seks met andere mannen. Het “Plein van de Constitutie”, zoals het werd genoemd in de negentiende eeuw, was zo’n beruchte cruisingplaats dat er aan het begin van de twintigste eeuw cartoons werden gemaakt die verwezen naar het gebruik van het plein door homo’s om er seks te hebben.
De twintigste eeuw
Tijdens het begin van de twintigste eeuw liepen homo’s, die openbare plekken van Rio de Janeiro bezochten om er andere homo’s te ontmoeten, constant het gevaar om lastig te worden gevallen door de politie. In 1932 werkte het hoofd van de politie van Rio de Janeiro mee aan een studie van Dr. Leonído Riberio, de directeur van het Instituut voor Criminologie, door 132 homo’s te arresteren. Deze mannen werden in een rij gezet, gefotografeerd en dan onderzocht om een relatie tussen hun lichaamsdelen en hun homoseksualiteit te ontdekken.
Ribeiro baseerde zijn onderzoek op de theorie dat het hormonaal onevenwicht verantwoordelijk was voor homoseksualiteit, wat kon ontdekt worden door de overvloed of het gebrek aan haar of ongewoon lange of korte ledematen. Zijn dubieus onderzoek kreeg in 1938 de Lombroso Award van Italië omwille van de uitmuntendheid op het gebied van criminele antropologie.
Tijdens Wereldoorlog II, waren heel veel Amerikaanse marines gestationeerd in Rio de Janeiro en velen van hen hadden relaties met Braziliaanse homo’s. Tijdens die jaren kwamen er enkele homobars in de stad. Tezelfdertijd werd het strand rechtover de “Copacabana Palace”, het meest luxueuze hotel van Rio de Janeiro, een bekende homo-ontmoetingsplaats waar Brazilianen af een toe een glimp konden vangen van hun favoriete internationale filmsterren die er vakantie hielden.
Honderdduizenden homo’s en lesbiennes verhuisden naar Rio de Janeiro tijdens de jaren 1950 en 1960 om er te genieten van de stedelijke geneugten. Homo’s waren grote fans van radiozangeressen en troepten samen aan de opnamestudio’s van de Nationale Radio om er hun favoriete diva’s toe te juichen. Het nachtleven in Rio de Janeiro, vooral dan de clubs in Copacabana, trok ook veel jonge homo’s en lesbiennes aan die er zochten naar plaatsen waar ze elkaar konden ontmoeten.

Het gaystrand in Rio De Janeiro
Het karnaval was echter de kroon op het werk van de sociale activiteiten voor homo’s en lesbiennes in Rio de Janeiro. De kans die mannen kregen om zich te verkleden als vrouw en vice versa, de dartele sfeer in de straten en de travestiebals waren een bevrijdende ervaring voor velen die anders doorheen het jaar zich moesten houden aan het “fatsoen” van hun geslacht.
Tijdens de verschillende karnavalsfeesten werden groepen van homo’s steeds meer zichtbaar. Aan het begin van de jaren 1930 richtten de organisatoren van deze evenementen verkleedwedstrijden in en moedigden ze feestvierders aan om nog meer extravagante outfits aan te trekken.
Tegen het midden van de jaren 1970 werden deze bals zo populair dat internationale beroemdheden die Rio de Janeiro bezochten voor het karnaval, zeker deze travestiefeesten wilden bijwonen. Daarnaast kregen steeds meer homo’s een actieve rol in het ontwerpen en creëeren van spectaculaire sambaschooloptochten die het hoogtepunt van het karnaval van Rio de Janeiro waren.
In het midden van de jaren 1960 verhuisden heel wat jonge popzangers naar Rio de Janeiro, mensen zoals Maria Betânia, Gal Costa en Caetano Veloso. Hun dubbelzinnige seksuele personaliteit en de constante roddels over hun holebiseksualiteit zorgden ervoor dat ze op heel wat steun van holebi-fans mochten rekenen. Deze en andere Braziliaanse zangers, zoals Ney Matogrosso, verruimden ook de traditionele noties over fatsoenlijk gendergedrag omdat zij optraden in flamboyante kostuums en omdat ze zangers van hetzelfde geslacht op de mond kusten.
Holebi-activisme in Rio de Janeiro
In 1978, geïnspireerd door de internationale holebi-beweging, begon een groep van homoseksuele schrijvers en intellectuelen het maandelijkse tijdschrift “Lampião da Esquina” (straathoeklamp) te publiceren. De titel van het tijdschrift had een dubbelzinnige betekenis en verwees naar cruising en naar Lampião, een hypermannelijke Robin Hood-achtige bandiet uit het noordwesten van Brazilië.
Met als basis Rio de Janeiro, diende de redactie van de Lampião als kantoor voor de opkomende politieke holebi-beweging. Het tijdschrift promootte ook het idee van het aangaan van allianties met groepen van zwarten, feministen, inheemsen en ecologisten. Het driejarig bestaan van Lampião zorgde ervoor dat het idee van coming-out voortaan beschouwd werd als een politieke daad.
Toen holebi-groepen in Rio de Janeiro in 1995 besloten om als gaststad op te treden voor de “International Lesbian and Gays Association’s Seventeenth International Conference” was de holebi-beweging in Rio de Janeiro nog niet stabiel. Maar de deelname van verschillende honderden internationale gasten en de enthousiaste logistieke steun van de Brazilianen vanuit het hele land hielp tot de consolidatie van een nationale beweging in Brazilië.
Aan het einde van de conferentie, liepen tweeduizend mense langs de Atlantic Avenue met een regenboogvlag van 100 meter in de grootste gaypride in Brazilië tot dan toe. In 2003 deden 250.000 mensen dat opnieuw tijdens de gaypride in juni van dat jaar.
Ondanks het vele geweld in de stad en de grote sociale verschillen tussen de rijken en de armen, blijft Rio de Janeiro een leuk holebi-mekka.