Malibran, Maria (1808-1836)
Maria Malibran (Parijs, 24 maart 1808 – Manchester, 23 september 1836) was een Spaans-Franse operazangeres. Zij werd geboren als Maria Felicia Garcia, dochter van de Andalusische tenor, componist en zangpedagoog Manuel del Pópulo Vicente García en de sopraan Joaquina Sitches. De familie was erg muzikaal: haar zuster Pauline Viardot-García werd componiste en zangeres en haar broer Manuel Patricio Rodríguez García was bariton en schreef een belangrijke lesmethode voor zangers.
Maria maakte op 11 juni 1825 op 17-jarige leeftijd in Londen haar debuut als invallende onderstudie voor Rosina in “Il barbiere di Siviglia” van Giacomo Rossini. Haar stem wordt beschreven als mezzosopraan, maar zij zong vaak als sopraan.
De loopbaan van Maria staat voor een deel in het teken van de stijgende populariteit van Rossini, zij zong een aantal premières van zijn opera’s. Zij zong in “La Cenerentola”, in “Tancredi”, in “La Gaza Ladra”, “Semiramide”, “Alceste” en “Otello”. In een voorstelling in New York waaraan ook Lorenzo da Ponte meewerkte zong zij Zerlina in de Amerikaanse première van “Le nozze di Figaro” van Wolfgang Amadeus Mozart.
In New York huwde de 17-jarige Maria tegen de wil van haar ouders met de 45-jarige koopman Eugène Malibran. Maria dacht een rijk huwelijk te sluiten en wilde zich terugtrekken van het toneel, doch Malibran stond op de rand van een faillissement.
