Mexico, een land van bijna twee miljoen vierkante kilometer, overschreed recent een bevolkingsaantal van honderd miljoen personen. Dertig procent van de bevolking is helemaal of voornamelijk ‘indígeno’ (inheems), 60 procent is ‘mestizo’ (een mix van indígeno en Spaanse afstammelingen), 9 procent is Europees (‘blanco’) en één procent is nog anders.
Mexico voor de verovering
‘Maize’ (maïs) werd voor het eerst verbouwd in Mexico en was het hoofdvoedsel van de Mexicaanse beschavingen voor de invasie van de Spanjaarden in de zestiende eeuw. De Azteken bouwden een rijk in de vallei van Mexico waar thans de huidige hoofdstad gelegen is. De stad Tenochitlán was in de tijd dat de Spanjaarden er kwamen groter dan elke andere Europese stad (behalve Parijs).
De Mexicanen hadden openbare rituelen die soms heel erotisch waren, maar in het alledaagse leven waren ze toch zeer preuts. In hun tempels vereerden de Mexicanen ondermeer de godheid ‘Xochiquetzal’, de godin van de niet-procreatieve liefde. Xochiquetzal, oorspronkelijk de partner van Tonacatecutli, leefde in de hemel van Tamaoanchan, waar ze beviel van de mensheid. Vervolgens werd zij ontvoerd en verkracht door ‘Tezcatlipoca’, een oorlogsgod. Deze gebeurtenis veranderde haar van de godin van de procreatieve liefde naar de godin van de niet-procreatieve liefde.
Xochiquetzal was zowel man als vrouw en in mannelijke gedaante (Xochipilli), werd hij vereerd als de god van de homoseksualiteit en de mannelijke prostitutie. Aan de ene kant was Xochiquetzal de god van de liefdesrelaties en van de artistieke creativiteit. Non-procreatieve liefde werd als een kunstvorm gezien: mooi en zeldzaam. Aan de andere kant was dit ook de god van de seksuele vernietiging die lust en verkrachting opwekte en mensen geslachtsziekten gaf.
De Mexicaanse mythologie beweerde dat er voorheen vier werelden waren geweest. Tijdens de vorige wereld, de ‘tijd van de bloemen of de tijd van Xochiquetzal’, gaven de mensen hun “mannelijke deugden van oorlogsvoering, administratie en wijsheid” op en streefden zij naar een “gemakkelijk, zacht leven van sodomie, perversie, de Dans van de Bloemen en de verering van Xochiquetzal”.
Er is ook een oud Nahuatl-woord ‘patlacheh’ dat staat voor een vrouw “die een mannenrol speelt” door andere vrouwen te penetreren. De ‘patlacheh’ wordt uitvoerig (en scandaleus) beschreven in de ‘Florenine codes’ (één van de twee uitgebreide collecties geschriften over de Azteken).
Hoewel de Azteken publiekelijk seksueel uitbundig waren en preuts in hun privé-leven, hadden ze heel wat seksuele gewoontes. Bijvoorbeeld, het gebied dat nu de staat Vera Cruz is, was zeer bekend voor anale homoseks. Toen Bernal Díaz del Castille samen met Cortés naar Vera Cruz kwam, schreef hij over de plaatselijke priesters: “Het zijn zonen van leiders, ze nemen geen vrouw, maar volgen het slechte pad van de sodomie”. De studenten van deze priesters waren jongens-prostituees en volwassen travestieten.
Hoewel de geloofwaardigheid nogal op het randje is, daar zulke onthullingen werden gebruikt om de Europese verovering te verklaren, schreef Cortés aan zijn koning Carlos V: “Wij weten en zijn ingelicht zonder plaats voor twijfel dat zij allemaal (de bewoners van Vera Cruz) de onvergeeflijke zonde van sodomie beoefenen”.
Coloniaal Mexico
De Mexicanen hadden niet alle volkeren veroverd, vooral niet die volkeren die leefden aan de beide kusten en die berucht waren om hun seksuele beschikbaarheid. Daardoor konden de Spanjaarden allianties maken met hen tegen de Mexicanen. Malinche, een kustvrouw die de seksuele partner werd van veroveraar Hernán Cortés en die de Spaanse verovering hielp, werd het prototype van de “geneukte” Mexicaan. In de analyse van Octavio Paz over het fatalistische nationale karakter van Mexico staat dat “de mestizo (van gemengd bloed) kinderen zijn van de ‘hijos de la chigada’ (de kinderen van de geneukten) zoals Malinche”.
De Spanjaarden veroordeelden homoseksualiteit strenger dan de Azteken. Na de verovering werden alle ‘heidense’ rituelen verbannen. De houding tegenover homoseksualiteit veranderde: de voormalige traditie die homoseksualiteit vierde als een verbond met de goden, ging verloren.
In de vroege koloniale tijden, toen bisschop Zumarrage, de apostolische inquisiteur van Mexico was, werd homoseksualiteit (en vooral sodomie) een hoofdzaak van de Inquisitie. De gebruikelijke straffen voor homoseksualiteit waren strenge boetes, geestelijke penitenties, publieke vernedering en afranselingen.
De enige overblijfselen die een glimp tonen van het homoseksuele sociale leven tijdens de koloniale periode zijn de geschriften over de maatregelen van de rechtbank toen er zich homoseksuele schandalen voordeden. Eén van die best gekende maatregelen is de zuivering die plaatsvond in Mexico City tussen 1656 en 1663 en die resulteerde in een massa-executie.
Ketters en Joden werden verbrand in Alameda (een park bij het centrum van Mexico City), maar homo’s werden verbrand op een speciaal terrein, in een ander deel van de stad (San Lazáro) omdat homoseksualiteit geen vorm van ketterij was en daardoor ingedeeld werd bij de dubbelzinnige overtredingen. De groep die geëxecuteerd zou worden, werd naar San Lazáro gebracht waar ze eerst werden gewurgd. Ze hadden “gedaan met wurgen om acht uur ’s avonds die nacht… en toen staken ze hen in brand”. Honderden mensen kamen kijken naar deze gebeurtenis.
Het wurgen van de slachtoffers voor ze verbrand werden, werd gezien als een daad van barmhartigheid. Omdat verbranden zo veel pijn deed, werd er gevreesd dat de gevangenen hun geloof in God zouden verzaken en daardoor hun onsterfbare zielen zouden verliezen.
Postkoloniaal Mexico
De Mexicaanse onafhankelijkheid van Spanje in 1821 betekende het einde van de Inquisitie. De intelligente invloed van de Franse Revolutie en de korte Franse bezetting van Mexcio (1862-1867) had als gevolg dat het Franse strafwetboek werd overgenomen waarin stond dat sodomie geen misdaad was.
Deze legalisering van sodomie gaf mensen niet het recht om openlijk homoseksueel te zijn. De wet bevatte immers nog “minimumgedragsnormen die onmisbaar zijn voor het handhaven van de maatschappij”. Dit waren wetten die elk publiek gedrag bestraften dat als sociaal afwijkend werd aanzien. Deze vage wet gaf heel wat vrijheid voor interpretatie door de politie. Die liet zich verleiden tot het afdwingen van extra inkomsten zoals geld, juwelen… of seksuele gunsten.
In de nacht van 20 november 1901 viel de Mexicaanse politie binnen op een travestietenbal en arresteerde er 42 travestieten. Zij werden opgesloten in de Belén-gevangenis. Eén persoon werd vrijgelaten. De officiële verklaring was dat zij een “echte vrouw” was, maar aanhoudende roddels zeiden dat zij een dicht familielid van President Generaal Porfiro Díaz was. ‘Cuarenta-y-dos’ (42, diegene die wegkwam) is Mexicaans dialect en verwijst naar iemand die heimelijk ‘passief’ is (een man die zich laat neuken door andere mannen of bottom).
Zij die gearresteerd waren, werden in de gevangenis aan veel vernederingen onderworpen. Enkelen werden gedwongen om gekleed in hun jurken de straat schoon te vegen. Uiteindelijk werden ze allemaal in het Mexicaanse leger gestopt in Yucatan waar ze sloten en latrines moesten graven. Er werd heel wat gepubliceerd over het travestietenbal en over de nasleep ervan, met illustraties van mannen met snorren in dure jurken.
De inval op het bal van de 41 ‘maricones’ werd gevolgd door een inval op een lesbische fuif (waarover veel minder werd geschreven) op 4 december 1901 in Santa María.
De spectaculaire groei van Mexico City in de jaren 1930 werd vergezeld door de opening van homobars en homobaden, die de traditionele cruisingplaatsen zoals Amaleda, Zócola, Paseo de la Reforma en Calle Madero, aanvulden. Maar Mexicaanse homo’s bleven bij hun familie wonen en er waren geen homopublicaties of homoverenigingen. Homoseksualiteit werd clandestien bedreven.
De lagere Mexicaanse klassen waren geneigd om de vooroordelen over de relaties tussen tops en bottoms voor waar te nemen. Enkele wereldse hogere klassen keurden de vooroordelen over de verwijfdheid die verwacht werd van ‘pasivos’ af, zij waren geneigd om het beeld na te volgen van de Europese dandy van de late negentiende eeuw.
Tijdens Wereldoorlog II, waren er ongeveer 15 homobars in Mexico City, waarbij gedans was toegelaten in tenminste twee bars: ‘El Africa’ en ‘El Triumfo’. Deze relatieve vrijheid bleef duren tot 1959 toen, volgend op een gruwelijke drievoudige moord, de burgemeester elke homobar liet sluiten onder het mom van “de schoonmaak van de ondeugd”.
In zowel Mexico City als in Guadalajara, waren er sinds de jaren 1970 kortstondig enkele homo-bevrijdings-organisaties. Zo werd in 1971 het ‘La Frente Liberación Homosexual’ opgericht om te protesteren tegen het ontslaan van homo’s door de Sears winkels in Mexico City. ‘La Frente Homosexual de Acción Revolucionaria’ organiseerde protesten in Guadalajaran, en in de grote Mexicaanse steden doken kleine holebi-verenigingen op om niet lang daarna terug te verdwijnen.
Op vandaag zijn er in Mexico gayprides, holebi-publicaties en homo- en lesbienneverenigingen, net zoals in vele andere landen.
Homoseksualiteit in Mexico

Gaypride in Mexico
Veel Mexicanen hanteren de volgende simpele activo-pasivo logica: “Ik ben een man, en als ik jou neuk, dan ben jij geen man”. Deze gedachte is niet alleen kenmerkend voor Mexico maar is ook aanwezig in andere landen van Latijns-Amerika.
Echter, de andere (=onze) perceptie dat mannen die seks hebben met mannen, ongeacht hun seksuele rol, homoseksueel zijn, zorgt voor een gevoel van onbehagen bij de Latijns-Amerikaanse ‘activos’ (tops) waardoor ze veelal hun seksuele geaardheid in het openbaar ontkennen. Aan de andere kant ontkennen ze niet dat er ultramannelijke mannen bestaan die zich graag laten neuken.
Het vooruitzicht om geneukt te worden, beangstigt ook Mexicaanse mannen omdat ze van dichtbij de extatische reacties zien van de mannen die ze neuken. Ze denken: “Als ik mij laat neuken door hem, zal ik er waarschijnlijk ook van genieten en zal ik het opnieuw willen en dan zal ik verwijfd worden.
Hoewel deze gedachte blijft bestaan in de lagere Mexicaanse klassen, wordt dezelfde gedachte als krankzinnig beschouwd door Mexicaanse holebi’s van de middel- en hogere klasse die trots zijn op hun moderne en wereldse leven. Mexicaanse homo’s die weigeren om onderverdeeld te worden bij ofwel ‘pasivo’ ofwel ‘activo’ worden ‘internacional’ genoemd; een woord met positieve bijbetekenissen van verfijndheid en moderniteit.
Recente studies tonen aan dat er sprake is van een langzame kentering in Mexico. Er wordt, mede doordat Mexicanen een beeld krijgen van hoe het met holebi’s is gesteld in andere delen van de wereld, iets minder gedacht in termen van ‘activo’ en ‘passivo’. Toch zal het nog ettelijke generaties duren voor deze gedachte helemaal verdwenen is.