Israël is een zeer jong, maar tegelijk een complex land. Het is een religieuze staat met een conservatieve meerderheid. Toch zijn holebiactivisten erin geslaagd om een wettelijke status te verkrijgen en een bepaalde mate aan wettelijke bescherming zoals enkel de meest progressieve landen die kennen. Zoals elders moet ook de Israëlische holebigemeenschap het hoofd bieden aan vooroordelen in de maatschappij én aan verdeeldheid binnen de eigen rangen.
Een plaats van tegenstrijdigheid
Israël kenmerkt zich door tegenstrijdigheden, door een vaak onstabiele mix van rassen, godsdiensten, culturen en klassen.
Israel werd opgericht in 1948 als een Joodse staat en een thuisland voor alle Joden. Later werd het een toevluchtsoord voor Joden die wereldwijd het antisemitisme ontvluchtten. Naarmate tienduizenden Europese en Amerikaanse Joden naar de zeer kleine natie in het Midden-Oosten immigreerden, werd het land ook een symbool van Westerse agressie, zowel voor het Palestijnse volk dat het land generaties lang bewoonde, alsook voor hun Arabische buren.
In iets meer dan een eeuw tijd ontwikkelde zich een voorbeeldregering en een eigen cultuur. Inclusief een levendige Hebreeuwse taal die ontstond uit de oude Joodse taal. Dankzij de hulp van de geallieerden – vooral de Verenigde Staten – heeft Israël ook een krachtige troepenmacht weten op te bouwen. De Israeli Defense Force (IDF) wordt niet enkel gebruikt om vijanden van buitenaf op een afstand te houden, maar ook om het Palestijnse volk binnen haar grenzen te onderdrukken.
Sommige analisten geloven dat de gevechtsklare toestand heeft bijgedragen aan de ruimdenkendheid van de regering, ook over holebirechten. Ondanks het officiële liberalisme worden holebi’s nog steeds gestigmatiseerd in vele gebieden van de Israëlische maatschappij. Het zijn trouwen nog steeds kerkelijke leiders die beslissen over familiekwesties, zoals een huwelijk, scheiding en voogdij.
Holebibevrijding
Holebibevrijding stak op dezelfde manier de kop op in Israël als in de meeste Westerse landen, tijdens de jaren 1970. In 1975 verzamelden activisten zich in de “Society for the Protection of Personal Rights”. De SPPR was een steunorganisatie die tot doel had de omstandigheden voor holebi’s te verbeteren. Haar naam was opzettelijk vaag, aangezien publiek gebruik van het woord “homoseksueel” als té controversieel beschouwd werd in een staat als Israël waar sodomie nog steeds in de wet als strafbaar was omschreven.
Later wijzigde de SPPR haar naam in Agudah, de “Association of Gay Men, Lesbians, Bisexuals and Transgender” in Israël. De Agudah strijdt nog steeds voor gelijkheid van Israëlische holebi’s door politiek lobbywerk en opvoeding. In 1996 startte de organisatie met het uitzenden van een wekelijks holebiprogramma onder de titel “Gayim L´hatzig” (Gays Proud to Present).
Hoewel sommige vrouwen binnen het SPPR werkten, vonden vele Israëlische lesbiennes een comfortabele plaats in feministische groepen. In 1987 groepeerden sommige Israëlische lesbische feministen zich in het CLAF, de “Community of Lesbians and Feminists”. De organisatie wilde de lesbische gemeenschap verder ontwikkelen en strijden voor rechten voor lesbiennes. Vooral kinderrechten, voogdij en partnervoordelen waren strijdpunten. In 2003 begon het CLAF met de publicatie van “Pandora”, het enige lesbische magazine in Israël.

Gaypride in Jeruzalem in 2006
Successen
Hoewel holebi’s tijdens de jaren 1970 samen begonnen te werken, wierpen hun inspanningen om de wettelijke status van Israëlische holebi’s te veranderen hun eerste vruchten slechts af in de late jaren 1980.
In 1988 trok het Knesset (Parlement) de wet op sodomie in, waardoor homoseksualiteit gedecriminaliseerd werd. In 1992 werd er een wet gestemd die discriminatie verbood op basis van seksuele voorkeur.
Yael Dayan, feministe en lid van het Knesset, werd een grote voorstander van holebirechten, en in 1993 stond ze achter de oprichting van een Knesset subcomité die zich toespitste op holebikwesties.
Datzelfde jaar kwam Uzi Even, een bekende professor en majoor binnen het IDF (het leger), uit voor zijn homoseksualiteit. Sindsdien ijverde hij binnen het IDF voor een anti-discriminatiebeleid. Zelfs met zo’n beleid werden homoseksuele soldaten nog steeds gemeld en waren ze onderhevig aan bijzondere veiligheidscontroles.
In 1994 vaardigde het Israëlische Hooggerechtshof een beslissing uit met verstrekkende gevolgen voor holebi’s.
Toen besloot een rechter immers dat de luchtvaartmaatschappij El Al dezelfde huwelijksvoordelen moest toekennen aan een homoseksuele werknemer als aan een heteroseksuele collega. In 1995 breidde deze bescherming nog uit toen Yael Dayan en de Agudah streefden naar wet die de gelijke behandeling van homo’s verplicht maakte.
In 1997 won Dana International (Sharon Cohen), een Israëlische transseksueel, de eerste prijs in het Eurovisiesongfestival, waardoor transseksuele kwesties voor het eerst bespreekbaar werden.
In 1998 werd Michal Eden verkozen in het stadsbestuur van Tel Aviv, waarmee ze de eerste openlijke lesbische overheidsbeambte werd.
In 2000 liet de Israëlische regering voor het eerst de immigratie van buitenlandse partners van Israëlische holebi’s toe.
In 2002 werd Uzi Even het eerste openlijke homoseksuele lid van de Knesset.
Oppositie
Hoewel de holebi’s reeds veel succes hadden geboekt in hun strijd naar wettelijke bescherming, toch blijft er nog steeds veel conservatieve tegenkanting.
In 1994 werd een holebiconferentie verstoord toen rechtse protestanten een ceremonie met een kranslegging bij het Holocaust-gedenkteken in Jerusalem verstoorden.
In 1998 werd het jaarlijkse travestiefestival genaamd Wigstock verstoord toen de politie een poging deed het evenement te annuleren aan het begin van de sabbat op zaterdagavond. Woedende holebi’s blokkeerden gedurende enkele uren het verkeer.
In juni 2005 werd de gay pride parade versperd door een grote manifestatie van orthodoxe Joden. Ze gooiden flessen urine en zakken met uitwerpselen naar de festivalgangers. Eén van hen stak zelfs drie festivalgangers neer.
Interne verdelingen
Behalve de oppositie van buitenaf, kreeg de holebibeweging ook af te rekenen met interne strubbelingen.
Zoals vaak gebeurt, ontwikkelde zich een splitsing tussen de holebi’s, wiens focus enkel op holebirechten lag, en de leden van het radicale links, die holebibevrijding eerder zien als onderdeel van een veel bredere sociale beweging.
Radicale holebi’s leggen er vaak de nadruk op dat de strijd voor holebirechten hand in hand moet gaan met de strijd voor sociale verbetering, zoals raciale gelijkheid en klassegelijkheid.
De splitsing heeft vooral in Israël tot grote onderlinge verschillen geleid, niet enkel omwille van klasse- of ethnische verschillen binnen onder Joodse bevolking, maar vooral omdat het land al meer dan drie decennia lang een militaire bezetting uitoefent in naburige landen. Vele holebi’s vonden dat ze niet louter konden strijden voor het verkrijgen van holebirechten binnen een systeem dat ze als militaristisch en onderdrukkend beschouwden.
Lesbische vrouwen bleven sterk aanwezig in feministische groepen, en speelden een leidinggevende rol in vredesgroeperingen die ernaar streefden de moeilijke levensomstandigheden van Palestijnen, gecreëerd door de bezetting, te verbeteren.
In 1997 werd “Jerusalem Open House” opgericht, een holebigemeenschapscentrum dat streed voor sociale verdraagzaamheid. De filosofie van dit centrum werd door de directeur, Hagai El-Ad als volgt uitgelegd : “de strijd voor onze rechten is nutteloos als het onverschillig blijft tegenover de wreedheden die één kilometer verder gebeuren”.
“Kvisa Sh’chora” een anarachistische holebigroep die zich tegen de bezetting verzette, werd opgericht in 2001 tijdens de Pride March in Tel Aviv. De groep vormde een “Geen Trots op de Bezetting” vertegenwoordiging, dat tot doel had het Israëlische regeringsbeleid uit te dagen.
Eén van de organisatoren, Dalit Baum, beschreef de stemming die leidde tot de vorming van deze groep: “Het voelde als onmogelijk aan om onze burgerrechten te vieren in een karnavalsfeer, wetende wat er gaande was in de vlakbij bezette gebieden”. Deze groep ging voort met het steunen van de Palestijnse strijd voor onafhankelijkheid en gebruikte daarbij vaak vinnige humor om de mainstream zelfingenomen holebi’s te shockeren.
Israelische Palestijnen
Homoseksuele Palestijnen hebben een eigen bijzonder probleem. Hoewel er een matige steun is van heteroseksuele Palestijnen, is er toch ook heel wat verzet tegen homoseksualiteit, vooral dan binnen conservatieve groeperingen.

Palestijnse lesbische vrouwen ontmoeten elkaar in de ASWAT-groep
In het begin van de 21ste eeuw, vormde een groep van Palestijnse lesbische vrouwen de ASWAT, een steungroep die tot doel had een veilige ruimte te creëren voor Palestijnse lesbiennes zowel binnen als buiten de Israëlische grenzen, opdat zij hun seksuele identiteit en hun eigen gemeenschap zouden kunnen ontdekken. ASWAT betekent “stemmen” in het Arabisch en de leden van de groep beschreven zichzelf als een “moedige en dynamische groep vrouwen die besloot om de status quo uit te dagen en hun eigen levens te verbeteren, en die er hopelijk in slaagden hun eigen rechten voor gelijkheid veilig te stellen, alsook de rechten van hun volgelingen.”
Besluit
In de afgelopen twintig jaar, evolueerden Israëlische holebi’s uit de rand van de maatschappij naar de mainstream maatschappij. Onder invloed van de immigranten uit de VS en West-Europa, organiseerden ze een beweging voor gelijkheid.
Echter ondanks de successen van de Israëlische holebibeweging, blijft de oppositie vanwege religieuze joden bestaan, en is de beweging zelf versplinterd door interne verdelingen. Desalniettemin is er genoeg reden om te geloven dat de holebi’s zullen voortgaan met hun srijd om hun wettelijke rechten en bescherming verder uit te breiden.