Gardell, Jonas – De liefde

de-liefdeTijdens de vroege jaren 1980 ontmoeten Rasmus en Benjamin elkaar en ze worden meteen verliefd. Beiden wonen ze al enkele maanden in Stockholm en hoewel ze veel hebben moeten opgeven en achterlaten, genieten ze nu met volle teugen van hun vrijheid, van elkaar en van de bruisende homoscene.

Maart terwijl hun liefde verder openbloeit, steekt een mysterieuze ziekte de kop op. Benjamin, Rasmus en hun vrienden doen de geruchten in eerste instantie af als praatjes om homo’s weer terug de kast in te jagen, maar de dreiging wordt algauw levensecht…

Jonas Gardell (Zweden, 1963) is auteur, toneel- en scenarioschrijver en komiek. Voor de trilogie “Een verhaal van liefde, ziekte en dood”, waar “De liefde” het eerste deel van is, ontving Gardell een stormvloed aan lof. Hij won onder meer de Zweedse ‘Grote Lezersprijs’ en werd vanwege zijn geëngageerde werk uitgeroepen tot Zweed van het jaar.

De liefde door Jonas Gardell
Uitgeverij De Geus, €19,95, ISBN 978-90-445-2679-0

Tiemeyer, Phil – Plane Queer

plane-queerOp levendige manier beschrijft Phil Tiemeyer in dit boek de geschiedenis van mannen die werken als luchtsteward. Hij begint bij de aanvang van het beroep in de late jaren 1920 en gaat verder tot de periode na 9 september 2001.

“Plane Queer” is het verhaal van mannen die jobs hebben die gewoonlijk worden geïdentificeerd met vrouwen. Je leest over met welke moeilijkheden deze mannen geconfronteerd worden op hun werk, met speciale aandacht voor de discriminatie die gepaard gaat omwille van hun geslacht en hun geaardheid. 

Tiemeyer onderzoekt tevens ook hoe het komt dat deze groep mannen – waarvan er velen homo zijn – een belangrijke plaats zijn geworden voor homo’s om er uit de kast te komen, hoe ze worden aanvaard door hun collega’s, hoe ze vechten tegen homofobie en over hoe ze pleiten voor meer holebi-rechten.

Plane Queer door Phil Tiemeyer

Tags : , , , , ,
Geplaatst op 15 juli 2013 - 0 reacties op dit artikel.

Carpenter, Edward (1844-1929)

edward-carpenterEdward Carpenter (29 augustus 1844 – 28 juni 1929) was een Engelse dichter, filosoof, samensteller van bloemlezingen en een vroege homoactivist.

Als leidende figuur tijdens de late 19de en begin 20ste eeuw van Groot-Brittannië, had hij grote invloed op de ‘Fabian Society’ en de ‘Labour Party’. Als dichter en schrijver was hij bevriend met Walt Whitman en Rabindranath Tagore en correspondeerde hij met vele beroemde personen zoals Annie Besant, Isadora Duncan, Havelock Ellis, Roger Fry, Mahatma Gandhi, James Keir Hardie, J.K. Kenney, Jack London, George Merril, E.D. Morel, William Morris, E.R. Pease, John Ruskin en Olive Schreiner.
Als filosoof wordt hij vooral herinnerd voor de publicatie van zijn “Civilisation, Its Cause and Cure” waarin hij voorstelt dat beschaving een soort van ziekte is die door de mensen wordt doorgegeven. Beschavingen, schrijft hij, duren slechts zeldzaam meer dan duizend jaar voor ze in uiteenvallen en geen enkele maatschappij heeft ooit een succesvolle beschaving gekend. Zijn ‘behandeling’ hiervoor is een nauwere band met de natuur en een grotere ontwikkeling van ons eigen karakter. Hoewel hij hiervoor putte uit zijn eigen ervaringen met de Hindoe-mystiek, en het omschreef als ‘mystiek socialisme’, leunden zijn ideeën dicht aan bij deze van tijdsgenoten zoals Boris Sidis, Sigmund Freud en Wilfred Trotter, die allen erkenden dat als de maatschappij steeds meer druk legt op het individu, dit kan zorgen voor mentale en fysieke ziektes.
Carpenter was een hevige voorvechter van seksuele vrijheid, leefde in een homogemeenschap in Sheffield en had een grote invloed op zowel D.H. Lawrence als E.M. Forster.

Lees verder »

Adolescentie bij holebi’s

ABC

42-18053114De adolescentie wordt gewoonlijk beschouwd als de periode waarin jongeren opkomen voor hun onafhankelijkheid en waarin ze hun seksualiteit beginnen te verkennen. Het is een periode van dramatische verandering, die gekenmerkt wordt door een reeks turbulente fysieke, cognitieve, en socio-emotionele mijlpalen, die zorgt voor zowel onzekerheid als verwardheid.

Tijdens deze periode hebben jongeren behoefte aan het zoeken naar naasten waarmee ze hopen seksuele relaties op lange termijn te ontwikkelen. Hierbij mogen heteroseksuele naasten op heel wat steun van de gemeenschap rekenen; niet alleen hebben deze jongeren heel wat heteroseksuele rolmodellen van wie ze het (paar)gedrag kunnen imiteren maar er zijn ook de gevestigde instituten zoals scholen en sportclubs die hun duit in het zakje doen bij het versterken van de gendernormen. Ook familie en vrienden bevestigen bewust of onbewust heteroseksuele aantrekkingen.

Holebiseksuele verwanten worden meestal veroordeeld door de gemeenschap. Daardoor hebben holebiseksuele jongeren relatief weinig rolmodellen, en worden ze gestraft wanneer ze niet beantwoorden aan de normen van de gemeenschap en atypisch gendergedrag vertonen. Holebiseksuele adolescenten kunnen zelfs uit de gemeenschap verbannen worden omdat ze hun geaardheid onthullen.

De discriminatie en minachting van holebi’s, vaak aangeduid met de termen ‘heteroseksisme’ of ‘homofobie’, duikt vaak op in zowel kleine families en in de grote maatschappij. Door hun vasthoudendheid, creëren heteroseksisme en homofobie nadelige effecten bij holebiseksuele adolescenten, vooral wanneer deze hun coming-out doen.

De holebiseksuele jongere moet zijn of haar eigen seksuele identiteit leren kennen en aanvaarden, de heteroseksuele veronderstellingen in de gemeenschap overstijgen van wat man– of vrouwzijn betekent en omgaan met homofobie.

Gendernormen

Net zoals stereotypen, blijven de verwachtingen tegenover het gender bestaan in het Westen omdat ze een belangrijke functie hebben: ze creëren categorieën of ‘schema’s’, die de mensheid helpen om de wereld beter te begrijpen. Door deze schema’s te gebruiken, kunnen mensen onmiddellijk oordelen vellen en mogelijke gevaarlijke situaties vermijden.

Naarmate kinderen in volwassenen veranderen, leren ze niet alleen om deze schema’s te gebruiken, maar leren ze ook dat het afwijken van deze schema’s kan resulteren in een reeks negatieve gevolgen. Kinderen worden dus gedwongen om te beantwoorden aan de maatschappelijke definitie van “normaliteit”, om te passen bij anderen en om zichzelf te sparen van veel problemen.

Wat betreft het gender, heeft de maatschappij een veelomvattende reeks van mannelijke en vrouwelijke gedragsvoorschriften. In deze voorschriften kunnen mensen een gids vinden voor hun dagelijks gedrag. Enkele voorbeelden van mannelijke voorschriften zijn: “sterk en stil”, “de ruwe bonk”, “de playboy”, “de streber” en “de homofoob”…

Wanneer deze voorschriften in context worden gebracht, worden al meteen de problemen waarmee adolescente homo’s te kampen hebben, duidelijk: er wordt van hen verwacht dat ze een “playboy” zijn bij de vrouwen, ze kunnen hun eigen geaardheid beginnen haten en ze voelen zich niet helemaal thuis in groepen die hun geaardheid niet accepteren.

Lesbische adolescenten krijgen niet alleen te kampen met sociale onderdrukking, maar ze moeten daarbij ook nog eens omgaan met de beperkingen van de vrouwelijke seksualiteit, zoals de dubbele standaarden wat betreft gedrag, wettelijke of religieuze beperkingen wat betreft seks, en een scala aan vormen van seksuele objectivering in de media. Vrouwelijke seksualiteit op vroege leeftijd wordt meestal gezien als afwijkend gedrag en dit wordt nog erger met de status van seksuele minderheid.

Er is nog maar weinig onderzoek verricht bij transgender en biseksuele jongeren, maar het is begrijpelijk dat ook zij intense angstgevoelens hebben tijdens hun adolescentie. Zowel hetero’s als homo’s en lesbiennes durven bi’s te discrimineren, waardoor ze de unieke positie verwerven van een seksuele minderheid die niet aanvaard worden door de meerderheid of door andere seksuele minderheden. Transgender jongeren zijn een relatief nieuw onderwerp voor onderzoek en vele recente studies zijn betwist geworden omdat ze deze mensen “verkeerd voorstelden”. Maar het hoeft geen betoog dat ze ideeën over gender uitdagen en dat ze daarvoor in ruil daarvoor vaak het onderwerp zijn van onbegrip.

Familie

Holebi-adolescenten zijn, omwille van hun gebrek aan economische zelfstandigheid, zeer afhankelijk van hun familie voor zowel economische als sociale steun. Volgens een recente studie is het positieve of negatieve zelfbeeld van de holebi-jongere voor een groot deel gebaseerd op de kwaliteit van de relatie tussen ouder en kind. De invloedrijkste factoren in de ontwikkeling van een negatief zelfbeeld zijn een gebrek aan ouderlijke steun, angstgevoelens en het negeren van het kind door de ouders.

Wat betreft broers en zussen, suggereert recent onderzoek dat hoe meer oudere broers een man heeft, hoe groter de kans is dat deze man zich seksueel aangetrokken voelt tot, en seks heeft met, andere mannen. Lesbiennes zouden echter niet beïnvloed worden door het aantal oudere zussen.

School en maatschappij

De meeste holebi-jongeren zijn niet volledig uit de kast op de middelbare school, meestal omdat ze inzien welke gevaren dit met zich meebrengt. Op school is een openlijke holebi vaak beperkt qua vrienden, en wordt hij of zij vaak lastiggevallen door heteroseksuele ‘leiders’.

Een studie toonde aan dat holebi-jongeren zich vier keer minder veilig voelen op school dan hetero-jongeren, dat ze drie keer vaker bedreigd worden en gewond raken en dat bij hen twee maal vaker hun spullen worden beschadigd of gestolen.

Holebi-jongeren die niet out zijn, worden meestal niet lastiggevallen, maar zij moeten ook een prijs betalen: vaak voelen zij zich niet goed of alsof ze in een grote leugen leven.

Liefdesrelaties

Liefdesrelaties en seksuele experimenten zijn eigen aan de adolescentie. Holebi-jongeren hebben echter de neiging om zich vaker over te geven aan risicovolle seksuele experimenten in vergelijking met hetero-jongeren. Ze gebruiken ook vaker drugs en alcohol in combinatie met seks, misschien wegens de gangbaarheid van deze in de adolescente holebi-gemeenschap.

Echter, tezelfdertijd zijn er heel veel holebi-jongeren die seksueel niet experimenteren uit angst voor de heteroseksuele verwachtingen en uit angst voor homofobie. De sociale interacties tussen hetero- en holebi-klasgenoten gaan vaak gepaard met spanningen en angst. Sommige holebi-jongeren proberen om een soort band te ontwikkelen met andere jongeren uit seksuele minderheden, maar de meeste voelen zich geïsoleerd en eenzaam tijdens hun schooltijd. Dit is één van de factoren waarom holebi-jongeren een verhoogd risico lopen op zelfmoord.

Besluit

De studie van holebi-jongeren staat nog maar in de kinderschoenen. Het onderzoek wordt tegengehouden door ethische kwesties en door vijandigheid tegenover onderzoek dat te maken heeft met seks. Onderzoekers krijgen niet vaak de goedkeuring van ouders of voogden. Daarom wordt het onderzoeksmateriaal inzake holebi-jongeren vaak gewonnen uit ondervragingen op liberale universiteiten of uit groepen en verenigingen die ten dienste staan van holebi’s. En vaak zijn de gegevens ‘retrospectief’: ze zijn gebaseerd op oudere holebi’s die herinneringen ophalen aan hun eigen gevoelens tijdens hun adolescentie.

Het is duidelijk dat holebi-jongeren zeker steun nodig hebben van hun familie, leiders en de grote gemeenschap. Vele holebi-volwassenen, die zouden kunnen fungeren als rolmodellen voor holebi-jongeren, wensen vaak niet mee te werken omdat ze bang zijn beschuldigd te worden van ‘recrutering’, iets waar sommige politici en religieuze conservatieven vaak mee komen aandraven.