Burt Lancaster was een biseksuele Oscar-winnende Amerikaanse acteur, die bekend stond voor zijn atletisch figuur (wat zeldzaam was voor acteurs in die tijd), zijn bijzondere glimlach die hij “the Grin” (de grijns) noemde, en later voor zijn bereidheid om rollen te spelen die indruisten tegen zijn imago van stoere man. Hij was één van de beste acteurs van zijn generatie.
Toen Burt nog Burton was
Burton Stephen Lancaster werd geboren op 2 november 1913 in New York City. Zijn ouders waren James Henry Lancaster, een postbode en Elizabeth Roberts. Moeder en vader waren protestants en waren afkomstig uit het arbeidersmilieu van Noord-Ierland. Zijn grootouders kwamen uit Belfast en hun voorouders waren afkomstig uit Engeland.
Burt groeide op in East Harlem en bracht het merendeel van zijn tijd op straat door, waar hij een interesse ontwikkelde voor atletische sporten. Later werkte hij als circusacrobaat tot een kwetsuur hem dwong om dit op te geven. Tijdens Wereldoorlog II diende Burt voor het Amerikaanse leger.
Burton wordt Burt
Hoewel hij eerst geen hoge dunk had van acteren, deed hij na zijn legerdienst auditie voor een toneelstuk op Broadway en kreeg hij een rol. Hoewel het stuk geen succes werd, trok Burt de aandacht van een vertegenwoordiger uit Hollywood en kreeg hij een rol in de film “The Killers” (uit 1946). Zijn lange, gespierde gestalte viel in de smaak en in het volgende jaar was hij in twee andere films te zien. Vervolgens speelde hij in verschillende films, vooral drama’s, thrillers, films over het leger en in avonturenfilms. In twee films “The Flame and the Arrow” en “The Crimson Pirate” speelde hij aan de zijde van Nick Cravat, een vriend uit zijn circusjaren, en verraste het tweetal het publiek met hun acrobatische capriolen. In 1953 speelde Burt zijn bekendste rol aan de zijde van Deborah Kerr in “From Here To Eternity”. De scène waarin hij en Deborah de liefde bedrijven op een strand in Hawaï tussen de beukende golven wordt genoemd als één van romantische scènes uit de filmgeschiedenis.
In het midden van de jaren 1950 zocht Burt nieuwe uitdagingen door rollen aan te nemen die moeilijk te spelen waren en hij trad ook op als producer. Zo werd hij een veelzijdige acteur en uiteindelijk een ster. Voor zijn rol in “Elmer Gantry” won hij in 1960 een Oscar, een Golden Globe en een “New York Film Critics Award”.
Later in zijn carrière zei Burt de avonturen- en acrobatische films vaarwel en ging hij karakterrollen spelen. Hij werkte mee aan verschillende Europese producties met regisseurs zoals Luchino Visconti en Bernardo Bertolucci. Burt was dol op die rollen en als hij een film of een regisseur goed vond, was hij bereid om te werken aan een veel lager loon dan hij elders kon verdienen. Hij financierde zelfs artistieke films waarin hij geloofde. Hij maakte zelf een aantal films en trad op als mentor voor nieuwe regisseurs zoals Sydney Pollack en John Frankenheimer. Zo speelde hij een belangrijke rol in de ontwikkeling van de onafhankelijke cinema. Burt was ook te zien in verschillende televisiefilms.
Voor zijn bijdrage aan de filmindustrie kreeg Burt een ster op de Hollywood Walk of Fame op 6801 Hollywood Blvd.
Burt privé
Burt was een dappere liberale activist en nam het vaak op voor minderheidsgroepen. Hij protesteerde in het openbaar tegen de oorlog in Vietnam en tegen McCarthy. In 1985 ging Burt, die al zijn hele leven strijd leverde voor meer holebi-rechten, mee in het gevecht tegen aids. Dat gebeurde net nadat Rock Hudson ziek was geworden.
Burt stond bekend voor zijn moeilijke, temperamentvolle persoonlijkheid en wou niet dat zijn privé-leven openbaar werd. Hij trouwde drie keer en kreeg vijf kinderen. Zijn eerste vrouw, van 1935 tot 1946, was June Ernst van wie hij scheidde. Zijn tweede huwelijk was met Norma Anderson van 1946 tot 1969. Dit huwelijk eindigde ook met een scheiding omdat Norma zijn “gedrag” niet kon tolereren. Met Norma kreeg hij vijf kinderen: Billy, James, Susan, Sheila en Sighle. In september 1990 trouwde hij met Susan Martin.
Naarmate Burt ouder werd, kreeg hij steeds meer last van het feit dat hij altijd al had gerookt en kon hij niet meer zo intensief werken. Na twee hartaanvallen werd hij in 1983 geopereerd aan zijn hart. Zijn laatste belangrijke rol had hij in “Field of Dreams” in 1989. Een zware hartaanval in 1990 liet hem deels verlamd en met het onvermogen om duidelijk te praten. Hij stief op 20 oktober 1994.