Kabuki
Kabuki, een klassieke Japanse theatervorm waarbij gewone of komische thema’s gebruikt worden, met buitengewone kostuums, gestileerde bewegingen, muziek en dans, en met enkel mannelijke acteurs, kent tot op vandaag succes. Aanvankelijk was dit het uitstelraam voor vrouwelijke prostituees alsook jongens die in de prostitutie zaten.
Liefde voor jongens was een vaststaand gegeven in het oude Japan. De liefde voor een chigo (een jongen tussen 10 en 17 jaar oud) door boeddhistische priesters was een traditie, zoals ook de liefde voor een wakashu (een jongeman tussen 13 en 20 jaar oud) door samoerai strijders in het oude Griekenland. Shudo, het liefhebben van jongemannen, werd een belangrijk onderdeel van de Kabuki literatuur.
Tegen het begin van de zeventiende eeuw, na een lange burgeroorlog, nam de macht van de samoerai af en kwam er een handelsklasse ten tonele. Voor het vermaak van de handelaars werden er dansen en dramatische nummers, vaak met vrouwelijke prostituees, opgevoerd in Kyoto, Edo en Osaka. Samoerai en hofaristocraten mochten hierop niet aanwezig zijn, maar ze verkleedden zich om zich toch te kunnen voegen bij het vurige publiek.
De illegale klassenmenging en het dodelijke geweld veroorzaakt door jaloezie over prostituees verstoorden de rust. Als antwoord hierop begon de gealarmeerde Tokugawa overheid in 1629 met het verbannen van vrouwen van het kabuki toneel.









