Tokio

tokyoEdo (zoals Tokio vroeger heette) was de zetel van de politieke macht van 1603 tot 1868, toen het de nieuwe naam Tokio (oostelijke hoofdstad) kreeg. Edo/Tokio is al lang een enorme metropolis. Tegen het midden van de achttiende eeuw woonden er 1,2 miljoen mensen en vandaag zijn er dat 12 miljoen.

Als Japan’s militaire hoofdstad, werd Edo bewoond door grote aantallen samurai en hun dienaars en onder hen werd “nanshoku” of “mannelijke erotiek” openlijk beleefd. Een andere plaats voor homoseksualiteit was het Kabuki-theater. Omdat vrouwen geen toneel mochten spelen, werden alle rollen gespeeld door mannelijke acteurs, en de “onnagata” of vrouwenrol-spelers werden door zowel mannen als vrouwen het hof gemaakt voor seksuele gunsten. Leerling-onnagato, bekend als “kagema”, verdienden een centje bij door als transgender-prosituees te werken in theehuizen in de buurt van de theaters.

Hoewel, na de restauratie van de Meiji in 1868 waren er nieuwe geïmporteerde seksuele ideeën die homoseks als een afwijking beschouwden waardoor homoseksualiteit niet meer in het openbaar kon worden beleefd. Toch waren er nog schandalen in het Kabuki-theater en de studenten in de militaire academies van Tokio bleven homoseks beleven tot in de jaren 1920.

Toen Japan in de jaren 1930 militaristisch werd, was er ook een ideologie die de nadruk legde op heteroseksuele voortplanting en patriottische plicht. Het resultaat hiervan was dat homoseksualiteit nog meer ondergronds werd beleefd.

Toch, net zoals dat gebeurde in de Westerse landen, maakte de massamobilisatie van de troepen voor Wereldoorlog II het mogelijk dat Japanse mannen met homoseksuele neigingen elkaar konden ontmoeten.

Als snel na de oorlog was er sprake van een wedergeboorte van een levendige homoseksuele subcultuur in Tokio met cruisingplaatsen zoals Ueno en de Hibiya-parken, waar “dansho” of travestie-prostituees, hun brood verdienden. Tijdens de vroege jaren 1950 werd een groeiend aantal koffiehuizen en bars in de oude rosse buurt en rond de theaters bezocht door homo’s. Yukio Mishima beschrijft de opkomende homo-scene in zijn boek “Knjiki” (Verboden Kleuren) uit 1952.

Daar het strafrecht geen melding maakte van homoseks, werden deze ontmoetingsplaatsen meestal genegeerd door de politie en hun aantal nam ongehinderd toe doorheen de jaren 1950. De nogal lakse censuurwetten maakten ook een aantal “perverse tijdschriften” mogelijk, waarin seksuele gedragingen, waaronder homoseksualiteit, werden besproken. Deze tijdschriften beschreven vaak homo-bars en cruisingplaatsen, waardoor het makkelijk was om ze te vinden.

De bars waren heel klein en werden opengehouden door een “mama” (meestal een travestiet) en een ploeg “gei boi” (homojongens), die vaak ook travestieten waren. Hoewel de klanten van de bars ook relaties met elkaar konden aanknopen, vond de seks meestal plaats tussen de homojongens en de klanten.

In 1957 werd prostitutie illegaal in Japan en heel wat bordelen in Tokio moesten de deuren sluiten. Toen de bordelen uit de rosse buurt verdwenen, trokken de homo’s erin. Ze profiteerden van de lage prijzen en maakten er hun eigen bars en ontmoetingsplaatsen. Het is in die tijd dat Shinjuku Ni-Chome de belangrijkste homobuurt van Tokio werd. Tegen de vroege jaren 1960 waren er meer dan 100 homobars in Shinjuku en in andere voormalige rosse buurten zoals in Shimbashi, Ueno en Asakusa. In die bars werkten meer dan 400 homo-jongens.

Tijdens de vroege jaren 1960 kwamen er ook enkele bars voor lesbiennes. Net zoals de homobars, werden de lesbobars uitgebaat door een travestiet met een ploeg travestie-vrouwen, gekend als “broedermeisjes” die als serveuses en als “gastvrouwen” voor hun vrouwelijke klanten zorgden.

Tijdens de jaren 1960 werden de cabaretacts waarin mannelijke transseksuelen optraden als zangers, dansers en strippers, populair. Bekend als “blauwe jongens” werden deze artiesten sterk beïnvloed door het Franse travestie-cabaret Le Carrousel de Paris, dat een tournee maakte in Japan in 1963.

Vandaag is Tokio de thuisbasis van een stevige showbizzwereld die gekend is als “mizu shobai” of “waterhandel”, met honderden ontmoetingsplaatsen voor verschillende interesses, waaronder ongeveer 200 homobars in Shinjuku Ni-Chome alleen. Er zijn ontmoetingsplaatsen voor zowel gewone homo’s als voor transgender-homo’s en homo- en hetero-travestieten, en transeksuele cabarets en clubs die gericht zijn op hetero-“toeristen”. Toch zijn er maar weinig bars voor lesbiennes en voor transgender-vrouwen.

Een populair fenomeen sinds het midden van de jaren 1980 zijn speciale holebi-nachten in de grootste disco’s van Tokio, hoewel Tokio nog geen grote gemengde ontmoetingsplaatsen heeft zoals die in de meeste westerse steden wel bestaan. Sinds het midden van de jaren 1980 is er ook veel meer holebi-activisme in Japan. Maar door de regionale verschillen zijn de relaties tussen de groeperingen in Tokio en Osaka, de tweede grootste stad van Japan, niet altijd harmonieus.

Sinds 1994 heeft Tokio ook jaarlijkse gayprides die grote menigten van deelnemers en kijkers lokken. Toch is Tokio niet de enige stad in Japan met een grote holebi-scene: Osaka, de oude Japanse commerciële hoofdstad, heeft ook een sterke traditie van holebi-cultuur waar Sapporo onlangs opdook als een levendig centrum van holebi-cultuur en -activisme.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 15 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags : , ,

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.