Portugal

portugalDe Portugese houding t.o.v. homoseksualiteit was traditioneel gezien erg conservatief en werd grotendeels beïnvloed door de Rooms-katholieke Kerk. Tot voor kort kozen vele holebi’s ervoor om hun geaardheid verborgen te houden, maar in het laatste decennium hebben holebi-rechtengroeperingen actief inspanningen geleverd met het oog op het bekomen van wettelijke en sociale veranderingen.

Eerste wetboeken

In haar vroege jaren maakte Portugal lange tijd deel uit van dezelfde politieke entiteit en was ze ook onderworpen aan dezelfde wetten als haar buurland op het Iberische schiereiland, Spanje. Deze wetten omvatten o.a. het Visigotische wetboek van 506 C.E., dat de doodstraf oplegde aan mannen die schuldig bevonden werden aan sodomie. Toen Portugal in 1128 onafhankelijk werd, behield het strenge straffen voor sodomie, zoals dood, castratie, ballingschap, en inbeslagneming van eigendom.

In het kader van de wetten die afgekondigd werden door Koning Afonso IV in de veertiende eeuw, was het verboden voor individuen die van sodomie verdacht werden hun toevlucht te zoeken in kerken – en dit in tegenstelling tot anderen die ervan verdacht werden wetten te verbreken. In 1499 verduidelijkte Koning Manuel dat vrouwen, die seksuele betrekkingen hadden met andere vrouwen, ook onderworpen werden aan straffen.

Dat zo’n gedrag toch voorkwam, werd duidelijk gemaakt in middeleeuwse Portugese troubadourgedichten, “cantigas de escárnio e mal dizer” (gemene satirische “liederen van bespotting en minachting”), en “canções de amigo” (gedichten van de geliefde), die verwijzingen bevatten naar aantrekkingen tussen hetzelfde geslacht bij zowel mannen als vrouwen, in het bijzonder bij leden van het koninklijk hof, inclusief de veertiende-eeuwse koning Pedro I.

De Inquisitie

Homoseksueel gedrag werd niet enkel bestraft via het Portugees burgerlijk recht, maar ook tijdens de Inquisitie, die in Portugal van 1536 tot 1821 duurde. Rapporteringen hiervan worden bijgehouden in de ‘Nationale Archieven’ in Lissabon. Omdat de nog bestaande documentatie uitgebreider is in Portugal dan in andere landen, is het mogelijk om kennis te vergaren over de seksuele praktijken tussen hetzelfde geslacht in die periode, vooral dan bij mannen.

Tijdens de Inquisitie kwamen onderzoeken vaak tot stand als men door iemand anders aangegeven werd. Gevallen die gingen over de “nefando pecado” (‘afschuwelijke zonde’) van sodomie maakten slechts een klein percentage uit van de onderzoeken; het merendeel handelde over verschillende vormen van ketterij en tovenarij.

In vergelijking met andere landen werd Portugal eerder beschouwd als zijnde redelijk soepel in het bestraffen van mensen die beschuldigd werden van sodomie. Van de meer dan vijfduizend mensen die opgesomd stonden in de “Cadernos de Nefando”, de officiële lijst van de beschuldigden, werden er slechts 408 voor het gerecht gedaagd. Een verhoor tijdens de Inquisitie leidde meestal automatisch tot een veroordeling. Dertig mannen werden verbrand en honderden anderen moesten stappen in “auto da fé” processies, waarna ze gefolterd en/of verbannen werden. Er werden vaak uitzonderingen gemaakt voor priesters, die een relatief groot deel uitmaakten van de namen die in de rapporten verschenen. Indien ze veroordeeld werden, konden ze gespaard worden van de publieke vernedering van de auto da fé en de fysieke bestraffing, en werden ze onopgemerkt in ballingschap gestuurd.

Niet alle mannen die van sodomie beschuldigd werden, waren mensen die we vandaag als homoseksueel zouden beschouwen. Sommige onder hen waren verarmde mannen, vaak jong, die met moeite hun kostje bijeenscharrelden in Lissabon door eender welke job uit te oefenen, inclusief sekswerk. Anderen waren eerder betrokken in situationele homoseksualiteit. Aangezien Portugese families nauwlettend toekeken op het bewaren van de maagdelijkheid van hun ongehuwde vrouwen, hadden sommige mannen seksuele ontmoetingen met iemand van hetzelfde geslacht tijdens hun jonge jaren, maar niet meer nadat ze getrouwd waren.

Documenten uit de Inquisitie brengen aan het licht wat Júlio Gomes beschrijft – op een misschien wat ouderwetse manier – als “een rijke en energetische homosubcultuur.” Ze identificeren ontmoetingsplaatsen waar mannen die zichzelf nu als homoseksueel zouden beschouwen, elkaar konden treffen, en ze maken ook melding van een transseksuele dansgroep, “Dança dos Fanchonos”, (“fanchono” is een ‘slang’term voor een homoseksuele man), die vertier verzorgden in de vroege zeventiende eeuw.

De documenten uit de tijd van de Inquisitie bevatten ook de eerste liefdesbrieven tussen hetzelfde geslacht, een serie van vijf brieven die geschreven werd in 1664 door Francisco Correa Netto, een sacristein (een soort van koster) van de kathedraal in Silves, en die gericht waren aan de muziekinstrumentenfabrikant Manuel Viegas. Viegas, die zich duidelijk tot zowel mannen als vrouwen aangetrokken voelde, had de bons gegeven aan Correa Netto voor een vrouw na een korte affaire en gaf hem vervolgens aan bij de Inquisitie. Gelukkig stond Correa Netto niet terecht omdat het wetboek van de Inquisitie vereiste dat de verdachte door twee personen beschuldigd werd, en enkel Viegas bood zich aan.

Een belangrijk punt dat naar voren komt in de documenten van de Inquisitie is dat vooral de passieve partner in relaties tussen mannen gestigmatiseerd werd. Mannen die beschuldigd werden, gaven vaak toe dat ze betrokken waren in andere seksuele interacties met hetzelfde geslacht, in de hoop de beschuldiging van sodomie te ontlopen. Deze houding is verenigbaar met de “machismo” die men vaak tegenkomt in Spaanse en Latijns-Amerikaanse culturen.

Portugal in de negentiende en twintigste eeuw

Er is geen vermelding van seksuele activiteiten tussen hetzelfde geslacht in de herziening van het Portugese strafwetboek van 1852. Onder de dictatuur (1926-1974) van Salazar werden zulke activiteiten opnieuw gecriminaliseerd, maar in het huidige strafwetboek, aangepast in 1982, wordt homoseksualiteit enkel vermeld in Artikel 175 (“Misdaad van Homoseksualiteit met Minderjarigen”), die de leeftijd van wederzijdse toestemming voor koppels van hetzelfde geslacht op 16 vastlegt, en een strafboete en/of een gevangenisstraf tot maximum twee jaar voor aanranding oplegt. Artikel 174 legt dezelfde straf op voor heterokoppels, maar legt de leeftijd van toestemming vast op 14 jaar.

Hoewel de wet uiteindelijk geliberaliseerd werd, bleven sociale houdingen in Portugal redelijk conservatief tijdens de negentiende en twintigste eeuw, en probeerden holebi’s om publiek aldus niet geïdentificeerd te worden.

Ook waren ze niet erg zichtbaar in de literatuur. De eerste Portugese roman die de aandacht vestigde op een homopersonage, “O Barão de Lavos” (“De Baron van Lavos”, 1891) door Abel Botelho, vertelt het verhaal van de liefdesdriehoek tussen een Portugese edelman, zijn vrouw, en zijn jonge mannelijke geliefde. Hoewel de roman een slecht einde kent, met de baron die in armoede en eerverlies glijdt, zijn de gedetailleerde beschrijvingen van versiertoeren en sjacherijen, alsook de holebibuurten van Lissabon opmerkelijk. Het is niet geweten of Botelho, een getrouwde en op zijn minst schijnbaar heteroseksuele man, ooit zelf aan homoseksuele interacties deelgenomen heeft.

Andere opmerkelijke werken waren o.a. de roman “A confissão de Lúcio” (”De Bekentenis van Lúcio,” 1914) door Mario de Sá-Carneiro, Fernando Pessoa´s poem (geschreven in het Engels) “Antinous” (1918), en de gedichtenbundel “Canções” (”Liederen,” 1922) door de openlijk homoseksuele dichter António Botto.

Onder invloed van de repressieve dictatuur in het midden van de twintigste eeuw, werd vrijheid van expressie in het algemeen ingeperkt. Toen een meer liberale administratie aan de macht kwam in 1974, begonnen groepen zich te organiseren zoals o.a. de bepleiters van holebirechten. Een aantal holebitijdschriften werden later in hetzelfde decennium gepubliceerd.

Holebirechtenbeweging

Het was echter pas in de jaren 1990 dat de holebirechtenbeweging in Portugal aan stootkracht won. De Associação ILGA Portugal, een afdeling van de International Lesbian and Gay Association, werd opgericht in 1995, en werd het daaropvolgende jaar officieel erkend door de Portugese regering. De groep, die haar basis had in Londen waar ook haar gemeenschapscentrum gevestigd was, spande zich in om holebirechten te verkrijgen en te verdedigen, en om opleidingen en andere raadgevende diensten te verschaffen. Zo richtte het in 1998 een telefonische hulplijn op om holebi’s buiten de hoofdstad te kunnen bereiken, vooral dan zij die in landelijke gebieden leefden en vaak een extreem gevoel van isolatie ervaarden, wat te wijten was aan een gebrek aan steun van de plaatselijke holebigemeenschap.

In 1997 organiseerde de Associação ILGA Portugal het jaarlijkse Festival de Cinema Gay e Lésbico. In 2001 werd een aparte groep opgericht om het evenement te organiseren, maar de vereniging blijft een belangrijke deelnemer in tal van culturele activiteiten zoals de ‘pride’viering van Lissabon, de zgn. Arraial Gay e Lésbico, dat sinds 1997 ook elk jaar georganiseerd wordt.

De op het internet gebaseerde organisatie O PortugalGay.PT, opgericht in 1996, vormt een bron van informatie voor Portugese sprekers wereldwijd. Leden die in Portugal wonen nemen ook deel in plaatselijke culturele evenementen.

Andere organisaties omvatten Associação Opus Gay, die zich ertoe verbindt holebitoerisme te promoten, en een bezoekerscentrum uitbaat in Lissabon, en een wekelijks radio-opbelprogramma presenteert; Clube Sofa, een lesbische vereniging die zowel educatieve alsook sociale evenementen sponsort; en de Grupo de Mulheres (“Vrouwengroep”), die lesbische rechten promoot en ook sociale steun voorziet doorheen activiteiten in het Centro Comunitário Gay e Lésbico in Lissabon).

Recente wettelijke en politieke ontwikkelingen

Ondanks de vooruitgang op het wettelijke front en de toegenomen zichtbaarheid voor holebiburgers in Portugal, blijven er toch problemen bestaan. Zo heeft het land bijvoorbeeld geen enkele wet die discriminatie op basis van seksuele oriëntatie verbiedt, ondanks aanbevelingen van de Europese Unie dat zo’n wet aangenomen moet worden. Bovendien maken de conservatieve zeden van de Portugese samenleving op het vlak van seksualiteit het moeilijk voor holebiactivisten om de samenleving te betrekken in een debat over gelijkheid.

In sommige gevallen namen Portugese holebiburgers hun toevlucht tot het Europese Hof van de Rechten van de Mens om zichzelf te beschermen. In 1994 bijvoorbeeld stelde een gescheiden openlijk homoseksuele vader, wiens vrouw hem niet wou toelaten hun jonge dochter te bezoeken ondanks visitatierechten op gerechtelijk bevel, met succes een eis in voor het bekomen van voogdij over het kind. De moeder ging echter in hoger beroep en dat leidde in 1996 tot een homofobische beslissing die gedeeltelijk het volgende bevestigde: “het kind moet in een familieomgeving vertoeven, een traditionele Portugese familie, en haar vader heeft zeker niet de bedoeling in zo’n context te leven, aangezien hij met een andere man samenleeft zoals een vrouw en een man zouden samenleven…..het is een abnormaliteit, en kinderen zouden niet mogen opgroeien in de schaduw van abnormale situaties.”

Gay pride in Lissabon

Gay pride in Lissabon

De vader stapte met de zaak naar het Europese Hof van de Rechten van de Mens, die in 1999 besliste dat de Portugese beroepshoven een “onderscheid hadden gemaakt op basis van beschouwingen die de (vaders’) seksuele geaardheid aanbelangden; een onderscheid dat niet aanvaardbaar is in het kader van de Conventie” en sprak een vonnis uit in het voordeel van de vader. Het Hof beval de Portugese staat hem een aanzienlijke schadevergoeding te betalen.
Portugese holebiactivisten behaalden ook een belangrijke overwinning in 2001 toen wetgevers – gebukt onder de fulminerende protesten van de Katholieke Kerk – toestemden om dezelfde beperkte rechten inzake gewoonterecht die twee jaar eerder werden toegekend aan gelijkaardige heteroseksuele koppels, ook toe te kennen aan holebikoppels die al minstens twee jaar samenleefden.

Toch staat de Portugese wetgeving nog steeds geen burgerlijke huwelijken toe tussen hetzelfde geslacht. Ook is het niet toegelaten in Portugal voor openlijke holebi’s om een ambt te bekleden in het leger of de politiemacht. Deze zorgen, samen met de gelijkmaking van de leeftijd van vrijwillige instemming, en transseksuele rechten, inclusief het recht tot herziening van documenten nadat een persoon een geslachtsoperatie ondergaan heeft, staan bovenaan de Portugese holebirechtenagenda. Om ze op te lossen is druk vanwege de Europese Unie wellicht onontbeerlijk.

Hoewel de uitdagingen blijven voortbestaan, hebben de holebi’s in Portugal toch al heel wat vooruitgang geboekt in de afgelopen jaren. Ze hebben politiek meer te zeggen en zijn ook publiek gezien sterker aanwezig. De “Pride and Film” festivals in Lissabon nemen elk jaar toe, en sinds 2001 organiseren de steden Porto en Leiria eveneens drukbezochte “pride” evenementen. Gezien de toenemende rol van holebirechtenorganisaties en de steun van groepen in andere landen van de Europese Unie, mag er gehoopt worden dat de Portugese samenleving zich geleidelijk aan meer openstelt, zodat al haar inwoners gelijke rechten kunnen genieten.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 15 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags : ,

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.