New Orleans

new-orleansNew Orleans is één van de meest kleurrijke steden van de Verenigde Staten. De stad heeft een rijke geschiedenis wat betreft holebiseksualiteit. Het is een populaire reisbestemming bij holebi’s en er is een grote holebi-gemeenschap.

New Orleans is een smeltkroes die nog niet opgewarmd werd. In plaats van de verschillende etnische ingrediënten met elkaar te vermengen tot een typische Amerikaanse eenheidsworst, hebben de verschillende culturen in New Orleans, zoals die van de Fransen, de Spanjaarden, de Afrikanen, de Indianen, de Ieren, de Italianen, de Kroaten en de Vietnamezen hun individualiteit behouden.

Holebiseksualiteit bij het ontstaan van New Orleans

Al van in de zestiende eeuw schreven Franse en Spaanse ontdekkingsreizigers in de Mississippi-riviervallei over het bestaan van inheemse mannen die vrijwillig “vernederende” vrouwenmanieren hadden en die vrouwenwerk deden. Ze vonden het verbazend dat deze vreemde mannen een hoog aanzien hadden in hun stammen.

Wat later, in 1751, schreef Jean Bernard Bossu over de Choctaw, een inheemse stam, het volgende: “Ze zijn moreel nogal pervers en het mereldeel van hen is verslaafd aan sodomie”.

De Fransen begonnen tijdens de late jaren 1600 nederzettingen te bouwen in dit gebied en New Orleans werd in 1718 gesticht door Jean Baptiste le Moyne, Sieur de Bienville. Oorspronkelijk werd de stad bewoond door de afstammelingen van de Franse en Spaanse veroveraars, beter bekend als de Creolen. In de stad woonden ook een groot aantal slaven en een aanzienlijk aantal vrije kleurlingen. De afstammelingen van deze laatsten, die vaak bloed- en andere banden hadden met de dominante blanke gemeenschap, noemden zichzelf ook Creools.

Verslagen over holebiseksuele relaties tijdens de koloniale periode zijn zeldzaam en niet betrouwbaar. Deze zeldzaamheid is begrijpelijk daar zowel de kerk en de staat homoseksuele daden als een misdaad beschouwden waarover door christenen zelfs niet gepraat mocht worden.

De “Territorial Convention” van 1805 bekrachtigde het strenge statuut voor sodomie. De eerste “Louisiana Criminal Code” voorzag een levenslange gevangenisstraf voor zij die zich overgaven aan “de afschuwelijke en verwerpelijke misdaad tegen de natuur”. Later werd de straf verzacht tot tien jaar gevangenisstraf, nog later tot vijf jaar.

Holebiseksualiteit tijdens de negentiende eeuw in New Orleans

Toen in 1812 de eerste stoomboten aankwamen in New Orleans, nam de bevolking er explosief toe met heel was kolonisten uit Kentucky, Tennessee en andere delen van de Verenigde Staten. Als belangrijke havenstad had New Orleans een cruciale militaire en commerciële betekenis en was de stad het economisch centrum van de enorme katoen- en suikerindustrie.

New Orleans kreeg al snel de reputatie van immoreel te zijn. Toen Walt Whitman er in 1848 aankwam was hij een nederige Quaker die niets moest hebben van “plaatsen met vergankelijk, irrationeel on-amusement”. Die houding liet hij al snel varen en hij schreef een reeks krantencolumns over “de beste saloons van New Orleans”.

Deskundigen merken op dat Walt Whitmans ervaringen met New Orleans een belangrijke invloed hadden op zijn idee over homoseksualiteit, zoals dat te merken is in zijn homo-erotische gedichten. In “Once I Pass’d Through a Populous City”, een gedicht over New Orleans, schreef hij: “Ik herinner mij enkel de man die met mij rondzwierf, omwille van mijn liefde.” In “I Saw in Louisiana a Live-Oak Growing”, schreef hij dat deze boom hem deed denken aan homoseks.

New Orleans leed enorm onder de Burgeroorlog en tijdens de periode die daarop volgde. Maar het feit deze economische stilstand bijna een eeuw duurde, zorgde er wel voor dat de oorspronkelijke architectuur niet verdween omwille van modernisatie. Daarom heeft New Orleans op vandaag het grootste aantal gebouwen uit de negentiende eeuw in de Verenigde Staten.

Doorheen de geschiedenis van de stad, bloeide er een levendige sociale holebi-onderwereld in New Orleans. Tijdens de late negentiende eeuw werd Fanny Sweet, een beruchte bordeelhoudster, beschreven als een “dievegge, lesbienne, spion, gifmengster en pooister”. Ongeveer tezelfdertijd was er Miss Big Nelly, een burleske bordeelhouder die een hoerenhuis openhield voor homo’s, een ontmoetingsplaats die bekend was omwille van de “grote, luidruchtige interraciale interacties”.

Jazz, misschien wel de meest bekende culturele creatie van New Orleans, floreerde in de bordelen in de late negentiende eeuw. Jazz werd in grote mate gevormd door Tony Jackson, de belangrijkste pianist en componist van deze “schandelijke” nieuwe muziekvorm. Na zijn dood op zijn vierenveertigste werd hij herinnerd als “een epileptisch, alcoholisch, homoseksueel zwarte genie”.

“Pretty Baby”, de grootste hit van Tony Jackson, ging over een andere man. Het lied werd gecomponeerd in een saloon in Bienville Street tijdens de eerste jaren van de twintigste eeuw. Het werd pas in 1916 gepubliceerd, toen het voorzien werd van een nieuwe tekst op maat van Fanny Brice voor de Broadway-musical “Passing Show”.

Holebiseksualiteit in New Orleans tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw

Lyle Saxon

Lyle Saxon

Toen schrijver Lyle Saxon in 1919 aankwam in de “French Quarter”, de oudste buurt van New Orleans, was dit stadsdeel het slachtoffer geworden van smakeloosheid en verval. Vele van de oude Creoolse families die hier woonden waren in nieuwe delen van de stad gaan wonen en het gevaar bestond dat de “French Quarter” een krottenwijk werd.

Lyle Saxon, die later een succesvolle journalist en schrijver werd, slaagde erin om schrijvers en artiesten naar deze buurt te laten verhuizen. Lyle’s laatste werk “The Friends of Joe Gilmore” (uit 1948) is een passionele hulde aan zijn levenslange bediende en geliefde.

De “French Quarter” werd het centrum van het holebiseksueel nachtleven, hoewel er nog een beroemde travestieclub was, de “My-O-My” die tijdens de jaren 1940 en 1950, gevestigd was aan de waterkant.

Over de geschiedenis van de homobars in New Orleans is veel terug te vinden. Zo was er “Cafe Lafitte” dat in 1936 de deuren opendeed, pas drie jaar na het einde van de drooglegging. Toen de uitbaters in 1953 er werden buitengezet, verhuisden ze naar een andere bar in dezelfde straat en openden ze er de bar “Cafe Lafitte in Exile”. De bar bestaat nog steeds in “Bourbon Street” en is één van de oudste homobars in de Verenigde Staten.

In 1939 opende jazzmuzikante “Miss Dixie” Fasnacht de “Dixie’s Bar of Music” in het hart van de zakenbuurt en in 1949 verhuisde ze naar “Bourbon Street”. Zij was het model voor een personage in “The City and The Pillar” (uit 1948) van Gore Vidal. Hoewel ze op pensioen ging in 1964 blijft Miss Dixie, die haar 95ste verjaardag vierde in 2005, een legende, vooral dankzij haar steun aan haar homoseksuele klanten, die vaak lastiggevallen werden door de politie tijdens “opruim”-campagnes.

Schrijvers en artiesten in New Orleans

Tijdens de twintigste eeuw werd New Orleans een toevluchtsoord voor schrijvers en artiesten die ernaar toe kwamen omwille van het “alles-kan-niets-moet”-sfeertje dat er hing.

De jonge Tom Williams nam de naam Tennessee tijdens zijn eerste bezoek aan New Orleans in 1938. Vier uur later na zijn aankomst in de stad schreef hij in zijn dagboek: “Dit is de plek waarvoor ik geboren ben.” Wat later had hij zijn eerste seksuele contact met een man.

New Orleans kreeg een belangrijke rol in vele werken van Tom Williams, ondermeer in “A Streetcar Named Desire” (uit 1947), “Suddenly Last Summer” (uit 1958) en in vele andere toneelstukken en verhalen. Het is dan ook niet meer dan gepast dat het belangrijkste culturele evenement in New Orleans het jaarlijkse “Tennesee Williams Literary Festival” is, waar heel wat schrijvers, lezers en theaterbezoekers op afkomen.

De lesbische fotografe Frances Benjamin Johnston trok zich na haar pensioen in 1940 terug in New Orleans nadat ze er haar laatste grote project had beëindigd rond de zuidelijke architectuur. Ze woonde in de stad tot aan haar dood in 1952. Haar partner, een jongere vrouw met de naam Tow Sawyer, bleef nog dertig jaar leven.

Als jongeman van twintig keerde Truman, geboren in New Orleans, in 1945 terug naar zijn geboortestad. In een appartement in “Royal Street” schreef hij de kladversie van zijn eerste grote werk “Other Voices, Other Rooms” (uit 1948). Hij noemde deze periode later: “de meeste vrije tijd van mijn leven”.

Een andere schrijver die vaak geassocieerd wordt met New Orleans is John Kennedy Toole. Zijn “Confederacy of Dunes” (uit 1980) is een portret van New Orleans na Wereldoorlog II. John weerspiegelde zijn ongemak met zijn eigen homoseksualiteit in een homoseksueel portret van de “French Quarter” tijdens de late jaren 1960. In dit portret, dat zeer satirisch is, luisteren de frivole jonge mannen liever naar Judy Garland en Lena Horne in plaats van te protesteren tegen hun discriminatie.

De kunstenaar George Dureau heeft op een accurate manier het gevoel van deze unieke stad vastgelegd. In zijn mythologische schilderijen en in zijn foto’s, waarop vaak straatjongens en dwergen te zien zijn, beelde hij de paradoxen van de stad uit, vooral de combinatie van het spirituele en het vleselijke.

Carnaval in New Orleans

Mardi Gras is een belangrijke vakantieperiode in New Orleans. Het Carnival-seizoen begint op 6 januari en gaat door tot het hoogtepunt op Vette Dinsdag (ergens tussen begin februari en begin maart). Niet alleen komen er honderdduizenden (holebi)-toeristen naar de feestelijkheden, maar het is ook het moment voor de belangrijkste bals en feesten van de stad.

De gewoonte om zich in New Orleans met Carnival te maskeren en om de kleren van het andere geslacht te dragen, hebben er de holebi-cultuur gevormd. De eerste Carnival-homoclub “The Krewe of Yuga” begon in 1958 als een grap. Het was een parodie op de traditionele bals. “Yuga” floreerde tot in 1962 een politie-inval het bal abrupt vernietigde. Maar hetzelfde jaar ontstond een tweede homoclub, “The Krewe of Petrionius”, gevolgd door “The Krewe of Armeinius” en een dozijn anderen. Deze bals, die voor het overgrote deel travestiebals zijn, blijven een belangrijk onderdeel van de sociale holebi-scène in New Orleans, hoewel aids het aantal krewes aanzienlijk deed verminderen.

Holebi-bevrijding in New Orleans

Hoewel New Orleans lange tijd de thuisbasis was van een grote holebi-gemeenschap, was de stad toch minder snel dan andere Amerikaanse steden om een eigen politieke holebi-beweging te beginnen. Waarschijnlijk komt dit omdat New Orleans eigenlijk een relatief kleine stad is die gedomineerd werd door de katholieke kerk.

Maar een was nog een andere factor. Voor New York was 1969 het jaar van de Stonewall-rellen. Voor New Orleans was 1969 het jaar dat de homoseksuele zakenman Clay Shaw een rechtszaak kreeg. Hij werd ervan beschuldigd één van de breinen te zijn achter de moord op president John F. Kennedy. Hoewel hij een gemakkelijk slachtoffer was omwille van zijn homoseksualiteit werd hij later vrijgesproken van alle beschuldigingen. Maar de rechtszaak had zijn leven verwoest. Deze zaak was een waarschuwing voor alle holebi’s in New Orleans dat ze nog steeds moesten opletten wat ze deden.

Toch werd in 1970 het “Gay Liberation Front of New Orleans” opgericht. Hoewel deze vereniging tegen 1971 ontbonden werd, had ondertussen de eerste openbare holebi-actie plaatsgevonden; een demonstratie tegen de praktijken van de politie. Ook zag de eerste holebi-publicatie het licht; een nieuwsbrief met de naam “Sunflower”.

Daarnaast werd ook een holebi-dienstencentrum opgericht, een kerkcongregatie voor holebi’s, een organisatie voor lesbiennes en een studentenvereniging voor holebiseksuele studenten.

De zuidelijke decadentie van New Orleans

Mardi Gras in New Orleans

Mardi Gras in New Orleans

Een klein gekostumeerd bal, Mardi Gras, op vette dinsdag 1972 groeide uit tot één van de belangrijkste jaarlijkse holebi-evenementen van New Orleans. Aan de gasten van het oorspronkelijke feest werd gevraagd om als hun favoriete decadente personage uit het zuiden van de Verenigde Staten te komen. Dit was de geboorte van de enorme fuif “Southern Decadence” waarop ook duizenden holebi-toeristen of afkomen.

Daarnaast is er ook nog “Halloween in New Orleans”, een fuif waarbij geld ingezameld wordt voor “Lazarus House”, een verzorgingsinstelling voor aids-patiënten.

Tragedie en protest in New Orleans

Twee jaar na de oprichting van het “Gay Liberation Front” was er nog steeds weinig zichtbaar van de holebi-gemeenschap in New Orleans. Op de koop toe was er op 24 juni 1973 een brand in de “Upstairs Lounge”, een homobar in de “French Quarter”. Dit was de ergste brand uit de lange geschiedenis van New Orleans, 32 mensen kwamen om.

De gruwel van deze brand werd nog erger door de homofobie in de tijd. Sommige kerken weigerden om de slachtoffers een begrafenisdienst te geven en sommige ouders weigerden om de lichamen van hun kinderen op te eisen.

De tragedie zorgde er echter wel dat een handjevol activisten een holebi-publicatie uit de grond stampten, “Causeway” en een telefonische hulplijn.

Maar het was pas in juni 1977, toen de zangeres Anita Bryant in New Orleans aankwam om er een concert te geven, dat het holebi-activisme echt van de grond kwam. Het was het eerste openbare optreden van de homofobe zangeres. Een kleine groep mensen, onder de noemer de “Gertrude Stein Society”, kondigde een protestmars aan en hoopte dat andere holebi’s zich bij hen zou aansluiten. De groep groeide aan tot verschillende duizenden holebi’s die een protestmars hielden doorheen de “French Quarter” tot aan het “Municipal Auditorium” waar Anita Bryant concerteerde.

De opkomst van een moderne holebi-gemeenschap in New Orleans

Deze protestmars was de katalysator voor de snelle groei van een zichtbare holebi-gemeenschap. Een holebi-krant “Impact” verscheen vanaf oktober 1977. Het volgende jaar opende schrijver Tom Horner een holebi-boekenwinkel, de eerste in het zuiden van de Verenigde Staten.

Ook in 1978 vierde de “Pink Triangle Alliance” de eerste verjaardag van het Bryant-protest met een andere protestmars. Dit was het begin van Gayfest, de eerste gaypride van New Orleans. Al snel had de groeiende holebi-gemeenschap een groot scala aan sociale, burgerlijke, religieuze en sportieve organisaties. Ook kwam er de “Louisiana Gay Political Action Caucus, een jaarlijkse holebi-conventie, een actieve tak van “PFLAG” en een homokoor.

Tegen de jaren 1990 was er sprake van een positieve relatie tussen de holebi’s en de politie en het stadsbestuur van New Orleans. De stad boekte vooruitgang op het gebied van holebi-politiek dankzij het leiderschap van Afro-Amerikaanse politici zoals burgemeesters Ernest N. Morial, Sidney J. Barthelemy en Marc H. Morial.

Nadat tweemaal geweigerd werd om een anti-discrimatie verordening te aanvaarden, keurde de stad New Orleans in 1991 eindelijk het voorstel goed om “seksuele geaardheid” als een categorie te beshouwen. In 1993 konden homo’s en lesbiennes in New Orleans een wettelijke partnerschap aangaan. Vanaf 1998 werd “genderidentiteit” ook een categorie in de anti-discriminatiewet. New Orleans was één van de eerste Amerikaanse steden die dit deed.

In 1999 begon de stad New Orleans een programma om meer holebi’s, samen met kunstenaars en zakenmens, te lokken. Op die manier erkende de stad dat New Orleans mede door holebi’s gemaakt werd.

Orkaan Katrina

Op 29 augustus 2005 werd de stad New Orleans het slachtoffer van een gruwelijke orkaan. Het oeverwalsysteem, dat ontworpen werd om de stad te vrijwaren van overstromingen bij stormen, liet het afweten. Het grootste deel van de stad kwam onder water te staan en honderdduizenden huizen en winkels werden vernietigd.

Burgemeester C. Ray Nagin had een verplichte evacuatie van de stad geëist, maar duizenden inwoners weigerden of waren niet in staat om te vertrekken. Zij die de storm en de overstroming overleefden werden in opvangplaatsen in de Verenigde Staten samengebracht. Ze mochten een maand lang niet terug naar hun huizen terugkeren. Heel wat mensen, waaronder ook holebi’s, verloren hun huizen.

Sommige holebi’s werden vernederd. Zo werd Arpollo Vicks, een twintigjarige transgender, gearresteerd door de politie omdat zij de vrouwendouche gebruikte in de opvangplaats waar ze zat. Ze werd veroordeeld en werd vijf dagen lang opgesloten. Nadat de pers lucht kreeg van dit incident werd ze vrijgelaten.

Onder de vele slachtoffers was ook Rosemary “Mama” Pino, die gedurende de jaren 1970 en 1980 eigenaar was van vijf holebi-bars. Ze was 83 jaar en stierf in een bejaardentehuis dat de regering nagelaten had om te evacueren.

De holebi-infrastructuur van New Orleans werd ook beschadigd. Allerlei holebi-activisten en personeel van holebi-diensten zaten verspreid over de Verenigde Staten. Diensten en materiaal werden vernietigd. Gelukkig boden vele holebi-organisaties uit de Verenigde Staten boden hun hulp aan.

Het zal tijd vragen voor de schade van de storm vergeten zal zijn. Gelukkig zijn enkele buurten die voornamelijk bewoond werden door holebi’s, waaronder de “French Quarter” gespaard gebleven van de ergste gevolgen van de storm en zullen zij het eerst heropleven.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 16 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags : ,

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.