Japan

japanHomoseksualiteit heeft een lange geschiedenis in Japan van tenminste duizend jaar, maar het was pas in de moderne tijd dat lesbianisme meer zichtbaar werd. Op vandaag mengt Japan elementen van de inheemse tradities met Westerse opinies over de sekuele identiteit. Japan is het thuisland geworden van één van de meest diverse en dynamische holebi-culturen in Azië.

De Japanse wereld van vermaak steunt al lang openlijke homo’s, transgender en transseksuelen. De voorbije tien jaar was er een ontzettend grote groei aan holebi-kunst, -films en –literatuur. Tokyo, Osaka en verschillende andere kleine steden hebben grote holebi-gemeenschappen en het aantal holebi-organisaties neemt steeds toe.

Holebiseksualiteit in het oude Japan

Tijdens de Japanse feodale periode (1600-1867), mochten mannen uit de elite vrijelijk zowel heteroseksuele als homoseksuele contacten hebben. In deze tijd werden nanshoku (erotiek tussen mannen) en joshoku (erotiek tussen mannen en vrouwen) niet gezien als onverenigbaar. “Wakashudo”, of “de oorlog van jongens” was een vaste sociale manier van seksuele expressie waarbij volwassen mannen seks konden hebben met jongens die hun ceremonie van volwassenheid nog niet achter de rug hadden.

Mannen uit de elite mochten ook seks hebben met transgendermannen van alle leeftijden uit de lagere klassen die werkten als hoeren of acteurs in het kabuki-theater waar enkel mannen mochten werken. Toch werden de volwassen mannen, noch hun jonge of transgender partners, beschouwd als “homosekueel”. Er werd van jongemannen verwacht dat ze hun “passieve” rol in hun seksuele relatie met volwassen mannen opgaven wanneer ze volwassen werden en van transgender acteurs en hoeren werd gedacht dat ze voor die levensstijl hadden gekozen uit financiële redenen.

Holebiseksualiteit in het vroeg-moderne Japan

Tijdens de Meiji-periode (1867-1912) stond Japan open voor het Westen en dit viel samen met de ontwikkeling van de Europese seksuologie. Van toen af aan kwam er discussie over “persverse seksualiteit” in populaire magazines die ijverden voor een verbetering van de publieke moraal. Nanshoku en de activiteiten van transgenders uit de kabuki-thaters werden beschouwd als feodaal en dat was onverenigbaar met de “geciviliseerde maatschappij” van die tijd.

Toch gebeurde de wettelijke vervolging van homo’s, die toen in de meeste Europese landen en in de Verenigde Staten plaatsvond, nooit in Japan. Uitgezonderd een korte periode tussen 1873 en 1881 waarbij “sodomie” werd bestraft, had Japan nooit wetten tegen homoseksuele of lesbische activiteiten.

Ondanks de nieuwe wetenschap over holebi-relaties, bleef de entertainmentwereld een populaire plek voor holebiseks, vooral dan in de Takarazuka (een theater exclusief voor vrouwen), gesticht in 1913. De otohoyaku (Takarazuka’s die mannenrollen speelden) kwamen vaak in lesbische schandalen terecht, waardoor het grote publiek meer aandacht kreeg voor lesbiennes.

Het was ook voor de eerste keer in de Japanse geschiedenis dat jonge vrouwen hun familie verlieten en samenwoonden in kostscholen en slaapzalen van fabrieken. Hierbij ontstonden er vaak intieme relaties. In de media werd dit fenomeen nogal toegeeflijk behandeld en men was van mening dat eens de meisjes afstudeerden of de fabriek verlieten, het huwelijk hen zou “genezen”.

japanse-homosHolebiseksualiteit in het naoorlogse Japan

Na de nederlaag van Japan in Wereldoorlog II waren de bezettende machten meer geïnteresseerd in het controleren van de politiek dan in seksuele opvattingen. Dit schepte de mogelijkheid voor de publicatie van allerlei seks-gerelateerde publicaties die veel openhartiger waren dan de bestaande Engelstalige magazines. Vanaf de vroege jaren 1950 verschenen er “perverse” of “manische” magazines (zoals ze werden genoemd). Deze berichtten over allerlei interesses, waaronder ook het seksueel gedrag tijdens het Japanse feodale verleden en deze in de Europese en Aziatische gemeenschappen.

Deze magazines werden niet ingedeeld in hetero- of holebiseksuele thema’s, zoals dat zou worden in de jaren 1970, maar toonden een wijd gamma aan “perverse lusten”, waaronder sado-masochisme, scatologie, travestie, homoseksualiteit en lesbianisme. Deze bladen publiceerden verhalen over holebiseksuele ontmoetingsplaatsen en de lezersbrieven fungeerden als een soort van zoekertjes, waarin mannen en vrouwen hun interesse in “sodomie” of “lesbos” bekend maakten. Dit was de aanzet voor holebiseksuele discussiegroepen, nieuwsbrieven en sociale organisaties.

Volgens deze tijdschriften was de meest zichtbare homoseksuele groep die onmiddellijk na de oorlog verscheen deze van de dansho of travestie-manhoeren, die hun zaakjes deden in het Ueno Park in Tokyo. Verscheidene redenen werden gegeven aan deze “explosie” van mannelijke prostitutie en de hoofdreden was dat heel veel mannen in het leger kennis hadden gemaakt met homoseks en er van waren gaan houden.

Er werd ook geschreven over de “manie” van vrouwelijke travestie. Er werd gesuggereerd dat sommige vrouwen die geen man konden vinden na de oorlog, zelfs als man door het leven gingen zodat ze een betere job vonden en meer verdienden. Sommige vrouwen gingen zelfs zo ver dat ze een gezin vormden met een andere vrouw.

De vroege jaren 1950 doken een nieuwe soort holebi-bars op. In deze bars waren er transgender-obers, bekend als de “gay boys”, die drankjes serveerden en die gesprekken aanknoopten met klanten en ook open stonden voor diensten buiten hun uren. Tijdens de jaren 1960 werden deze holebi-bars populaire trekpleisters voor een divers cliënteel, waarvan er velen hetero waren, en die hielden van travestie en van de shows die werden opgevoerd door de gay boys.

Rond deze tijd waren er heel veel homo’s die de overgang maakten van de subcultuur naar de grote publieke wereld van de showbizz. De meest beroemde van deze “gay boys” die deze overstap maakten waren ondermeer de zanger en acteur Akihiro Miwa, de acteur “Peter” en de zanger Carrousel Maki, die in 1972 een geslachtsoperatie onderging.

“Gay boy” bleef de belangrijkste term voor transgendermannen die in de showbizz werkten tot de vroege jaren 1980. Rond deze tijd kwamen er twee nieuwe Japans-Engelse neologismen: “newhalf” en “Mr. Lady”, die werden gebruikt om mannen aan te duiden die vrouwenkleren droegen, make-up en vrouwelijke kapsels en die borsten hadden gekregen dankzij hormonen of implantaten. Net zoals de gay boys, en de onnagata, werkten deze “newhalf” in de showbizz als dansers, zangers en als hoeren, vaak in cabarets en “show pubs” waarvan de klanten vooral hetero waren.

Op vandaag bestaan er in de Japanse steden verschillende bars waar homo’s naartoe gaan om andere homo’s te ontmoeten. Maar, in tegenstelling tot de westerse homobars die vaak zeer groot zijn en die bestaan uit verschillende kamers en verdiepingen, zijn de Japanse “homo bars” kleine bars waar niet meer dan twintig man binnenkan. Deze bars zijn alomtegenwoordig in Japan, in de Ni-chrome-buurt van Tokyo zijn er bijvoorbeeld al tweehonderd van deze bars.

Net zoals er bars waren waar transgender-mannen werkten, bestonden er ook gelijksoortige bars waar transgender-vrouwen werkten, vaak aangeduid als “dansosha”. Tijdens de vroege jaren 1960 waren deze vrouwen bekend als “danso no reijin” (schoonheden in mannenkleren), een term die werd gebruikt voor vrouwen die mannenrollen speelden in de Takarazuka-revues.

Het midden van de jaren 1960 kende een groeiende interesse in vrouwelijke travestie en het aantal bars waar deze vrouwen werkten nam enorm toe in steden zoals Tokyo en Kyoto. Er werd van deze vrouwen verwacht dat ze konden zingen en dat ze dansten met de klanten, dat ze cocktails konden maken en dat ze een aangenaam gesprek konden voeren.

Deze bars kenden genderrollen die gelijkaardig waren aan de butch/femme-scheiding in de Westerse subcultuur van de lesbiennes. Hoewel de bars bezocht werden door enkele lesbiennes, was het cliënteel gemengd. Pas in de vroege jaren 1980 werden er “moderne” lesbische bars geopend in Japan. Zelfs op vandaag is het aantal lesbobars beduidend lager dan het aantal homobars.

Holebi-publicaties in Japan

Coverafbeelding uit 2004 van het Japanse gaymagazine Barazoku

Coverafbeelding uit 2004 van het Japanse gaymagazine Barazoku

Het eerste Japanse homomagazine “Adonis” werd gepubliceerd tussen 1952 en 1962 maar was enkel verkrijgbaar via een abonnement en kende geen groot lezerspubliek. Het eerste commerciële homomagazine was “Barazoku” dat vanaf 1971 verscheen en nog steeds wordt gemaakt. Verschillende andere homomagazines kwamen en gingen, maar “Barazoku” bleef het grootste, met een maandelijkse verkoop van ongeveer 35.000 exemplaren.

In tegenstelling tot Westerse homomagazines, heeft de Japanse homopers de neiging om de nadruk te leggen op de showbizz en op erotische verhalen en pornografie. Er wordt maar weinig over lifestyle en holebi-rechten geschreven. Publicaties zoals “Adon” in de jaren 1980 en “Fabulous” in de jaren 1990, die probeerden om meer de nadruk te leggen op holebi-politiek en lifestyle, kenden geen succes en bestaan niet meer.

Toch bestaat er een grote traditie aan “minikomi” (kleine communicatie) gebruikt door holebi-groepen waarin over sociale zaken wordt geschreven. Met de komst van het internet in de late jaren 1980 is het aantal “minikomi” enorm gegroeid.

Er bestaan ook heel wat publicaties die bedoeld zijn voor de Japanse transgender-gemeenschap. Hoewel er verschillende nieuwsbrieven waren voor mannelijke transgenders vanaf de jaren 1950, werd het eerste commerciële magazine voor transgenders “Queen” pas gepubliceerd vanaf 1981. Op vandaag wordt het nog steeds gemaakt in een oplage van ongeveer 7.000 exemplaren.

“Queen” richt zich vooral op amateur-trangenders die weinig of niets te maken hebben met de showbizz en het vermijdt om gelinkt te worden met prostitutie of pornografie. Andere publicaties zoals “She Male” en “Newhalf Club” zijn gericht op transgenders die in de Japanse showbizz werken en op hun bewonderaars en kennen een meer erotische inhoud. Er bestaan ook heel veel newhalf-sites op het internet, die vooral gericht zijn op prostitutie.

Lesbische publicaties hebben het moeilijker om een plaatsje op de markt te vinden en hebben de neiging om snel te verdwijnen. Het eerste Japanse lesbische tijdschrift “Eve & Eve” verscheen in 1981 om slechts twee nummers te maken. Maar er bestaat een grote traditie aan lesbische “minikomi” en er is een grote Japanse lesbische aanwezigheid op het internet.

De Japanse holebi-publicaties zijn eerder bestemd voor niches en er bestaan geen magazines die bedoeld zijn voor een grote holebi-doelgroep. Maar, het belangrijke genre van jongensliefde-manga, gemaakt door en voor vrouwen, bevat grafisch materiaal over homoliefde. Deze magazines worden gesmaakt door vele homo’s en lesbiennes en ook door heteroseksuele vrouwen.

Holebi-activisme in Japan

Ken Togo was de eerste Japanse holebi-activist. In 1971 stichtte hij het “Zatsumin no Kai” (Organisatie van Verscheidene Mensen) waar geijverd werd voor meer rechten van seksuele minderheden zoals lesbiennes, homo’s en hoeren. Hij heeft verschillende keren geprobeerd om een plaatsje te bemachtigen in het Japanse parlement, maar dat lukte nooit.

Ken Togo is een homobar-eigenaar die nog steeds de verwijfde manieren heeft van een gay boy uit de jaren 1960. Hij is ook een redacteur bij het magazine “The Gay” dat een mix bevat van expliciete pornografie en artikels over holebi-rechten. Ondanks zijn grote aanwezigheid in de holebi-scène van Tokyo, kende zijn stijl van activisme slechts beperkt succes en de meer recente holebi-groepen vinden hem belachelijk.

Vanaf de jaren 1970 kende Japan de ontwikkeling van een aantal kleine holebi-organisaties, die vaak bedoeld waren voor de klanten van bepaalde holebi-bars. Hun activiteiten waren eerder sociaal dan politiek.

De Japanse holebi-bevrijdingsbeweging begon pas echt tijdens het midden van de jaren 1980 met de oprichting van een Japanse tak van de “International Lesbian and Gay Association”. De best bekende holebi-vereniging op vandaag in Japan is “Ugoku Gei to Rezubian no Kai” (Vereniging van Bewegende Homo’s en Lesbiennes”. In 1994 won deze organisatie een rechtszaak tegen de regering toen deze verbood dat de organisatie een eigen ontmoetingsplaats kreeg.

In 1994 kreeg Tokyo zijn eerste gaypride en sindsdien is het een jaarlijks evenement. Ook in de andere regio’s van Japan worden er gayprides georganiseerd. De grootste gaypride van Japan, na deze van Tokyo, is deze in Sapphoro, de hoofdstad van het meest noordelijke Japanse eiland Hokkaido.

In vergelijking met andere Westerse landen is homofobie minder intens in Japans. Het Japanse wettelijke systeem heeft de neiging om zich niet te bemoeien met het seksleven van de Japanse burgers. Ook de twee belangrijkste godsdiensten, het Boeddhisme en het Shinto, veroordelen holebiseksualiteit niet, en andere religieuze noch politieke figuren hebben nooit een anti-holebi-platform opgericht. Toch blijven de Japanse gendernormen strikt en zijn er tot nu toe geen Japanse wetten die lesbische of homoseksuele partnerschappen beschermen.

Japanse transseksuelen hebben het nadeel dat ze niet officieel hun geslacht kunnen veranderen op hun papieren. Sinds de late jaren 1990 poogt men hier verandering in te brengen en er is hoop dat deze situatie in de nabije toekomst zal verbeteren.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 10 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags : ,

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.