Amsterdam

amsterdamAmsterdam staat bekend als een belangrijke toeristische holebi-bestemming én voor de tolerantie tegenover holebi’s. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd Amsterdam een leider in de strijd voor holebi-gelijkheid.

Amsterdam werd gesticht rond 1225 en ontwikkelde zich van een dorp met 5.000 inwoners in het jaar 1500 tot één van de grootste wereldsteden in 1700 met een inwonersaantal van 200.000. In de zeventiende eeuw, de “Gouden Eeuw” van Amsterdam, werd de stad de thuisbasis van de eerste wereldlijke kapitalistische ondernemingen. Dit verwaterde in de achttiende en het begin van de negentiende eeuw, maar Amsterdam begon opnieuw te groeien in het midden van de negentiende eeuw.

Op vandaag is Amsterdam de financiële en culturele hoofdstad van Nederland, met 700.000 inwoners. De stad heeft een reputatie van tolerantie tegenover andere godsdiensten en van een liberale houding tegenover druggebruik en allerlei vormen van seks.

Amsterdam in de achttiende en negentiende eeuw: vervolgingen voor sodomie

Echter, tot 1811 werden “sodomistische activiteiten” niet getolereerd. Sodomie was tot dan een ernstige misdaad. Lange tijd waren er geen opgetekende gevallen van inbreuken op die wet, maar in 1730 was er in Nederland een paniekgolf rond sodomie wat leidde tot een overvloed aan repressie.

Amsterdam werd tegen 1730 maar in kleine mate beïnvloed door de paniek, want van de 100 executies in Nederland vonden er maar 6 plaats in de stad. Maar later in de achttiende eeuw was Amsterdam het centrum van nieuwe vervolgingen.

Na de revolutie van 1795, de Nederlandse versie van de Franse Revolutie, steeg het aantal vervolgingen voor sodomie. Het begrip sodomie werd ook uitgebreid van anale seks tot allerlei intimiteiten tussen partners van hetzelfde geslacht. Toch nam de ernst van de straffen af. Maar ook enkele lesbiennes werden toen vervolgd voor sodomie.

Vervolgingen voor openbare zedenschennis in de negentiende eeuw

Nadat de Franse keizer Napoleon Nederland bij zijn rijk voegde in 1810 en er de Franse strafcode in voege bracht in 1811, was sodomie niet langer een misdrijf. Toen Nederland en onafhankelijk koninkrijk werd in 1811, bleven de Franse wetten van kracht.

“Openbare zedenschennis” werd de misdaad waarvoor “verkeerde minnaars” werden vervolgd. In de negentiende eeuw nam het aantal vervolgingen voor openbare zedenschennis toe in Amsterdam. Vooral mannen die seks hadden met mannen werden opgepakt.

Het basisprincipe van de nieuwe Franse wetten: vrijheid in het privé-leven, maar regels in het openbaar, had weinig invloed op holebiseks. Er waren zeer weinig mannen en nog minder vrouwen die thuis vrijelijk holebiseks konden hebben zonder argwaan te scheppen bij hun familie of buren.

In de periode van 1830 tot 1899 arresteerde de Amsterdamse politie 280 mannen en 2 vrouwen voor holebiseks in het openbaar. De volgende tien jaar werden er nog eens 180 opgepakt.

Na 1890 was er ook een strengere toepassing van wetten tegen prostitutie waardoor de politie ook regelmatig invallen deed in ontmoetingsplaatsen voor holebi’s, bars, bordelen en zelfs private huizen.

De toename aan vervolgingen aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw is deels te wijten aan de groei en de verhoogde mate van professionaliteit van het Amsterdamse politiekorps, maar was ook het resultaat van moraalcampagnes, die vooral tegen prostitutie gericht waren. Als argument tegen het oudste beroep in de wereld haalde men aan dat prostitutie diende als dekmantel voor lesbische en perverse lusten.

Amsterdam als centrum van de seksuele cultuur

In de jaren 1880 werd Amsterdam een centrum van seksuele cultuur, met de publicatie van serieuze en minder serieuze medische boeken, de bloei van kunst en literatuur en de productie van pornografie voor klanten met allerlei seksuele voorkeuren.

De kunstenaars uit die tijd, zoals Willem Kloos en Lodewijk van Deyssel, maakten holebi-afbeeldingen en ook schrijvers als Louis Couperus en Jacob Israël de Haan schreven over dit thema.

In 1894 schreef de kwakzalver J. Schoondermark een boekje waarin opgeroepen werd om sympathie te hebben voor homo’s. Na 1898 namen ook serieuze dokters deze vraag op in hun werken.

Arnold Aletrino, die tot de artistieke cirkel rond Willem Kloos behoorde, schreef verschillende verhandelingen en twee boekjes over “Uranisme”, waarmee hij holebiseksualiteit bedoelde. Hij beschreef het fenomeen als een aangeboren afwijking en vroeg om medelijden. In 1901 hield Aletrino een toespraak op het vijfde Congres van Criminele Antropologie in Amsterdam er riep hij op tot meer tolerantie tegenover holebi’s.

Een andere geneeskundige, Lucien von Römer, kwam ook op voor meer tolerantie tegenover holebi’s. Hij schreef vele lange artikels voor het “Jahrbuch für sexuelle Zwischenstufen” van Magnus Hirschfeld.

Aletrino en Römer werden beiden afgekraakt door politieke leiders. Zij verklaarden bijvoorbeeld dat de universiteit van Amsterdam, waar Aletrino lesgaf en waar Römer studeerde, de zonden van Sodom promootte.

Het werk van deze auteurs droeg in grote mate bij tot de mogelijkheden van de holebiseksuele identiteit, wat tot voor die tijd zeer moeilijk was.

Het holebileven in Amsterdam

Het boek Pijpelijntjes

Het boek Pijpelijntjes

De publicatie van het boek “Pijpelijntjes” in 1904, kostte de auteur zijn baan als leerkracht en journalist. In het boek beschrijft hij het homoleven in een Amsterdamse buurt. De hoofdpersonages zijn minnaars van elkaar én hebben daarnaast ook nog seks met anderen. Eén van hen heeft zelfs seks met tienerjongens. De Haan greep hiervoor naar elementen uit zijn eigen leven: hij pikte regelmatig jongens op van de straten, voerde ze dronken en had seks met hen.

De beschrijving in het boek van een homowereld zonder homobars is realistisch want in die tijd waren er zeer weinig homo-ontmoetingsplaatsen in Amsterdam. De bars die wel bestonden, veranderden vaak van adres omdat de eigenaars bang waren voor ee inval van de politie.

De groei van de holebi-cultuur

In de periode tussen de twee Wereldoorlogen, ontwikkelde zich een heuse holebi-subcultuur in Amsterdam, met als kenmerk meer vaste locaties voor holebibars en andere ontmoetingsplaatsen. Deze plaatsen werden zeer streng in het oog gehouden en gecontroleerd door de politie.

Vanuit één van deze bars verscheen ook de eerste Nederlandse homokrant “Wij”. Het was ook de bedoeling om een homovereniging op te starten, maar net voor deze werd opgericht, deed de politie een inval in de bar en werden de twee initiatieven opgedoekt.

Deze bars waren vooral gericht op homo’s die andere homo’s wilden ontmoeten. Om seks te hebben, gingen deze homo’s de straten op, op zoek naar “normale” mannen van een andere klasse of naar jongere mannen.

De beste plaatsen om te cruisen waren openbare toiletten, parken en de rosse buurt. In deze laatste buurt waren er een zestal homobars, vaak geleid door lesbiennes die hadden gewerkt als prostituees en die hun geld hadden geïnvesteerd in deze ondernemingen. Hun klanten bestonden uit een mix van prostituees, homos en lesbiennes.

De meest beroemde van deze bars werd geopend in 1927 door Bet van Beeren, “Koningin van de Zeedijk”, een sigaarrokende, gindrinkende, motorrijdende lesbienne in leer. Bet was een waar instituut. Toen ze was gestorven, werd ze opgebaard op haar biljarttafel en ´tout´ Amesterdam kwam afscheid van haar nemen. Haar begrafenis werd bijgewoond door duizenden mensen. Na haar dood werd haar café vele jaren gerund door haar zuster. De bar was lange tijd gesloten, maar heropende in 2007 de deuren, onder nieuwe leiding, die het oorspronkelijk interieur – met o.a. vele honderden afgeknipte dassen – intact hebben gelaten. Een replica van de bar ervan is nog te zien in het Amsterdams Historische Museum.

De Duitse bezetting

De Duitsers bezetten Nederland in 1940 en legden zo de anti-homowetten van Duitsland op. Toch hadden enkele Nederlandse mannen die onder deze wetgeving werden opgepakt homoseksuele relaties met Duitse soldaten.

De meeste homobars die al bestonden voor de bezetting, bleven gewoon bestaan hoewel er soms invallen waren van Duitsers. Er werden zelfs een paar nieuwe bars geopend, zoals de “Monica” in 1941. Deze bar bleef bestaan tot in 2001.

De Duitse homo’s reageerden in grote mate op dezelfde manier als de andere Nederlandse burgers op de bezetting: sommigen van hen steunden de Nazi’s, anderen gingen bij het verzet, maar de meesten bleven neutraal.

De homoseksuele kunstenaar Willem Arondeüs, die zich nogal ongelukkig voelde voor de oorlog, vond een nieuw doel bij het verzet. Hij voegde zich bij een groep die de Amsterdamse persoonsregisters in brand stak, wat voor de Nazi’s een essentieel bureaucratisch middel was voor de vervolging van Joden.

In de verzetsgroep van Arondeüs zaten verschillende homo’s. De groep werd verraden en de meeste deelnemers, waaronder Arondeüs zelf, werden geëxecuteerd.

Amsterdams holebi-activisme na Wereldoorlog II

Net voor Wereldoorlog II hadden enkele Amsterdamse homo’s de homokrant “Levensrecht” opgericht, maar deze verdween al snel door de Duitse bezetting. Na de oorlog, in 1946, richtten deze mannen het COC (Cultuur- en Ontspannings Centrum) op met de ideële doelstelling: de bevordering van de acceptatie en integratie van holebi´s. Deze vereniging richtte sociale evenementen in zoals dansavonden en lezingen. Daarnaast probeerden ze politici en andere hoogwaardigheidsbekleders ervan te overtuigen dat homo’s ook fatsoenlijke personen waren.

In 1953 opende de commerciële club/dancing “DOK” (De Odeon Kring – genoemd naar het grote 17de eeuwse “Odion”-pakhuis aan de Singel) de deuren en deze was zeer succesvol. In 1955 opende het COC de ontmoetingsplaats “De Schakel”. Deze grote zalen werden gedoogd door de politie. Zij hadden liever dat homo’s achter gesloten deuren dansten dan dat ze door de straten cruisden. Beide zaken moesten er een lidmaatschapssysteem op na houden omdat het om besloten clubs ging. Soms viel de politie binnen en moesten alle aanwezigen hun lidmaatschapskaarten laten zien. Al snel openden er andere homobars, waaronder de eerste ontmoetingsplaats voor leerfetisjisten: Hotel Tiemersma.

Holebi-toeristen, vooral Duitsers, Britten, Fransen en Amerikaanse soldaten uit Duitsland – ontdekten als snel de relatief vrije atmosfeer van Amsterdam. Verschillende hotels gingen zich steeds meer toespitsen op een groeiend holebi-publiek. De eerste homosauna opende in 1961 zijn deuren.

Het waren studenten die in 1967 de eerste verenigingen voor holebi-activisme oprichtten. Zij richtten disco-avonden in voor homo’s en lesbiennes die jonger waren dan 21 jaar en organiseerden de eerste holebirechten-demonstratie in Amsterdam in 1970.

Lesbisch activisme in Amsterdam

Ook in 1970 werd de eerste exclusieve lesbobar geopend. In 1972 werd de eerste onafhankelijke lesbiennebeweging opgericht.

Het COC veranderde het beleid waardoor nu ook lesbiennes er terecht konden en pakte het seksisme van de homo’s in zijn rangen aan. Lesbiennes waren altijd al lid geweest van het COC maar pas in de jaren 1980 kregen vrouwen sleutelposities in de organisatie.

Canal Pride in Amsterdam... elk jaar een groot feest

Canal Pride in Amsterdam... elk jaar een groot feest

Amsterdam als holebi-hoofdstad

Met de schrapping van homoseksualiteit uit het strafrecht in 1971 en met de andere legale rechten die holebi’s snel daarna kregen, kwam er een einde aan de officiële intolerantie tegenover holebi’s in Nederland. De politie had nu zelfs als taak het beschermen – in plaats van lastig vallen – van holebi’s.

Het is dan ook geen verrassing dat Amsterdam een populaire bestemming bleef voor holebi-toeristen vanuit de hele wereld. Amsterdam werd ook een centrum van de internationale holebi-bevrijdingsbeweging.

In de jaren 1970 en 1980 bestonden de holebi-initiatieven ondermeer uit de oprichting van allerlei organisaties en instellingen, een jaarlijke gaypride en het Homomonument, dat het lijden van holebi’s herdenkt. Ook politici kwamen uit de kast en werden verkozen.

In de jaren 1970 en 1980 profiteerde Amsterdam enorm van de reputatie als holebi-hoofdstad van Europa. Er kwamen nieuwe extravagante disco’s, met drag queens en kings en er werden enorm veel grote en kleine fuiven georganiseerd voor mensen met allerlei seksuele voorkeuren en fetisjen. Ook de lesboscene groeide aanzienlijk.

Toch, tijdens het laatste decennium van de twintigste eeuw stond het stadsbestuur van Amsterdam weigerachtig tegenover de promotie van de stad als een holebi-mekka. Ze schaamden zich een beetje voor de reputatie van Amsterdam als stad van “seks en drugs”.

Tegelijkertijd werden ook andere Europese steden bekend voor hun holebi-scenes en passeerden hiermee soms deze van Amsterdam. Als antwoord hierop probeerde Amsterdam de steun voor de holebi’s te benadrukken. In 1989 sponsorde de stad Amsterdam een grote tentoonstelling over de geschiedenis van de holebi’s, in 1993 was Amsterdam de gaststad voor “Europride” en in 1998 voor de “Gay Games”. Sinds 1997 zijn er ook jaarlijks de holebi-canalpride tijdens het eerste weekend van augustus.

Amsterdam blijft één van de meest tolerante steden voor holebi’s ter wereld. Het grootste gevaar voor holebi-Amsterdam is zelfgenoegzaamheid. Ondanks alle vooruitgang die er sinds de jaren 1950 is gemaakt, lopen holebi’s er het gevaar om gemarginaliseerd te worden.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 16 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags : , ,

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.