Yourcenar, Marguerite (1903-1987)

marguerite-yourcenarOp 22 januari 1981 schreef Marguerite Yourcenar “literaire” geschiedenis toen ze als eerste vrouwelijke “onsterfelijke” toegelaten werd tot de Franse Academie” sinds diens oprichting in 1635. Zij was de ideale keuze – en een veel gepastere kandidaat dan de sensuelere Colette of de meer politiek gerichte Simone de Beauvoir — omdat haar carrière net dat soort klassieke humanisme belichaamde dat de behoudsgezinde Academie zo graag vereerde.

Haar geschriften zijn herkenbaar aan de weloverwogen aforistische zinnen; aan de rustig bedachtzame personages; aan de ingetogen lyriek; aan het diepgaande onderzoek en de sterk literaire zinspelingen op geschiedenis en cultuur; aan de pogingen om klassieke literatuur aan te passen aan eigentijdse belangen.

De Tegenstrijdigheden in Yourcenars’ Leven en Carrière

Maar Yourcenars’ leven en carrière lopen over van tegenstrijdigheden. De filisoofkoning verteller van “Mémoires d’Hadrien” (1951) en de alchemist protagonist van “L’Oeuvre au Noir” (1968) suggereren dat Yourcenar de ophef van het kennen bewonderde; maar het leek erop dat ze haar leven – dat ze aan zelfonderzoek onderwierp – zodanig leefde door het eerst leven van anderen onder de loep te nemen.

Haar vele meditaties over de betekenis van liefde en plezier vonden vaak hun oorsprong in persoonlijke crisissen; maar ze werden altijd gefilterd doorheen historische, mythologische of fictieve personages.

Als stiliste was ze zelfbewust Frans; maar toch spendeerde ze het grootste deel van haar productieve leven in een soort van zelfopgelegde verbanning van het Franse grondgebied.

Ze was het product van een opvoeding die de nadruk legde op de oude en klassieke Europese cultuur; maar toch vertaalde ze negrospirituals, blues en gospelmuziek alsook Japanse Noh opvoeringen.

Ze had weinig direct contact en intimiteit met familie; maar het einde van haar carrière wijdde ze toe aan de opbouw van een lange en uitputtend gedetailleerde beschrijving van haar familiale wortels.

Ze was een lesbische vrouw die 42 jaar doorbracht met dezelfde vrouw; maar in haar werken sprak ze enkel over holebiseksualiteit doorheen mannelijke personages, inclusief een omvangrijke studie van Yukio Mishima (Mishima; of, “La Vision du vide”), terwijl enkel twee lesbische vrouwen (”Sappho ou le suicide” [1936] en Marguerite van Oostenrijk in “L’Oeuvre au Noir”) een kort optreden maakten.

En ze was een erg trotse, onafhankelijke en vindingrijke vrouw die er altijd van beschuldigd geworden is enkel zwakke vrouwen in haar geschriften voor te stellen, voornamelijk dan Sophie in “Coup de grâce” (1939).

Problemen in Yourcenars’ biografie

Zelfs de feiten uit Yourcenars’ leven zijn moeilijk hard te maken. Yourcenar stelde een chronologie op in de “Pleiade” editie van haar werken, maar biograaf Josyane Savigneau maakt bezwaar tegen vele data en beargumenteert met overtuiging dat Yourcenar haar eigen personages bedacht zoals ze ook haar historische verzinsels creëerde en later herzag.

Yourcenar werd geboren als Marguerite Antoinette Jeanne Marie Ghislaine Cleenewerck de Crayencour in Brussel op 8 juni 1903. Haar moeder overleed kort na de geboorte en de jonge Marguerite bracht een groot deel van haar kindertijd door met rondreizen met haar welgestelde vader.

Ze genoot een privé-opvoeding. De uitbraak van de Eerste Wereldoorlog dwong haar tot ballingschap in Engeland, waar ze Engels en Latijn studeerde. Later studeerde ze nog Grieks in Parijs en leerde ze Italiaans op autodictatische wijze.

Haar literaire ambities kwamen reeds vroeger tot uiting, en terwijl ze nog steeds in haar tienerjaren was, publiceerde Yourcenar zelf twee boeken – “Le Jardin des Chimères” en “Les Dieux ne sont pas marts” – en koos ze Yourcenar als haar schrijversnaam, wat een anagram was van haar geboortenaam.

Ze ondernam ook twee ambitieuze projecten, “Le Mort conduit l’attelage” en “Remous”, die begonnen als kortverhalen maar uiteindelijk uitgroeiden tot fictionele meesterwerken van haar volwassenheid: “Mémoires d’Hadrien”, “L’Oeuvre au Noir”, en “Comme l’eau qui coule” (1982).

In 1929, in het spoor van de Wall Street crash en het wanbeheer door haar halfbroer, verloor Yourcenar haar erfenis van haar moeder; en haar vader, die twee jaar eerder hertrouwd was, overleed in armoede.

”Alexis”

Maar datzelfde jaar werd haar eerste grote werk gepubliceerd, Alexis. Zonder het woord “homoseksualiteit” te vermelden – wat Yourcenar als een te koele uitdrukking beschouwde – beweert deze Gideaanse roman de brief te zijn die geschreven werd door een getrouwde man, die zijn vrouw en kind moest achterlaten om tot een vergelijk te komen met overschrijdende vormen van plezier en zijn nieuwe identiteit.

Alexis legt de basis voor heel wat van Yourcenars’ werken , die scandaleuze passie intoomt met een klassieke literaire behandeling die eerder gebaseerd is op terughoudendheid en welsprekendheid dan op expliciete uitdrukkingen en melodrama, en die tracht gewoontes in geschiedenis en mythologie te bekrachtigen.

”Feux”

Na het doorslaggevende succes van Alexis, besloot Yourcenar om de rest van haar geld te spenderen aan een “decennium van luxueuze vrijheid” vol reizen en schrijven. In de jaren 1930 verleidde Yourcenar – volgens de Savigneau’s biografie – vele vrouwen en stortte ze zich in een wanhopige, onbeantwoorde relatie met twee mannen.

Het resultaat was “Feux”, een serie prozagedichten die de bedoeling hadden haar passie en filosofie over de liefde uit te drukken doorheen monologen van figuren uit de Griekse oudheid en, in één geval, Christelijke mythes.

Yourcenar Ontmoet Grace Frick

In 1937 ontmoette Yourcenar Grace Frick, een Amerikaanse universiteitsprofessor die haar levenslange medewerker en vertaler bleef, tot Fricks’ dood in 1979.

Waarnemers zagen dit vaak als een soort van gedwongen verstandshuwelijk waarin Frick zich ontfermde over het dagelijkse zakendoen terwijl Yourcenar zichzelf verdiepte in geschiedenis en literatuur.

”Denier du rêve”

“Denier du rêve” verscheen voor het eerst in 1934, en werd dan drastisch herzien in 1959. Samen met “La Nouvelle Eurydice” ( 1931) is het misschien wel haar minst succesvolle prozawerk, hoewel deze roman toch het dichtst raakt aan haar pogingen om fictie te schrijven binnen een hedendaags kader.

Het werk speelt zich af in het Fascistische Rome van weleer en handelt over een intrige om Mussolini te vermoorden, waarbij personages en gebeurtenissen aan elkaar gelinkd worden door een munt die steeds van hand verandert. Yourcenar herzag de tekst drastisch in de jaren 1950 om enige sympathie ten opzichte van het Italiaans fascisme uit te sluiten.

”Nouvelles Orientales” en “Coup de grâce”

In 1938 publiceerde Yourcenar “Nouvelles Orientales”, dat een beroep doet op mythen uit de Balkan, India en China, alsook de Japanse romanschrijfster Lady Murasaki, om bijna Kafka-achtige parabels te creëren over buitensporige liefde en artistieke schepping. Deze miniaturen vormen misschien wel het meest onderschatte deel van Yourcenars’ fictie.

In 1939 publiceerde ze “Coup de grâce”, een melodramatische roman over politiek en liefde in het revolutionaire Oost-Europa, dat twintig jaar later een bestseller werd in Engeland.

In 1977 werd deze roman verfilmd door de Duitse regisseur Volker Schloendorff, hoewel Yourcenar inging tegen het weglaten van Ericks’ onderdrukte homoseksualiteit en een linkse revisie van haar politiek.

Sommige critici bemerkten doorheen de vrouwenhaat en de bijna legerachtige hardheid van het hoofdpersonage een reactionaire kant bij de auteur.

Yourcenar en Frick verhuizen naar Maine

Ook in 1939 kwam Yourcenar naar de Verenigde Staten om Frick te bezoeken en kwam ze er vast te zitten door de uitbarsting van de Tweede Wereldoorlog. Vanuit New York City verhuisde het koppel naar Hartford, Connecticut, waar Frick werk gevonden had.

In de zomer van 1942 bracht het koppel hun eerste vakantie door op Mount Desert Island, voor de kust van Maine, waar ze in 1950 permanent gingen wonen in een huis dat ze de bijnaam “Petite Plaisance” gaven. Yourcenar onderrichte tussen 1942 en 1953 vergelijkende literatuur in het Sarah Lawrence College, en in 1947 werd ze genaturaliseerd tot US-onderdaan.

”Mémoires d’Hadrien”

In 1951 bezorgde “Mémoires d’Hadrien” Yourcenar zowel kritische bijval alsook commercieel succes; het won de Prix Feminina Vacaresco, en tegen 1989 werden er bijna één miljoen exemplaren van verkocht.

Ingekleed als een afscheidsbrief van de Keizer Hadrian aan zijn opvolger, Marcus Aurelius, lijkt dit “stemportret” en deze “gepassioneerde reconstructie” – zoals Yourcenar haar eigen historische romans omschreef – typerend voor haar lyrische stijl, uitgebreid onderzoek en terughoudend erotisme, dat uitdrukking krijgt doorheen Hadrians’ liefde voor de Griekse tiener Antinous.

De gelijkenissen die getrokken werden tussen de “pax romana” en de “pax americana” droegen misschien toe tot de aantrekkingskracht van de roman in de jaren na de Tweede Wereldoorlog en in de vroege dagen van de Koude Oorlog.

De roman is een lange meditatie over het idee van imperium, verovering en heerschappij – al dan niet van politieke of militaire aard, al dan niet van een geliefde of zichzelf. Het Rooms Hellinisme, haar onmiddellijke aanvaarding van de invloed uitgeoefend door een superieure cultuur, gaven ook vorm aan de bekoorlijkheid die geschiedenis en vreemde culturen leken te genereren voor Yourcenar.

Eretitels volgden elkaar op. In 1955 won Yourcenar de “Page One” award uitgereikt door de “Newspaper Guild of New York”, en in 1963 won ze de “Prix Combat”. Maar in 1959 werd borstkanker vastgesteld bij Frick, dat uiteindelijk tot haar dood zou leiden.

”L’Oeuvre au Noir”

In 1966 werd Gallimard voor het gerecht gedaagd door de uitgeverij “Plon publishers” voor de strijd om de publicatierechten van Yourcenars’ “L’Oeuvre au noir”. De gerechtelijke beslissing maakte het mogelijk voor Yourcenar om haar uitgever zelf te kiezen. Ze opteerde voor Gallimard, de grootste en meest prestigieuze uitgeverij in Frankrijk, die daarna al haar werken opnieuw uitgaf. De kritische herwaardering, dat haar hoogtepunt zou bereiken met Yourcenars’ verkiezing in de Franse Academie, volgde snel.

In 1968 werd “L’Oeuvre au noir” uiteindelijk gepubliceerd, met ook veel kritische bijval en algemene interesse tot gevolg. Het won de “Prix Femina” en droeg bij tot de verkiezing van Yourcenar in het Koninklijke Belgische Academie in 1969.

Deze roman, die het leven van de zestienjarige alchemist Zeno te boek stelt, betekende voor Yourcenar een grote koerswijziging en lijkt een spiegelachtige aanvulling te zijn van “Mémoires d’Hadrien”, een vergelijking die Yourcenar zelf vaak ter discussie stelde in interviews en in haar verhandeling over de historische roman.

Hadriens’ leven wordt verteld in de eerste persoon, Zeno’s leven in dat van de derde persoon; Hadriens’ verhaal speelt zich af in een zonnige Mediterrane omgeving, terwijl Zeno’s ervaringen gesitueerd zijn in het sombere pre-Renaissance tijdperk van Brugge; Hadrien verhaalt de subjectieve wereld waarin mensen over elkaar heersen, terwijl Zeno’s verhaal handelt over een misantropische student die op zoek is naar de objectieve, wetenschappelijke waarheid.

Als “Mémoires of d’Hadrien” samenvalt met haar historische achtergrond, leek “L’Oeuvre au Noir”, als een roman van protest, perfect afgestemd op de studentenopstanden in 1968 en de alternatieve beweging op het einde van de jaren 1960. Haar gebied, dat oogde op de belichaming van de kunstenaar Dürer, is een grenszone tussen de oude ptolemeïsche wereldvisie en de nieuwe wetenschappelijke verwachting die toegankelijk gemaakt werd door de moderne sterrenkunde.

Alchemie symboliseert de transformaties van mensen en beschavingen, en de vervolgde Zeno, die geboren werd in 1950, wordt gezien als een intellectuele brug tussen de wereld van voor de Wetenschappelijke Revolutie en de wereld van het revolutionaire empirisme van Copernicus en Galileo. Zeno is ook een seksuele dissenter wiens homoseksuele episodes zijn morele ketterij belichamen.

Yourcenar’s Toneelstukken en “Le Labyrinthe du Monde”

In 1971 werden twee delen van Yourcenars’ verzamelde stukken uitgebracht. Leesstukken zoals “Électre ou La chute des masques”en “Dialogue in the Swamp” worden nog steeds meer geapprecieerd omwille van hun dichtkunst dan hun toneelkunst. Toch won Yourcenar dankzij haar toneelstukken de Prix Monaco” in 1973.

In 1974 werd “Souvenirs pieux”, het eerste deel van “The Labyrinthe du Monde” gepubliceerd, en hiermee won Yourcenar in 1975 de Grand Prix des Lettres van het Franse Ministerie van Cultuur. Het tweede deel, “Archives du nord”,verscheen in 1977.

Introductie in de Franse Academie and haar Laatste Werk

In 1980 werd haar Franse staatsburgerschap vernieuwd, en Yourcenar stemde ermee in om genomineerd te worden voor de Franse Academie nadat ze de Grand Prix de la Litérature won. Hoewel ze door sommige tegenstanders ervan beschuldigd werd antisemitisch ingesteld te zijn, werd ze uiteindelijk toch ontvangen door de Franse Academie op 22 januari 1981, slechts enkele maanden na de dood van Frick.

Het daaropvolgende jaar zag Yourcenars’ laatste grote fictiewerk het licht, namelijk “Comme l’eau qui coule”, dat drie romans bevatte.

“An Obscure Man”, het langste verhaal, is een emotioneel beheerst en Rembrandt-achtig portret van Nathaniel, een ongeschoolde Nederlandse doorsneeman uit de lagere klasse in het Renaissancetijdperk , die van Europa afdwaalt naar een eiland bij de Canadese kust en weer terug. “A Lovely Morning” is het vervolg op het eerste verhaal, waarbij Nathaniels’ zoon gevolgd wordt in een acteergroep uit de tijd van Jakobus.

Losstaand van de eerste twee verhalen is “Anna Soror”, het verhaal van een volwassen, consensuele situatie van broer-zus incest in een koninklijk hof uit het barokke Napels, dat geschreven werd in een “nerveuze en opruiende stijl” die de bedoeling had die van de schilder El Greco na te bootsen.

Besluit

Yourcenar overleed op 17 december 1987, in “Petite Plaisance”. Het daaropvolgende jaar verscheen het afsluitende deel van het drieluik van de “Labyrinthe”, namelijk “Quoi? L’Éternité”.

Behalve documentatie over haar zin voor reizen en het ontdekken van verschillende culturen, is biografische informatie over Yourcenar vrij beperkt. Wat men kan opmaken uit de teksten over Yourcenars’ leven, is voornamelijk haar volharding om haar leven en haar kunst van elkaar gescheiden te houden, en haar werk in haar verbeelding te laten ontpoppen.

Uitgaande van de manier waarop ze feiten en fictie, westerse en niet-westerse cultuur, geschiedenis en eigentijds leven deed samensmelten, kan Yourcenar gekarakteriseerd worden als een postmodern figuur, hoewel vele critici haar blijven zien als premodern, als een anomalie die te onderscheiden viel van haar tijd(genoten).

Maar het is ook mogelijk om Yourcenars’ werk te beschouwen als een verschillende uitdrukking van hetzelfde existentialisme dat andere bekende schrijvers van haar generatie bezighield, zoals Sartre, Camus en Beauvoir. Veel van haar werken, zoals ook dat van hen, legt de nadruk op het probleem van keuze, verbintenis, ethiek en historische omstandigheden.

Haar grote historische creaties hebben veel gemeen met, bijvoorbeeld, de existentialistische psychologische studies die Sartre deed over de schrijvers Jean Genet, Gustave Flaubert en Charles Baudelaire.

En haar regelmatig gebruik van overschrijdend erotisme, dat tot uitdrukking kwam doorheen “in extremis” personages en situaties, benadrukt bepaalde gelijkenissen met Colette, Marguerite Duras, en Violette Leduc. Marguerite Yourcenar bleef stilstaan bij de geschiedenis, maar resideerde ook in haar eigen tijdperk.

Zoals veel van haar “voorwoorden” en “nawoorden” laten blijken, was Yourcenar zelf één van haar beste critici. “Elk literair werk”, schreef ze in het nawoord van “An Obscure Man”, is opgebouwd uit een mix van visie, herinnering en daad, ideeën en informatie die men een leven lang opgedaan heeft uit conversaties en boeken, en het delen van zijn eigen bestaan”.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.