Woolf, Virginia (1882-1941)

VIRGINIA WOOLFPassionele vriendschappen met vrouwen waren essentieel in het leven en de werken van schrijfster Virginia Woolf.

Virginia Woolf werd geboren als Adeline Virginia Stephen op 25 januari in Hyde Park Gate, Londen, als dochter van Leslie Stephen, een geletterde man, die in datzelfde jaar begon aan de opmaak van de “Dictionary of National Biography” en Julia Pattle Duckworth, een Victoriaanse schoonheid die onsterfelijk werd gemaakt in de foto’s van Julie Margareth Cameron.

Het eerste huwelijk van Virginia’s moeder eindigde met de dood van haar echtgenoot, waardoor ze achterbleef met drie kinderen. Eén van de drie kinderen, Gerald Duckworth, misbruikte Virginia als adolescent.

De adolescentie van Virginia werd gekenmerkt door een serie sterfgevallen en door de eerste opstoot van een mentale ziekte die haar de rest van haar leven zou achtervolgen. Haar moeder stierf in 1895, haar halfzus Stella, die dienstdeed als vervangmoeder, in 1897, haar vader in 1904 en haar broer Thoby in 1906.

Ze kreeg haar eerste mentale inzinking op dertienjarige leeftijd na de dood van haar moeder en haar laatste inzinking eindigde met haar zelfmoord toen ze zichzelf verdronk in de Ouse-rivier op 28 maart 1941.

Virginia en Vanessa

Virginia ontwikkelde een hele dichte band met haar zus Vanessa, die ze “een heel hechte samenzwering” noemde. Beide zussen functioneerden als eenheid in hun strijd tegen de tirannie van hun vader die hen wou gebruiken als surrogaat voor zijn overleden vrouw en tegen de Victoriaanse moraal die het huwelijk het enige geschikte doel vond voor dochters uit de middenklasse.

Vanessa werd een surrogaatmoeder, door de functies van haar moeder over te nemen na de dood van Stella. Uiteindelijk werd zij zelf moeder, in tegenstelling tot de jongere Virginia.

Beide vrouwen waren kustenaars en er was een duidelijk splitsing in hun arbeid: Virginia de schrijfster in haar bureel en Vanessa de schilderes in haar studio. Alle kinderen werden thuis onderwezen, in de bibliotheek van hun vader, met privé-onderwijzers, hoewel de twee broers uiteindelijk naar de Cambridge University gingen.

Het begin van de Bloomsbury Group

Na de dood van Leslie Stephen verhuisden de vier kinderen naar Bloomsbury, een deel van Londen dat later de naam zou worden van een groep kunstenaars en intellectuelen: de “Bloomsbury Group”. Deze groep begon toen Thoby en zijn vrienden uit Cambridge terug naar Londen verhuisden en elke donderdagavond samenkwamen om er over kunst en literatuur te praten en over politieke thema’s zoals pacifisme en socialisme.

In het begin waren Virginia en Vanessa de enige aanwezige vrouwen, als de zussen van Thoby, maar ook als intellectuelen en kunstenaars.

Verschillende van de mannelijke aanwezigen waren homo’s, waaronder Lytton Strachey, die Virginia in 1909 ten huwelijk vroeg, hoewel de verloving bijna onmiddellijk daarna werd afgebroken.

Virginia’s relatie met homo’s

Virginia’s relatie met homo’s bleef dubbelzinnig. Aan de ene kant wist ze het gebrek aan seksuele interesse te appreciëren omdat ze om die manier toegang kreeg tot een intellectuele omgeving die onverschillig stond tegenover haar geslacht. Aan de andere kant betekende de afwezigheid van vrouwen en vrouwelijke erotiek een belemmering voor creativiteit.

Veel later, op 19 augustus 1930 schreef ze in een brief aan Ethel Smyth: “Is het waar dat ik enkel vrouwen wil imponeren. Enkel vrouwen wekken mijn verbeelding op.”

Het huwelijk van Virginia met Leonard Woolf en het stichten van Hogharth Press

In 1912 trouwde Virginia met Leonard Woolf, “een arme Jood”, een lid van de Bloomsbury Group en een politieke schrijver die nog maar pas was teruggekeerd van zijn diensttijd in India. In hun huwelijk steunden ze elkaar, maar van passie was geen sprake.

In 1917 richtten de Woolfs “Hogarth Press” op in een poging om Virginia meer praktisch werk te geven waardoor ze minder inzinkingen zou krijgen. Ze publiceerden de werken van verschillende lesbische en homoseksuele auteurs, waaronder E. M. Forster, Christopher Isherwood en Vita Sackville-West.

De verhuis naar Bloomsbury was ook het begin van Virginia’s carrière als schrijfster. Haar eerste publicatie was een anonieme bespreking in de krant “The Guardian”, daarbij geholpen door Violet Dickinson.

Virginia’s relaties met vrouwen

Haar relatie met Violet Dickinson was één van de verschillende intense vriendschappen die Virginia in haar leven kende. Deze relaties werden gekenmerkt door passionele brieven en schrijfsels in dagboeken waarbij op een erotische manier geschreven werd over de wederzijdse aantrekking en over het verlangen naar emotionele intimiteit.

Vaak resulteerden deze relaties met vrouwen in literaire werken, die niet altijd werden gepubliceerd, maar die een ode waren aan die vriendschappen.

Vaak waren die vrouwen ouder, ongehuwd, mannelijk in hun voorkomen en zeer succesvolle kunstenaressen. Vaak gaven ze Virginia een soort van moederlijke bescherming wanneer ze weer eens een inzinking had.

Allen deelden ze met Virginia dezelfde interesse in kunst en gaven ze bouwende kritiek over haar werk. Geen enkele van deze relaties met vrouwen zou ooit seksueel geweest zijn.

Virginia’s eerste passionele vriendschap was met Madge Vaughan, de dochter van de bekende schrijver en seksuoloog John Addington Symonds. Virginia ontmoette Madge op haar zestiende en ze gebruikte haar als model voor Sally Seton in “Mrs. Dalloway” (uit 1925).

Violet Dickinson was bijna dubbel zo oud als Virginia, toen deze Virginia verzorgde tijdens haar inzinking na de dood van haar vader. Violet was een ongetrouwde Quaker-vrouw die “Friendship Gallery” (uit 1907) schreef, een parodie-biografie en een voorloper van “Orlando” (1928). Het werk beschrijft een utopische gemeenschap van vrouwen die geleid wordt door Violet zelf en waarin Virginia een kunstenares is.

Veel later keek Virginia terug naar deze vriendschap als diegene die het mogelijk maakte dat ze met vertrouwen kon zeggen: “Ik ben een schrijfster”.

De laatste van deze vriendschappen was met Ethel Smyth, een bekende componiste. Virginia ontmoette haar in 1930, ze was toen achtenveertig en Ethel was zeventig. Virginia vermeldde haar in het klad van haar werk “Professions for Women” als het voorbeeld voor de werkende vrouw, maar ook als kunstenares.

Hun vriendschap was ook gebaseerd op het feit dat beiden hun moeder vroeg hadden verloren. Ethel schreef in een brief aan Virginia in 1930: “Nu kan je je voorstellen in welke grote mate seksueel gevoel te maken heeft met de gevoelens die men heeft voor de eigen moeder.”

Virginia en Vita Sackville-West

Virginia ontmoette Vita Sackville-West, de enige vrouw met wie ze een intense vriendschap had die ook een fysieke kant had, in 1922. In dit geval was het leeftijdsverschil omgekeerd; Virginia was veertig, Vita dertig en Virginia was de meer bekende schrijfster van het tweetal.

Maar Vita was een “geoefende Saffiste”. Hun verhouding begon in 1925 en Virginia schreef in haar dagboek: “Deze Saffisten houden van vrouwen, er is altijd sprake van liefde in hun vriendschap”. Deze verhouding duurde tot 1928.

Tijdens deze tijd ging Vita twee keer naar Perzië op bezoek bij haar echtgenoot die er in de Britse ambassade van Teheran werkte. De tweede maal reisde ze in het gezelschap van een andere vrouw. Dit zorgde voor een breuk in de vriendschap met Virginia.

In 1928 schreven Virginia en E.M. Forster een brief ter verdediging van Radclyffe Hall’s “Well of Loneliness”, niet omwille van lesbische inhoud, maar in de naam van de vrijheid van het woord.

Verschillende leden van de Bloomsbury Group daagden als ooggetuigen op tijdens de rechtszaak over het boek. Ook Virginia was er en ze omschreef haar aanwezigheid als een manier om ook het Saffisme van Vita te verdedigen.

Aan het einde van datzelfde jaar gaf Virginia enkele toespraken in colleges. Deze toespraken mondden uit in “A Room of One’s Own” (uit 1929).

Tegen dan was de verhouding met Vita afgelopen, maar ze bleven een sterke vriendschapsband onderhouden tot 1934. Deze tien jaar was de meest productieve tijd in het leven van beide schrijfsters. De emotionele afhankelijkheid van elkaar werd enkel volledig beëindigd door de dood van Virginia.

Virginia is “de gehandicapte Vrouw van Bloomsbury” genoemd (door E.M. Forster), een “seksloze Sappho” (door neef en biograaf Quentin Bell) en “een guerillastrijder in een Victoriaanse jurk” (door Jane Marcus).

Meer recent werd ze beschreven als, in haar verhouding met Vita, een “getrouwde lesbienne” (door Suzanne Raitt), als iemand voor wie haar lesbianisme een emotionele, zelfs seksuele geaardheid was, maar die dit haar heterohuwelijk niet liet beïnvloeden.

Geen enkele van de werken van Virginia bevatten openlijk lesbische personages die niet op één of andere manier ontoereikend zijn aan een zekere vrouwelijkheid die wordt vereenzelvigd met sociaal respect. En toch wordt Virginia als de meest vereerde modernistische schrijfster ook beschouwd als de auteur van het eerste positieve “Saffistische” portret, in de vorm van “de langste en meest charmante liefdesbrief in de literatuur”: “Orlando”.

Virginia en lesbische erotiek

Lesbisch verlangen onder de vorm van erotische relaties tussen vrouwen blijft fundamenteel in de manier waarop Virginia denkt over de band tussen vrouwen en creativiteit.

Lesbische erotiek neemt meestal de vorm aan van ofwel het verlangen naar de verloren moederlijke vrouwelijkheid of heeft te maken met de band tussen kunstenares en lesbienne: aan de ene kant een seksueel geladen maar altijd onvatbare relatie tot de moeder; aan de andere kant een aseksuele kunstenares, ongetrouwd, celibatair, kinderloos maar onafhankelijk.

De kunstenares heeft toegang tot een artistiek milieu dat haar toelaat om de opgelegde heteroseksualiteit, die de aantrekking tussen vrouwen ongeconsumeerd laat, in vraag te stellen, zowel seksueel en esthetisch. Tezelfdertijd dreigt het beeld van de lesbienne als ongetrouwde vrouw ervoor te zorgen dat “mannelijke lesbienne” gezien wordt als een seksuele en dus sociale verschoppeling.

Virginia beschreef de aard van lesbische erotiek in termen van “die kamer waar nog nooit iemand is geweest,” en in een hoofdstuk in “A Room of One’s Own”. In wat beschouwd wordt als het eerste voorbeeld van feministische historische en literaire kritiek, maakt ze haar meest expliciete verklaring over de relaties tussen vrouwen.

Met de introductie van Chloe en Olivia, personages in een roman door de fictive Mary Carmichael, suggereert ze dat vrouwen niet alleen bestaan in relatie met mannen maar ook in relatie met elkaar (Chloe en Olivia delen een laboratorium). Ze kunnen elkaar zelfs zelfs graag mogen, en dat graag mogen is voor vele lezers een teken dat er liefde mogelijkheid, m.a.w. dat er sprake is van een lesbisch verlangen.

Mrs. Dalloway

De eerste en enige roman die gaat over zowel vrouwelijke erotiek en een lesbienne is “Mrs. Dalloway”, een boek over een dag in het leven van Clarissa Dalloway, de vrouw van een parlementslid. Tijdens die dag maakt ze alles klaar voor een feestje waarvan ze de gastvrouw is.

Dit nogal dun plot wil de aandacht trekken naar een subplot, de herinneringen van Clarissa aan Sally Seton, op wie ze verliefd was als jong meisje, en het nevenverhaal van Septimpus Smith, een veteraan die zelfmoord pleegt tijdens het feestje van Clarissa.

Hoewel Clarissa en Septimus elkaar nooit ontmoeten, worden ze met elkaar verbonden door het belang en de onmogelijkheid van verlangen naar hetzelfde geslacht. Clarissa en Sally kozen beiden voor een huwelijk met rijke, respectabele mannen en de geliefde van Septimus werd gedood in de oorlog.

Door Richard Dalloway te verkiezen boven Peter Walsh, die een kus van Sally onderschepte die voor Clarissa “het mooiste moment van haar hele leven was”, mag Clarissa zich af en toe terugtrekken naar de zolder waar een bed staat dat de herinnering houdt aan lesbische erotiek.

Clarissa voelt voor Sally hetgene wat mannen voor vrouwen voelen, maar blijft ver verwijderd van de mannelijke lesbienne Miss Killman, de onderwijzeres van haar dochter Elizabeth.

Miss Killman wordt omschreven als een arm, onhandig en boven de veertig. Ze moet werken om te overleven, is geneigd tot religieuze fanatiek, heeft Duitse sympathieën en draagt altijd hetzelfde. Tezelfdertijd is ze een goede geschiedkundige en economisch onafhankelijk.

To the Lighthouse

In “To the Lighthouse” (uit 1927) wordt de Miss Killman-figuur positiever voorgesteld via Lily Brisco, die ook arm en ongetrouwd is, maar toch een kunstenares. Net zoals Elizabeth Dalloway, heeft ze “kleine Chinese ogen”, een exotisch kenmerk dat geassocieerd wordt met een jongere generatie van onafhankelijke vrouwen.

Dit verhaal gaat over twee dagen uit het leven van een familie, en tussen die twee dagen ligt er tien jaar. De lesbische erotiek is te lezen in de relatie tussen Lily, een gast in het zomerhuis, en Mrs. Ramsay.

Het werk bevat ook nog twee andere personages, kinderen van de Ramsay’s, een dochter die de bibbers krijgt wanneer een vrouw haar hand vasthoudt en een zoon die het liefdesobject wordt van de dichter Mr. Carmichael.

Between the Acts

In haar laatste roman “Between the Acts” (uit 1941) is het hoofdpersonage Miss La Trobe niet alleen een succesvol kunstenares maar ook een openlijke lesbienne: “Sinds de breuk met de actrice die haar bed en geldbeugel deelde, was de behoefte aan alcohol gegroeid. Samen met de gruwel van het alleen zijn. Eén van de komende dagen zou ze de stadswetten overtreden: nuchterheid, kuisheid… of ze zou iets stelen.”

Orlando

“Orlando” is het werk dat het meest heeft bijgedragen tot de reputatie van Virginia Woolf als lesbische schrijfster. Met als ondertitel “A Biography”, probeert dit verhaal het genre te vernieuwen door het leven te vertellen van Orlando. Deze leeft al driehonderd jaar – van het bewind van Queen Elizabeth I tot het heden (11 oktober 1928).

Tijdens de achttiende eeuw, terwijl hij ambassadeur in Turkije is, verandert Orlando in een vrouw, hoewel zijn seksueel liefdesobject Sasha, dezelfde blijft: “Hoewel zijzelf een vrouw was, hield ze nog steeds van een vrouw”.

Als vrouw blijft het personage zich gedragen als man, tot ze uiteindelijk trouwt en een kind krijgt.

Toch is de belangrijkste relatie in het werk deze tussen Orlando en de biograaf, die vaak in de tekst opduikt om te klagen over hoe moeilijk het is om zich aan de afspraken van een biografie te houden. Eén van die afspraken is bijvoorbeeld dat de persoon waarover geschreven wordt, dood moet zijn.

Vita, die voor verschillende foto’s in het boek poseerde, was verrukt over hetgeen Virginia had geschreven. Na de eerste lezing, schrijft ze in een boek: “Je hebt een nieuwe vorm van narcisme uitgevonden en ik moet bekennen dat ik verliefd ben op Orlando”.

Met “Orlando” eindigde Virginia’s vrouwelijk erotisme. In dat boek stond gedrukt wat ze zelf niet kon hebben in haar leven door de ontrouw van Vita en door haar eigen stijve seksualiteit. “Orlando” staat symbool voor hetgeen Virginia Woolf zelf nooit kon zijn of hebben, behalve in haar kunst.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.