Wood, Ed (1924-1978)

ed-woodTijdens zijn leven werkte de travestiet/regisseur uit de jaren 1950 Edward D. Wood, ook gekend als Ed Wood, op toegewijde maar soms wanhopige wijze in de marge van Hollywood, door vreemde en goedkope films te maken die zo goed als volledig onopgemerkt voorbijgingen aan het publiek.

Hij overleed in 1978 als een arme alcoholverslaafde, maar werd na zijn dood het middelpunt van één van de meest duurzame cults in de filmwereld. Tegenstrijdige kampen hebben hem zowel verheerlijkt als bespot, en gebruikten daarbij dezelfde bijnaam: “werelds’ slechtste regisseur”.

Wood, die geboren werd in New York, Poughkeepsie, op 10 oktober 1924 (sommige bronnen spreken van 1922) heeft in het Amerikaanse Marinierskorps gediend van 1942 tot 1946. Volgens een legende bestormde hij de kusten van Tarawa gekleed in vrouwenondergoed dat hij onder zijn uniform droeg.

Na zijn dienst verhuisde hij naar Hollywood, waar hij zijn eerste film maakte, de budgetloze western, “Crossroads of Laredo (1948)”. Vijf jaar later regisseerde hij, in samenwerking met regisseur George Weiss, zijn doorbraakfilm, “Glen or Glenda”, ook bekend als “I Changed My Sex” (Ik veranderde mijn geslacht), wat het begin zou betekenen van zijn grillige carrière en zijn reputatie als een ongewoon harde zwoeger.

Dit “uit het leven gegrepen” verhaal, gebaseerd op de toen schandalige geslachtsverandering van Christine Jorgensen, werd een barslechte maar fascinerende oefening in biografie, gezien Wood zelf de hoofdrollen vertolkte van Glen en zijn transvestie alter ego Glenda.

Ondanks deze cultfavoriet met weinig kritisch gevolg, werd woord toch verdedigd door sommige critici, waaronder Danny Peary, als zijnde één van de meest interessante regisseurs in de naoorlogse filmwereld.

Met haar verhaalbreuken, stijlvermengingen, effecten van gespleten beelden, plotse invoegingen van courante filmstukken en pornografische taferelen, en consequent verrassend beeldwerk, versterkt “Glen or Glenda” het pleidooi ten gunste van Wood als zijnde een vroege postmodernist die constant in strijd was met zijn eigen verhaal.

Behalve een travestiet, was Wood ook een alcoholverslaafde, een schrijver van pornografische romans, en een habitué in Hollywoods’ verwaarloosde bars en demi-mondes. “Glen or Glenda”, een vermomd pleidooi voor tolerantie, is in feite een rondreis in de koortsige psyche van de regisseur, compleet met goedkope pin-up meiden en beelden van onderworpenheid, en een kijk op abnormaal gedrag dat zowel empathisch als huiveringwekkend is.

Ondanks het feit dat hij kledij van het andere geslacht droeg, vertegenwoordigde Wood op een bepaalde manier toch ook de typische “Amerikaanse” ex-soldaat, opgewekt, charismatisch, en vindingrijk – maar trok hij een entourage aan die bestond uit de meest ongewone persoonlijkheden van Hollywood.

Onder Woods’ medewerkers waren artiesten en buitenbeentjes zoals de horror gastvrouw Vampira, de paranormaal begaafde Criswell, de overdreven dramatische Dudley Manlove, de achterhaalde Bela Lugosi, de Zweedse worstelaar Tor Johnson, en de travestiet Bunny Breckenridge.

Woods’ welwillendheid om deze excentrieke personages te aanvaarden, te omarmen en af te beelden maakten hen tot zijn beste vrienden en collega’s voor werken zoals “Bride of the Monster (1956)” en “Plan 9 from Outer Space (1958)”, een verwaarloosde versie van het soort van repertoiregezelschap dat grote regisseurs zoals John Ford en Orson Welles vormden.

“Plan 9” is formeel minder extreem dan “Glen or Glenda”, maar is misschien wel dé klassieke Wood film, een ware apotheose voor liefhebbers van B-films uit de jaren 1950. Amusante grofheden zijn onder andere de verrassende verhaalwendingen, wieldoppen die moeten doorgaan voor ruimteschepen, grafstenen gemaakt van papier, en acteurs die hun tekst duidelijk aflezen van spiekbriefjes.

In een legendarische metafoor verving Wood Bela Lugosi, die tijdens de productie overleed, door een blonde chiropractor en tevens drinkebroerd, die zijn cape over zijn gezicht houdt om te vermijden dat het publiek het evidente zou doorhebben.

Wood, en “Plan 9” werden herdacht in de film “Ed Wood (1994)” van Tim Burton. Burton neemt de visie van Woods’ cultus over dat “Plan 9”, zoals het hele oeuvre van de regisseur, onmiskenbaar naïeve kunst is, aangeboden aan een nietsvermoedende cultuur door een innemend buitenbeentje wiens onversneden volharden een inspiratie kan vormen voor toekomstige onafhankelijke filmmakers.

Woods’ overtuigende transvestie – het was de inspiratie voor titels zoals “Death of a Transvestite (1967)” en bezorgde hem veel verdriet in zijn persoonlijk leven – was radicaal voor zijn tijd; en zijn films waren, bewust of onbewust, een gevat voorteken van de aanstellerige onzin van latere meesters zoals John Waters en de gebroeders Kuchar.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.