Wittig, Monique (1935-2003)

monique-wittigMonique Wittig deed haar publiek schrikken tijdens de Modern Language Association Convention toen ze met overtuiging aankondigde: “Ik ben geen vrouw, maar een lesbienne”. Wittig die tegelijkertijd controversieel en uitmuntend was, schreef de vrijwel meest uitdagende geromantiseerde en theoretische werken binnen de tweede golf van feminisme.

Wittig, die internationaal erkend wordt als getalenteerd empiricus, had als doel de bestaande oude vormen en formele gewoontes te vernietigen. “Het is perfect mogelijk dat een literair werk het effect van een oorlogsmachine op haar tijdperk heeft”, zegt Wittig, en niet zozeer door directe politieke tussenkomst, maar eerder door taalkundig een bijzonder standpunt “algemeen” te maken.

Monique Wittig werd geboren in 1935 in Alsace, Frankrijk: haar vader was Henri Dubois, een dichter. Ze liep school in Sorbonne en studeerde samen met de grootste Franse intellectuelen van haar tijd.

Haar eerste boek “L’Opoponax”, gepubliceerd in Parijs in 1964 toen ze 28 jaar oud was, won de prestigieuze Prix Médicis, en kreeg veel lof toegezwaaid van Franse schrijvers met een gevestigde reputatie zoals Marguerite Duras en Natalie Sarraute, en, in Amerika, Mary McCarthy.

Dit boek, over de kinderjaren, was puur beschrijvend en objectief, gestaag in het heden en revolutionair allesomvattend. Het universele standpunt van het boek lokte lezers ertoe zijn wereld te betreden. “Ik zie, ik adem, ik kauw, ik voel doorheen haar ogen, haar mond, haar handen, haar huid … ik word de jeugd”, schreef Claude Simone in zijn recensie.

Het boek, dat twee jaar later vertaald werd naar het Engels, werd positief ontvangen in de meest prestigieuze literaire publicaties — The Times Literary Supplement, The New York Review of Books en The New Yorker – als zijnde een virtuoos staaltje avant-garde schrijfwerk.

“Les Guérillères”, dat vijf jaar na Wittigs’ eerste boek gepubliceerd werd, is een gestructureerde reeks prozagedichten, opnieuw revolutionair in vorm en taal, maar deze keer ook revolutionair op politiek vlak. In deze kroniek van epische strijd, zijn elles de soevereine aanwezigheid, veroveraars van de wereld en het woord.

Elles zijn niet de vrouwen – een verkeerde vertaling die vaak opduikt in David Le Vay’s Engelse vertaling – maar eerder de universele zij, een taalkundige aanval op het mannelijke gemeenschappelijke voornaamwoord ils.

Voor Wittig is de aanwezigheid van genus in de taal de verzonnen sekse. Taalkundige genus geeft sociale regels aan, zegt ze in een essay getiteld “The Mark of Gender”, “duwt het sociale lichaam in een bepaalde realiteit, waarbij het gekenmerkt wordt en op intense wijze gevormd wordt”. Dus, aangezien vrouwen door genus in de taal gekenmerkt worden (voornamelijk in het Frans), worden ze ook gekenmerkt in de sociale wereld, altijd specifiek, nooit universeel zoals het geval is voor de man.

Andere mannelijke conventies, zoals de kracht van de fallus, worden geweigerd en onderzocht op hun absurditeit: “Ze zeggen ook niet dat schaamspleten met hun ellipsvorm vergeleken dienen te worden met zonnen, planeten, ontelbare melkwegen…. Ze zeggen niet dat de vulva de oervorm is die in die hoedanigheid de wereld in haar volle omvang, in volle beweging beschrijft. In hun rede creëren ze geen conventionele vormen die van deze symbolen afgeleid zouden zijn”.

“Les Guérillères”, dat beschouwd wordt als een boek dat voortkomt uit de Bevrijding van Vrouwen, werd niet zo enthousiast onthaald als “L’Opoponax”. Desalniettemin is dit op heden één van Wittigs’ meest gelezen boeken.

De ontwikkeling in Wittigs’ werk in de richting van lesbische subjectiviteit kwam expliciet tot uiting in haar derde en meest controversiële boek, “Le Corps lesbien” (1973).

Met toepasselijke bronnen, even uiteenlopend als de Griekse mythologie en de christelijke eucharistie, lesbianiseert Wittig vertrouwde vormen: Odyssea keert terug van haar lange reis naar de Amazone-eilanden; de sluier van de fel gemartelde Christa belicht het beangstigde lichaam; en Sappho, een puur lesbische legende, wordt verheven tot de status van een godin.

In de titel zelf komt de taalkundige moeilijkheid aan de oppervlakte – het mannelijke lichaam (le corps) is lesbisch. Hoewel de titel in het Engels, “The Lesbian Body”, geen tegenstrijdigheid vertoont, wordt het boek ingeleid met een korte noot van de auteur waarin uitgelegd wordt dat manipulaties van voornaamwoorden in feite het onderwerp vormen in al haar boeken – de “motoren waarvoor functionerende delen werden ontworpen”.

De vorm van “Le Corps lesbien” is eerder een reeks gedichten dan een verhaal. In bijna elk gedicht scheuren de personages, j/e (ik) en tu (jij) elkaar in het gebeuren van de liefde op gewelddadige wijze aan flarden. De gewelddadigheid van het boek – die een zekere criticus aanduidde als zijnde misantropisch – is op zekere hoogte storend.

Het gespleten voornaamwoord j/e belichaamt de gewelddadigheid van de vrouwelijke intrede in taal. Het uiteenrijten en verslinden van de personages wordt uitgebeeld met geestdriftige nauwkeurigheid: “Mi/jn meest verrukkelijke, ik begin je op te eten. … Als ik het buitenstukje van je oor opgeslorpt heb, knap ik het trommelvlies, ik voel het ronde hamerbeentje over mi/jn lippen rollen, mi/jn tanden vermorzelen het, ik stuit op het aambeeld en het beugelbeen, ik knauw erop….”

Maar wat misschien nog het meest storende is voor de lezer in het algemeen – en ook voor sommige lesbische lezeressen – is de krachtige erotiek en vrijpostigheid in het boek.

In 1976 werd “Brouillon pour un dictionnaire des amantes” gepubliceerd in Frankrijk. Geschreven in samenwerking met Sande Zeig, werd het door de auteurs vertaald als “Lesbian Peoples: Material for a Dictionary”. In tegenstelling tot “The Lesbian Body,” is “Lesbian Peoples” iets lichter van aard. Het is een denkbeeldige opname van de geschiedenis dat met trefwoorden, soms in vreemde nevenschikking, de overgang van een mythisch volk naar het utopische Glorieuze Tijdperk te boek stelt.

Het werk, dat zowel representatief is voor het tijdperk, alsook een herschrijven is van historische periodisering, toont een kort optreden van sleutelfiguren uit het lesbische feminisme. Jill Johnstons’ Lesbian Nation wordt geciteerd als zijnde de laatste natie die bestaat voor de aanvang van het Glorieuze Tijdperk.

Wittigs’ meest recente fictieboek werd gepubliceerd in Frankrijk in 1985 als “Virgile, Non”, en twee jaar later in het Engels als “Across the Acheron”. Elementen uit al haar vroegere werken zijn aanwezig: parodie – Van Dantes’ Divine Comedy; revolutionaire utopie – het paradijs is aan de andere kant van de Golden Gate Bridge; en Wittigs’ ongewone benamingen – de centrale figuur is niemand anders dan Wittig.

Dit boek is het minst gekende van al haar gepubliceerde werken, misschien omdat de idee dat lesbiennes (en vrouwen) in de heteroseksuele wereld in een soort van vagevuur leven, niet zo populair is als ooit het geval was, of misschien omdat dit haar minst universele boek is.

Monique Wittig immigreerde naar de Verenigde Staten in 1976. Eens in Noord-Amerika, begon ze met het schrijven van theoretische essays over feminisme, taal en literatuur. In deze essays, meestal geschreven in het Engels en gepubliceerd in Feministische Uitgaven, ontwikkelde Wittig haar ideeën over wat ze beschreef als materialistische lesbische liefde, waarbij lesbiennes de mogelijkheid aanvoeren om te ontsnappen aan de categorisering van vrouwen door hun rol te weigeren en de economische, ideologische en politieke macht van een man te verwerpen.

In deze essays begon Wittig ook eindelijk met het verklaren van de taalkundige manipulaties in haar complexe fictiewerken, waar vele lezers het moeilijk mee hadden. Sommige van deze essays, zoals “One is Not Born a Woman”, “The Category of Sex”, en “The Mark of Gender”, zijn canoniek geworden in Vrouwelijke Studies; in het opkomende domein van holebistudies is “The Straight Mind” van bijzonder belang. Haar essays werden recentelijk verzameld en onder deze titel uitgegeven.

Op 3 januari 2003 overleed Wittig ten gevolge van een hartaanval in Tucson, Arizona, waar ze gedurende twaalf jaar lesgaf in het Programma van Vrouwenstudies in de Universiteit van Arizona. Ze werd overleefd door haar partner en medewerkster Sande Zeig.

Monique Wittigs’ taalkundige genialiteit en politieke moed maakten haar werkelijk tot belangrijk onderdeel van de avant-garde. Tot op heden werd enkel één studie, ter grootte van een boek, over haar werk gepubliceerd, maar omwille van het belang van haar boeken en essays voor verschillende generaties denkers op het terrein van genus en seksualiteit, zullen haar werken nog het onderwerp zijn van vele andere studies.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

1 reactie to “Wittig, Monique (1935-2003)”

  1. VoerVoorLezers 20 februari 2010 at 13:11 Permalink

    Lesbiennes zijn de redding van de wereld.


Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.