Van Sant, Gus (1952)

gus-van-santGus Van Sant, één van de meest opvalende talenten uit het onafhankelijke cinemagebeuren van de afgelopen 15 jaar, was op nuchtere wijze onthullend over zijn seksuele geaardheid. Het meest opvallend is de prozaïsche wijze waarop hij homoseksualiteit in zijn werken weergeeft.

In de tijd dat Hollywood nog steeds behoedzaam omging met het onderwerp homoseksualiteit, dook Van Sants’ goedkope film “Male Noche (1985)” met ontwapenende openhartigheid op in de schoot van het oprijzende holebifestivalgebeuren.

De film, die gebaseerd was op de toen nog niet gepubliceerde geschriften van dichter Walt Curtis uit Portland (Oregon), vertelt over de onbeantwoorde liefde van een winkelbediende van een drankwinkel uit de achterbuurt (Tim Streeter) voor een Mexicaanse straatloper (Doug Coyote) en zijn meer seksueel beschikbare kameraad straatloper (Ray Monge). De film die opgenomen werd in 16 mm wit en zwart geeft blijk van een opvallend zelfvertrouwen en ook van  dapperheid.

Van Sants’ zelfvertrouwen en moed kwamen hem goed van pas in zijn carrière die een beetje van alles omvatte, gaande van films met opvallende supersterren zoals Sean Connery tot muziekvideo’s voor groepen zoals de Red Hot Chili Peppers en Hanson, alsook een volkomen bizarre shot-for-shot (bijna identieke) remake van Alfred Hitchcocks’ klassieker uit 1960 “Psycho (1998)”, en zulke intens persoonlijke korte werken zoals de taboe film “Five Naked Boys with a Gun (1992)”.

Van Sant, die geboren werd in Louisville (Kentucky) op 24 juli 1952 in een onmiskenbaar mainstream businessgeoriënteerde familie (zijn vader is verantwoordelijk voor de klassieke “Mac” regenjas), is het perfecte voorbeeld van het Amerikaanse zwarte schaap uit de hogere middenklasse. Als kind toonde hij interesse in allerhande artistieke activiteiten en maakte een aantal autobiografische super-8 (filmformaat) films.

In de Rhode Island School of Design waar Van Sant zijn studies begon in 1970, viel hij eerst voor de charmes van het schilderen. Maar nadien werd hij verliefd op dichtkunst en literatuur, in het bijzonder de werken van de zwartste der zwarte schapen, William Burroughs, die later een vriend en medewerker werd. Hij werd er ook ingeleid in het werk van zulke avant-garde filmmakers als Andy Warhol en Jonas Mekas.

Van Sant, die van Portland zijn thuisstad maakte, maakte er deel uit van de kunst- en muziekwereld, waarbij hij optrad met een bandje genaamd “Destroy All Blondes”. Dan werkte hij een tijdje voor de televisie. Zijn televisieavonturen – voornamelijk als het gaat over de nadelen van het naar bed gaan met je baas – worden samengevat in zijn licht ironische kortfilm “Five Ways to Kill Yourself (1987)” waarin hij zelf de hoofdrol speelt.

Van Sants’ voorliefde voor het maken van experimentele kortfilms, – “My New Friend (1988)” en “Ken Death Gets Out of Jail (1987)” zijn de meest opmerkelijke kortfilms – zelfs nadat zijn carrière deel uitmaakte van de “mainstream”, spreekt boekdelen over zijn non-conformistische aard.

Van Sant weigert in een hokje gestopt te worden. In plaats van een opvolger te maken voor de holebifilm “Mala Noche”, concentreert hij zich op “Drugstore Cowboy” (1989), zijn buitengewoon drama over het leven van een “functionerende” drugsverslaafde (ook gebaseerd op het toen nog niet gepubliceerde materiaal, een roman van James Fogle). De kranige maar gevoelige film gaf nieuw leven aan de carrières van Matt Dillon en Kelly Lynch, en introduceerde ook Heather Graham en James Le Gros.

Maar volgend op dat succes, in plaats van door te gaan in een meer heteroseksuele richting, maakte hij zijn meest holebigerichte film ooit, “My Own Private Idaho (1991)”. Met Keanu Reeves en River Phoenix als manhoeren van Portland in de hoofdrol, mengt de film Pasolini stijl neorealisme met een bizarre heropvoering van Shakespeares’ Henry IV.

“Idaho” bereikt een hoogtepunt met één van de meest gedenkwaardige scènes uit de moderne holebifilmwereld, een theatrale liefdesverklaring door één van de protagonist sjacheraars aan de andere. Wat interessant is, is dat de scène niet bedacht werd door Van Sant, maar wel door zijn ster River Phoenix. Het is een stempel van Van Sants’ leidinggevende stijl waarbij hij een atmosfeer creëert die zulke samenwerking aanmoedigt.

Maar er is toch ook zoiets als te losjes met de dingen omgaan, zoals ook Van Sant in levende lijve moest ondervinden toen hij zijn aanpassing maakte van Tom Robbins’ “Even Cowgirls Get the Blues (1994)”. “Cowgirls”, dat de dramatische samenhang van “Drugstore Cowboy” of de speelse spontaniteit van “My Own Private Idaho” miste, kwam nooit echt tot leven op het scherm.

Van Sant kwam op de proppen met een gerichter project voor zijn volgende onderneming, “To Die For (1995)”. Het script voor deze zwarte komedie over een pseudo nieuwsjournalist (Nicole Kidman) die ervoor zorgt dat haar geliefde echtgenoot niet in de weg komt te staan van haar carrière, werd geschreven door de ervaren schrijver/acteur Buck Henry. Het bezorgde ook Joaquin Phoenix (de vroegere kindacteur Leaf Phoenix) zijn eerste belangrijke volwassen rol.

“Good Will Hunting (1997)”, Van Sants’ meest toegejuichde mainstream prestatie, had in de hoofdrol de ervaren komedieacteur Robin Williams die naar verwachting een ware aandachttrekker zou zijn. Maar de sterren van dit verhaal over een wiskundegenie met een blauwe kraag bleken de schrijvers/acteurs Wunderkinder Matt Damon en Ben Affleck te zijn.

In plaats van zich te koesteren in zijn succes of in herhaling te vallen, vervolgde Van Sant zijn film “Good Will Hunting” met een remake van de film “Psycho”, wellicht één van de meest ambitieuze werken in conceptuele kunst sinds Warhol.

En dan was er “Finding Forrester (2000)”, nog een verhaal over een “ontluikende genie” met in de hoofdrol Sean Connery als mentor van een tiener underdog. Dit commerciële project is echter voorzien van allerlei persoonlijke toetsen, zoals de buitensporig bewerkte versie van “Deep Night”, het nummer van Rudy Vallee dat zo vaak gespeeld wordt in “My Own Private Idaho”.

Van Sant maakte na “Finding Forrester” de film “Gerry (2002)” met twee personages waarvan Matt Damon en Casey Affleck (die samen met Van Sant aan het script gewerkt hebben), en ook “Elephant (2003)”, een film over tienerangst dat zich afspeelt in een middelbare school in Portland.

Behalve de grote thematische variatie in zijn werk, is ook Van Sants’ visuele stijl op even indrukwekkende wijze zeer uitgebreid. Het omvat zowel de in vervoering brengende romantische oplichtende stijl van cinematograaf Jean-Yves Escoffier in “Good Will Hunting” alsook de scherpe van kleur doordrongen stijl van cinematograaf Chris Doyle in “Psycho”.

Van Sants’ variatie in stijl en interessesfeer wordt vervolledigd door zijn quasi surrealistische voorliefde voor het uitdenken van zijn volgende zet (moge het “zweverig” of “intellectueel” zijn) naarmate hij voortschrijdt. Het is onmogelijk te weten waar Van Sant zich in een volgend stadium zal bevinden. Voor deze holebi “wild card” in het hele Hollywood gebeuren, is holebiseksueel zijn gewoon een verhaal zoals een ander dat wil verteld worden.

In 2005 bracht Van Sant “Last Days” uit, een film die hij kenmerkte als het derde deel van zijn “Death Trilogy”, een soort van cyclus waarbij de dood onderzocht wordt en die ook de films “Gerry” en “Elephant” omvatte. Het is het gedramatiseerd relaas van de dagen die voorafgingen aan de dood van Kurt Cobain.

In de herfst van 2008 werkte Van Sant de speelfilm “Milk” af, een biografie over de homoseksuele martelaar Harvey Milk, gebaseerd op een origineel scenario van Dustin Lance Black en met in de hoofdrol Sean Penn. De film die genomineerd werd voor een “Best Picture Academy Award” (Beste Film) en Van San een Academy Award nominatie als Beste Regisseur opleverde, kreeg veel verdienste voor het verbluffende optreden van de acteurs (vooral van Penn, die de Academy Award voor Beste Acteur in de hoofdrol won, en van Josh Brolin, die een Academy Award nominatie won voor Beste Ondersteunde Acteur in de rol van Dan White, Milks’ moordenaar) en voor haar succes in het verfilmen van de woelige jaren van de vroegere holibirechtenbeweging in San Francisco.

De film slaagde er ook in om haar held te vermenselijken. Zonder de warboel in Milks’ persoonlijke leven te ontkennen, toont de film hem als een gewone man die erin geslaagd is onvervalste heldhaftigheid aan de dag te leggen doorheen zijn toewijding aan het doel van gelijke rechten. Milk, een moedige man op de juiste plek en het juiste moment, vertolkte de rol waar men destijds nood aan had.

Misschien wel het meest controversiële aspect van Milk is zijn impliciete veronderstelling dat Dan White een niet geuite homoseksueel zou kunnen zijn.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.