Tolson, Clyde (1900 – 1975)

clyde-tolsonClyde Anderson Tolson (22 mei 1900 – 14 april 1975) was een directeur bij het FBI en was vooral verantwoordelijk voor personeel en discipline. Hij is het best bekend omdat hij onder de bescherming stond van grote baas J. Edgar Hoover.

Tolson werd geboren in Laredo, Missouri en studeerde aan het ‘Cedar Rapids Business College’ in Iowa. Van 1919 tot 1928 was hij secretaris bij het oorlogsecretariaat bij drie administraties: Newton D. Baker, John W. Weeks en Dwight F. Davis. Tolson behaalde zijn diploma aan de ‘George Washington University’ in 1925 en behaalde een graad in de rechten in 1927.

Nadat hij er eerst werd afgewezen, werd hij in dienst genomen door de FBI in 1927. Hij zag dit als een stap in de goede richting om een eigen advocatenkantoor te beginnen in Cedar Rapids. Nadat hij had gewerkt in Boston en Washington, D.C, werd hij diensthoofd bij de FBI en in 1930 werd hij gepromoveerd tot assistent-directeur.

In 1936 werkte Tolson samen met Hoover om de bankrover Alvin Karpis te arresteren. Later dat jaar geraakte Tolson betrokken in een schietpartij met de New Yorkse gangster Harry Brunette. In 1942 arresteerde hij Nazi-saboteurs op Long Island en in Florida. In 1947 werd hij benoemd tot directeur en werd hij verantwoordelijk voor het budget en de administratie.

In 1964 kreeg hij een beroerte en bleef hij de rest van zijn leven ziek. In 1966 kreeg hij van president Lyndon B. Johnson een gouden medaille voor zijn uitstekende werk binnen de FBI. In 1970 zorgde Hoover er voor dat hij kon blijven werken binnen de FBI, hoewel hij eigenlijk te oud was voor opsporingswerk en al lang pensioengerechtigd was.

Toen Hover op 2 mei 1972 overleed, nam Tolson kort diens taak over als hoofd van de FBI. Slechts één dag later werd hij vervangen door L. Patrick Gray, die was aangewezen door president Richard Nixon. Tolson verliet de FBI twee weken later.

Relatie met Hoover
Hoover beschreef Tolson als zijn alter ego: ze werkten nauw samen tijdens de dag, aten samen en gingen samen naar nachtclubs en op vakantie. Hun hechte relatie zou het bewijs zijn van hun homoseksualiteit, maar FBI-medewerkers die hen kenden beweren dat hun relatie enkel vriendschappelijk was.

Toen Hoover overleed, erfde Tolson zijn huis van $551,000 en ging hij er wonen. Hij aanvaardde de Amerikaanse vlag van op Hoover’s doodskist. Tolson ligt slechts op enkele meters afstand begraven van Hoover op het ‘Congressional Cemetery’.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.