Thomas Mann (1875-1955)

thomas-mannEén van Duitslands grootste auteurs uit de twintigste eeuw, Thomas Mann, codeerde zijn eigen homoseksuele geaardheid in zijn romans, maar ging ervan uit dat homoseksualiteit zou leiden tot de ondergang van sociale instellingen en de dood van de indivuele homoseksueel. Mann, die in 1929 de Nobelprijs voor de literatuur won, overbrugde de negentiende-eeuwse realistische fictie en de twintigste-eeuwse modernistische stijl.

Mann werd geboren als tweede in een gezin van vijf kinderen, wiens ouders de dualiteit, die het centrale thema zou worden van zijn schrijven, belichaamden. Thomas Johann Heinrich Mann, zijn vader, was een erg succesvol zakenman, alsook een invloedrijke en respectabele burger uit de Noord-Duitse havenstad Lübeck.

Zijn moeder, Julia da Silva-Bruhus, was de dochter van een Duitse zakenman en een Braziliaanse moeder. Dankzij haar groeide Thomas’ interesse voor muziek, literatuur en kunst, wat hij altijd associeerde met zuiderse culturen en klimaten, mede omwille van zijn moeders afkomst. Zo geloofde hij anderzijds dat zijn pragmatisme en werkethiek afstamden van zijn vaders noordse invloed.

Toen zijn vader in 1891 stierf op éénenvijftig-jarige leeftijd werd de familiezaak verkocht. Zijn vader was er niet in geslaagd Thomas, noch zijn oudere broer Heinrich opvolger te laten worden, aangezien beiden meer interesse toonden in literatuur dan in zakendoen.

Mann ergerde zich over de strenge organisatie van de voorbereidingsschool van de universiteit in Lübeck waar hij ingeschreven stond, en haalde het de eerste twee jaren niet. Hierdoor vervolledigde hij zes van de negen jaren die het educatief luik omvatten in een zogenaamd Duits Gymnasium, en ontving hij in 1894 een minderwaardig diploma van “Mittlere Reife”. Tussen 1894 en 1896 volgende hij lessen geschiedenis, kunst en literatuur aan de Technische Universiteit in München, de stad waarheen zijn moeder verhuisde in 1892.

Thomas Mann trouwde in 1905 met Katja Pringsheim, en zij hadden samen zes kinderen, drie zonen en drie dochters. De familie Mann telde verscheidene hoogbegaafde leden. Zijn broer Heinrich schreef vele romans en drama’s, waarvan wellicht de meest bekende roman “Professor Unrat” waarop de film “Der Blaue Engel” gebaseerd is. Hun dochter Erika was een toneelspeelster, die met W.H. Auden trouwde en na haar vaders dood toezag op diens literaire erfenis.

Zijn eerste zoon Klaus schreef romans, kortverhalen, toneelstukken en essays, waarbij hij het leven van de vervreemde zigeunerjeugd in het interbellum beschreef. Zijn openlijke homoseksuele geaardheid leidde tot heel wat conflicten met zijn vader, die er zelf voor koos om zijn homoseksuele verlangens op een andere manier te uiten. Golo, de tweede zoon, schopte het tot een respectabel Duits historicus.

Voor vele Duitssprekenden was Mann de belichaming van de “ontwikkelde burger”; de hogere bourgeois man, wiens aangename economische status het toeliet zowel bezittingen alsook culturele opvoeding, een gevoel voor verfijning en goede smaak te verwerven. Inderdaad, zijn werken en interesses weerspiegelen zo’n status. Vele van zijn verhalen en romans beschrijven het milieu van de hogere bourgeoisie en de belangen van het familieleven.

Mann verzette zich echter tegen een gehele identificatie met de bourgeois maatschappij. Inderdaad, hij geloofde dat de bron van zijn artistieke inspiratie in een sfeer lag die tegenstrijdig was met die van de bourgeoisie, en die hij in de realiteit waarmaakte, namelijk in de erotische, seksuele, en vooral, in de homoseksuele verlangens.

Vele van Manns belangrijke werken zijn een strijd om het behoud van het evenwicht tussen de leefsfeer van een artiest en die van de alledaagse huisvader. Vaak wordt de kern van die strijd gevormd door de drang van een man om een andere man lief te hebben, een behoefte die wankelt tussen expressie en repressie.

In de brief aan zijn vriend Count Hermann Keyserling, gepubliceerd als “Über die Ehe”, probeert Mann twee zaken van elkaar te scheiden: enerzijds de creatieve en blijvende instellling van het huwelijk, dat families en, uiteindelijk, staten tot stand brengt; en anderzijds de op artistiek vlak noodzakelijke maar uiteindelijk vernietigende kracht van de homo-erotiek. “Behalve schoonheid is er geen andere zegen dan de dood”, schreef hij over verlangens tussen hetzelfde geslacht.

Dit essay is een vorm van bescherming tegen de eigen homo-erotische gevoelens van de auteur. Mann was de sterke burger van zijn generatie, geprezen schrijver, en huisvader. Hij geeft toe dat, als men zijn werken aandachtig leest, dat men eruit kan afleiden dat zijn homoseksuele verlangens zijn kunst wel degelijk geïnspireerd hebben, maar dat homoseksuele identiteit geweerd moest worden aangezien het een bedreiging vormde voor zowel de “maatschappij” als voor zijn eigen uitmuntende status.

Deze thema’s van ‘homoseksualiteit die leidt tot de vernietiging van sociale instellingen en tot de dood van de individuele homoseksueel’ zijn verweven in vele van Manns beste werken.

Der Tod in Venedig

In Der Tod in Venedig hield de bekende schrijver Gustav Aschenbach zijn leven erg onder bedwang. Tijdens een uitstapje naar Venetië gooit hij echter alle teugels los en wordt hij geconfronteerd met zijn emoties die hem uiteindelijk overmeesteren. De onmiddellijke katalysator is een mooie Poolse jongen van veertien jaar oud. Aschenbach bespioneert hem met zijn zussen en verblijft in hetzelfde hotel, en wordt in vervoering gebracht door de schoonheid van de blonde jongeling, die hem doet denken aan een meesterlijk Grieks beeldhouwwerk.

Hij verneemt dat de jongen Tadzio heet, maar spreekt hem nooit aan. Wel bekijkt hij de jongen terwijl die op het strand speelt of tijd doorbrengt met zijn familie tijdens maaltijden of tijdens ommetjes in de stad. Venetië wordt getroffen door een cholera-epidemie. Aschenbach blijft dicht bij zijn geliefde, hoewel hij zich helemaal bewust is van de gevaren van deze dodelijke ziekte.

De terughoudende, kalme Duitse schrijver verdwijnt nagenoeg in zijn passie voor de jongeman. Hij schrijft enkel een aantal bladzijden, hij maakt zich op en trekt gekleurde kleren aan om er jonger uit te zien; uiteindelijk wordt hij ziek en sterft hij terwijl hij Tadzio bekijkt die hem lijkt te wenken “in een oneindigheid van rijke verwachtingen”.

Manns eigen belangen en ervaringen waren duidelijk een inspiratie en gaven vorm aan de roman. In 1911 was Thomas Mann met vakantie in Venetië en voelde zich er aangetrokken tot een veertien jaar oude Poolse jongen. Net zoals Aschenbach, ontmoette ook hij de jongen niet.

Thomas Manns dagboeken en brieven, en verscheidene essays en prozawerken vormen het bewijs van de schrijvers erotische aantrekking tot het eigen geslacht, in het bijzonder dan tot knappe jongere mannen. Vooral de relaties die hij vormde met Paul Ehrenburg en Klaus Heuser waren van groot belang voor literaire historici.

Zulke vriendschappen en de passages die Mann – zowel in fictie als in niet-fictieve werken – toewijdde aan het onderwerp vormen het overtuigend bewijs dat de schrijver wel degelijk homoseksuele gevoelens ervoer en waardeerde. Spijtig genoeg ontkenden vele critici dit feit door de jaren heen. De uitgave van Manns dagboeken tijdens de laatste decennia zorgden ervoor dat die ontkenningen niet langer mogelijk waren.

Tonio Kröger

In het verhaal Tonio Kröger gebruikt Mann de homo-erotische gevoelens die het hoofdpersonage als jongen voor zijn vriend Hans Hansen heeft, om aan te geven dat Tonio, van kindsaf aan, afgezonderd is van het normale, bourgeois leven. Homo-erotiek wordt een metafoor voor verschil, voor ‘Außenseitertum’. Hij smacht ernaar om te behoren tot die “blonde en blauwogige, levenslustige, gelukkige, levenswaardige, gewone mensen.”

Maar om bij hen te horen zou hij afstand moeten nemen van zijn identiteit als artiest. En van essentieel belang voor deze identiteit is de positie buiten hun alledaagse bestaanswereld, de plaats vanwaar de artiest creëert, de plaats die grenst aan het homo-erotiek.

Het voorbeeld van August von Platen

In de scheiding tussen kunst en bourgeois leven, vond Mann een voorvader in de negentiende-eeuwse poëet August von Platen. Platens gedichten en dagboeken onthulden zijn homoseksualiteit, wat zelfs leidde tot een bekende literaire vete met Heinrich Heine, wiens literaire reputatie vanaf toen die van Platen overschaduwde, en die de man en diens werk, in diskrediet trachtte te brengen door hem af te schilderen als zijnde onnoemenswaardig, zonder grootheid, en dat te wijten aan Platens seksuele geaardheid.

In zijn essay “Über Platen”, maakt Mann een scheiding tussen het leven van de dichter en diens literaire creaties. Mann voelde dat Platen zijn seksuele verlangens in zijn kunst kanaliseerde. De repressie die hij uitoefende in zijn bourgeois leven voorzag hem van de nodige inspiratie om poëzie te creëren, hoewel Mann toegaf dat Platen soms sensuele liefde geschonken zou hebben aan “onwaardige jongens”.

Manns sympathie voor Walt Whitman

Er moet ook opgemerkt worden dat Mann zijn sympathie voor een andere negentiende-eeuwse dichter beschreef, namelijk de Amerikaanse Walt Whitman. In zijn speech “Von deutscher Republik” deed Mann een beroep op Whitmans visie op de democratie als een ideaal dat Duitsland zou kunnen nastreven. In het gebeuren wilde hij conservatieve Duitse krachten niet toelaten zich “de spirituele liefde van kameraden” toe te eigenen voor hun eigen nationalistische doelen.

Hij sprak van “de zonderling sympathieke respons die iemand voelt bij het aanraken van het naakte vlees van het lichaam”, waarbij hij opnieuw een aanspraak wilde doen op die emotie bij de opbouw van de eerste Duitse republiek die dan pas geboren was. Maar Mann onthield zich ervan dat “vlees” te openlijk te omarmen in zijn essay over het huwelijk een aantal jaren later.

Der Zauberberg

Manns onbeantwoorde houding jegens homo-ërotiek komt tot uiting in zijn roman uit 1924, Der Zauberberg. Het hoofdpersonage, Hans Castorp, bezoekt zijn neef te Berghof, een sanatorium voor tuberculose patiënten.

In plaats van drie maanden, verblijft hij er zeven jaren, hoog in de Zwitserse Alpen waar de tijd anders voorbijgaat dan op het “platteland” dat Castorp verlaten heeft. In de wereld onder de bergen valt de Europese beschaving uiteen tot een chaos die zal leiden tot de Eerste Wereldoorlog.

In deze Bildungsroman wordt de eenvoudige, jonge ingenieur een patiënt in het sanatorium en een leerling van twee mannen die tegengestelde meningen over de wereld alsook filosofische tradities vertegenwoordigen, Settembrini en Naptha. Van essentieel belang voor Castorps fysieke verjonging en geestelijke vernieuwing is Cladva Chauchat, een Russische immigrante die in Berghof verblijft. Zij gelijkt griezelig veel op Prisbislav Hippe, een veertien jaar oude schoollkameraad waar Hans verliefd op was.

Via deze emotionele en seksuele relatie met Chauchat vindt Castorp een oplossing voor zijn homoseksualiteit in het voordeel van biseksualiteit, beweert Karl Werner Böhm. Freuds invloed op Thomas Mann was substantieel en kan zeker een rol gespeeld hebben in Manns opvatting over hoe homoseksuele verlangens geïntegreerd in plaats van onderdrukt of vernietigd kunnen worden. Desalniettemin blijft ziekte onvermijdelijk ermee in verband staan.

Homoseksuele verlangens coderen

Wat typerend is, is dat Mann zijn homoseksuele verlangens niet openlijk noch ongezouten beschrijft. In plaats daarvan maakt hij het voorkomen van die gevoelens duidelijk via symbolen, metaforen. De “potlood-lenende” episodes van Der Zauberberg illustreren deze gewoonte en zijn iconische voorbeelden geworden van de schrijfstijl over homoseksuele verlangens zonder ze expliciet te noemen.

Jaren geleden had Hans geheimelijk een potlood “geleend” van zijn klasgenoot Pribislav. Wanneer Mann de herontwakende herinnering van dat moment beschrijft, wordt het duidelijk dat de potlood Pribislavs penis symboliseert. Hans hunkerde ernaar zijn liefde voor zijn vriend seksueel te tonen, maar het enige waartoe hij zichzelf kon brengen was het afnemen van één van zijn vriends bezittingen, als een teken van hem.

De diepe symbolische waarde van dat teken wordt duidelijk wanneer Chauchat Hans een potlood aanbiedt en die herinnering afvuurt, waarbij hij hem dus in staat stelt zijn homoseksueel verleden op te lossen, “om te genezen”.

Mario der Zauberer

In de roman uit 1929 Mario der Zauberer, dient Italië opnieuw als kruispunt van cultuur en van het banale, van kunst dat overgaat in erotisme.

Cipolla, de “tovenaar” uit de titel, treedt op in de drukbezochte stad Torre di Venere. Hij is een hypnotiseur die geen slingerende horloges of hypnotiserende voorwerpen gebruikt, maar in plaats daarvan eenvoudigweg zijn wil oplegt aan zijn subjecten. Cipolla’s machtsstunt is zoveel boeiender aangezien zijn uiterlijk zou doen geloven dat hij een zwakke ziel is: hij is gebocheld.

Na verscheidene scenario’s met onwillig stadsvolk dat zijn bevelen uitvoert, valt zijn oog op een jonge aantrekkelijke kelner, Mario, die hij meer lijkt te verleiden dan te verzoeken hem op het podium te vergezellen. Nadat hij naar Mario refeert als “Ganymede”, wordt het al snel duidelijk dat Cipolla de rol van Zeus wil spelen.

De tovenaar voert zijn zwarte magie uit door te praten over Mario’s “problemen” met zijn vriendin, waarbij hij zichzelf aanbiedt als het meer begripvolle, meer verdienstelijke liefdesobject. Gehoorzamend aan de smeekbede die Cippola uitspreekt als een bezwering– “Vertrouw me, Ik hou van je” –kust Mario de tovenaar.

Dat moment van artistieke triomf – “ een gedenkwaardig moment, grotesk en aangrijpend, het moment van Mario’s zegen – betekent Cipolla’s ondergang, want hij is de grens overschreden die Mann in “Dood in Venetië” beschreef als de scheiding tussen de sfeer van artistieke inspiratie en openlijk homo-erotisme en, uiteindelijk, de dood. Onmiddellijk nadat de betovering verbroken wordt, grijpt Mario naar zijn geweer en doodt Cipolla, om wraak te nemen voor zijn publieke vernedering door de tovenaar.

Behalve het verband van dit werk met thema’s die Mann ontwikkelde in andere verhalen, moet er opgemerkt worden dat de schrijver, die Duitsland wegens ballingschap zou verlaten in 1933, hier al de verbanden tussen fascisme, homo-erotisme en homofobie begint weer te geven.

Doktor Faustus

Doktor Faustus (1947), Mann’s grote parabel over Duitslands neergang en het fascisme, bevat ook een homoseksueel personage. Gebruikmakend van de Faust mythe, schetst de roman het verval van de bourgeois cultuur in Duitsland vanaf het einde van de negentiende eeuw tot op heden.

De componist Adrian Leverkühn sluit een pact met de duivel, in ruil voor een talent waarmee hij zelf gedurende een aantal jaren muzikale meesterwerken kan produceren. In ruil belooft hij zijn ziel aan de duivel.

Eén van de muzikanten in Leverkühns vriendenkring is Rudi Schwerdtfeger, met wie Leverkühn tijdelijk een seksuele relatie heeft. Opnieuw is hier homoseksueel verlangen in Manns ogen tegenstrijdig met die krachten en instellingen die de samenleving in stand houden en doen groeien.

Verscheidene critici geloven dat Mann in sommige van zijn latere werken, zoals bijvoorbeeld “Die Betrogene and Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull”, opzettelijk zijn eigen homoseksuele gevoelens verbergt en zijn gevoelens een heteroseksueel tintje geeft door vrouwelijke personages te laten ervaren wat hijzelf vroeger gevoeld heeft voor een jongere man.

Besluit

Thomas Manns voorstelling van homoseksueel verlangen kan gezien worden als een poging om homoseksualiteit te coderen op een manier die het hem zou toelaten te spreken over dat wat in die tijd verfoeilijk was, namelijk zijn eigen homoseksuele gevoelens. Dit tweevoudig Anders Zijn, dat van de artiest en dat van de homoseksueel, kwam tot uiting in zijn private dagboeken. Naarmate dit het hoofdthema in zijn werken werd, nam het andere vormen aan in taal, personage en plot.

De laatste tijd zijn Manns geromantiseerde werken ook belangrijker geworden voor homoseksuele leerlingen, omdat er zoveel “over” homoseksueel verlangen in fictie, voorafgaand aan Stonewall, tussen de regels door moet gelezen worden. Het blijft gecodeerd, maar open voor interpretatie van een generatie lezers wiens ervaringen en inderdaad definities van homoseksualiteit nogal verschillen van die van Mann.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Gerelateerde artikelen :
  1. Mann, Thomas – Dood in Venetië
  2. Kijktip: Ich möchte kein Mann sein
  3. Ich möchte kein Mann sein
  4. Condon, Bill (1955)
  5. Crowley, Aleister (1875-1947)

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.