Russ, Joanna (1937)

joanna-russSciencefiction schrijfster en criticus Joanna Russ werd geboren op 22 februari 1937 als dochter van Bertha Zinner en Evarett I. Russ, en groeide op in de Bronx. Zelf zegt ze: “Ik heb mijn kinderjaren half doorgebracht in de Bronx Dierentuin, en half in de Botanische Tuinen”. In 1953 maakte ze in de middelbare school deel uit van de top tien van de “Westinghouse Science Talent Search Winners” (Winnaars van de Talentenjacht in de Wetenschap). Russ ontving haar Doctorandus met grote onderscheiding in Engels aan de Cornell University in juni 1957, en haar Master in Schone Kunsten aan de Yale University School of Drama (toneelschool) in juni 1960.

Russ kwam openlijk uit voor haar seksualiteit in 1969, wat het onderwerp was van haar enige niet-sciencefiction roman “On Strike Against God (1980)”. Nadat ze les gegeven had aan Cornell University, aan SUNY in Binghamton, en aan de University of Colorado in Boulder, werd Russ prof in Engels aan de University of Washington (Seattle). Ze krijgt last van rugproblemen en schrijft in staande houding.

De sciencefiction van Russ werd voor het eerst gepubliceerd in 1959. Volgens Russ bracht haar Alyx verhaal uit 1967 een verandering teweeg: “ik schakelde over van het schrijven van liefdesverhalen…..naar het schrijven van verhalen over vrouwen waarin de vrouw won”. Russ werkt verder aan de Alyx reeks met “Picnic on Paradise (1968)” en “The Adventures of Alyx (1986). Haar vriendschap met de homoseksuele sciencefiction schrijver Samuel Delany heeft haar schrijven gedurende haar hele carrière beïnvloed.

Twee van haar sciencefiction verhalen veranderden het genre en zorgden voor controverse. Haar kortverhaal “When It Changed” uit 1969, dat verscheen in 1972, leverde haar een Nebula Award op. Het verhaal, dat geschreven is in de eerste persoon, beeldt een menselijk wezen af met een vrouw en dochters op een gekoloniseerde planeet, waarin de lezer meegesleept wordt in hun eerste uren van poging tot contact met de mensen op aarde. Na een aantal pagina’s wordt het de lezer duidelijk dat de vertellende persoon een vrouw is, en dat alle mensen op deze planeet lesbisch zijn. Russ maakt gebruik van rolwisseling (een vrouw als echtgenoot en verteller), alsook van de vrouwenhaat en homofobie van de ruimtewezens om de noodzakelijkheid van rollen op basis van geslacht in vraag te stellen.

Haar roman “The Female Man (1975)” creëerde nieuwe mogelijkheden voor vorm alsook voor de inhoud van sciencefiction. Russ overdreef het gebruik binnen sciencefiction van parallelle verhalen door de verschillende levens van eenzelfde vrouw te belichten – de onderdrukte heteroseksuele Jeannine uit de VS waar de Depressie nooit tot een einde kwam; Joanna (let op de naam van de auteur), een ongetrouwde universiteitsprof uit een cultuur zoals die van ons; Jael, een moordenares in een wereld waar de seksen letterlijk met elkaar in oorlog zijn; en Janet Evason van een utopische lesbische planeet.

“The Female Man”, dat geschreven werd in de stijl van een“lyrische” stroom van bewustzijn die Russ bespreekt in haar essay “What Can a Heroine Do?”, is een grappig en serieus boek over wat er mis is met patriarchaat en hoe het opgelost kan worden. Russ linkt haar woede over ongelijkheid en haar humor aan elkaar: “geestigheid is een soort van manie, een vorm van vijandelijkheid.”

De anti-koloniserende fictie “We Who Are About To… (1977)” is een voortzetting van Russ haar experimenteel lyrisch feminisme: Een ruimteschip crasht, de overlevenden starten een kolonie en mislukken, en de oudere vrouw en protagonist, die weerstand biedt, doodt de anderen, en vindt haar eigen meditatieve manier om te sterven. Tijdens de jaren 1970 publiceerde Russ ook “And Chaos Died (1970)” en “The Two of Them (1978)”.

In de twee volgende decennia werkte Russ voornamelijk verder in het genre van sciencefiction kortverhalen, waarin ze drie reeksen publiceerde: “Extraordinary People (1984)”, “The Zanzibar Cat (1984)”, en “The Hidden Side of the Moon (1987)”. In het nastreven van bondigheid, zijn de kortverhalen van Russ compacte en heerlijk tegendraadse verdraaiingen van geslachtsconventies: een lesbisch gotisch verhaal, bijvoorbeeld, en een spookverhaal waarin een dochter zichzelf leert bemoederen.

Russ haar kritiek kwam tot stand in de algemene esthetica van sciencefiction, en evolueerde naar onstuimige feministische kritiek van sciencefiction en andere literatuurvormen. Haar essays over “What Can a Heroine Do?”, “Images of Women”, en “Amor Vincit” staan centraal binnen de feministische sciencefiction kritiek. Haar boek “How to Suppress Women’s Writing” is een gevatte waslijst van redenen waarom de literaire geschiedenis het bestaan van vrouwelijk schrijfwerk negeert: haar echtgenoot schreef het, zij schreef het maar het was niet echt kunst, enzovoort.

In “Magic Mommas” schrijft Russ over brede onderwerpen inzake de bevrijding van vrouwen en holebi’s, waarbij ze een terugkeer maakt naar sciencefiction in haar essay over Kirk-Spock pornografie.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.