Milk, Harvey (1930-1978)

harvey-milkHarvey Bernard Milk was de eerste openlijke homoseksuele man die in de Verenigde Staten in een openbaar ambt benoemd werd (en enkel de tweede openlijke homoseksuele man na Elain Noble, lid van het Staatsparlement in Massachusetts). Zijn tragische moord in het San Franciscaanse stadhuis maakte van hem de meest opvallende martelaar van de Amerikaanse holebibevrijdingsbeweging.

Milk werd geboren op 22 mei 1930 in Woodmere, New York, en groeide op in een joods middenklassegezin op Long Island. Milk was zich reeds op jonge leeftijd bewust van zijn seksuele geaardheid. Zijn biograaf Randy Shilts schreef dat Milks’ eerste homoseksuele ervaringen reeds plaatsvonden als tiener in de staanplaatstribunes van matinee operaoptredens in Manhattan.

Milk studeerde af aan de “Albany State College” in 1951 en wilde aanvankelijk leraar worden in het middelbaar onderwijs. Kort nadat hij afstudeerde, ging hij echter bij de Amerikaanse marine (“US Navy”), waar hij actief was tijdens de Koreaanse oorlog. Hij werd opgeleid als diepzeeduiker, en werd bevorderd tot de rang van hoofd-onderofficier van de U.S.S. Kittiwake.

Milk was trots op zijn militaire dienst, en droeg tot de dag van zijn dood een koperen riemgesp met het ordeteken van de marine. Kort nadat Milk zich in de politiek begaf, ging het nieuws rond dat hij als militair oneervol ontslaan werd toen men erachter kwam dat hij homoseksueel was, maar dit was niet waar.

In de jaren 1950 en 1960 werkte Milk in de verzekerings- en financiële sector. Behalve een korte periode die Milk doorbracht in Dallas, Texas, speelde zijn leven zich in deze jaren grotendeels af in New York, waar hij een appartement had in de chiquere “Upper West Side” buurt van Manhatten, vlakbij “Central Park”.

Hij was een enthousiaste voorstander van kunst, in het bijzonder van opera en theater. Deze professionele interesse, samen met zijn financiële ervaring, leidden op het einde van de jaren 1960 tot de carrière van “associate producer” (medeproducent) voor verscheidene Broadway en niet-Broadway producties, inclusief “Hair and Jesus Christ, Superstar”. Milks’ geliefde in de late jaren 1960, Joe Campbell, een lid van de “Andy Warhol” kliek, verwierf culturele bekendheid als “Sugar Plum Fairy” in de klassieke rocksong “Walk on the Wild Side” van Lou Reed.

Milk in San Francisco

Toen Harvey Milk in de vroege jaren 1970 met het reisgezelschap van Hair naar San Francisco reisde, werd hij verliefd op een stad die later zijn tweede geprefereerde stad zou worden. Tegen de tijd dat hij daarheen verhuisde, in 1972, had Milk een alternatieve bewustwording ervaren, en wierp hij zichzelf letterlijk in de San Franciscaanse post-Stonewall holebibevrijdingsscène. Hij ruilde zijn Brooks Brothers maatpakken in voor Guatemalaanse lompe shirts en gescheurde blauwe jeansbroeken, en begon een camerawinkel in Castro Street, in het hart van de San Franciscaanse nieuwe holebi-enclave.

Milk ontving de nieuwe strijdlustige holebisensibiliteit met open armen, en zijn beslissing om naar San Francisco te verhuizen was gedeeltelijk gemotiveerd door zijn verlangen om “uit de kast te komen” en als een openlijk homoseksueel man in de maatschappij te leven. Hij wilde ook de politiek van de “gay pride” (holebitrots) naar het stadhuis brengen, en begon na zijn aankomst in San Francisco al snel na te denken over een politieke carrière.

Aanvankelijk werd Milk door de San Franciscaanse holebigemeenschap en de plaatselijke politieke orde eerder beschouwd als een omhooggevallen individualist, maar tegen alle verwachtingen in slaagde hij erin om holebistemmers op de been te brengen en uiteindelijk de verkiezingen te winnen voor de San Franciscaanse “Board of Supervisors” (Raad van Stadssecretarissen).

Het geheim van Milks’ uiteindelijke electorale succes was zijn intuïtieve beheersing van publiek activisme, gecombineerd met een fijne neus voor grote theatrale gebaren en een grote inzet tot hard werk om de Castrobuurt te organiseren als een politieke en economische macht. Milk stichtte de “Castro Valley Association” om de belangen van kleine zakenmensen te vertegenwoordigen, en richtte de eerste jaarlijkse “Castro Street Fair” (jaarmarkt) op in 1974. Tegen het einde van de jaren 1970 genereerde de economie van de Castrobuurt bijna 30 miljoen dollar per jaar.

Milk smeedde ook baanbrekende banden tussen de holebigemeenschap en de georganiseerde arbeid. Bovendien wierp hij zichzelf in de rol van populistische kampioen die het dichte San Franciscaanse patchwork van etnisch verscheiden buurten vertegenwoordigde, haaks staand op de belangen van de stedelijke bedrijfscultuur.

In 1973 stelde Milk zich voor de eerste keer kandidaat voor de Raad van Secretarissen, waarbij hij slechts op de tiende plaats eindigde, met ongeveer 17.000 stemmen. Hij eindigde als zevende in een strijd om zes vacante zetels in 1975, toen hij meer dan 52.000 stemmen kreeg. Na een onsuccesvolle gooi naar een zitje in het Californische “State Assembly” (staatsparlement), won hij uiteindelijk een zetel in de Raad van Secretarissen in 1977.

Een doorslaggevende factor in zijn overwinning was de overgang – die hij mede tot stand bracht – van stadsverkiezingen naar districtverkiezingen, die het voor Milk mogelijk maakte zijn immense zichtbaarheid en populariteit in de sterk holebigerichte “Castro”buurt en omstreken ten eigen bate aan te wenden.

Toen Harvey Milk op 9 januari 1978 in zijn ambt bevestigd werd, vertegenwoordigde deze inauguratie een belangrijk symbool, alsook een praktische verwezenlijking voor de holebibeweging. Die dag liep hij samen met tienduizenden sympathisanten in een mars doorheen Market Street, de belangrijkste handelsstraat in San Francisco, van Castro naar het stadhuis.

Succes en Tragedie

Milks’ mandaat was echter geen lang leven beschoren. Op 27 november 1978, na een mandaat van slechts 11 maanden in de Raad van Secretarissen, werden Milk en de San Franciscaanse burgemeester George Moscone vermoord door Dan White, een misnoegde voormalige Staatssecretaris die ontslag had genomen omdat hij niet akkoord ging met de recente goedkeuring van Milks’ enige betekenisvolle wetstuk, een mijlpaaldecreet inzake holebirechten.

White glipte het stadhuis binnen via een kelderraam, om zo de metaaldetectors te ontwijken; hij liep het kantoor van de burgemeester binnen en schoot Moscone neer vanop korte afstand; dan herlaadde hij zijn geweer en liep de gang af om ook Milk te vermoorden.

Milks’ lot in de handen van een moordenaar was niet geheel onverwacht, gezien het geweld en de homofobie die karakteriserend waren voor de Amerikaanse politiek van die tijd. Milk zelf werd achtervolgd door de mogelijkheid om ooit vermoord te worden. Hij legde verschillende versies van zijn politiek testament vast op band, die hij etiketteerde als “te lezen in geval van mijn moord.” Eén van de bandjes bevatte de volgende bewering: “indien een kogel mijn hersenen zou doorzeven, laat deze kogel dan ook de homofobie doorzeven.”

White, die een politieofficier was vooraleer hij in de politiek actief was, werd niet veroordeeld wegens moord met voorbedachten rade, zoals aanvankelijk echter wel algemeen verwacht werd, maar eerder wegens doodslag, waarnaar nu verwezen wordt als “twinkie defense” (verdediging door een homofoob). Whites’ advocaat beargumenteerde dat de beklaagde niet schuldig kon geacht worden voor zijn daden gezien de grote hoeveelheid junk food die hij de dag van de misdaden gegeten had…

Toen White op 21 mei 1979 veroordeeld werd tot minder dan acht jaar gevangenisstraf, dromden woedende burgers – die samenzwering roken – samen voor het stadhuis, wat later bekend werd als de “White Night Riots”. San Francisco leed meer dan 1 miljoen dollar schade aan stadseigendommen, inclusief rijen politiewagens die in brand gestoken werden door boze protestanten. Later die nacht ensceneerden politieagenten vergeldingsacties in de Castrobuurt, waarbij ze holebizaken vernielden en voorbijgangers op straat in elkaar sloegen. (White werd na zes jaar gevangenisstraf voorwaardelijk vrijgelaten en kort nadien pleegde hij zelfmoord).

De Erfenis van Harvey Milk

In de jaren na zijn te vroege dood werd Harvey Milk – die bij zijn vrienden bekend stond als een vrijzinnig, wellustig, overmatig drinkend fuifbeest – getransformeerd in een bijna heilig geworden martelaar van de holebibevrijdingsstrijd. Zoals de homoseksuele schrijver Andrew Epstein opmerkte, vond deze transformatie om goede redenen plaats; Harvey Milk vertegenwoordigde “onze Kennedy, onze Koning, onze Malcolm X. Onze kogel.”

In de jaren die volgden op het brutale einde van zijn leven, bleef men de aanwezigheid van Harvey Milk voelen. In het eerste jaar na zijn dood stapten 100.000 mensen op in een mars naar het nationale parlementsgebouw, om de burgerlijke holebirechten te verdedigen, en zongen ze luidkeels “Harvey Milk leeft”. Zijn opvolger in de San Franciscaanse raad van stadssecretarissen, Harry Britt, een openlijk homoseksueel man die zich liet gelden als Milks’ politieke erfgenaam, was de enige ambtsdrager die de stadsverkiezingen won die plaatsvonden na de moorden.

In New York is er een “Harvey Milk High School” (middelbare school) voor holebistudenten die aan risico’s blootgesteld zijn, alsook de “Harvey Milk Civil Rights Academy elementary school” (basisschool) in de San Franciscaanse “Castro” buurt, waar zowel de publieke MUNI transithalte alsook de plaatselijke bibliotheek naar hem genoemd werden. Een jaarlijkse fakkeltocht door de “Market Street” herdenkt de dag dat Milk vermoord werd.

Milks’ leven en erfenis werden het onderwerp van een speciaal daartoe opgerichte opera, alsook van verscheidene boeken en films, zoals “The Mayor of Castro Street” (1982) van Randy Shilt, en de documentaire “The Times of Harvey Milk” (1983) van Rob Epstein en Richard Schmeichen, die beloond werd met een “Academy Award”.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.