McKellen, Ian (1939)

ian-mckellenHoewel Sir Ian McKellen zeker niet de eerste homoseksuele Britse onderdaan is die door zijn vorst tot ridder wordt geslagen, desalniettemin is hij de eerste om dit ereteken te ontvangen na een publieke bekendmaking van zijn homoseksualiteit. Ironisch genoeg werd McKellens ridderschap een grotere controversiële kwestie binnen de homoseksuele culturele gemeenschap dan daarbuiten.

Ian Murray McKellen, wellicht de meest uitblinkende shakespeariaanse acteur van zijn generatie, werd geboren op 25 mei 1939 in Burnley, Lancashire. Hij deed zijn eerste acteerervaring op toen hij al in het humaniora zat. Hij was beursstudent aan het St Catharine’s College, Universiteit van Cambridge, en verwierf in 1961 een baccalaureaatsdiploma in het Engels.

Terwijl hij in Cambridge zat, trad hij op in verschillende dramatische studentenproducties, die hem een acteercontract opleverden in het Belgrade Theatre in Coventry, waar hij zijn professionele carrièredebuut maakte in 1961. De drie daaropvolgende jaren speelde hij een aantal zeer gevarieerde rollen in verscheidene regionale repertoiretheaters.

Hij maakte zijn Londens debuut in 1964, als Godfrey in “A Scent of Flowers” (Een Geur van Bloemen) van James Saunders, waarvoor hij beloond werd met de Clarence Derwent Award for Best Supporting Actor (Beste Bijacteur).

In 1965 maakte McKellen zijn eerste van vele verschijningen in het National Theatre, Londen, als Claudio in Franco Zeffirelli’s productie van “Much Ado About Nothing” (Veel Drukte om Niets) van Shakespeare. Zijn filmdebuut kwam er het daaropvolgende jaar in “A Touch of Love” (Een Vlaag van Liefde”) van Waris Hussein, dat een script bevatte van Margaret Drabble, een vriendin van McKellen uit Cambridge; in de film, die gebaseerd was op de roman “The Millstone” (De Molensteen) van Drabble, vertolkte McKellen een homopersonage met tegenover hem Sandy Dennis.

Tijdens de jaren 1960 ontwikkelde McKellens carrière zich tot toneelaanwijzer, voornamelijk eerst in regionale theaters. In 1972 regisseerde hij zijn eerste Londense productie, een heropvoering van The Erpingham Cam (het Erpingham Kamp) van Joe Orton; later dat jaar richtte hij de Actor’s Company (Acteergezelschap) op, een groep die gebaseerd was op het principe van gelijkheid tussen en beheer van haar leden.

McKellens debuut met de Royal Shakespeare Company (Koninklijk Shakespeare Gezelschap) kwam er in 1974, met zijn optreden in de titelrol in Doctor Faustus van Christopher Marlowe; andere rollen van het gezelschap waren Romea, Leontes (In A Winter’s Tale – In Een Winters Verhaal), en Sir Toby Belch (Twelfth Night – Twaalfde Nacht). Gedurende zijn hele onderscheiden carrière op het Britse podium, ontving hij vijf keer de prestigieuze Olivier Award, en in 1981 ontving hij de Tony Award voor zijn portrettering van Mozarts wraakgodin Salieri in de Broadway productie van Amadeus van Peter Shaffer.

Tot de jaren 1980 speelde McKellens carrière zich voornamelijk af op het podium, een milieu waar hij energiek in betrokken blijft. In 1981 maakte hij zijn eerste filmverschijning in een hoofdrol, namelijk als D. H. Lawrence in “Priest of Love” (Priester van de Liefde).

Andere grote rollen volgden in “Plenty” (Veel – 1985) en “Scandal” (Schandaal – 1989). In deze laatste film speelde hij het in ongenade gevallen Britse kabinetslid uit de jaren 1960 John Profumo (een rol die een aantal andere Britse acteurs weigerden) omdat, zo beweert McKellen, hij na zijn publieke bekendmaking van zijn homoseksualiteit wilde bewijzen dat hij toch nog op overtuigende wijze de rol kon spelen van een personage dat enkel herinnerd werd om zijn “geestdriftige heteroseksualiteit”.

Terwijl McKellen jarenlang een rustig leven als homoseksueel geleid had, kwam hij uit de kast tijdens een Brits radioprogramma in 1988 als antwoord op de commentaren van de homofobische gastheer. Later werd hij actief als lid van Arts Lobby (Kunstlobbygroep) tegen Sectie 28 (Britse wetgeving, uiteindelijk afgeschaft in 2003, dat “opzettelijke begunstiging van homoseksualiteit” door lokale regeringen verbood), en hij richtte mede de holebi-lobbyende groep ‘Stonewall’ op.

De Nieuwjaarserelijst van de Queen (Koningin) uit 1991 bekroonde hem tot Knight Commander (commandeur) van het Britse Rijk voor zijn dienstbaarheid ten gunste van de schone kunsten. Ondanks zijn duidelijk zichtbare werk als holebiactivist, was zijn ridderschap echter een bron van heel wat onenigheid en verdeeldheid reeds na enkele dagen van de bekendmaking ervan, namelijk toen regisseur Derek Jarman, toen stervende aan Aids, hem publiekelijk en op bittere wijze hekelde.

Jarman stelde de aanvaarding van het ereteken door McKellen gelijk aan een samenzwering met de overduidelijk homofobische Tory (conservatieve) regering van Prime Minister (Eerste Minister) Margaret Thatcher. Deze polemiek werd bijna onmiddellijk erna weerlegd door een open brief in The Guardian, getekend door bekende Britse holebiacteurs zoals Simon Callow, Nancy Diuguid, Stephen Fry, Bryony Lavery, John Schlesinger, en Antony Sher.

Ondanks deze controverse bleef McKellen een duidelijk zichtbare voorvechter van holebirechten, en gebruikte hij zijn bekendheid als acteur om de aandacht te vestigen op de sociale onverdraagzaamheid die holebiseksuelen regelmatig moeten ondergaan.

In 1994 vond de première plaats van zijn one-man show (eenmansshow), A Knight Out, die zijn herinneringen als acteur en homoseksuele man verenigde met de woorden van verschillende homoseksuele en biseksuele acteurs. Hij verscheen ook in een aantal homorollen en homothematische films en televisieproducties, zoals “Six Degrees of Separation” (Zes Niveaus van Scheiding – 1993), “And the Band Played On” (En de Band Speelde Verder -1993), “Bent” (Voorliefde – 1997), en, het opmerkelijkst, “Gods and Monsters” (Goden en Monsters – 1998).

In “Gods and Monsters”, gebaseerd op de roman “Father of Frankenstein” (Vader van Frankenstein) van Christopher Bram, speelde McKellen de rol van James Whale, een in Groot-Brittannië geboren homoseksuele regisseur uit Hollywood die het best bekend staat voor horrorfilms uit de jaren 1930 zoals “Frankenstein” en “The Bride of Frankenstein” (De Bruid van Frankenstein). Voor zijn optreden in deze rol werd McKellen genomineerd voor de Academy Award for Best Actor (Academy Award voor Beste Acteur).

Andere films van hem zijn o.a. “Richard III” (1996), “Apt Pupil” (Schrandere Leerling – 1998), en “X-Men” (2000).

Toen zijn acteercarrière de eenentwintigste eeuw binnentrad, schitterde McKellen als de tovenaar Gandalf in een grootse trilogie filmaanpassing van het fantasieverhaal van J.R.R. Tolkein “The Lord of the Rings”. Zijn vertolking van de tovenaar in Fellowship of the Ring (Genootschap van de Ring – 2001) kreeg lofbetuigingen van critici en leverde hem een Screen Actors Guild award for Best Supporting Actor (Gilde van Filmacteurs award voor Beste Bijacteur) en een Academy Award nominatie op. Hij verscheen ook in “Asylum” (Asiel – 2004).

Gedurende de afgelopen tien jaren leefde hij samen met zijn partner, acteur Sean Mathias, die hem gidste in “Bent” (Voorliefde – 1990) van Martin Sherman, en “Dance of Death” (Dans van de Dood – 2001) van August Strindberg.

McKellen was Grand Master (Kapitein) in de 2002 Gay Pride Parade in San Francisco.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.