Toole, John Kennedy (1936-1969)

john-tooleSinds de publicatie in 1980, werd John Kennedy Tooles boek “A Confederacy of Dunces” gezegevierd als een typische roman van het New Orleans na de tweede wereldoorlog. Het schept een even indrukwekkend en levendig beeld van de Crescent City (stad in wording) als John Berendts “Midnight in the Garden of Good and Evil” dat doet voor Savannah, of Armistead Maupins “Tales of the City” voor San Francisco.

New Orleans, met haar mix van Franse, Spaanse en Afro-Creoolse culturen, en haar geschiedenis als toevluchtsoord voor piraten en bron van genot is een dankbaar onderwerp voor een romanschrijver zoals Toole, die zowel sociale hypocrisie aan de buitenwereld wil tonen, als de kundigheid van de sociaal gemarginaliseerden om niet gewoonweg te overleven, maar om met enthousiasme te leven in de aanwezigheid van een afkeurende meerderheid, wilde zegevieren.

Toole lijkt zijn homoseksualiteit echter nooit volledig aanvaard te hebben, en zijn schrijven weerspiegelt zijn onbehaaglijkheid in zijn eigen marginalisering. De paradox van Tooles leven en carrière is dat de man die zo komisch levendige en emotioneel veerkrachtige karakters creëerde zoals Tante Mae, Ignatius J. Reilly, Santa Battaglia, en Burma Jones, zelfmoord zou plegen op de jonge leeftijd van 32.

Biografie

Toole werd geboren op 17 december 1936 als enige zoon van een koppel in hun late dertiger jaren dat zich erbij had neergelegd om kinderloos te blijven. Zijn vader was een incompetent maar amusant iemand die als autoverkoper en mecanicien werkte totdat doofheid en een afzwakkende gezondheid hem tot vervroegd pensioen dwongen. Zijn moeder, een aantrekkelijk flamboyante, maar diep narcistische vrouw, vulde het gezinsinkomen aan door voordracht- en muziekles te geven.

Thelma Tool, die verzot was op haar zoon Ken, maakte hem tot de ster van de studentenrecitals die ze jaarlijks organiseerde. Zijn vroegrijpheid komt duidelijk tot uiting in de roman “The Neon Bible”, die Toole schreef op 16-jarige leeftijd, maar dat pas 20 jaar na zijn dood gepubliceerd werd.

Toole, die oorspronkelijk ingeschreven was in het technische programma van de Tulane University, studeerde uiteindelijk af met Engels als hoofdvak, waarbij hij een erethesis schreef over de zestiende-eeuwse toneelschrijver en proza-auteur John Lyly.

In 1958 slaagde hij erin dankzij een Woodrow Wilson beurs zijn steeds baziger wordende moeder te ontvluchten, in ruil voor een onafhankelijker leven in New York City, waar hij een Master volbracht in Engelse literatuur aan de Columbia University. Vervolgens maakte zijn Ivy League diploma hem tot een aantrekkelijke kandidaat aan het Southwestern Louisiana instituut, waar hij zich bewees als een populaire leraar en collega, maar waar hij snel rusteloos werd door het leven in een stagnerende gemeenschap.

Toole keerde terug naar New York City dankzij een beurs aan de Columbia University wat hem mogelijk maakte om tegelijkertijd les te geven aan het Hunter College, waar op dat moment hoofdzakelijk vrouwelijke studenten ingeschreven stonden. Teleurgesteld door het doctoraartsprogramma aan de Columbia University, deed hij afstand van zijn beurs in de lente van 1961, om dan terug te keren naar New Orleans, waar hij door het leger opgeroepen werd.

Toole deed twee jaar dienst in het U. S. Army Training Center in Fort Buchanan, Puerto Rico, waar hij toezicht hield op een groep jonge officieren die Engels onderwezen aan Spaanstalige soldaten. Zijn relatief lichte taken maakten het hem echter mogelijk om een eerste versie van zijn roman, die later “A Confederacy of Dunces” zou heten, te vervolledigen.

Toen Toole in 1963 zijn detachering beëindigde, keerde hij terug naar New Orleans om les te geven in het Dominican College, een Rooms-katholieke meisjesschool. Toen hij er na verscheidene jaren nog steeds niet in geslaagd was een uitgever voor zijn roman te vinden, en dat gepaard gaand met een groeiende frustratie veroorzaakt door het leven met en ondersteunen van zijn afhankelijke ouders, kwam Toole in een soort van depressie terecht. Hij begon veel te drinken en werd erg excentriek in zijn gedrag en kledingstijl, en zijn studenten klaagden steeds vaker over zijn tirades en begonnen zijn eens zo populaire lessen te vermijden.

Toole verdween op 20 januari 1969, na een ruzie met zijn moeder. Ontvangstbewijzen die later in zijn auto gevonden werden, gaven aan dat hij richting Westkust reed, vervolgens het land doorkruiste richting het huis van de schrijver Flannery O´Conner in Midgeville, Georgia, en ten slotte terugkeerde naar New Orleans, tot hij op 26 maart op een verlaten weg buiten Biloxi, Mississippi halt hield, en een kous aan de uitlaatpijp van zijn wagen bevestigde. Hij stierf door zelfmoord via verstikking.

Thelma Toole heeft de inhoud van haar zoons zelfmoordbrief, die ze na het lezen onmiddellijk vernietigde, nooit bekend gemaakt. Na de dood van haar man in 1974 echter stak Mevrouw Toole al haar energie in het vinden van een uitgever voor “A Confederacy of Dunces”, en uiteindelijk kwam ze hiervoor terecht bij de romanschrijver Walker Percy. Het buitengewoon succes dat de roman kende na haar publicatie door de Louisiana State University Press in 1980, en de toekenning van de Pulitzer Prize, leken iedereen te verrassen, behalve Mevrouw Toole zelf. Zij zat ondertussen verwikkeld in een heftige juridische strijd met familieleden van haar overleden echtgenoot, en dat over de publicatierechten van Tooles vroegere roman, “The Neon Bible”, tot ze overleed in 1984.

Een film gebaseerd op de “The Neon Bible” verscheen onder die naam in 1995, geregisseerd door Terence Davies en met in de hoofdrol Gena Rowlands als de flamboyante Tante Mae. Hoewel verscheidene filmversies van “A Confederacy of Dunces” zich verspreidden – waarvan eentje met de komische acteur John Belushi in de hoofdrol, net voor diens dood – toch was het heel wat moeilijker om Tooles meest bekende werk op het scherm te brengen.

“The Christian thing to do”

“Ik wist heel goed hoe de mensen in de stad over bepaalde dingen dachten” verklaart de hoofdfiguur David in “The Neon Bible”, Tooles eerste poging om de effecten te onderzoeken van een kleingeestige samenleving en diens ongemak met en soms uitgesproken verzet tegen “het anders zijn”, op hun meer onafhankelijk ingestelde buren.

“Ze hadden altijd wel wat tijd over om zich te beraden over het leven van andere mensen en over wat de anderen deden. Ze geloofden dat het hun plicht was samen te komen om andere mensen uit de nood te helpen, zoals die keer dat ze zich verzamelden om te spreken over de vrouw die haar wagen geleend had aan een gekleurde man, en haar zeiden dat ze best naar het noorden zou gaan bij de andere negerminnaars, en die keer dat ze de veteranen die hun vrouw in het buitenland hadden, de stad uitjoegen. Als je anders was dan de anderen, moest je weg. Het was ook daarom dat iedereen zo erg op elkaar geleek.”

“The Neon Bible” is een psychologische roman, of een “meerderjarig” verhaal, dat zich afspeelt in het landelijke Mississippi in de jaren vanaf het begin van de Grote Depressie tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. David, enig kind, is drie jaar oud als zijn tante van moederszijde bij het gezin intrekt. Mae, een voormalig zangeres in nachtclubs, is in haar zestiger jaren, verft nog steeds haar haren koperblond, en gebruikt zoveel parfum dat David het moeilijk heeft om in haar aanwezigheid te ademen.

Maes voorliefde voor “plezier maken” betekent een belediging voor een gemeenschap die gedomineerd wordt door een baptistpredikant die er niet aan twijfelt dat zijn goddelijkheid hem tot de meest gepaste scheidsrechter maakt om te oordelen over het lot van anderen. Hij ziet het als zijn plicht om te beslissen wie van de behoeftige ouderen in een staatsinstelling moet geplaatst worden, en wie van de diepbedroefde dorpsinwoners toegewezen moesten worden aan een psychiatrische inrichting, en dit vanuit het rationeel standpunt dat zulke daden door het Christendom voorgeschreven worden.

Wanneer soldaten terugkeren uit de oorlog met Aziatische of Mediterrane bruiden, organiseert de minister een campagne om die families uit te stad te verdrijven, zodat hun vallei raciaal “zuiver” kan blijven. Zijn schijngodsdienstigheid wordt gesymboliseerd door de grote neonbijbel die zich op het dak van zijn kerk bevindt en ´s nachts zichtbaar is vanuit Davids slaapkamerraam: het geloof dat door de minister opgelegd wordt aan de stad is een blitse show, maar geen echte Christelijke menslievendheid.

Wanneer, als gevolg van de Grote Depressie, Davids vader zijn job verliest in de plaatselijke fabriek en bijgevolg niet langer in staat is de jaarlijkse familiale bijdrage aan de baptistkerk te betalen, wordt David voor het eerst geconfronteerd met sociale verbanning. Zijn lerares op de lagere school blijkt de gemene vrouw van de predikant te zijn; een dom en tiranniek monster dat David voortdurend kwelt omdat hij behoort tot een niet-kerkelijke familie.

Hun armoede dwingt David en diens familie ertoe om zich buiten de stad te vestigen op een met as bestrooid stuk grond waarop niets kan groeien. Zijn vaders emotionele depressie en zijn daaropvolgende dood tijdens de oorlog, zijn moeders mentale instabiliteit, en Tante Maes uiteindelijke vertrek in nastreving van een laatste kans op een zangcarrière, zorgen ervoor dat David sociaal en emotioneel geïsoleerd geraakt, en resulteren in het onverwachte gewelddadige einde van de roman.

Davids ongewone combinatie van isolatie en intelligentie echter maakt hem tot een uitzonderlijk naïeveling, maar ook tot een vooruitziend observeerder van de gedragingen van de dorpsmensen, en tot een krachtige getuige van de gevolgen van een gemeenschap die niet capabel is om verschillen – voornamelijk op het vlak van geslacht en religie – te aanvaarden en ermee om te gaan.

“Chaos, Waanzin, en Slechte Smaak”

Zelfs als jongvolwassene blijft David pijnlijk mager, en hij zegt dat het de schuld van de wereld is die er niet in geslaagd is hem op een gepaste manier te voeden. In het middelpunt van Tooles tweede roman echter bevindt zich het rabelaisiaanse lichaam van Ignatius J. Reilly, corpulent en gasachtig, de bron van donderende oprispingen en een eindeloze stroom van aangenaam warme lucht die de ruime plooien van zijn ribfluwelen broek vult.

Ignatius leeft van een klaarblijkelijk eindeloze voorraad van Paradise hotdogs en Dr. Nut frisdranken, haalt zijn ruwe vezels uit amandelkoekjes, en spant zich met momenten in om “een heerlijke kaasdip” zoals zijn anders bekritiseerde moeder het gemakkelijk noemt te bereiden. Deze verschuiving in houding en karakterisering veronderstelt dat, in de tien jaar tussen de voltooiing van zijn eerste en zijn tweede roman, Tooles levensopvatting geëvolueerd was van een tragische, soms zelfs melodramatische naar een vreugdevol komische, maar ook satirische opvatting.

Tooles vrolijkheid komt duidelijk tot uiting in het circus van excentriekelingen dat hij verzamelt onder de circustent van “A Confederacy of Dunces”. Ze zouden verdeeld kunnen worden in uitbuiters en hun hulpeloze slachtoffers, maar wetende dat de onderdrukkers geen echte macht verwerven en dat hun slachtoffers evenveel het slachtoffer zijn van hun eigen domheid of luiheid als van het misbruik van anderen.

Dus, terwijl Mevrouw Levy, die een enige schriftelijke cursus in psychologie volgt, de verjonging van de seniele Miss Trixie als haar persoonlijk project beschouwt, is zij in werkelijkheid de enige die zelf voordeel haalt uit de afspraak, want uiteindelijk voelt ze zich steeds meer superieur aan haar echtgenoot in termen van sociaal bewustzijn en engagement om anderen te helpen. En hoe hartstochtelijk Myrna Minkoff de boodschap van seksuele bevrijding en sociale rechtvaardigheid ook mag preken, toch wordt er steeds van haar geprofiteerd door de veronderstelde idealisten, haar steun voor wie zij reclame maakt in een reeks van sterk zelfverheerlijkende brieven aan Ignatius.

Terwijl de lezer medelijden kan hebben met de ongelukkige Officier Mancuso die dagelijks gekweld wordt door zijn terreinsergeant, gaat er eveneens veel komedie gepaard met de belachelijke vermommingen die de aandacht naar hem toetrekken wanneer hij “undercover” werkt, en eveneens met zijn niet aflatende kundigheid om steeds de verkeerde persoon te arresteren. Alleen Burma Jones, de portier die steeds kletspraat vertelt en van achter een donkere bril en een wolk sigarettenrook continu commentaar geeft op de ongelijkheden in het Amerikaans sociaal systeem, kan eraan ontsnappen als ongelukkig en zelfmisleidend bestempeld te worden, maar zijn motiverend verlangen is geen sociale gerechtigheid, maar eenvoudigweg het vermijden om op beschuldiging van landloperij gearresteerd te worden.

Centraal in het circus staat Ignatius J. Reilly. Ver van zijnde de circusdirecteur, valt Ignatius echter op door het feit dat hij iedereen overtreft in termen van de omvang van zijn zwakheden. Ignatius, die een zeker respect betuigt voor de kalmte en soberheid van de middeleeuwse non Hroswitha en voor “Consolation of Philosophy” van de Romeinse moralist Boethius, is zodanig opgevoed dat hij de kundigheden van elk ander lid van zijn onmiddellijke samenleving overtreft, en is een beginnend origineel sociaal criticus. Maar hij is zodanig genotzuchtig en lui dat zijn intelligentie onveranderlijk gebruikt wordt om zijn eigen onverantwoordelijkheid te rationaliseren, eerder dan echte sociale veranderingen te verwezenlijken.

Hij ratelt onophoudelijk wanneer hij een tirade afsteekt over zulke “verschrikkingen van het moderne leven” zoals ingeblikt voedsel, “Greyhound Scenicruiser” bussen, technicolor films met verwaande filmsterren zoals Doris Day en Debbie Reynolds, de rock-´n-roll draaien van jongeren in het televisieprogramma “American Bandstand”, en “die akelige oplichter Mark Twain”. Hij wordt enkel aangezet te communiceren met andere mensen wanneer hij er door zijn moeder toe gedwongen wordt werk te zoeken of wanneer zijn zelfrespect beledigd wordt door zijn wraakzuchtige collega en would-be verleider, de zogenaamde “sociaal radicaal” Myrna Minkoff.

Uiteindelijk is Ignatius evenzeer onderdrukker als slachtoffer. Hij buit zijn moeder financieel uit, terroriseert zijn hardwerkende maar zachtaardige supervisor op zijn eerste werkplaats, consumeert dagelijks de hele voorraad van de mobiele hotdogstand die hij als tweede job bedient, is onverschillig ten opzichte van de aanhouding van een oudere man die tracht hem te verdedigen wanneer hij lastig gevallen wordt door een politieman die hem van afwijkende activiteiten verdenkt, en dwingt zelfs een middelbare schoolpooier ertoe zijn kar te bewaken, terwijl hij een middagvoorstelling bijwoont in de plaatselijke cinema.

Tegelijkertijd wordt Ignatius voortdurend opgejaagd door de minder fantasierijken omwille van zijn onvermogen om te voldoen aan hun bekrompen verwachtingen. In het begin van het verhaal wordt hij bijna gearresteerd in een warenhuis gewoon omwille van zijn zonderling uiterlijk, en de roman eindigt met Ignatius die op het nippertje eraan ontsnapt door zijn moeder gedwongen in een publiek psychologische instelling te gaan. Zoals Ignatius in zijn dagboek schrijft: “Op zekere manier heb ik me altijd verwant gevoeld met het gekleurde ras want zij bevinden zich in dezelfde situatie als ikzelf: we bevinden ons beiden buiten het bereik van de Amerikaanse samenleving. Mijn ballingschap is natugeaardheidijk vrijwillig.”

Tooles wereld is een wereld vol domkoppen, waarvan geen van haar inwoners zich bewijst in staat te zijn om over duidelijke inzichten van de meest rudimentaire daden van zelfrealisering te beheersen. Voor Toole draait het Rad van Geluk rond en rond, waardoor het een wereld wordt zonder stabiliteit en zonder enige blijvende waarden.

In tegenstelling tot het onderricht van Ignatius´ spirituele mentor, de Romeinse filosoof Boethius, die door een stoïcijnse filosofie troost en transcendentie van stroom zocht, kan men zichzelf in Tooles wereld enkel beperken tot menselijke idioterie en het genieten van het onbeheerst spektakel dat hierdoor gecreëerd wordt. Als, zoals Ignatius jammert, “de goden van Chaos, Waanzin en Slechte Smaak” inderdaad het overwicht behaald hebben op de mensheid, dan kan de lezer enkel de vurigheid waarmee zij aanbeden worden – soms ook door Ignatius zelf – bewonderen.

“De meer clandestiene levensvormen”

Ondanks zijn sympathie voor de sociaal gemarginaliseerden en zijn vijandigheid tegenover de machten die conformiteit opleggen, heeft Toole zich nooit goed gevoeld bij zijn eigen homoseksualiteit en in zijn schrijven toont hij seksuele niet-conformiteit op erg tegenstrijdige en botsende manieren.

In “The Neon Bible”, bijvoorbeeld krijgt David in de hogere klassen les van Mr. Farley, een man die met zijn heupen wiegt als hij stapt, zijn lettergrepen overdreven beklemtoont, en die met een vrijgezel staflid leeft, die de muziekleraar in het dorp is en die door Mr. Farley “liefste” genoemd wordt. Als enige intellectuelen in het dorp, blijven de twee mannen door hun culturele superioriteit gespaard van verbanning, en worden ze door Toole gevaloriseerd voor hun onverschilligheid tegenover de dorpswaarden. Maar er blijft vaag iets afstotelijk rond hen. Tooles ongemak met verwijfdheid, en zijn onvermogen om homoseksualiteit voor te stellen behalve in zulke termen, komt duidelijker tot uiting in “A Confederacy of Dunces”.

Dorian Greene, wiens naam de titelheld vertegenwoordigt van Oscar Wildes “The Portrait of Dorian Gray”, is een verwijfde jonge man in een flesgroen fluwelen jas die een antieke kledingzaak uitbaat in de Franse Buurt. Na hem ontmoet te hebben, besluit Ignatius dat, als homo´s toegelaten worden het leger te leiden, “de wereld niet met oorlog te maken zal krijgen, maar wel met wereldorgieën die met het opperste protocol en de meest echte internationale geest geleid zouden worden, want deze mensen transcenderen gewone nationale verschillen. Zij bevinden zich op dezelfde golflengte; zij zijn echt verenigd; zij denken als één.”

Ignatius´ dappere plan om “de Wereld te Redden van Ontaarding” werd echter ondermijnd door de frivoliteit van een groep van homoseksuelen uit de Franse Buurt die eerder luisterden naar de albums van Judy Garland en Lena Horne dan zich door Ignatius te laten verenigen in een protestbetoging. Dus, terwijl Ignatius in de homoseksuele liefde voor seks en mode een radicaal alternatief herkent voor de heersende heteroseksuele militaristische instincten en de vijandigheden van de Koude Oorlog, verwierp hij het uiteindelijk als zijnde een van de “clandestiene levensvormen” waarmee de Franse Buurt geplaagd werd.

“A Confederacy of Dunces”, dat net voor de Stonewall rellen – die Toole niet zelf kon meemaken – geschreven werd, schildert uiteindelijk de notie van het samenbrengen van homoseksuelen in een massabeweging voor gelijkheid af als zijnde vanzelfsprekend komisch.

Uiteindelijk wordt er gesuggereerd dat Ignatius zelf aan een seksueel identiteitsprobleem lijdt. Ignatius, die seksueel nooit tot volle ontwikkeling gekomen is, is emotioneel gefixeerd op zijn huisdier uit zijn jeugd, Rex, en brengt hele namiddagen door al masturberend achter zijn gesloten slaapkamerdeur. De bijziende Miss Trixie verwart hem voortdurend met Gloria, een vroegere werkneemster bij Levy Pants, waardoor er een sekseverwarring gecreëerd wordt die op het einde van de roman ontward moet worden. En, gefrustreerd door het feit dat Ignatius haar seksuele toenaderingen afwijst, raadt Myrna hem herhaaldelijk aan om zijn onderdrukte homoseksualiteit toe te geven.

Ignatius verwarde seksualiteit maakt echter deel uit van een breder patroon betreffende de ambivalentie van alle voorstellingen van seksualiteit in de roman. Tooles wereld is een seksueel circus waarin niemand uiteindelijk seks heeft.

Santa Battaglie zwaait met haar brede uitgezakte borsten in een groteske dans dat mannelijk gezelschap eerder weghoudt dan aantrekt. Naive Darlenes partner in haar desastreuze stripshow is een neurotische vogel. Mevrouw Levy´s enige emotionele en fysieke gehechtheid is die met haar vibrerende oefenplank. Lana toont haar statueske lichaam naakt op foto´s die toegankelijk zijn voor schoolkinderen, en het pubers dus mogelijk maakt te kijken maar niet aan te raken, en dat seksueel contact met volwassen mannen volledig vermijdt.

Myrna´s vurige boodschap voor seksuele bevrijding blijkt alleen maar tot woorden beperkt te blijven en levert haar geen actie op… in elk geval niet in die mate dat het haar voldoening schenkt. Zelfs Tante Mae, het personage in Tooles wereld dat het meest van al open staat voor seksueel genot, raakt gefrustreerd te weten dat een zeventig jaar oude man gearresteerd wordt wegens het molesteren van kinderen, en zij op het einde van het verhaal achterblijft met de stinkende, klungelige, lompe, niet voldoening schenkende Clyde.

Blijkbaar kon Toole zich seks wel inbeelden maar het zichzelf niet toestaan ervan te genieten. Zoals de achttiende-eeuwse satiricus Jonathan Swift, van wie hij de titel van zijn meest bekende roman heeft, begreep Toole de macht van seksuele prikkels, maar werd hij afgeschrikt door het groteske karakter van seksueel verlangen. In de finale analyse waren het alle soorten seksualiteit die afkeer opwekten bij Toole, en niet gewoonweg zijn eigen homoseksualiteit.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 05 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.