Orton, Joe (1933-1967)

joe-ortonJohn Kingsley Orton werd geboren in Leicester, Engeland op 1 januari 1933 als zoon van William en Elsie Orton. Hij was de oudste van vijf kinderen en groeide op in een arbeidersmilieu waarbij zijn vader werkte bij de groendienst van de stad Leicester. Als student was hij middelmatig. Niets in zijn jeugd wees erop dat hij zou uitgroeien tot een geestige, verfijnde, controversiële en succesvolle theaterman.

Nadat hij bij verschillende lokale toneelgezelschappen had gespeeld, vooral onbelangrijke rollen, nam Joe dictielessen om zijn licht lispelen en zijn Leicester-accent te verliezen. Hij volgde ook nog een tijdje lessen bedrijfsbeheer maar stopte hiermee toen hij in 1951 werd toegelaten aan de “Royal Academy of Dramatic Arts”.

Zijn verhuis naar Londen werd een keerpunt in zijn leven en werd het begin van zijn carrière als acteur en schrijver. Hij leerde ook zijn medestudent Kenneth Halliwell kennen, die zijn mentor en geliefde zou worden. Kenneth spoorde Joe aan om te lezen en om literatuur te bestuderen en had een grote invloed op de ontwikkeling van Joe´s creativiteit.

Joe werkte verschillende jaren als acteur en toneelmeester. Hij en Kenneth werkten samen aan een onuitgegeven boek “The Boy Hairdresser”. Ze werden gearresteerd en gestraft omdat ze bibliotheekboeken beschadigden. Ze gebruikten de prenten uit kunstboeken om hun appartement te versieren en veranderden een aantal andere prenten waardoor ze obsceen werden. In 1962 kregen ze een gevangenisstraf van zes maanden.

Na hun vrijlating begon Joe te schrijven aan zijn eigen boek “Head to Toe” (uit 1971) en aan toneelstukken. Terwijl Joe een beroemde doch controversiële figuur werd in de Londense theaterwereld, vervreemde Kenneth steeds meer. Dit kwam omdat zijn schrijfsels steeds geweigerd werden en omdat hij zichzelf zag als de oudere, dikkere en kale gezel van de jongensachtige Joe.

Op 9 augustus werd Joe doodgeknuppeld in zijn slaap door Kenneth, die zelf vervolgens een dodelijke dosis slaappillen innam.

Joe´s leven en dood was het thema van drie toneelstukken: “Cock-Ups” van Simon Moss uit 1981, “Nasty Little Secrets” van Lanie Robertson uit 1983 en “Diary of a Somebody” van John Lahr uit 1987. Stephen Frears regisseerde de film “Prick Up Your Ears” (uit 1987) gebaseerd op de biografie van Joe door John Lahr.

Op het tijdstip van zijn dood, stond Joe op het punt om wereldwijd beroemd te worden. Zijn toneelstuk “Loot” werd als het beste beschouwd van 1966. Hij had de opdracht gekregen om een film voor The Beatles te schrijven en hij legde de laatste hand aan “What the Butler Saw”, dat door velen als zijn beste toneelstuk wordt beschouwd.

De toneelstukkken van Joe Orton kunnen beschouwd worden als verdraaide, overdreven autobiografieën. Zoals het hoofdpersonage in “Entertaining Mr. Sloane” (uit 1963), slaagde Joe erin om zijn lichamelijke aantrekkelijkheid en zijn brutale charme te gebruiken om te krijgen wat hij wou. De incapabele Kemp uit “Sloane” en Buchanan uit “The Good and Faithful Servant” was gebaseerd op Joe´s vader. Net zoals Ray uit “Servant”, was Joe opgevoed met de verwachting dat hij secretaris zou worden.

Joe Ortons eerste toneelstuk “The Ruffian on the Stair” (uit 1963), is op verschillende manieren gebaseerd op de eerste werken van Harold Printer, maar dan gezien door het oog van een homoseksueel. Het stuk bevat bijvoorbeeld een aantal grappen over seksuele ontmoetingen in openbare toiletten. Een incestueuze, homoseksuele relatie tussen broers vormt de achtergrond voor het verhaal.

De unieke toneelstijl die bekend zou worden onder de noemer “Ortonesque” was duidelijk te zien in Joe´s volgende toneelstuk “Entertaining Mr. Sloane”. De knappe jonge zwerver Sloane slaapt met mannen en vrouwen, poseert voor pornografische foto´s en deelt het bed met een broer en een zus nadat hij hun vader heeft vermoord.

De choquerende gebeurtenissen in het toneelstuk worden grappig door de droge opmerkingen van de personages. De dialoog blijft meestal betekenisloos, beleefd en burgerlijk, zelfs wanneer het duidelijk over seks of geweld gaat.

Het samengaan van uitzinnige gebeurtenissen met alledaagse conversaties is het hart van de komediestijl van Joe Orton. Zijn personages streven er naar om hun sociale posities te behouden terwijl ze elkaar verleiden, vernietigen, bedriegen en vermoorden.

In “Loot” (uit 1966) is de homo Hal het hoofdpersonage. Hij beroofd banken en gebruikt zelfs het lijk van zijn eigen moeder in zijn criminele acties.

“What the Butler Saw” (uit 1967) is Joe´s toneelstuk met het hoogste Oscar Wilde-gehalte. Het is een wilde klucht waarbij commentaar gegeven wordt op de gemeenschap. Het stuk bevat travestie, uitzinnige seks en geeft ook een sneer naar Britse nationale mythes, zoals bijvoorbeeld de heroïek van Winston Churchill.

Joe Orton wordt rechtmatig gezien als een belangrijke voorloper van de huidige literaire holebi-beweging. Zijn werken zijn ontzettend openlijk als het over seksualiteit gaat. Maar Joe Orton is niet allen belangrijk voor zijn rol in het holebi-theater maar ook als misschien wel de beste kluchtschrijver uit de twintigste eeuw.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 05 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.