Ivory, James (1928)

james-ivoryDoor de inhoud van zijn films wordt de Amerikaanse regisseur James Ivory vaak verkeerdelijk als een Engelsman beschouwd. Slecht weinig filmmakers worden meer geassocieerd met een bepaald filmgenre dan James samen met zijn levenslange medewerker, de producent Ismail Merchant. Enkel al de vermelding van het duo Merchant-Ivory roept meteen zeer gestileerde beelden op van het Edwardiaanse Engeland, compleet met stijve bovenlippen, verwijfde aristocraten en jonge vrouwen die gedoemd zijn tot strakke korsetten en onderdrukte lusten. Hoewel veel van James Ivory´s reputatie gebouwd is op de periodedrama´s van E.M. Forster, heeft hij veel respect verdiend met zijn gedetailleerde onderzoeken over het samenspel van verschillende culturen, vooral dan met zijn eerste films over Indië, en met zijn en Ismail Merchant´s talent om kwaliteitsfilms te maken met een beperkt budget.

James Ivory werd geboren in Berkeley, Californië op 7 juni 1928. Hij groeide op in Klamath Falls, Oregon, waar zijn vader een zaagmolen had. Op zijn veertiende besloot hij dat hij films wou maken en hij ging naar de “University of Oregon” waar hij afstudeerde in de kunsten. Hij ging vervolgens naar de “University of Southern California” waar hij zich inschreef aan het filmdepartement. Het duurde niet lang voor James inzag dat hij de filmschool haatte en hij reisde naar Venetië waar hij werkte aan zijn thesis: “Venice: Themes and Variations”. Zijn werk werd onderbroken door de oorlog in Korea waarvoor hij twee jaar dienst moest vervullen in Duitsland. Daar spendeerde hij het merendeel van zijn tijd aan het ineensteken van soldatenshows, waarover hij later zou opmerken dat deze zijn introductie in de showbizz waren.

Terwijl hij werkte aan “Venice”, een korte documentaire waarin gebruik wordt gemaakt van schilderijen om een beeld van de stad te geven, maakte James kennis met de Indische kunst. De fascinatie die hij hiervoor ontwikkelde, was te zien in zijn volgende film “The Sword and the Flute” (uit 1959), een documentaire over Indische kunstvoorwerpen. De film werd geprezen door een aantal critici en door de Aziatische Vereniging van New York, en het was tijdens een vertoning van de film in New York, dat James Ismail Merchant ontmoette. Ze werden goede vrienden en in 1961 richten ze “Merchant Ivory Productions” op. Rond deze tijd maakte het tweetal ook kennis met de schrijver Ruth Prawer Jhabyala. Ruth zou de schrijver worden voor een handvol van hun films.

De eerste films van het trio speelden zich af in Indië en waren drama´s over cultureel samenspel, persoonlijke identiteit en fysieke en emotionele isolatie. Al deze films werden onafhankelijk gemaakt (uitgezonderd “The Guru” uit 1969, die flopte) waardoor ze leerden om kwaliteit te brengen met een beperkt budget. Hun eerste film, “The Householder” (uit 1962) was een adaptatie van een roman door Ruth Jhabyala over hoe een Indisch koppel omgaat met een gearrangeerd huwelijk. Het werd in zwartwit gefilmd door Subrata Mitra, die beter bekend is als de cameraman van Satvajit Ray. James Ivory was bevriend geraakt met Satvajit en deze trad op als editor en muziekverantwoordelijk voor de film.

Met “Shakespeare Wallah”, de tweede film van het trio, kwam de internationale erkenning. De film is een gevoelig portret van een Engelse acteursfamilie die doorheen India trekt. De film werd een groot succes, won een prijs op het Berlijnse filmfestival en bracht vier keer meer op dan dat hij had gekost.

Na het geflopte “The Guru” (uit 1969) en “Bombay Talkie” (uit 1970) maakten James en Ismail “Savages” (uit 1972). Deze zwartwit allegorie over de moderne “beschaving” was helemaal anders dan de andere films van James en werd met gemengde gevoelens onthaald. Volgende film was “The Wild Party” uit 1974 was gebaseerd op de beruchte Roscoe “Fatty” Arbuckle/Virginia Rappe-zaak en zat zo slecht in elkaar dat James de film snel wou vergeten.

Met “Roseland” (uit 1977), een reeks vignetten die zich afspelen in een legendarische New Yorkse danszaal, geraakte James terug in vorm en hij kreeg er een staande ovatie voor tijdens de première ervan aan het Filmfestival van New York in 1977. De film werd geprezen omwille van het naturalisme en het slim geportretteerde gevoel van eenzaamheid die eerder was te zien in James´ films over India. De film werd opgevolgd door een andere felgeprezen Indische excursie “Hullabaloo over Georgie and Bonnie´s Pictures” (uit 1978) en dan door de adapatie van “The Europeans” (uit 1979) van Henry James. Deze rijk gedetailleerde film die ontzettend trouw bleef aan het boek, werd het soort literaire adaptatie waarvoor James en Ismail vereenzelvigd zouden worden. Na “Quartet” (uit 1981), die gebaseerd was op de relatie tussen Jean Rhys en Ford Madox en “Heat and Dust” (uit 1982), een adapatie van een boek van Jhabyala, volgde “The Bostonians” (uit 1984) over een driehoeksverhouding tijdens het begin van de suffragette-beweging. De film was ontzettend gedetailleerd en actrice Vanessa Redgrave won er een Oscar-nominatie mee.

Hoewel “The Bostonians” al een succes was, zat James reputatie pas het volgende jaar gebeiteld met zijn adaptatie van E.M. Forster´s “A Room With A View”. Deze romantische komedie in het Edwardiaanse Engeland, was een overdadige, geestige productie die ontzettend populair werd bij de critici en het publiek. De film werd genomineerd voor acht Oscar´s, won er drie en werd geprezen omwille van de schoonheid en de getrouwheid aan de geest van Forster. Een andere adaptatie van een werk van Forster, “Maurice” werd uitgebracht tijdens het volgende jaar en ging over homoseksuele liefde tijdens de jaren 1900. De film werd op gemengde gevoelens onthaald, sommige critici vonden dat het tempo van de film veel te traag was.

James Ivory´s derde adapatie van Forster, “Howards End” uit 1992, werd zijn meest bekende film. Deze film over het samenspel tussen verschillende klassen tijdens het begin van de 20ste eeuw was opnieuw rijk gedetailleerd (ondanks het feit dat er met een beperkt budget werd gewerkt) en bevatte uitstekende acteerprestaties van Anthony Hopkins, Vanessa Redgrave en Emma Thompson. Deze laatste won een welverdiende Oscar voor haar werk. In totaal ontving “Howards End” negen Oscarnominaties.

James´s volgende film “The Remains Of The Day” uit 1993, ontving ook een grote dosis bijval. Gebaseerd op de roman van Kazuo Ishiguro over een emotioneel onvolwassen butler (Anthony Hopkins) die weigert om zijn liefde toe te geven voor een huishoudster (Emma Thompson). De film kreeg een aantal internationale nominaties, waaronder een Oscarnominatie voor Emma Thompson, Anthony Hopkins, Jhabyala en James Ivory.

Vervolgens keerde James Ivory zich weg van de literaire adaptaties, hoewel hij trouw bleef aan het genre van periodedrama´s. “Jefferson In Paris” (uit 1992), over de avonturen van de Amerikaanse president, was echter een teleurstelling. “Surviving Picasso” (uit 1996), een film die ook flopte, was een gedetailleerd epos over Picasso en zijn geliefden. In 1998 schakelde James over naar meer moderne films met “A Soldier´s Daughter Never Cries”. Deze film, gebaseerd op de roman van Kaylie Jones, ging over een uitgeweken familie die twee werelden met elkaar probeert te verbinden: Parijs en Amerika en werd James meest gevierde film sinds “The Remains Of The Day” en combineerde een uitstekende acteerpresatie van Leelee Sobieksi met James´ gebruikelijke talent voor gracieuze, bestudeerde details.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 05 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.