Horton, Edward Everett (1886-1970)

edward-hortonEdward Everett Horton (18/03/1886 – 29/09/1970) was een Amerikaanse karakteracteur met een lange carrière in films, theater, radio, televisie en stemwerk voor tekenfilms. Edward werd geboren in Brooklyn, New York, als zoon van Isabella S. Diack en Edward Everett Horton. Zijn moeder werd geboren in Matanzas, Cuba en was de dochter van Mary Orr en George Diack, immigranten uit Schotland. Edward ging naar de Baltimore City College high school in Baltimore, Maryland, waar hij opgenomen werd in de Hall of Fame van de school. Daarna ging hij naar de Brooklyn Polytechnic en Columbia University, waar hij lid was van de Phi Kappa Psi Fraternity.

Toneel- en filmcarrière

Edward startte zijn toneelcarrière in 1906. Hij zong, danste en had kleine rollen in vaudeville- en Broadwaystukken. In 1919 verhuisde hij naar Los Angeles en begon hij rollen te krijgen in Hollywood-films. Zijn eerste grote rol was in de komedie uit 1922 “Too Much Business” en hij speelde de hoofdrol van een idealistische jonge klassieke componist in “Beggar on Horseback” in 1925. In de late jaren 1920 speelde hij in twee stomme komedies voor Educational Pictures en hij maakte de overstap naar geluidsfilms in 1929. Als doorwinterde toneelspeler vond hij gemakkelijk filmwerk en hij speelde in enkele van de eerste geluidsfilms van Warner Brothers, waaronder “The Hottentot” en “Sonny Boy”.

Eerst acteerde Edward onder de naam “Edward Horton”. Zijn vader overtuigde hem ervan om zijn volledige naam professioneel te gebruiken omdat er nog andere acteurs waren die “Edward Horton” heetten en omdat er maar één “Edward Everett Horton” was.

Edward destilleerde zijn filmpersonage uit zijn eerste geluidsfilms: aangenaam en waardig, maar aarzelend in een mogelijke beschamende situatie. Edward cultiveerde al snel zijn eigen tempo van acteren. Hij kon innemend glimlachend akkoord gaan met een bepaalde situatie, maar even later – als zijn personage realiseerde wat er in feite mis ging – werd zijn gezicht donker en gekweld.

Edward speelde in vele pretentieloze komedies in de jaren 1930, waarin hij meestal een onopvallende figuur speelde. Hij wordt echter het meest herinnerd voor zijn ondersteunende rollen zoals in “The Front Page”, “Trouble in Paradise”, “Top Hat”, “Holiday”, “Lost Horizon”, “Here Comes Mr. Jordan”, “Arsenic and Old Lace” en “Pocketful of Miracles”.

Edward bleef ook op de planken acteren, vaak in rondtrekkende zomertoneelgezelschappen. Zijn verschijning in het toneelstuk “Springtime for Henry” werd een grote hit.

Radio en televisie

Van 1945 tot 1947 presenteerde Edward een radioprogramma voor ‘Kraft Music Hall’. Tijdens de jaren 1950 werkte Edward voor televisie. Eén van zijn beroemdste optredens is in een aflevering van de show ‘I Love Lucy’, waarin hij een handtastelijke, verliefde pooier speelde. In het begin van 1959 sprak hij een stem in voor de tekenfilm ‘Rocky & Bullwinkle’. Hij was gastacteur in het feuilleton “Mr. Smith Goes to Washington”, dat te zien was op de zender ABC. In 1965 speelde hij de rol van medicijnman ‘Roaring Chicken’ in de serie “F Troop”. Hij parodieerde later deze rol als ‘Chief Screaming Chicken’ in de serie ‘Batman’ aan de zijde van Vincent Price. Zijn laatste rol, als doodzieke directeur van een tabaksfabriek, was in de film “Cold Turkey”. Deze werd uitgebracht na zijn dood.

Edward stierf aan kanker op zijn 84ste in Encino, California. Kort na zijn dood besloot de stad Los Angeles een deel van de ‘Amestoy Avenue’, het doodlopende stuk straat waar hij had gewoond’ om te dopen naar ‘Edward Everett Horton Lane’.

Hij werd begraven op het ‘Forest Lawn Memorial Park Cemetery’.

Persoonlijk leven

Edward was een vrijgezel (hoewel hij dat nooit echt bevestigde) die nooit trouwde. Edward wordt op heden als homo beschouwd, hoewel hier geen direct bewijs van is. Op de vraag waarom hij zoveel rollen speelde waarin hij “nooit het meisje kreeg”, gaf hij volgende antwoorden:

…”Ik wek niets anders dan respect op, en zelfs dan nog niet al te veel, bij het andere geslacht. Het is één van de vele kruisen die ik moet dragen dat ik van vrouwen nooit enige medewerking krijg. Ik ben al geruime tijd vrijgezel, zowel in mijn rollen en in mijn privé-leven.”
…”Wanneer ik, in het midden van mijn liefdesovertuigingen, door het meisje wordt onderbroken met “Hemeltje, je gelooft jezelf toch niet?” dan is alle passie weg en ben ik weer waar ik begon.”

Pas in 1942, twintig jaar nadat hij zijn filmcarrière begon, kreeg Edward eindelijk ‘het meisje’. Dit was in de film “Springtime in the Rockies”, een romantische komedie over een paar dansers op Broadway en het ‘meisje’ was Carmen Miranda, die een vurige Latino secretaresse speelde.

Over zijn rol in deze film zei Edward:

…”Dat is mij nog nooit overkomen. In deze film bedrijf ik voor de eerste keer de liefde en het is mijn honderdste rol. Ik speelde als zes keer de butler. 35 keer de beste vriend. 33 keer de timide kerel en 36 keer de gefrustreerde man. Maar nog nooit eerder werd ik succesvol achtervolgd, en gevangen door een vrouw.”

Samen met zijn tijdsgenoot Franklin Pangbord wordt Edward Everett Horton nu beschouwd als homo-icoon van het vroege Hollywood. Zijn vele rollen als ‘de verwijfde man of mietje’ worden beschouwd als één van de eerste homo-personages in films.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 04 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.