Hay, Harry (1912-2002)

harry-hayHenry “Harry” Hay, Jr. (7 april 1912 – 24 oktober 2002) wordt beschouwd als een cultureel icoon en als één van de eerste leiders van de seksuele revolutie omwille van zijn rol in de Amerikaanse beweging van holebirechten. Echter, later in zijn leven werd hij een controversiële voorvechter van anti-assimilatie. Hij sprak zich vooral uit tegen de verbanning van de Noord-Amerikaanse ‘Man-Boy Love Association’ uit de holebi-beweging. Vanuit zijn achtergrond als vertegenwoordiger van de arbeidersbeweging in de Amerikaanse communistische partij hielp hij mee met de oprichting van de ‘Mattachine Society’ in 1950. Deze vereniging werd de eerste holebi-rechten organisatie in Amerika. Nadat hij in 1953 uit de ‘Mattachine’ werd gezet, trok hij zich terug uit het holebi-activisme tot de late jaren 1970. Hij bestudeerde homoseksualiteit, non-conformiteit, nieuwe religieuze bewegingen en rituelen van de oorspronkelijke Amerikanen in het zuidwesten van Amerika. In 1979 richtten Hay en zijn levenspartner John Burnside mee de ‘Radical Faeries’ op.

Jeugd
Hay werd geboren op 7 april 1912 als zoon van de Amerikaanse Margaret Neall en Harry Hay, Sr in het kuststadje Worthing in Sussex (Groot-Brittannië). Zijn vader was een mijningenieur die had gewerkt voor Cecil Rhodes en de familie Guggenheim. Hay werd katholiek opgevoed, dit op vraag van de familie van zijn moeder. Terwijl Harry Sr. over een contract onderhandelde met de familie Guggenheim, schonk Margaret het leven aan een tweede kind, Margaret “Peggy” Caroline in februari 1914. Het gezin verhuisde in 1914 naar Chuquicamata, Chili waar vader Hay een kopermijn uitbaatte. In mei 1916 werd Hay’s broer John “Jack” William geboren in Chili. Harry Sr. stond aan het hoofd van de mijn tot een ongeluk hem in juni 1916 een been kostte. Het gezin verhuisde naar California waar Harry Sr. verschillende commerciële citrusboerderijen kost en uitbaatte. In 1919 vestigde het gezin zich in Los Angeles en Hay werd een liefhebber van de natuur.

Hay had een moeilijke band met zijn vader die zijn zoon ervan verweet verwijfd te zijn. Harry Sr. strafte herhaaldelijk Hay. Hij kreeg zo vaak een draai rond zijn oren dat Hay aan permanent gehoorverlies leed. Hay herinnerde zich later een incident tijdens een avondmaal waarbij Harry Sr. een uitspraak deed over Egypte. Hay wist zeker dat zijn vader zich vergiste en probeerde hem te verbeteren. Harry Sr. ontstak in woede en sloeg zijn zoon met een riem. Nadat hij later toegaf dat zijn zoon juist was, besefte Hay dat als “mijn vader het bij het verkeerde eindje kon hebben, ook de leraar verkeerd kon zijn. En dat als de leraar verkeerd kon zijn, ook de priester verkeerd kon zijn. En dat als de priester verkeerd kon zijn, dan misschien ook God verkeerd kon zijn”. Hay’s moeder aanbad haar zoon en maakte er geen geheim van dat hij haar favoriet was. Ze moedigde zijn muzikaal talent en spendeerde uren met hem terwijl ze samen piano speelden en zongen. Ze zorgde er ook voor dat hij piano- en danslessen kreeg. Hay werd een bekwame pianist, organist en een danser met professionele kwaliteiten. Toen zijn dansleraar hem voorstelde om ballet te volgen, beëindigde Harry Sr. de lessen.

In 1922 werd Hay lid van de jongensclub ‘Western Rangers’. Door die ‘Rangers’ kwam Hay voor het eerst in contact met de spiritualiteit van de oorspronkelijke Amerikanen toen hij leden van de Hopi-stam rituelen en traditionele dansen zag uitvoeren.

In 1923, op zijn elfde, besefte Hay voor het eerst dat er nog anderen waren die dezelfde gevoelens als hij voor jongens hadden toen hij het boek “The Intermediate Sex” van Edward Carpenter. In de openbare bibliotheek las hij voor het eerste het woord ‘homosexual’. Hij zocht het woord op in een woordenboek maar kon het niet vinden. Toch realiseerde hij zich dat het woord op hem sloeg en volgens het boek waren er heel wat mensen die zich voelden zoals hij. “Zodra ik het zag, wist ik dat ik het was, “ zei Hay. “Dus ik was niet het enige kind in de hele wereld en we waren niet noodzakelijk vreemd, zonderling of geperverteerd… het boek… bevatte zelfs namen van zij die geloofden in kameraadschap en alles zijn voor elkaar. Misschien, op een dag, kon ik… iemand anders ontmoeten”.

Hay bracht de zomers door terwijl hij werkte op veeboerderijen. Daar kwam hij in contact met de principes van het Marxisme dankzij andere jongeren die lid waren van de ‘Industrial Workers of the World’. Ze leerden hem de Marxistische filosofie en gaven en boeken en pamfletten geschreven door Karl Marx. Hij leerde ook over mannen die seks hadden met andere mannen dankzij de verhalen van diezelfde jongeren die hem vertelen over gewelddadige aanvallen op mijnwerker die hadden geprobeerd om de mannen aan te raken met wie ze een kamer deelden.

In 1925 ging Hay naar een viering van de oorspronkelijke Amerikanen. Hij ontmoette er de ‘Ghost Dance’-profeet Wovoka. Wovoka zegende Hay en zei dat Hay op een dag een goede vriend van de oorspronkelijke Amerikanen zou worden. In 1926 ontmoette Hay de matroos Matt en had hij er seks mee. Dankzij Matt, die tien jaar ouder was dan hem, werd Hay voorgesteld aan het concept dat homo’s deel uitmaken van een wereldwijde “geheime broederschap”. Hay zou later voortbouwen op dit idee, in combinatie met een Stalinistische definitie over nationalistische identiteit, om te beweren dat homo’s bestaan uit een “culturele minderheid”.

Studies, films en politiek
Hay studeerde af van de ‘Los Angeles High School’ in 1929 en ging op een advocatenkantoor werken. Rond deze tijd ontdekte hij de cruisingplek in Pershing Square waar hij een man ontmoette die hem vertelde over de ‘Society for Human Rights’, een homoseksuele rechtengroepering die kort tijdens de jaren 1920 in Chicago had bestaan. In 1930 schreef Hay zich in aan de ‘Stanford University’ en in 1931 kwam hij uit de kast als zijnde ‘temperamental’ (toen een codewoord voor homo) bij zijn vriend en klasgenoten. Een ernstige infectie op de sinussen zorgde ervoor dat hij de universiteit verliet in 1932 en hij had geen genoeg financiële middelen om zich opnieuw in te schrijven. Hij verhuisde naar San Francisco en bracht er zijn dagen al snel door in het milieu van het theater en de kunst. Hij verhuisde opnieuw, ditmaal naar Hollywood en vonder werk als stuntman in B-films. Hij vond echter geen vast werk in de filmwereld en sloot zich aan bij een theatergroep die optrad tijdens stakingen en betogingen. Veel van zijn collega’s in de theatergroep waren lid van de communistische partij en Hay werd lid in 1934.

Ook nog in 1934 sloot hij zich aan bij het ‘Tony Pastor’ theater. Daar ontmoette hij en kreeg hij een relatie met medeacteur Will Geer, die Hay aanduidde als zijn politieke mentor. Hay en Geer namen deel aan de melkstaking in Los Angeles waar Hay voor het eerst in contact kwam met radicaal holebi-activisme in de vorm van ‘Clarabelle’, een dragqueen die woonde in Bunker Hill en die Hay verstopte voor de politie. Later dat jaar traden Hay en Geer op om de ‘San Francisco General Strike’ te steunen. Hay zag hoe de politie op de demonstranten schoot en dit overtuigde hem ervan dat het tijd was voor een sociale verandering.

Hay, samen met Roger Barlow en LeRoy Robbins, maakten de kortfilm “Even As You and I” in 1937 met Hay, Barlow en filmmaker Hy Hirsh.
Hay begon naar de psychiater te gaan in 1937. Hij zei hier later over dat hij “misleid” werd door de psychiater die zei dat Hay zichzelf zag als een “jongensachtig meisje”. In 1938 deed Hay zijn coming-out bij de medeleden van de communistische partij. Net zoals zijn therapeut raadden ze hem aan om zich niet over te geven aan zijn homoseksuele gevoelens en om te trouwen. Hij deed dit, later hetzelfde jaar met partijlid Anna Platzky. Het koppel adopteerde twee dochter, Hannah Margaret in 1943 en Kate Neall in 1945. In 1941 besefte Hay dat zijn therapeut verkeerd was en dat hij geen hetero zou worden dankzij zijn huwelijk. Hij bleef relaties hebben met mannen tijdens zijn huwelijk en hij en zijn vrouw scheidden in 1951.

Mattachine Society
Hay begon na te denken over een groep van homoseksuele activisten in 1948. Nadat hij een petitie tekende voor presidentskandidaat Henry A. Wallace van de progressieve partij, sprak Hay tijdens een feestje met andere homo’s over het oprichten van een homoseksuele steunorganisatie voor de kandidaat met de naam “Bachelors voor Wallace”. Gesteund door de respons die hij kreeg, schreef Hay die nacht de principes van de organisatie op, een document dat hij ‘The Call’ noemde. Maar, de mannen die op het feestje geïnteresseerd leken, waren minder enthousiast de volgende ochtend. De volgende twee jaren bewerkte Hay zijn idee en kwam uiteindelijk naar buiten met het plan om een “internationale… vaderlijke orde” te stichtten die diende “als steunorganisatie ter bescherming en verbetering van de androgyne minderheid in de maatschappij”. Hij wou deze organisatie de naam “Bachelors Anonymous” noemen en zag hen op dezelfde manier werken als de Anonieme Alcoholisten. Hay ontmoette Rudi Gernreich in juli 1950. Ze werden een koppel en Hay toonde Genreich ‘The Call’. Gernrech noemde het document “het meest gevaarlijke ding dat hij ooit had gelezen”, werd een enthousiaste financiële steungever van de organisatie, maar wou niet dat zijn naam ermee in contact werd gebracht. Uiteindelijk, op 11 november 1950, organiseerde Hay, samen met Gernreich, Dale Jennings, Bob Hull en Chuck Rowland, de eerste samenkomst van de ‘Mattachine Society’ in Los Angeles, onder de naam ‘Society of Fools’. De vereniging veranderde van naam naar ‘Mattachine Society’ in april 1951, een naam gekozen door Hay gebaseerd op middeleeuwse Franse geheime groeperingen van gemaskerde mannen die , dankzij hun anonimiteit, ongestraft kritiek konden leveren op de regerende monarchen.

Hoe meer Hay zich begon bezig te houden met ‘Mattachine’, hoe meer hij zich zorgen maakte dat zijn homoseksualiteit een negatieve invloed zou hebben op de communistische partij, die geen homo’s als leden duldde. Hay zelf contacteerde de partijleiders en vroeg hen om hem buiten te zetten. De leiders weigerden om hem aan de deur te zetten omdat hij homo was, maar sloten hem buiten de partij omdat hij een “risico op de veiligheid” was. Tezelfdertijd benoemden ze hem tot “Levenslange Vriend van het Volk”.

Mattachine had oorspronkelijk dezelfde structuur als de communistische partij, met cellen, verplichte geheimhoudingen en vijf verschillende graden van lidmaatschappen die elk meer betrokkenheid eisten. Naarmate de organisatie groeide, werden de graden onderverdeeld in nieuwe cellen. Op die manier was er kans voor horizontale en verticale groei. De stichtende leden stelden een zogenaamde ‘Fifth Order’ op en bleven voor de rest van de leden anoniem. Het ledenaantal van Mattachine groeide traag in het begin maar kende een grote boost toen in februari 1952 stichter Jennings in een park in Los Angeles werd gearresteerd voor obsceen gedrag. Vaak gaven mannen in de situatie van Jennings toe dat ze schuldig waren en hoopten ze dat ze de kans kregen om hun leven opnieuw op te bouwen. Jennings en de rest van de ‘Fifth Order’ zagen de beschuldigingen als een kans om de homoarrestaties door de politie, aan te pakken. De groep begon de zaak te publiceren (onder de naam ‘Citizens Committee to Outlauw Entrapment’) en dit zorgde voor financiële steun en vrijwilligers. Jennings gaf tijdens zijn proces toe dat hij homo was maar ontkende dat hij zich obsceen had gedragen. De jury kwam niet tot een besluit en Mattachine behaalde de eerste victorie.

Na de rechtszaak van Jennings nam het ledenaantal van Mattachine enorm toe. In mei 1953 waren er meer dan 2.000 leden in California. Er kwamen ook steeds meer verschillende leden, met meer vrouwen en mensen met een breder politiek spectrum. Met die groei begon ook de onrust over het radicale linkse politiek van de groep. Vooral Hal Call en anderen uit San Francisco, samen met Ken Burns uit Los Angeles wilden dat Mattachine de statuten aanpaste en dat er in zou komen dat de leden trouw waren aan de Verenigde Staten en de wetten van dit land (terwijl die wetten homoseksualiteit als illegaal aanduidden). In een poging om de visie van de organisatie te behouden, maakte de leden van de ‘Fifth Order’ zich bekend en gaven ze hun ontslag als leiders tijdens een conventie van Mattachine in mei 1953. Met de oorspronkelijke leiders weg, werden Call, Burns en enkele gelijkgestemden de nieuwe leiders en koos Mattachine er voortaan voor om geen confrontatie aan te gaan met de politiek. Dit zorgde ervoor dat het ledenaantal ineenzakte. De tak van Mattachine in Los Angeles sloot de deuren in 1961.

Na Mattachine
Na het einde van zijn betrokkenheid met Mattachine was Hay erg teleurgesteld in de homoseksuele politieke scène en trok hij zich terug. Hay was een relatie begonnen met de jonge Deense immigrant, Jorn Kamgren, in 1952, maanden voor hij Mattachine verliet. Kamgren was een hoedenmaker. Hay hielp hem bij het openen van een eigen hoedenwinkel en gebruikte zijn contacten in de mode- en theaterwereld om Kamgren’s werk onder de aandacht te brengen. Toch was de tijd dat Hay met Kamgren samen waren, niet zo rooskleur, hoewel Hay’s moeder Margaret dol was op Kamgren en het koppel aanmoedigde om samen te blijven (en zelfs $25.000 investeerde in de hoedenwinkel). Hay spendeerde zijn tijd met het bestuderen van de gemeenschap en cultuur van de oorspronkelijke Amerikanen. Hij zocht naar de plaats die homoseksuelen innamen en naar de culturele rollen die ze speelden.

In 1955 moest Hay getuigen voor het ‘House Un-Amerian Activities Committee’ dan een onderzoek deed naar communistische activiteiten in het zuiden van California. Hay had het moeilijk om een advocaat te vinden, was bang dat hij zijn ban zou verliezen en vreesde dat zijn geaardheid zou gebruikt worden om de communistische partij te besmeren. Uiteindelijk verscheen hij op 2 juli van dat jaar slechts kort voor het comité. Toen men hem vroeg of hij lid was van de partij, kon hij naar waarheid “neen” antwoorden. Daarna mocht hij vertrekken.

Hay bleef contact houden met enkele activisten van de communistische partij, o.a. met Jim Kepner van ONE, Inc en vond homoseksuele contacten via de evenementen van ONE. Na 11 jaar samen met Kamgren had Hay hun relatie beëindigd. Hay en Kepner hadden kort een verhouding in 1963 tot Hay de uitvinder John Burnside ontmoette. John werd zijn levenspartner. Samen stichtten ze de groep “Circle of Loving Friends”. Hun groep deed mee aan homoseksuele demonstraties tijdens de jaren 1960 en hielp mee bij de stichting van de ‘North American Conference of Homophile Organizations’ (NACHO) in 1966. Na de Stonewall-rellen hielp “Circle of Loving Friends” bij de organisatie van het ‘Gay Liberation Front’ in Los Angeles en kreeg Hay er een zetel in het bestuur.

Radical Faeries
In 1970 verhuisden Hay en Burnside naar Santa Fe, New Mexico, waar ze betrokken geraakten in het activisme over waterrechten van de Rio Grande. Ze werden ook lid van een lokale holebi-rechtengroep, ‘Lambdas de New Mexico’. Hay bestudeerde er opnieuw de cultuur van de oorspronkelijke Amerikanen. Samen met Don Kilhefner, een holebi-activist uit Los Angeles en psychiater Mitch Walker, hield Hay een workshop over die cultuur aan de UCLA in 1978. Uit die workshop groeide de ‘Spiritual Conference for Radical Faeries’. Deze conferentie werd gehouden in Tuscon, Arizona en verzamelde meer dan 200 mensen.

Maar, minder dan een jaar nadat de ‘Faeries’ werden opgericht, zorgden interne ruzies voor een breuk binnen de groep. Walker stichtte in het geheim de ‘Faerie Fascist Police’ om egotripperij binnen de ‘Faeries’ te bestrijden. Hij had het vooral op Hay gemunt: “Ik recruteerde mensen om Harry te bespioneren en om te zien of hij mensen manipuleerde”. Tijdens een bijeenkomst in Oregon confronteerde een nieuwkomer, op vraag van Walker, over de macht van de mensen binnen de groep van leiders. Het conflict dat hieruit volgde, zorgde ervoor dat de groep van leiders versplinterd geraakte. Kilhefner verliet de groep en beschuldigde Hay en Burnside ervan egoïstisch te zijn. Daarna stapte Walker op en noemde hij Hay een “kanker binnen de homobeweging”. Walker en Kilhefner stichtten de nieuwe homoseksuele spirituele groep ‘Treeroots’.

NAMBLA
Zoals altijd tijdens zijn leven als activist bleef Hay zich verzetten tegen de schadelijke houdingen binnen de homogemeenschap. “We trokken de lelijke groene kikkerhuid van heteroseksuele conformiteit over ons en dat is hoe we onze schooltijd afwerkten met een volledige mond met tanden”, legde Hay uit. “We weten hoe we in hun ogen moeten leven. We kunnen altijd meedoen met hun spelletjes, maar we bedriegen onszelf door dit te doen. Als je de huid van conformiteit blijft dragen dan onderdruk je de mooie prins of prinses binnen jezelf.” Hay maakte zich zorgen dat de unieke eigenschappen van een minderheidsgroep maar al te vaak werden opgegeven om te kunnen aansluiten bij de cultuur van de meerderheid. Hij was zelf getuige geweest hoe Mattachine zijn Marxistische beginselen verwierp en hoe de homogemeenschap dragqueens en leerfanaten belachelijk maakte tijdens de eerste tien jaar na de Stonewall-rellen.

Tijdens het begin van de jaren 1980 verenigde Hay zich met andere holebi-rechtenactivisten om te protesteren tegen de geweigerde deelname van de ‘North American Man Boy Love Association’ (NAMBLA) aan holebi-bewegingen, vooral aan gayprides. Volgens Hay verraadde de holebi-gemeenschap op die manier zichzelf. In 1983, aan de ‘New York University’, merkte hij op dat “als ouders en vrienden van homo’s echte vrienden zijn, ze het zouden toelaten dat hun homoseksuele kinderen een relatie beginnen met een oudere mannen. Dat is wat dertien-, veertien- en vijftienjarigen nodig hebben”. In 1986 werd Hay tegengehouden door de politie toen hij probeerde om mee te doen aan de gaypride van Los Angeles, waaruit NAMBA werd geweerd. Hay droeg een bord met het opschrift “NAMBLA walks with me”. Hay weigerde in 1994 om deel te nemen aan de gaypride van New York City ter herinnering van de 25ste verjaardag van de Stonewall-rellen. In plaats daarvan liep hij in de alternatieve parade “The Spirit of Stonewall”.

Hay was ook een tegenstander van groeperingen zoals ‘ACT UP’. Volgens hem waren hun tactieken typische uitingen van macho-gedrag bij heteromannen.

Dood en nalatenschap
Hay en Burnside keerden terug naar San Francisco in 1999 omdat ze dachten dat Hay in Los Angeles niet de nodige zorg kreeg voor zijn ernstige gezondheidsproblemen, waaronder longontsteking en longkanker. Hij was de voortrekker van de gaypride van San Francisco datzelfde jaar. In 2002 overleed hij aan longkanker op 24 oktober 2002.

Hay was het onderwerp van Eric Slade’s documentaire “Hope Along the Wind: The Life of Harry Hay” (2002). Hij was ook te zien in andere documentaires zoals “Word Is Out” (1978), samen met zijn partner Burnside. In 1967 waren Hay en Burnside ook als koppel te gast op televisie.

Hay is samen met Gernreich één van de hoofdpersonages in het stuk “The Temperamentals” van Jon Marans met Thomas Jay Ryan in de rol van Hay en Michael Urie als Gernreich.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.