Gide, André (1869-1951)

andré-gideAndré Gide, één van de voornaamste Franse schrijvers van de twintigste eeuw, weerspiegelde zijn homoseksualiteit in heel wat van zijn werken. Gide werd geboren in Parijs op 22 november 1869, op een “kruispunt van culturen” zoals hij dat later noemde, namelijk een kruising tussen de zuiderse en bescheiden opvoeding van zijn Hugenootse vader Paul, en de bourgeois en rijke achtergrond van zijn Normandische moeder Juliette Rondeaux.

Na de dood van zijn vader – een vooraanstaande Parijse professor in de rechten – op 28 oktober 1880, werd de kleine André tijdens zijn jonge levensjaren bijna uitsluitend omringd door vrouwen: zijn moeder, zijn tantes uit Rondeaux, de Engelse bediende van zijn moeder Anna Shakelton, en zijn neven en nichten uit Rouen.

Doordat hij na zijn vaders dood vaak van woonplaats veranderde, kreeg hij een eerder onsamenhangende opvoeding, waarbij hij les volgde in de “Ecole Alsacienne”, de “Ecole Henri IV”, en het “Lycée Montpellier”. Maar ondanks al deze ontwortelingen, werd hij door de vrouwen in zijn leven doordrongen van een gevoel van strenge Protestantse moraliteit, bescheidenheid, gehoorzaamheid, sociale inschikkelijkheid, en een gevoel van plicht, waarden waartegen Gide zich zijn hele leven lang verzet heeft.

Zijn jonge jaren waren dus frustrerend en instabiel. In zijn autobiografie “Si le grain ne meurt” (Als Het Sterft, 1921), beschrijft Gide een mogelijke eerste onthulling van zijn homoseksuele geaardheid. De kleine André, in tranen in de armen van zijn moeder, zegt dat hij anders is dan de andere jongens in school.

Als adolescent leed Gide onder stuipen, hoofdpijn, slapeloosheid, onverklaarbare vermoeidheid en gevoelens van onveiligheid; de lichamelijk en mentale uitingen van een instabiele en verwarrende kindertijd.

De kunst van het schrijven betekende voor Gide een manier van stabilisatie en de mogelijkheid om zijn levenservaringen op een rijtje te zetten. Door zijn gevoelens, ervaringen en verlangens nauwkeuring op te schrijven en te herordenen, was hij ertoe in staat – zoals hij opmerkt in “Si le Grain ne meurt” – vorm te geven aan “een verwarde innerlijke onrust”.

Zijn filosofie ontvouwde zich langzaam naarmate zijn levenservaring toenam. De belangrijkste inspiratiebronnen voor zijn werken waren zijn relaties, vriendschappen, en reizen. Gide verweefde deze ervaringen in zijn teksten, maar ze vormen meer dan louter inspiratie voor zijn werken. Zoals men kan lezen in zijn werken, zijn deze ervaringen essentiële fragmenten die samen de uitgebreide Gidische intertextuele mozaïek vormen, waarbij elk werk bijdraagt tot de verheldering van de lectuur van een ander werk – of het soms ingewikkelder maakt. Het schrijven vormde voor Gide een poging om zijn kindertijd en schuldgevoel te herstellen.

Zijn zeer verscheiden oeuvre, dat bestaat uit meer dan zestig titels en waarin bijna alle literaire stijlen voorkomen, is niet enkel opmerkelijk op persoonlijk vlak, maar ook op cultureel en historisch vlak, want het geeft de lezer inzicht in de sociale en politieke kwesties van zijn tijd.

Gides stijl is nauwkeurig, gevoelig, verfijnd en subtiel. Er komen twee belangrijke thema’s voor in zijn teksten: het conflict tussen individuele en sociale wensen en rechten, en de opstandigheid tegen traditionele waarden en normen.

Eerste Werken

Gide, die aangetrokken was tot de symbolistische dichter Mallermé en diens omgeving, schreef vroege werken zoals “Les Cahiers d’André Walter” (De Schriften van André Walter, anoniem gepubliceerd in 1891), “Le Traité de Narcisse” (De Verhandeling over de Narcus, 1891) en “Le Voyage d’Urien” (Uriens reis, 1893), die iets onpersoonlijker waren dan zijn latere werken.

Zijn literaire carrière begon met “Les Cahiers d’André Walter”, wat het verhaal is over de liefde van een jongeman voor zijn ouderloze nicht Emmanuèle, een relatie die verrijkt werd via boeken en religie. Walter vecht tegen zijn eigen lichamelijke verlangens (het beest in hem) en tracht een pure en idyllische liefde te verwezenlijken, onaangeroerd door fysiek contact.

Op haar sterfbed vraagt Walters moeder aan haar zoon om de relatie stop te zetten. André voorziet een plan dat ervoor zal zorgen dat Emmanuèle hem zal veroordelen en dus op die manier zal hij haar zelfs meer waard zijn omdat hij zijn liefde opgeofferd heeft. Zoals het geval is in vele werken, is “Les Cahiers” lichtjes autobiografisch, en in feite haalt Gide vele passages in het werk rechtstreeks uit zijn persoonlijk dagboek.

Rond 1892 liet Gide – die geïnspireerd was door zijn lezingen over Goethe en Nietzsche, en beïnvloed door Oscar Wilde die hij in 1891 in Parijs ontmoette – de symbolistische invloeden achterwege, en begon hij in te zien dat hij zonder aarzeling zijn echte gedachten en verlangens kon uiten.

Hij nam een meer romantische stijl aan, waarbij hij zijn groeiende gevoelens van individualisme vrijer kon uitdrukken, maar zich toch nog steeds geremd voelde door een onontkoombaar gevoel van gehoorzaamheid aan een conventionele moraliteit.

Op 24-jarige leeftijd echter zette Gide voet in Noord-Afrika met zijn vriend en schilder Paul A. Laurens. Deze reis betekende een hergeboorte voor Gide, want in Noord-Afrika ontdekte hij seksuele gevoelens en verlangens die hij voordien onderdrukte. Hij had er zijn eerste homoseksuele ontmoeting met Ali, een jonge Arabier, zoals verteld wordt in zijn autobiografie “Si le grain ne meurt”.

In 1895 vonden er drie belangrijke gebeurtenissen in Gides’ leven plaats. Hij keerde terug naar Noord-Afrika waar hij Oscar Wilde en Alfred Douglas ontmoette, en nieuwe avonturen had met jonge Arabische jongens. De dood van zijn moeder in mei was een gebeurtenis die Gide bevrijdde van zijn geremdheid verder beïnvloedde.

Met zijn huwelijk in oktober met zijn nicht Madeleine Rondeaux in het vooruitzicht, raadpleegde hij uiteindelijk een dokter omdat hij, ondanks zijn zopas ontdekte seksuele vrijheid, vreesde dat zijn promiscuïteit in Algerije en Tunesië hem niet degelijk op zijn huwelijk hadden voorbereid. De dokter verklaarde echter dat Gide zijn immorele neigingen zou vergeten eens hij getrouwd zou zijn.

Gide, die als jongeling zijn nicht en toekomstige vrouw Madeleine Rondeaux in tranen aantrof na de ontdekking van haar moeders overspel, ontwikkelde een bijna mystieke toewijding tot de verlichting van haar smart. Madeleine speelt een belangrijke rol in veel van zijn werken. Ze is Emmanuèle in “Les Cahiers d’André Walter” en in zijn “Journal”, Allisa in “La Porte étroite” (De Smalle Deur, 1909), en Marceline in “L’Immoraliste” (De Immoralist, 1902).

Gide zag in haar het gekwetste kind uit zijn eigen jeugd, maar ook een vervanging van zijn eigen overleden moederfiguur, want Madeleine was twee jaar ouder en heel wat volwassener dan hijzelf. Hij heeft het huwelijk nooit helemaal “voltrokken”; hun liefde was puur, en hij voelde dat fysieke intimiteit hun ideaal zou aantasten.

De twee ontwikkelden echter een diep morele en spirituele afhankelijkheid ten opzichte van elkaar. Door deze puur idyllische relatie te onderhouden, was Gide in staat om zijn eigen zonden uit te wissen. Zijn “La Porte étroite” is vooral een autobiografische beschrijving van hun relatie.

Hierin beschrijft Gide met precisie de gevoelens van het protestantse milieu waarin hij werd opgevoed. Jérôme en Allisa waren nicht en neef. Als ernstige religieuze protestanten, volgden zij hartstochtelijk de leer van pastoor Vautier, die preekte over Lucas 13:24: “Streef ernaar om door de smalle deur te kunnen lopen”. Alissa, die de intense behoefte had om te boeten voor haar moeders overspelige daden, wijst Jérômes’ huwelijksaanzoek af. Haar heilig gedrag leidt uiteindelijk tot eenzaamheid en de dood.

L´Immoraliste

Gides “L’Immoraliste” is een psychologische roman en dus het perfecte formaat om uiting te geven aan zijn innerlijke conflicten en kwellingen. De roman haalt twee belangrijke vragen uit de twintigste eeuw aan: is bevrijding van vroegere tradities mogelijk, en indien wel, wat moet men dan aanvangen met de nieuwe vrijheden die men verworven heeft?

De homoseksuele neiging van Michel, het hoofdpersonage in de roman, is dus een symbool van rebellie en keuze van vrijheid. Michel verwerpt zowel traditionele waarden (hij verkwist zijn erfenis, bezittingen en land) als de ideale heteroseksuele relatie (hij trouwt met Marceline zonder op haar verliefd te zijn en hij verhult zijn onverschilligheid tijdens de huwelijksreis als een ziekte).

Bovendien waagt hij zich aan de ontdekking van homoseksuele verlangens. Hij voelt zich aangetrokken tot de naaktheid van Arabische jongens en de kracht en schoonheid van mannelijke werkers op zijn Normandische eigendom. Volgens Emily Apter dienen Michels homo-erotische observaties als een manier om zich los te rukken van de aanvaardbare protestantse ethiek.

Hij blijft zijn fragiele vrouw verder negeren en laat haar in de steek. Ze sterft later op een reis naar Noord-Afrika. Haar heengaan, zoals dat van Gides moeder Juliette, weerspiegelt het ultieme moment van bevrijding van een moreel verdrukkende gemeenschap.

Michels daden dienen ertoe de overheersende sociale ideologie aan te vallen, vooral de protestantse ethiek van plicht en bourgeois moraliteit. Maar daar waar de overmaat in “La Porte étroite” ligt in zelfopoffering en puurheid, is die van Michel er één van verheerlijking van de zelfbevrijding van alle morele geremdheid.

Gide, die in de war was door huwelijksproblemen en verbitterd door de gebeurtenissen van Wereldoorlog I, concentreerde zich na 1914 op de kritische analyse van de bourgeois maatschappij. In 1916 begon hij een vriendschap met de jonge Marc Allégret en de twee brachten samen wat tijd door in Zwitserland. Volgens Wallace Fowlie was deze korte relatie de enige relatie die voor Gide een geslaagde combinatie was van seksuele liefde en liefdevolle kameraadschap.

Bij zijn terugkeer in Frankrijk kreeg Gide een harde klap te verwerken; hij vernam dat zijn vrouw, als reactie op zijn ontrouw, al zijn brieven aan haar verbrand had. Deze gebeurtenis sloeg de illusie van zijn idyllische liefde en toewijding voor haar aan diggelen, want hij beschouwde deze brieven als zijn beste werk ooit.

Les Faux-Monnayeurs (De Vervalsers).

Blijkbaar als antwoord op deze shock, publiceerde hij in 1926 “Les Faux-Monnayeurs” (De Vervalsers), zijn enige werk waarnaar hij verwees als “roman”. Zoals in vele andere teksten, beschrijft hij in “Les Faux-Monnayeurs” de mislukking van heteroseksuele relaties en de substitutie van homoseksuele relaties.

De families Molinier en Profitendieu hebben zich in het verleden en heden schuldig gemaakt aan overspeligheid. De enige relatie die uiteindelijk standhoudt, is die van Eduard en zijn jonge neef Olivier Molinier, die beiden duidelijk gebaseerd zijn op Gide en Marc Allégret. “Het was om zijn (Allégret) aandacht, zijn achting aan te trekken, dat ik “Les Faux-Monnayeurs” schreef, zoals ook al mijn vorige boeken geschreven werden onder invloed van Em., of in de valse hoop om haar te overtuigen,” schreef Gide in zijn dagboek in 1889-39.

De relatie tussen Eduard en Oliver was voor Gide ook een middel om te pleiten voor pederastie, dat Gide als toelaatbaar beschouwde omdat het geëerd werd in het Griekenland en Rome.

Corydon

Deze zaak wordt verder uitgewerkt in Corydon (1924). Het werk, dat geschreven is in de vorm van vier Socratische dialogen tussen een verteller en Corydon – een vroegere dokter die een tekst voorbereid, getiteld “Défense de la pédérastie” (ter verdediging van pederastie) – is een gevatte en ironische beschouwing ter verdediging van homoseksualiteit.

In dit werk herdenkt Gide de heersende Westerse cultuur, door de civiliserende invloed van homoseksualiteit op de oude Griekse maatschappij te onderzoeken. Corydon wijst er bijvoorbeeld op dat historische periodes, waarin homoseksualiteit sociaal aanvaardbaar was, niet decadent waren, maar eerder grote artistieke verwezenlijkheden kenden.

Corydons verdediging van homoseksualiteit wordt verder gesterkt door een onderzoek van homoseksuele activiteiten bij bepaalde dieren en door een discussie over zulke oude teksten zoals Plutarchs’ “La vie de Pélopidas” – waarin gesproken wordt over de sterkte van een leger dat enkel uit homoseksuele geliefden bestaat – en het vijfde boek van Diodore de Sicile dat bepaalde homoseksuele tendensen bij de oude Saksen aanhaalt.

Si le grain ne meurt

De beperkte publicatie van Corydon werd niet goed ontvangen, maar de heruitgave van Gides autobiografie “Si le grain ne meurt” in 1926 (in 1921 werden er slechts 13 exemplaren gedrukt) veroorzaakte een schandaal, voornamelijk omwille van de eerlijke en intieme onthullingen betreffende zijn homoseksuele geaardheid en ervaringen.

In veel van zijn andere werken werd er gezinspeeld op de auteurs homoseksualiteit, eerder op een dubbelzinnige en subtiele manier, zoals een bepaalde onverschilligheid ten opzichte van vrouwen en een zeer grote nieuwsgierigheid naar het mannelijke geslacht. Philippe Lejeune merkt op dat in Gides romans “het eerder aan de lezer overgelaten wordt om zich ofwel aan zo’n besluit te wagen of om er helemaal niets van te begrijpen.”

In zijn autobiografie trachtte Gide echter om zijn homoseksuele bewustwording en onthulling duidelijker en explicieter te verhalen. Het innerlijke conflict dat Gide probeerde te beschrijven ging niet over de aanvaarding van zijn homoseksuele geaardheid, maar wel om de strijd tegen de strenge sociale regels die hij ingeprent kreeg vanaf zijn jonge jaren.

Zijn verborgen homoseksuele geaardheid en het gebrek aan voltrekking van zijn huwelijk waren niet Gides enige geheimen. Hij had ook een affaire met Elisabeth Van Rysselberghe, de dochter van oude vrienden; een relatie die leidde tot de geboorte van Catherine in 1923, Gides enige afstammeling, die hij uiteindelijk adopteerde.

Gides laatste jaren

Hoewel hij een kandidaatstelling voor de Franse Academie weigerde, aanvaardde hij een eredoctoraat van de Oxford University in 1947. Datzelfde jaar werd hem de Nobelprijs voor de literatuur uitgereikt.

Gides’ laatste grote werk “Thésée” (Theseus, 1946) geeft wellicht op de meest duidelijke manier uitdrukking aan zijn gevoelens betreffende zijn bekwaamheid. Theseus, die zijn leven overdenkt, voelt dat hij zijn leven geleefd heeft in dienst van de mensheid. Hij heeft van geen enkele van zijn daden spijt en hoopt dat zijn werk dienst zal doen voor de toekomstige generaties.

“C´est consentant que j´approche la mort solitaire. J´ai goûté des biens de la terre. Il m´est doux de penser qu´après moi, grâce à moi, les hommes se reconnaîtront plus heureux, meilleurs et plus libre. Pour le bien de l´humanité future, j´ai fait mon oeuvre. J´ai vécu.”

(“ Het is enkel met bereidwilligheid dat ik de dood onder ogen zie. Ik heb het beste van het leven geproefd. Het is leuk te weten dat, nadat ik er niet meer ben, dankzij mij, de mensheid gelukkiger, beter en vrijer zal zijn. Ik heb mijn werk ten voordele van de toekomstige mens gecreëerd. Ik heb geleefd.”)

Net zoals Theseus de Minotaurus bestreed, gebruikte Gide zijn homoseksualiteit
op heldhaftige wijze als een middel om zijn verstikkend strenge morele en religieuze opvoeding – de “monsters” van onderdrukkende tradities – uit te dagen en te trotseren.

De indrukwekkende hoeveelheid wetenschappelijk materiaal dat toegewijd werd aan de studie van Gide en zijn werken toont duidelijk aan dat hij nu een belangrijke plaats inneemt in de literatuur van de twintigste eeuw.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 04 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.