Genet, Jean (1910-1986)

jean-genetDe werken van Jean Genet hebben een belangrijke invloed gehad op de postmoderniteit en ze blijven vragen oproepen over de holebi-identiteit. Jean Genets getrouwheid aan sociale marginalen, zijn kritiek op en zijn deelname in radicale politiek, zijn obsessie voor het rollenspel en zijn gestileerde gewelddadigheid en obsceniteit anticiperen het begrip en de technieken van de postmoderniteit. Zijn betrokkenheid in de meest extreme gevallen van opstand heeft bijgedragen tot de mythe van “Jean Genet”.

Met het schrijven van zijn eerste roman “Notre-Dame des Fleurs”, aanvaardde en bevestigde Jean Genet openlijk zijn homoseksuele geaardheid. Er is sprake van een constante bewerking en beïnvloeding van zijn identiteit doorheen zijn hele carrière als roman- en toneelschrijver, als activist voor de “Black Panthers” op het einde van de jaren zestig, als verdediger van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie en als vriend van de Franse literatuurkenners, zoals vooral Jean-Paul Sartre en Jean Cocteau.

Jean Genets homoseksualiteit en het bewustzijn van zijn seksuele marginaliteit zorgde in zijn latere carrière voor een aanmoediging van zijn empathie jegens verdrukte groepen. Hoewel Jean Genets opstand diep verankerd lag in het bewustzijn van zijn “afwijkende” seksualiteit, toch berustte zijn politiek werk niet op zijn persoonlijke identiteit; Jean Genet wou zijn identiteit bevestigd zien en hij wou een algemeen verbond tussen sociaal vervreemde groepen scheppen.

Jean Genet, die uiterst voorzichtig was in zijn voorstelling van anderen, waarvan zijn omgang met de Black Panthers en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie getuigt, zorgde voor een bevestiging van zijn dissidente status, wat leidde tot een algemene bezorgdheid om al diegenen die uitgesloten werden van de politieke macht.

Jean Genets verleden

Jean Genet werd geboren als de onwettige zoon van ouders die hij nooit heeft gekend. Bij zijn geboorte werd hij in de steek gelaten door zijn moeder. Hij werd opgevoed door de sociale steun en op 7-jarige leeftijd werd hij opgenomen in een pleeggezin.

Zijn leven als dief begon al op jonge leeftijd; op 15-jarige leeftijd werd hij naar Mettray gestuurd, een Frans verbeteringsgesticht voor jongens. Het grootste deel van zijn jeugd en meerderjarigheid bracht hij door in de gevangenis, voor misdaden zoals diefstal en prostitutie. In 1948 werd hij bestempeld als een onverbeterlijke crimineel en werd hij bijna voor het leven opgesloten, totdat Sartre, Cocteau en andere schrijvers de Franse overheid ervan overtuigden dat zijn schrijverscarrière erg belangrijk was.

Het merendeel van Jean Genets werk omvat thema?s die verband houden met het leven in de gevangenis: de omkering van bourgeois zeden, prostitutie, moord, diefstal, verraad, en de complexe identiteitsvorming die in verband staat met criminele subculturen.

Jean Genet was een schrijver die ontrouw en verraad verhief tot een deugd. Zijn romans en toneelstukken gaan over de overlevingsmogelijkheden tussen mannen, en soms ook vrouwen, die met elkaar verbonden zijn door een vurig en onverbiddelijk erotisch verlangen dat de grenzen verlegt.

Jean Genet werd zich al snel bewust van de mogelijkheden tot afwijzing; in zijn werk wordt op een obsessieve manier de nadruk gelegd op de belangrijkheid van alledaagse voorwerpen – de vaseline die in beslag wordt genomen door de gevangenisbewakers, de pin-ups die criminelen ophangen aan de gevangenismuren..

Als kroniekschrijver van marginalen, verloren gevallen en de onderwereld, onderzoekt Jean Genet in detail het begrip “stabiele identiteiten”, of die nu Frans, holebiseksueel, zwart of Palestijns zijn.

Hoewel zijn romans op een complexe manier de identiteit onderzoeken, met op de eerste plaats die van zichzelf en die van zijn minnaars, worden zijn toneelstukken rituele middelen voor het ensceneren en verwerpen van de identiteit.

Notre-Dame des Fleurs

Jean Genets eerste roman, “Notre-Dame des Fleurs”, werd geschreven in de gevangenis over een langere periode, aangezien zijn manuscripten steeds in beslag werden genomen. Het verhaal legt de nadruk op zok, seksuele identiteit: Notre-Dame wordt verteld door een masturberende gevangene, die ons verteld dat de door hem beschreven karakters het product zijn van zijn erotische fantasieën, bedacht onder zijn warme wollen deken.

De verteller, Jean Genet, identificeert zich met de “held” van de roman, Louis Culafroy, beter bekend in het verhaal als Divine. Divine´s ervaring als prostituee in Parijs resulteert in verschillende erotische relaties: Darling Daintyfoot de dief en pooier, Gabriel de soldaat, Notre-Dame des Fleurs de moordenaar, en Gorgui, een andere brutale moordenaar.

Het is een verhaal dat vol staat met seksuele expliciete beschrijvingen van mannelijke prostitutie, waarbij Jean Genets obsceen taalgebruik een provocerend effect heeft op de bourgeois gevoeligheid van de lezer.

Jean Genet beweert dat de gecreëerde karakters masturbatiefantasieën zijn, “gekozen voor de lust van die avond”. Doorheen het verhaal probeert hij de psychologische aard van de fantasie te definiëren; de karakters zelf “dromen” vaak dat ze seksuele ontmoetingen hebben met elkaar. Op een bepaald moment weet Divine niet “of ze werkelijk al aan het dromen is of enkel herinnering aan het ophalen is”.

Jean Genet, die vaak refereert naar Divine met “zij”, legt hiermee de nadruk op haar dubbele rol en de ingewikkelde relaties die zij/hij heeft met haar geliefden.

“Notre-Dame des Fleurs” is een extase van erotische passie en de triomf van Jean Genets verbeelding om zijn onmenselijk bestaan als gevangene te boven te komen.

Le Journal du Voleur

“Le Journal du Voleur”, één van Jean Genets meest toegankelijke romans, is een schelmenroman die handelt over zijn reizen doorheen Spanje, Joegoslavië, Duitsland en België in de jaren dertig.

“Le Journal du Voleur”, een belangrijk referentiepunt voor Jean-Paul Sartres omvangrijke studie “Saint-Genet”, handelt over het probleem van onschendbaarheid en de omkering van waarden die herhaaldelijk in Jean Genets werk bestudeerd worden. Het boek beschrijft zijn ervaringen als dief en staat vol met beschrijvingen van zijn geliefden.

Jean Genet is zeker geïnteresseerd in de “waarheid” rond zijn geliefden, maar de poëtische transfiguratie van zijn subcultuur is zijn eerste zorg. In zijn beschrijving van een crimineel milieu en de overlevingstactieken ervan, onderzoekt hij de mogelijkheden tot “aanhang” en schetst hij de kenmerken van een criminele subcultuur die openlijk homoseksueel is.

“Le Journal du Voleur” is een teder spel van criminele stijl en crimineel taalgebruik, in het bijzonder de charme van zijn minnaars. Hij heeft bewondering voor Siltano, die erin slaagt “harmonie te creëren in slechte smaak”. Voor Genet vormt Siltano´s eigen gevoel voor mode – zijn schoenen in krokodillenleer, een bruin pak, een zijden hemd, een roze das, een veelkleurige sjaal en een groene hoed – een eigen manier van kracht.

“Le Journal du Voleur” handelt over de manier waarop een stijl kan leiden tot het creëren van identiteit en het vergemakkelijken van opstand.

De moeilijkheid die Jean Genets voorstelling van homoseksualiteit in “Le Journal du Voleur” met zich meebrengt voor homoseksuele lezers vandaag, blijft echter een constante drempel. Genets verheerlijking van homoseksualiteit als opstand zorgt ervoor dat hij het gaat gelijkstellen met misdaad.

In zijn beschrijving van de Franse gestapo en zijn fascinatie voor hun verraad en diefstal, stelt hij: “Moest er nu ook nog sprake zijn van homoseksualiteit, dan zou het schitterend, niet te assimileren zijn”.

“Le Journal du Voleur” geeft hier in feite een reden voor: “Doordat ik vanaf mijn geboorte uitgesloten werd van de maatschappij, was ik mij niet bewust van de bestaande diversiteit. Ik stelde mij vragen bij zijn perfecte samenhang, die mij als wezen verwierp.”

Ondanks zijn nauwkeurig onderzoek van een milieu dat binnen de sociale klassen niet aanvaard wordt, slaagt Jean Genet er niet in om zijn homoseksualiteit te definiëren in andere termen dan die gebruikt door de overheersende klasse: monstrueus, crimineel en abnormaal.

Miracle de la Rose

“Miracle de la Rose”, een mystieke roman, is gestructureerd rond de ontwikkeling van Kea, Genets homoseksuele passies. In feite werd in het boek het nauwkeurig onderzoek van het gevangenisleven geplot als een “opbouw van homoseksuele passie”, waarbij Genet overgaat van passieve relaties met gevangenen naar het aannemen van manwijfrollen.

De roman onderzoekt de neiging van geliefden elkaar te verlaten voor “mannelijkere” gevangenen; het onderzoekt eveneens de nuances van seksuele relaties tussen oudere en jongere mannen.

De biografische ontwikkeling van “Miracle de la Rose” vloeit voort uit Jean Genets eigen homoseksuele relaties; hij plot de ontwikkeling van Mettray tot Fontevrault als de groei van passieve, “vervrouwelijkte” relaties naar relaties waarin hij de rol speelt van “mannelijke” oudere man tegenover jongere jongens.

Behalve het subtiele onderzoek naar relaties, haalt de roman ook mystieke toestanden van bewustzijn aan; Jean Genet probeert om homosensualiteit en mysticisme samen te smelten. Harcamone wordt in de roman voorgesteld als een godheid, een ongeziene aanwezigheid die in de gevangenis wordt vereerd.

In de climax beschrijft Jean Genet hoe hij Harcamone bijstaat tijdens diens marteling na de moord op een bewaker. Hij beeldt zich in verbonden te zijn met Harcamone op het moment van zijn geestesvervoering; zijn wandeling naar de guillotine.

Geen van de relaties tussen mannen in Fontevrault wordt als idyllisch afgeschilderd: “Miracle de la Rose” handelt over het mislukken van alle relaties in een gevangenissysteem, waarbij de mystieke oplossing, de sacralisatie van Harcamone, het enige wondermiddel is tegen de ontmenselijkte sociale omstandigheden.

Le Balcon

“Le Balcon” is wellicht Jean Genets best gekende dramatische werk. “Le Balcon”, een schitterend en uitdagend stuk, speelt zich af in een bordeel, of “het huis der illusies”, in een niet nader genoemd land. Het huis der illusies van Madame Irma is een plaats waar loodgieters, bankbedienden, en politiecommissarissen heen gaan, om als rechters, bisschoppen, generaals, enz… hun seksuele fantasieën op te voeren.

De illusies moeten erotisch, volledig en onverstoord zijn. Wanneer de illusie verbroken wordt; wanneer een van de prostituees zijn of haar rol als crimineel of boeteling verbreekt, is de illusie verstoord. De bisschop merkt op dat “Zolang we ons in een kamer van het bordeel bevonden, behoorden we toe aan onze fantasieën, maar van zodra we die getoond hadden, waren we opnieuw verbonden met ´mensen´ en waren we gedwongen om dit avontuur door te zetten volgens de wetten van de zichtbaarheid.

De belangrijkste gebeurtenis in “Le Balcon” is de bloedige “Revolutie”, die zich afspeelt in de stad. Het stuk verwikkelt de ´werkelijkheid´ van deze revolutie, door voortdurend de vraag te stellen wat het meest reëel is: de seksuele fantasieën of de revolutie.

In feite werd de revolutie in de New York-productie van Richard Schechner in 1979 afgeschilderd als alweer een andere fantasie, die gecreëerd was voor het erotische plezier van de klanten van Madame Irma.

Het personage van Chantal, een ex-prostituee die revolutionair geworden is, is de hoofdlink tussen het huis der illusies en de revolutie. Haar dood op het einde van het stuk betekent echter een overwinning voor de tegenstanders van de revolutie.

In beide gevallen is het nationalistische symbool, dat Jean Genet suggereert, vals, niet meer dan een rol.

“Le Balcon” is een verbluffend toneelspektakel. Met scènes van sadomasochisme, erotische fantasieën, zelfcastratie, en rolspelen, wordt het publiek uitgenodigd om visueel deel te nemen in de situaties en fantasieën, die Jean Genet in zijn romans op de voorgrond brengt.

Les Nègres

Genets dramatische werken blijven trouw aan de interesse van de toneelschrijver in de identiteit van het geslacht en de seksuele oriëntatie. Zijn andere stukken, inclusief “Les Nègres” stellen de sociale rollen die mensen worden toegekend omwille van hun ras, status in klasse, seksuele oriëntatie of etnische oorsprong in vraag.

“Les Nègres”, geschreven met de bedoeling een cast van exclusief zwarte acteurs volledig tot hun recht te doen komen, is gelijkaardig met het theater van Antonin Artaud. Het stuk bestaat uit drie complexe verhalen, die allen de moord op een blanke vrouw centraal stellen, wiens doodskist in het midden van het toneel blijft, als symbool van de “zwarte” reactie tegen de “blanke” overheersing.

Als toneelschrijver van dramatische werken, is Jean Genet zowel een genot als een vloek voor moderne regisseurs. Hoewel zijn stukken veel van de rijkdom, die eigen is de romans, vervatten, toch hebben veel regisseurs het enorm moeilijk gehad om zijn stukken ten tonele te brengen, wat gedeeltelijk te wijten is aan hun surrealistische eigenschappen en cryptische karakteriseringen.

Jean Genet als publiek intellectueel

Jean Genet keerde zich ook tot misschien een van de meest fascinerende en complexe rollen die hij ooit aannam. Van bekeerde heilige naar opvolger van Artaud, werd hij een publiek intellectueel die erop gebrand was alle mogelijke culturele kennis die hij opgedaan had door te geven aan marginale posities en groepen, om zo zijn steentje bij te dragen in hun gezamenlijke strijd.

Op het einde van de jaren zestig en begin jaren zeventig, een periode waarin het rond Jean Genets schrijfwerk relatief stil is, raakt hij openlijk betrokken in de strijdende politiek. Hij verdedigt Mao´s Rode Gardisten, steunt de Black Panters tijdens de turbulente jaren waarin zij onderhevig waren aan pesterij en brutaliteit door politie, en uit zijn solidariteit met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie nadat Israël de westelijke oever in 1967 innam.

Jean Genet, die geïnterviewd werd door gerenommeerde kranten, weigerde te praten over zijn werk; integendeel, deze interviews waren voor hem een goede gelegenheid om te spreken over politiek activisme.

Hij verafschuwde het woord “intellectueel”, maar het was in die hoedanigheid dat hij te werk ging om de steun van het jonge publiek en van literaire intellectuelen te onderhouden. Hij toerde van de ene Amerikaanse universitaire campus naar de andere, ter ondersteuning van Panther Bobby Seale na diens arrest. Hij ging met de eer strijken voor de erkenning van holebi-rechten in de Panther organisatie, waardoor de homofobie en het seksisme, waarmee de vele strijdende groepen in de jaren zestig geconfronteerd werden, tot bedaren gebracht werd.

Het politiek engagement van Jean Genet was oprecht en onverzettelijk; ondanks zijn voortdurende bevestiging van ontrouw en verraad in zijn romans, illustreert zijn werk als politiek activist zijn engagement in eender welke strijd waarin identiteiten zich in een vormingsproces bevinden, ongeacht of deze identiteiten “zwart” of “Palestijns” zijn.

Jean Genet overlijdt in 1986. Hij laat niet enkel een opvallende verzameling werken achter, maar ook een krachtig voorbeeld van oprechtheid in verplichtingen en obsessies.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 04 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.