Fremstad, Olive (1871-1951)

olive-fremstadOlive Fremstad (14 maart 1871 – 21 april 1951) was de artiestennaam van Anna Olivia Rundquist, een gevierde Zweeds-Amerikaanse mezzo-sopraan en sopraan operazangeres.

Achtergrond

Olive Fremstad werd geboren in Stockholm en geadopteerd door een Amerikaans koppel. Dit stel leefde in Minnesota en gaf aan Olive hun familienaam: Fremstad. In Christiana bezocht Olive de lagere school en ging ze naar de muziekschool. Toen Olive 12 jaar was, verhuisden haar ouders naar Amerika, naar Minneapolis. Reeds daarvoor was het pianospel van Olive zo bijzonder dat ze werd beschouwd als een wonderkind. Ze begon met zanglessen te volgen in New York in 1890 nadat haar stem werd opgemerkt toen ze zong in kerkkoren. Later studeerde ze in Berlijn met Lili Lehmann. Ze maakte haar operadebuut als mezzo-sopraan met de rol van Azucena in Verdi’s “Il trovatore” in de opera van Keulen in 1895. Ze bleef er drie jaar en ging daarna naar Wenen, Munchen, Beiroet en Londen.

Carrière

Olive Fremstad trad op in de Metropolitan Opera van New York van 1903 tot 1914 en specialiseerde zich in de rollen van Wagner. Ze zong toen als een dramatische sopraan. Olive trad er 351 keer op, meestal als Venus in “Tannhäuser”, als Kundry in “Parsifal” en als Sieglinde, Isolde en Elsa in “Lohengrin”. Het Amerikaanse publiek vond haar interpretatie van Carmen maar niets, maar ze zong die rol naast Enrico Caruso in San Francisco in de nacht toen de stad bijna helemaal werd verwoest door de aardbeving van 1906.

Later in haar carrière kreeg Olive het moeilijk om de hoogste noten als dramatisch sopraan te halen. Ze stopte met professioneel zingen in 1920 en begon les te geven. Ze had geen geduld en eiste steeds de perfectie. Eén ‘les’ bestond uit het onderzoeken van een menselijk hoofd dat ze bewaarde in een bokaal. Ze werd boos toen enkele van haar studenten angstig wegliepen toen ze de menselijke stembanden wou aantonen. Ze gebruikte dit hoofd om te testen of haar studenten het in zich hadden om een carrière in de opera op te bouwen. Olive Fremstad vond haar lessen allesbehalve gruwelijk of ongewoon: toen ze haar rol van Salome bestudeerde, ging ze naar het dodenhuis van New York om te oefenen met het gewicht van een hoofd om haar scène met het afgehakte hoofd van Johannes de Doper onder de knie te krijgen.

Ze bracht niet veel platen uit. Er werden ongeveer 40 opnames gemaakt tussen 1911 en 1915 waarvan er slechts 15 werden uitgebracht. Muziekcriticus J.B. Steane noemde Fremstad “één van de beste Wagnerianen”, maar in zijn “Record of Singing” beschrijft Michael Scott haar als meer een mezzo-sopraan dan als een echte sopraan, waardoor ze in de ogen van velen aan succes inboette.

Olive Fremstad had naar het schijnt geen interesse in romantiek, hoewel ze twee keer trouwde en twee keer scheidde. Ze stierf in Irvington, New York. Ze werd begraven naast haar ouders op het familiekerkhof in Grantsburg, Wisconsin.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.