Edens, Roger (1905-1970)

roger-edensRoger Edens was een getalenteerde schrijver en bewerker die dankzij zijn werk bij de Arthur Freed unit bij de MGM studio’s een nieuwe look creëerde voor filmmusicals. Hij was mentor en vriend van velen in de amusementswereld, waaronder Judy Garland. Edens was afkomstig uit een grote familie in Hillsboro, Texas. Eden, die de jongste van acht broers was, werd geboren als Rollins Edens op 9 november 1905. In tegenstelling tot zijn onstuimige broers, was Edens eerder artistiek en leergierig van aard. Zijn ouders, die het niet breed hadden, slaagden erin genoeg geld bij elkaar te schrapen om zijn opleiding aan de Universiteit van Texas te financieren.

Nadat hij afstudeerde, vond Edens werk als pianist op een cruiseschip. Een manager uit New York hoorde hem terwijl hij aan het werk was en hielp hem aan een baan bij een jazzgroep. Edens, die altijd al een hechte band had met zijn familie, nam zijn moeder, die weduwe was, mee naar Long Island.

Rond deze tijd veranderde Edens zijn voornaam naar Roger. De reden hiervoor is onduidelijk, maar William J. Mann suggereert dat het “mogelijk is dat hij ‘Rollins’ beschouwde als té waardevol, té puik voor de aan alcoholrijke, vrouwenrokjagende wereld van orkesten en muzikanten”.

Edens kreeg vervolgens een baan bij het “Red Nichols Orkest”, dat in het Alvin Theater speelde in Broadway. Naar aanleiding van een ongelukkige opvolging van gebeurtenissen werd Edens van de orkestruimte naar het podium geroepen, namelijk toen de pianist van Ethel Merman een hartaanval kreeg net voor het tweede optreden van George en Ira Gershwins’ “Girl Crazy” in 1932. Merman, die onder de indruk was van Edens’ werk, nam hem in dienst als haar begeleider en bewerker voor haar volgende show en nachtcluboptreden. Toen ze richting Hollywood trok, begeleidde Edens haar als muzikaal regisseur van Roy Del Ruths’ “Kid Millions” (1934), waarin zij de hoofdrol vertolkte.

Edens’ vrouw, de vroegere Martha LaPrelle, met wie hij samen was tijdens zijn jaren aan de universiteit, verhuisde ook naar Californië. Hun huwelijk werd gekenmerkt door lange perioden van fysieke scheiding, gezien haar baan als aankoopster voor een modehuis frequent reizen met zich meebracht.

Volgens Edens’ neefje J. C. Edens “gaf zijn tante nooit veel om Hollywood”. Zelfs Edens’ beste vrienden in Californië zagen haar nauwelijks. Het koppel ging al vrij snel uit elkaar, wat uiteindelijk tot een scheiding leidde.

Ondertussen had Edens de aandacht getrokken van MGM-producer Arthur Freed, die hem had horen spelen tijdens de auditie van een zanger. Freed was niet erg onder de indruk van de zanger, maar herkende onmiddellijk Edens’ talent als muziekauteur en -bewerker. Hij nam hem snel in dienst als lid van zijn creatieve ploeg.

De Arthur Freed unit was een team van getalenteerde muziekschrijvers, bewerkers, tekstschrijvers, choreografen, en anderen, die het niveau van filmmusicals bepaalden. Omdat velen onder hen homoseksueel waren, werd de unit binnen de industrie “Freeds’ flikkers” genoemd.

Freed, die zelf niet homoseksueel was, had nooit de bedoeling gehad een team van homoseksuele artiesten te creëren, en niet alle leden van de Arthur Freed unit waren homoseksueel. Freed wilde vooral een hoogstaand team en wierf mensen aan zonder de seksuele geaardheid in acht te nemen. Een groot aantal van deze getalenteerde mensen bleek homoseksueel van aard te zijn, inclusief muziekauteurs zoals Cole Porter, Frederick Loewe, Robert Wright, en Chet Forrest, choreografen Robert Alton en Jack Cole en regisseurs Charles Walters en de verborgen homoseksueel Vincente Minnelli.

Edens werd het hart en de ziel van de Freed unit. Freed had het opperste vertrouwen in hem. Productieassistente Lela Simone verklaarde dat “Freed zich niet bezighield met details omdat hij Roger daarvoor had en hij wist dat Roger een leeuwensterk werk zou afleveren”. Freeds’ vertrouwen in Edens werd weerspiegeld in de beslissing om hem te promoveren naar de rang van “associate producer” voor een aantal films, waarvan de eerste Minnelli’s “Meet Me in St. Louis (1944)”. Het was uiterst zeldzaam voor iemand om van een baan als muzikant terecht te komen in de productie.

Edens’ eerste film met Freed was Victor Flemings’ “Reckless (1935)”, waarvoor hij muzikaal supervisor was. Tijdens zijn carrière werkte Edens mee aan meer dan veertig films, als muziekschrijver, muzikaal regisseur, producer, en een combinatie van deze drie. De lange lijst omvat Robert Z. Leonards’ “The Great Ziegfeld (1936)”, Flemings’ “The Wizard of Oz (1939)”, Busby Berkeley’s “Babes in Arms (1939)”, Minnelli´s “Cabin in the Sky (1943)”, Charles Walters´ “Easter Parade (1948)”, Gene Kelly en Stanley Donens’ “Singin´ in the Rain (1952)”, en George Cukors’ “A Star Is Born (1954)”.

De Freed unit, met Edens aan het roer, creëerde een nieuw soort musical. Terwijl muzikale films voordien veeleer verhalen waren die nu en dan onderbroken werden door liedjes, legde Edens er de nadruk op dat “de liedjes in filmmusicals deel moesten uitmaken van het script zelf.” In de Freed unit passen de liedjes naadloos in het plot.

Hollywood bracht hulde aan Edens met drie Academy Awards. Zijn eerste, voor “Easter Parade”, werd snel gevolgd door Oscars voor Donens’ “On the Town (1949)” en George Sidney´s “Annie Get Your Gun (1950)”.

Edens speelde een belangrijke rol in de carrière van het homo-icoon Judy Garland. De twee leerden elkaar kennen in 1935, toen Edens Garlands’ vader, Frank Gumm, een amateuristische pianist, moest vervangen tijdens Garlands’ auditie bij MGM. Edens had al snel veel waardering voor haar talent en werd niet enkel haar muzikale mentor maar ook een vriend voor het leven.

Edens schreef een liedje voor Garland dat zij zong op het verjaardagsfeestje van Clark Gable in 1937. Niet alleen bracht dit Gable in verrukking, maar het liet ook een positieve indruk achter bij de producer van Del Ruths’ “Broadway Melody of 1938 (1937)”, die Garland in de film liet zingen.

Nadat hij met Garland samengewerkt had voor een aantal andere projecten, trad Edens op als muzikaal regisseur van “The Wizard of Oz” en ook als repetitiepianist voor Garland. Garlands’ dochter Lorna Luft looft Edens omdat deze haar moeder geleerd heeft de moed op te brengen om haar kwetsbaarheid te tonen in haar optredens. “Zonder Roger”, zegt ze, “zouden we misschien nooit “Over the Rainbow” gekend hebben, althans toch niet zoals we het ons herinneren.”

Edens droeg verder bij tot Garlands’ professionele succes. Hij schreef haar “Born in a Trunk” nummer voor “A Star is Born” – waarvoor hij echter geen erkenning kreeg omdat hij contractueel exclusief verbonden was aan MGM en de film een “Warner Brothers” productie was.

Edens en Charles Walters waren ook spilfiguren in de bewerking van Garlands’ triomfantelijke vaudevilleoptreden in het “RKO Palace Theatre”, dat jubelrecensies kreeg van criticasters.

Edens bleef verder succes boeken op professioneel vlak. Freed koos hem als producer van twee films, Donens’ “Deep in My Heart (1954)”, met muziek van Sigmund Romberg, en “Funny Face (1957)”.

Rond deze tijd kwam er een einde aan het hoogtepunt van de filmmusicals, en hadden verschillende leden de Freed unit reeds verlaten. Edens werkte nog aan een aantal films, namelijk Walters’ “The Unsinkable Molly Brown (1964)” en Kelly´s “Hello, Dolly! (1969)”, maar streefde ook andere kansen na. Tijdens de jaren 1960 hernieuwde hij zijn professionele relatie met zowel Garland als Merman, en schreef hij materiaal voor hun nachtcluboptredens. Hij repeteerde ook met Katharine Hepburn voor haar optreden in Alan Jay Lerner en André Previns’ toneelmusical “Coco” in 1969.

Edens bezweek aan kanker op 13 juli 1970 in Hollywood.

Edens’ carrière is een verbluffend succesverhaal, en des te opmerkelijker omdat zijn realisaties er kwamen in een tijdperk van wijdverspreide homofobie. Homoseksuele artiesten namen soms hun toevlucht tot “lavendelhuwelijken” of verzonnen gefingeerde echtgenotes om hun seksuele geaardheid verborgen te houden. Ook al werkte hij achter de schermen en in de aangename sfeer van de Freed unit, toch had Edens, volgens Mann, jarenlang een foto van zijn ex-vrouw op zijn bureau, hoewel hij openlijk samenleefde met een andere man.

Mann haalt zich ook nog de rakende herinnering aan Frank Lysinger voor de geest, een MGM-loopjongen waarmee Edens bevriend geraakte rond 1939. Edens nodigde hem vaak uit op etentjes, samen met Lena Horne en muzikaal regisseur Lennie Hayton; samenkomsten van “twee officieel ongestrafte” koppels, aangezien Louis B. Mayer, het studiohoofd, de Afro-Amerikaan Horne en de blanke Hayton verbood verkering met elkaar te hebben. Edens, die opkwam voor Horne in de studio, probeerde haar ook gelukkig te laten zijn in haar privé-leven.

Zijn vriendelijkheid en medeleven typeerden Edens’ karakter. Zijn medewerker en levenslange vriend Kay Thompson beschreef hem als “een schat van een vent”, en Michael Morrison, een andere vriend en de zakenpartner van de homoseksuele acteur William Haines, zei dat “verschillende soorten mensen tot hem aangetrokken waren”.

Edens was een voorbeeld van professioneel succes en persoonlijke waardigheid.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 04 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.