Davis, Bette (1908-1989)

bette-davisRuth Elizabeth Davis, beter bekend als Bette Davis, werd geboren op 5 april 1908 in Lowell, Massachusetts. Haar ouders scheidden van elkaar toen ze zeven was en zij en haar zus werden opgevoed door hun moeder, een vrouw die altijd al actrice wilde worden. Ook Bette wou al bijna vanaf haar geboorte in het middelpunt van de belangstelling staan, waardoor het niet meer dan logisch was dat ze actrice zou worden.

Nadat ze afstudeerde van “Cushing Academy”, werd Bette de toegang tot Eva LeGallienne´s “Manhattan Civic Reportory” geweigerd omdat ze als oneerlijk en te frivool werd beschouwd. Dus ging ze naar John Murray Andersons toneelschool (daar werd haar klasgenote Lucille Ball weggestuurd omdat deze “te verlegen” was) en ze werd er de ster van de school. Haar eerste professionele optreden was in het stuk “The Earth Between” in 1923. Haar eerste Broadway optreden “Broken Dishes” vond plaats in 1929.

Het volgende jaar werd ze in dienst genomen bij Universal Studios en ze speelde in haar eerste film “Way Back Home”. Maar bij Universal vond men dat ze te weinig seksuele uitstraling had en na haar optreden in het onsuccesvolle “The Bad Sister” (uit 1931) lieten ze haar gaan. In 1932 tekende ze een zeven jaar durende contract bij Warner Brothers.

Haar eerste film bij die studio werd “The Man Who Played God” (uit 1932) en ze was op slag beroemd. Warner leende haar uit aan RKO voor de rol van Mildred Rogers in “Of Human Bondage” (uit 1934). Voor deze film kreeg ze geen Oscarnominatie, duidelijk een flater want ze kreeg heel veel lofbetuigingen van de leden van de Oscar-academie.

Ze won een Oscar voor Beste Actrice voor haar rol als Joyce Heath in “Dangerous” (uit 1936) en “Jezebel” (uit 1938), waarin ze tegenover Henry Fonda speelde. Een veelbesproken rechtszaak met Warner, waarbij ze eiste dat ze haar als Oscar-winnende actrice niet meer in minderwaardige films plaatsten, had als resultaat dat de kwaliteit van haar films er enorm op vooruit ging (hoewel ze de rechtszaak verloor). Ze had voortaan een eigen zeg in welke film ze mocht optreden. De enige rol die ze niet kreeg was die van Scarlett O´Hara in “Gone with the Wind” (uit 1939). Warner wou haar niet uitlenen aan David O. Selznick tenzij hij ook Errol Flynn inhuurde om Rhett Butler te spelen. Zowel David en Bette vonden dat Errol Flynn een verschrikkelijke keuze zou zijn.

Bette Davis maakte heel wat succesvolle films tijdens de jaren 1940, maar elke film was zwakker dan de vorige zoals bijvoorbeeld het hilarische “Beyond the Forest” (uit 1949). Ze maakte een grote comeback in 1950 toen ze de zieke Claudette Colbert verving in “All About Eve” waarvoor ze opnieuw een Oscarnominatie kreeg.

Tijdens de jaren 1950 was ze ook in films te zien tot haar carrière weer in het slop geraakte in 1961. Als reactie hierop plaatste ze een berucht zoekertje waarin stond dat ze een “job” zocht.

Haar rol in “What Ever Happened tot Baby Jane” (uit 1962) waarin ze naast haar aartsrivale Joan Crawford speelde en waarin ze een dement voormalig kindsterretje speelde, bezorgde haar een nieuwe Oscarnominatie. Bette en Joan waren nooit de beste vrienden. Zo liet Bette een Coca-Cola machine installeren op de set terwijl Joan ondertussen een directeur was bij Pepsi-Cola. Joan nam wraak door gewichten in haar zakken te doen tijdens een scène waarbij Bette Joan over de grond moest slepen. Deze film zorgde ervoor dat ze opnieuw aan het werk kon in zowel films en op televisie. In 1977 werd Bette Davis de eerste vrouw die een “American Film Institute´s Lifetime Achievement Award” won. In 1979 kreeg ze een Emmy voor Beste Actrice voor de televisiefilm “Strangers: The Story of a Mother and Daughter”.

In 1977 verhuisde ze van Connecticut naar Los Angeles en nam ze een pilootaflevering op voor de televisieserie “Hotel”, dat ze zelf de naam “Brothel” (bordeel) gaf. Ze weigerde om verder mee te werken aan die serie en kreeg in die tijd ook een beroerte.

Tijdens de jaren 1980 werkte ze nog in films en voor de televisie, hoewel de beroerte haar duidelijk had getekend.

Ze schreef een biografie “The Lonely Life” tijdens de jaren 1960 en “Mother Goddam” in 1975.

Bette Davis trouwde vier keer, de laatste keer met acteur Gary Merril, en ze kreeg drie kinderen, waarvan er één ernstig gehandicapt was. In 1985 publiceerde dochter Barbara Sherry Hyman het onthullend boek “My Mother´s Keeper” waarin ze brandhout maakte van haar moeder.

Bette gaf toe dat haar carrière altijd op de eerste plaats kwam. Hoewel ze vier keer trouwde en verschillende affaires had, ondermeer met George Brent en William Wyler, beweerden velen die haar en haar dochter kenden dat dit boek in de eerste plaats fictie was. Bette kon vervelend zijn, maar ze zou in het echt een liefdevolle moeder en grootmoeder geweest zijn.

Bette schreef een ander boek “This N That” in de late jaren 1980 en ze herzag haar eerste biografie “The Lonely Life” (dat verscheen in het jaar na haar dood). Bette Davies overleed op 6 oktober 1989 in Neuilly-sur-Seine in Frankrijk na een lang gevecht tegen borstkanker en nadat ze tenminste nog één ernstige beroerte kreeg.

Op 19 juli 2001 kocht Steven Spielberg het Oscarbeeldje dat Bette had gewonnen voor haar rol in “Jezebel” tijdens een veiling en gaf hij het terug aan de “Academy of Motion Picture Arts en Sciences”. Hij deed dit om te beletten dat de Oscar slachtoffer werd van commerciële uitbuiting.

Op Bette Davis´ grafsteen staat geschreven: “She did it the hard way”. Ze liep weg uit haar laatste film “Wicked Stepmother”, die postuum werd uitgebracht in 1989.

Ze heeft ook enkele opmerkelijke uitspraken gemaakt over acteren en Hollywood, over haar rivalen zoals Joan Crawford en Katherine Hepburn. Nadat het liedje “Bette Davis Eyes” een hit werd, schreef Bette brieven naar de zanger Kim Carnes en de tekstschrijvers Donna Weiss en Jackie DeShannon waarin ze vroeg hoe het kwam dat ze zoveel over haar wisten. Eén van de redenen waarom Bette van het lied hield is omdat haar kleindochter het “cool” vond dat haar oma een eigen liedje had.

Uitspraken van Bette Davis

  • (Over Joan Crawford): “Ik zou zelfs niet op haar willen plassen als ze in brand zou staan.”
  • (Over Joan Crawford): “Ze heeft met elke mannelijke ster bij MGM geslapen, behalve met Lassie.”
  • “Waarom ik zo goed een bitch kan spelen? Waarschijnlijk omdat ik zelf geen bitch ben. Misschien is het daarom dat Joan Crawford zo goed een dame kan spelen.”
  • “Je mag nooit slechte dingen zeggen over iemand die dood is, enkel goede dingen. Wel, Joan Crawford is dood, dat is goed!”
  • “Holebibevrijding? Ik heb daar niets op tegen, maar ik zie er geen voordeel in voor mezelf.”
  • “Ik zou opnieuw trouwen als ik een man zou vinden die vijftien miljoen dollar had, de helft aan mij zou geven en die zou garanderen dat hij binnen het jaar dood zou zijn”.
  • “Een affaire nu en dan is goed voor het huwelijk. Het zorgt voor pit en je verveelt je niet. Ik kan het weten.”
Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 04 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.