Davies, Terence (1945)

terence-daviesDe Britse filmmaker Terence Davies maakt mooie en ontroerende films die eerlijke en complexe psychologische portretten zijn van holebi’s.

Terence Davies werd geboren op 10 november 1945 in een katholieke arbeidersfamilie in Liverpool. Hij was de jongste van tien kinderen. Op zijn begon hij te werken als boekhouder, een job die hij de volgende twaalf jaar zou uitoefenen. Deze achtergrond is vaak een onderwerp in zijn films, die dikwijls autobiografisch zijn.

In 1972 won Terence een beurs voor de Conventry Drama School. Daar schreef hij het scenario voor zijn eerste kortfilm “Children” uit 1971. Deze film werd het eerste deel van wat zou bekend worden als de Terence Davies-trilogie. De andere twee delen zijn “Madonna and Child” uit 1980, een film die Terence maakte toen hij naar de National Film School ging, en “Death and Transfiguration” uit 1983, waarvoor hij de nodige fondsen kreeg van het Britse Filminstituut en de Londense Hoge Kunstraad.

In 1984 publiceerde Terence het boek “Hallelujah Now”, dat net als zijn kortfilms een trilogie vormt over seksuele en religieuze schuldgevoelens. Zowel de films als het boek gaan op een fragmentarische manier over het leven van een homoseksuele arbeider.

Terence’s eerste langspeelfilm “Distant Voices, Still Lives” uit 1988 werd geprezen en won verschillende prijzen. Deze film, samen met een andere “The Long Day Closes” uit 1992, speelt zich af in het Liverpool uit Terence’s jeugd. De eerste film gaat over een arbeidersfamilie die gedomineerd wordt door een tirannieke vader, de tweede film concentreert zich op de relatie tussen de jongste zoon en zijn moeder.

Beide films proberen de structuur van een herinnering over te brengen. Ze worden gekarakteriseerd door de afwezigheid van dialogen en lange scènes die het buitengewone van het mondaine proberen tonen. Zo is er de beruchte scène waarbij we minutenlang een versleten tapijt zien terwijl het zonlicht er langzaam overheen schuift.

Muziek, vooral de populaire muziek uit de jaren 1950, speelt een belangrijke rol in alle films van Terence Davis en hij gebruikt het vaak ter vervanging van dialogen. Dit gebruik is waarschijnlijk het gevolg van Terence’s fascinatie met Hollywood-musicals.

“Distant Voices, Still Lives” en “The Long Day Closes” zijn op hun manier een aanklacht tegen de Britse drama’s uit de jaren 1950 en 1960 die het arbeidersleven op een ruwe manier portretteerden. Hoewel Terence zijn leven niet romantiseert, probeert hij de schoonheid en de cultuur van de Britse arbeidersgemeenschap te tonen.

“The Neon Bible” uit 1995, speelt zich af in het zuidelijke deel van Amerika in de jaren 1940 en is een adaptatie van een boek door John Kennedy Toole. In de film haalt een gevoelige jongeman herinneringen op aan zijn jeugd die gevormd werd door zijn dominante vader, zijn teruggetrokken moeder en zijn tante Mae, een glamoureuze ex-danseres. Hoewel dit zijn eerste non-biografische film is, is “The Neon Bible” een typische Terence Davies-film. Zo gebruikt hij bijvoorbeeld populaire liedjes om structuur in de film te brengen.

“The House of Mirth” uit 2001 is een adaptatie van het boek van Edith Wharton. Een andere film “Sunset Song” is gebaseerd op een boek door de Schotse auteur Lewis Grassic.

Ondanks het feit dat hij niet erg veel films gemaakt heeft, wordt Terence Davies door critici en andere regisseurs gevierd omwille van zijn kunstzinnigheid. Zijn films over holebi’s en vreemde jongeren zijn niet stereotiep. Vaak zijn ze ontzettend droevig, maar het zijn mooie ontroerende films.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.