Dallesandro, Joe (1948)

joe-dallesandro Joseph Angelo D’Allesandro (31/12/1948), beter bekend als Joe Dallesandro is een Amerikaanse acteur die dankzij Andy Warhol een ster werd. Hoewel hij nooit een doornee-filmster werd, wordt Dallesandro meestal beschouwd als het meest bekende mannelijke sekssymbool van Amerikaanse underground-films van de 20ste eeuw en als een sekssymbool in de homocultuur.

Dallesandro vertolkte de hoofdrol in “Flesh” als tiener-prostitué. ‘Rolling Stone’-magazine noemde de tweede film waarin hij de hoofdrol speelde, “Trash”, de Beste Film van het Jaar. Dankzij die film werd hij een ster in de jeugdcultuur, de seksuele revolutie en de kunstscène van New York tijdens de jaren 1970.

Een foto van de bult in zijn kruis in een nauwe jeans is de cover van het album “Sticky Fingers” (1971) van de Rolling Stones. De foto werd genomen door Andy Warhol.

Jeugd
Joe werd geboren in Pensacola, Florida. Zijn vader, Joseph Angelo D’Allesandro II, was een Italiaans-Amerikaanse matroos. Zijn moeder was de 16-jarige Thelma Testman. Toen Dallesandro vijf jaar was, kreeg zijn moeder een gevangenisstraf van vijf jaar voor het stelen van een auto. Zijn ouders scheidden kort nadien. Dallesandro en zijn broer, Bobby, werden door hun vader meegnomen naar New York die er als ingenieur werkte. Beide jongens werden uiteindelijk in een tehuis gestopt voor ze naar een pleeggezin gingen. Vader Dallesandro kwam hen één keer per maand bezoeken.

Dallesandro ging naar een katholieke school tot zijn veertiende. Hij en zijn broer leefden bij het pleeggezin tot ze ervan wegliepen. De sociale dienst haalde hen er uiteindelijk weg en ze mochten bij hun grootouders in Queens gaan wonen. Dallesandro werd van school gestuurd omdat hij de directeur had geslagen die zijn vader had beledigd.

Als tiener verdiende Dallesandro geld als prostitutie en later door naakt te poseren voor kortfilms en magazines. Hij trad ook op in tenminste één homopornofilm. In een later interview zij Dallesandro: “Mijn prostitutietijd was nodig om voor mezelf te kunnen zorgen. Door al die mensen te ontmoeten, werd ik kalmer. Ze toonden mij een ander deel van het leven. Het zorgde ervoor dat ik meer levenservaring kreeg… Later besefte ik dat ik op zoek was naar een vaderfiguur en naar iemand die van mij hield.” De straatjongen ‘Ned’ die in de mémoires van Martin Duberman (“Cures”) wordt beschreven, wordt beschouwd als Dallesandro.

Carrière
Dallesandro ontmoette Andy Warhol en Paul Morrissey in 1967 toen ze “Four Stars” opnamen en ze huurden hem onmiddellijk in. Warhol zou later zeggen: “In mijn films is iedereen verliefd op Joe Dallesandro”.

Dallesandro speelde een prostitué in zijn derde Warhol-film “Flesh” (1968), waarin hij verschillende naaktscènes had. “Flesh” werd een hitfilm en Dallesandro werd de meest populaire van de Warhol-sterren. Volgens de ‘New York Times’ was “zijn fysiek zo wonderbaarlijk dat zowel mannen en vrouwen verward werden bij het zien van hem”.

Toen de roem van Dallesandro oversloeg naar het grote publiek, sierde hij de cover van ‘Rolling Stone‘ in april 1971. Hij werd ook gefotografeerd door enkel van de beste fotografen van die tijd: Franceso Scavullo, Jack Robinson en Richard Avedon.

Dallesandro speelde ook mee in “Lonesome Cowboys” (1968), “Trash” (1970), “Heat” (1972), een remake van “Sunset Boulevard” met Sylvia Miles, “Andy Warhol’s Frankenstein”, en “Andy Warhol’s Dracula” (beiden 1974), ook geregisseerd door Morrissey. Deze twee laatste films werden opgenomen in Europa en toen de opnames beëindigd waren, koos Dallesandro om niet terug te keren naar de V.S. Hij bleef de volgende tien jaren in films spelen, voornamelijk in Frankrijk en Italië en keerde in de jaren 1980 terug. Hij maakte verschillende films met Warhol en Morrissey. Zijn beste rol uit deze periode is deze van de gangster Lucky Luciano in “The Cotton Club” van Francis Coppola. Door samen te werken met zijn manager/advocaat kende zijn carrière een heropleving en speelde hij in enkele grote films zoals “The Limey” van Steven Soderbergh, in “Cry-Baby” van John Waters, in “Sunset” met Bruce Willis en James Garner, in “Critical Condition” met Richard Pryor, in “Gun Crazy” met Drew Barrymore en in “L.A. Without A Map” van Mika Kaurismäki. Hij was ook te zien in de tv-series “Fortune Dane”, “Wiseguy”, “Miami Vice” en “Matlock”.

Dallesandro schreef en maakte de documentaire “Little Joe” in 2009. John Waters prees hem als “een geweldige acteur die voor eens en altijd de mannelijke seksualiteit op het scherm heeft veranderd”.

Walk on the Wild Side
Dallesandro heeft een beroemde tatoeage op zijn rechterbovenarm waarop te lezen staat “Little Joe”. “Little Joe” komt ook voor in het nummer “Walk on the Wild Side” (1972) van Lou Reed, een lied dat gaat over de mensen die Reed kende uit de studio van Warhol, The Factory. Tijdens een live-opname van het lied in 1978 op het album “Take No Prisoners” maakte Reed enkele schampere opmerkingen over Dallesandro: “Little Joe was een idioot, ik weet niet of iemand van jullie dat weet. Wanneer je twee minuten met hem praat, hoor je dat hij een IQ heeft van 12. Hij is de enige kerel die ik ken die naar Italië ging om filmster te worden en bij wie het niet lukte. Ik bedoel, iedereen wil met hem naar bed, van hem een ster maken. Hij kan nauwelijks zijn veters strikken of zich fatsoenlijk kleden. Ik zeg: “Joe, je wordt ouder” en hij zegt: “Ik weet het, maar ik ga terug een film met Warhol maken, maken”. In zijn documentaire uit 2009, “Little Joe”, antwoordt Dallesandro op deze opmerkingen.

Albumcovers
Een Warhol-foto van de grote bult in het kruis van Dallesandro in een nauwe jeans siert de beroemde cover van het Rolling Stones-album “Sticky Fingers”. Dallesandro vertelde aan de biograaf Michael Ferguson: “De foto werd gewoon genomen uit een hoop foto’s die Andy had genomen. Het was gewoon de eerst foto die hij uit een grote hoop haalde en hij wist meteen dat het de goede was.”

De Britse band The Smiths gebruikte later een beeld van Dallesandro uit de film “Flesh” als cover voor hun titelloze debuutalbum.

Privéleven
Dallesandro, die zichzelf beschrijft als biseksueel, is drie keer getrouwd. Zijn eerste vrouw was Leslie (de dochter van de vriendin van zijn vader). Samen kregen ze een zoon, Michael, in 1968. Met zijn tweede vrouw Terry kreeg hij nog een zoon, Joseph A Dallesandro Jr, op 14 november 1970. Terry en Joe scheidden begin 1978. Sindsdien is hij getrouwd met Kimberley. Michael schonk hem een kleinzoon en een kleindochter, Joseph een kleinzoon.

Vandaag is Dallesandro de manager van een hotel in het hartje van Hollywood, waar hij samen woont met zijn vrouw en zijn kat Booky. Hij zegt: “Ik heb zo’n rijk leven gehad. Ik heb zoveel geweldige dingen meegemaakt. Ik heb enkele tegenslagen gekend, maar over het algemeen was het prachtig”.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.