Webb, Clifton (1891-1966)

clifton-webbClifton Webb, een opmerkelijk karakterspeler, was een vertrouwd figuur in Amerikaanse films van de jaren 1940 en 1950. Hij is vooral gedenkwaardig voor zijn transformatie van het Hollywood-mietje in een eerder serieuze – zelfs bedreigende – figuur.

Webb werd geboren als Webb Parmalee Hollenbeck in Indianapolis op 19 november 1891, hoewel verschillende bronnen ook spreken van 1889, 1893, of, 1896. Reeds op jonge leeftijd toonde hij zijn theatrale aanleg; op negenjarige leeftijd trad hij op in een operagroep, op dertienjarige leeftijd verliet hij school om schilderkunst en muziek te gaan studeren, en op zeventienjarige leeftijd begon hij te zingen in het “Boston Opera Company” (operagezelschap).

Gedreven en zelfverzekerd als hij was, was hij in zijn jonge twintiger jaren reeds een leidend New Yorks’ salondanser, waarna hij begon op te treden in toneelrollen in zowel drama als muzikaal blijspel. Hij was een gerespecteerd Broadway speler van in de midden jaren 1920 tot in de vroege jaren 1940. Hij trad op in vijf vergeten films in de jaren 1920, maar werd een bekend filmacteur toen regisseur Otto Preminger hem aannam voor de klassieke film noir “Laura” (1944).

Webbs’ portrettering van de moordzuchtige estheet Waldo Lydecker maakte hem niet enkel tot filmster, maar het zorgde ook voor een plotse stijging en uitbreiding van het aantal “mietjes” rollen in Hollywood. Mietjes waren een bekend verschijnsel in de blijspelen en musicals van de jaren 1930, waarbij de aanwezigheid van vervrouwelijkte karakterspelers zoals Franklin Pangborn en Edward Everett Horton voor het publiek onmiddellijk een gesofisticeerde, seksueel dubbelzinnige wereld vertegenwoordigde.

Het mietje – een seksloze figuur die even op het toneel verscheen om het gebeuren wat levendiger te maken door zijn wenkbrauwen eens te fronsen, iets grappigs te vertellen of een dramatische afgang te maken – fleurde de boel vaak op in tegenstelling tot de vrouwelijke of mannelijke heteroseksuele acteurs.

In “Laura” zijn bij het mietje alle typische karaktertrekken aanwezig – geraffineerdheid, broosheid, cynische houding – terwijl er een element van onderdrukt geweld en seksuele passie aan toegevoegd wordt, wat niet enkel de andere spelers bedreigt, maar ook de algemeen aanvaarde culturele veronderstellingen over de onderdanigheid van de vervrouwelijkte man.

Webb speelde zijn rol met perfectie; in de rol van Waldo is hij tegelijkertijd komiek en angstig, in staat tot enorme pathos en gevaarlijk sarcasme (“ik zou het echt erg moeten vinden om de kinderen van mijn buren door wolven verslind te zien worden). Hij wordt bespot en gehekeld door een heteroseksuele politieagent, die instaat voor de samenleving, en die bijna te laat tot het besef komt dat het mietje ook een moordenaar is.

Webb had het charisma en persoonlijk aanzien om op eigen krachten het mietje van tweederangsrollen weg te houden; in al zijn films die nog volgden is het mietje ofwel een ster, ofwel een heel belangrijke acteur.

De eeuwige moeilijkheid voor een mietje om in de heteroseksuele gemeenschap te verkeren, kan gemakkelijk teruggevonden worden in Webbs’ karakteriseringen doorheen zijn filmcarrière van 1944 tot 1962.

Vito Russo schreef in “The Celluloid Closet” dat het testdraaiboek van “Laura” Webbs’ Waldo Lydecker tot een expliciet homoseksueel maakte, een perverse Pygmalion tegenover Gene Tierney’s Galateo, maar dat veel van deze passages eruit werden gelaten. Ondanks de strijdige opvatting in de film over Lydecker, maakt Webbs’ genuanceerde portrettering het mogelijk om hem tegelijkertijd als geloofwaardige doch verachtelijke heteroseksuele geliefde én vrouwenhatende homoseksueel te interpreteren.

Webb speelde een gelijkaardige rol in “The Dark Corner (1946)”, namelijk die van de rijke kunsthandelaar Hardy Cathcart. Net zoals Waldo, is Hardy – ondanks zijn schijnbare preutsheid – een dandy die geobsedeerd raakt door een bekoorlijke vrouw en die haar uiteindelijk vermoordt nadat ze hem afwijst ten gunste van een meer “mannelijke” man.

In “Laura” ziet het publiek de cruciale moord niet; in “The Dark Corner” omvatten Cathcarts’ moorden het meelokken van een stoere machoschurk naar een hoogbouw, en hem op stijlvolle wijze uit het raam duwen met zijn wandelstok.

Na “The Dark Corner” en zijn andere homoseksuele “noir” rol in “The Razor’s Edge” in 1946 (waarmee hij één van zijn drie Oscarnominaties binnenhaalde), begaf Webb zich in een reeks komische en dramatische rollen, waarvan er een aantal als vreemd voorkomen, gezien zijn eerdere rollen als – zoals criticus Park Tyler het omschreef – “de eenzame hoge aristocraat van professionele mietjes.”

Hij vertolkte historisch-iconische rollen (zoals John Philip Sousa in “Stars and Stripes Forever” [1952]), als een militaire inlichtingsofficier (The Man Who Never Was [1956]), en als een katholieke missionaris (in zijn laatste film, “Satan Never Sleeps” [1962]).

Maar Webb leek altijd het laatste “homoseksuele” woord te hebben. Zelfs in films waarin hij onwaarschijnlijk de rol van een overdreven heteroseksueel vertolkte – en zo waren er toch verscheidene, waaronder “Cheaper by the Dozen” in 1950, waarin hij twaalf kinderen heeft, of “The Remarkable Mr. Pennypacker” in 1959, waarin hij twee vrouwen en twee gezinnen heeft – relativeerde hij nooit de boosaardige homoseksueel die hij in zijn eerste rollen perfectioneerde.

In de grote kaskraker “Sitting Pretty (1948)”, die voor Webb een nieuwe identiteit creëerde als weinig belovend ouderfiguur, speelt hij een “excentrieke” babysitter, die o. a. een kom havermout over het hoofd van één van zijn lasten uitgiet. Zelfs in een serieuze triller zoals “The Man Who Never Was”, zegt hij – wanneer hem gevraagd wordt een codenaam te kiezen – quasi-preuts “Met uw toestemming, mijnheer, In Mootjes?”.

Webb was blijkbaar zowel op het scherm als in de realiteit een dandy, en daarmee een opmerkelijke smaakmaker. Zijn overlijdensbericht in de New York Times eert hem ervoor “zaken zoals de witte smokingjas, de vest met twee rijen knopen en de rode vleeskleurige boutonnière” in de garderobe van de Amerikaanse man geïntroduceerd te hebben.

Er werd nooit uitgebreid gesproken over details uit zijn privé-leven. Er werden wel roddels verspreid over het feit dat hij “opmerkelijk jongere acteurs” zoals James Dean “hielp” in hun zoektocht naar bekendheid.

Maar zijn meest cruciale relatie leek die met zijn moeder, Maybelle, die hij aanbad. Zij was zijn assistente, business manager, en volgens alle bronnen zijn constante metgezel op feestjes; toen zij op negentigjarige leeftijd overleed, was hij ontroostbaar. Zijn schijnbaar onuitputtelijk verdriet inspireerde Noël Cowards’ bekende opmerking, namelijk dat Webb “werelds’ oudste wees in leven” was.

Hij overleed op 13 oktober 1966.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 05 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.