Christina van Zweden (1626-1689)

christina-zwedenChristina van Zweden choqueerde de rest van Europa toen ze troonafstand deed op 27-jarige leeftijd. De redenen voor haar troonafstand zijn sindsdien voer voor discussie, maar één ervan was zeker haar sterke afkeer van het huwelijk. Ze bleef volharden in haar standpunt ondanks de constante druk van haar adviseurs om toch te trouwen en kinderen te krijgen, om de erfopvolging te garanderen.

Christina’s ouders, Koning Gustav Adolf en Maria Eleonora van Brandenburg keken vol verlangen uit naar een troonopvolger, maar hun twee eerste kinderen stierven kort na de geboorte. Toen de koningin voor de derde keer zwanger werd, voorspelden hofastrologen een geboorte van een gezonde zoon die de troonopvolger zou worden.

Haar verwarrende geboorte

De komst van het koningskind op 8 december 1626 zorgde voor grote vervoering — en ook verwarring. Er werd aanvankelijk gedacht dat de baby, robuust in lijf en stem, een jongen was, wat Christina later oprakelde als “het paleis dat vervuld was met valse vreugde”.

Gustav toonde zich echter niet wanhopig toen hij vernam dat zijn kind een meisje was, maar verklaarde daarentegen dat zijn dochter zeer slim zou zijn aangezien ze er al in geslaagd was iedereen om de tuin te leiden.

De koning behandelde Christina net zoals hij gedaan zou hebben in het geval van een zoon: hij organiseerde nationale vieringen ter gelegenheid van de koninklijke geboorte, en binnen minder dan een maand tijd riep hij het parlement bijeen om Christina tot officiële troopvolger te laten benoemen.

Opvoeding en opvolging

Gustav besliste voorts ook dat haar opvoeding gelijk moest staan aan die van een prins. Aldus bestonden haar lessen uit taallessen, politieke en militaire wetenschappen, paardrijden en schieten — wat haar trouwens allemaal beter beviel dan de traditionele vrouwelijke activiteiten zoals naaiwerk, waarvoor ze beweerde sowieso geen aanleg te hebben.

De koning was trots op zijn dochter, maar Maria Eleonora deed geen enkele inspanning om haar ontgoocheling te verhullen dat haar kind een meisje was, en dan nog wel een lelijk eendje volgens haar. Doorheen haar hele leven viel het Christina zwaar het hoofd te bieden aan de kritiek van haar eigen moeder.

Gustav Adolf overleed in de gevechten van Lützen (Duitsland) op 16 november 1632. De daaropvolgende februarimaand verklaarde het parlement de toen zes jaar oude Christina officieel Koning van Zweden (de term koningin, waarmee ze algemeen bekend stond, was technisch gezien de aanduiding van de vrouw van een mannelijke monarch).

Tijdens de jaren dat Christina nog minderjarig was, werd Zweden officieel geregeerd door een regentschapsraad. Kanselier Axel Oxenstierna was de facto het staatshoofd.

De jonge Christina kreeg nog steeds een nauwgezette opvoeding die haar moest voorbereiden op de heerschappij van de natie. Haar kennis en leergierige geest imponeerden allen die haar observeerden. Op zestienjarige leeftijd woonde ze vergaderingen bij van het Rijkscollege waar, in de woorden van biograaf Margaret Goldsmith, “ze zichzelf staande hield tegenover de Kanselier”.

Christina begon te regeren uit eigen naam vanaf haar achttiende levensjaar. Al snel na haar ambtsaanvaarding onderhandelde ze op succesvolle wijze een vredesakkoord dat de vijandelijkheden tussen Zweden en Denemarken ten einde zou brengen.

Ze werkte ook onvermoeibaar aan een akkoord om zo snel mogelijk een einde te brengen aan de Dertigjarige Oorlog die zowel veel levens als veel geld gekost had. Hoewel Oxenstierna er de voorkeur aan gaf de onderhandelingen te laten duren tot alle eisen van de natie ingewilligd zouden zijn, werd de Vrede van Westfalen toch afgesloten in 1648, waarbij op een algemeen gunstige manier aan de voorwaarden van Zweden voldaan werd.

Christina, die had kunnen genieten van een uitstekende opvoeding, begreep de waarde van leren. Ze moedigde wetenschappelijkheid aan, ze verrijkte de Zweedse bibliotheken met boeken uit heel Europa, en ze nodigde prominente denkers uit, zoals René Descartes. Vanwege haar engagement om opvoeding, kunst en cultuur te cultiveren, kreeg ze de bijnaam “de Minerva van het Noorden”.

Gevoelsmatige voorkeur

Zelfs voordat Christina de troon besteeg, brandde de vraag van opvolging al op de lippen van velen in het hof. De monarch zelf was niet gehaast om te trouwen en wees een aantal potentiële huwelijkspartners af.

Christina werd lang als “mannelijk” aanzien omwille van haar intellect en liefde voor de studie, en haar manier van kleden versterkte enkel nog deze indruk. Ze toonde nauwelijks enige interesse in stijlvolle kleding of haartooi, en droeg vaak kledij en schoeisel die eerder mannelijk waren.

Ondanks haar “onvrouwelijke” kledingsdracht en gedrag en haar groeiende uitgesproken kanting tegen het idee van een huwelijk, deden occasioneel geruchten de ronde dat ze een mannelijke geliefde zou hebben ontmoet. Het ware object van haar affectie was echter Ebba Sparre, haar hofdame en “bedgenote”.

Dat Christina het bed deelde met hofdames betekende in se niets; in het koude noorden was het een gewoonte om het bed te delen met mensen van hetzelfde geslacht, louter en alleen om elkaar te verwarmen. Christina’s lichamelijke aantrekking tot Sparre werd echter duidelijk in de liefdesbrieven die ze haar schreef nadat ze Zweden had verlaten.

Troonafstand en bekering tot het katholicisme

Al in 1651 overwoog Christina troonafstand te doen ten gunste van haar neef Charles Gustav. Hij was nog niet getrouwd maar was, in tegenstelling tot Christina, niet tegen het idee gekant. Hij had in feite interesse getoond in een huwelijk met haar.

Ondanks deze vroege aanwijzing, werd Christina’s uiteindelijke beslissing om troonafstand te doen in het voordeel van Charles Gustav met ongeloof onthaald. Het zorgde voor een waaier aan speculaties.

In de dagen die volgden op de kroning van haar neef op 6 juni 1654 verliet Christina Zweden. Voor haar vertrek liet ze haar kapsel kort knippen en eigende ze zich een mannelijke look aan. Ze reisde vervolgens naar Denemarken onder de naam van Graaf Dohna.

Ze reisde vervolgens naar Brussel, waar ze op 24 december 1654 gedoopt werd tijdens een private ceremonie tot het katholieke geloof, een religie die als onwettelijk beschouwd werd in het toenmalige Zweden.

De geruchtenmolen over haar bekering kwam op gang, en op 22 september van het daaropvolgende jaar kreeg ze een tweede publieke doopsel in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van Paus Alexander VII.

Christina was een uitstekende bekeerlinge, en de paus zelf verwelkomde haar toen ze aankwam in Rome in december 1655.

Leven in Rome

De Italiaanse hoofdstad werd Christina’s thuishaven voor de rest van haar leven, hoewel ze vaak rondreisde in Europa. Vooral in Frankrijk trokken haar onorthodoxe manieren al snel de aandacht. Omwille van haar mannelijke kledingstijl en haar assertieve manieren werd ze een “amazone” genoemd. Er werd ook gezegd dat ze verscheidene vrouwen het hof maakte tijdens haar reizen.

Na haar troonafstand bleef Christina politiek geëngageerd. Ze onderhandelde met de Franse minister Kardinaal Jules Mazarin om tot Koning van Napels genoemd te mogen worden, maar het plan werd uiteindelijk afgeblazen wegens enige opschudding die ze veroorzaakte toen ze beval om Giovan Rinaldo Monaldeschi, een lid van haar gevolg, terecht te stellen wegens verraad. Hij had wellicht geprobeerd om zijn kennis over Christina’s jacht op Napels in zijn eigen voordeel aan te wenden, maar verdere details over dit incident zijn eerder vaag.

Toen de troon van Polen beschikbaar werd in 1668, deed Christina een weifelende poging om mede te dingen naar de verkiesbare post van koning op aandringen van Kardinaal Decio Azzolino, een machtige geestelijke met wie ze bevriend was geraakt in Rome.

Het verlies van de Poolse verkiezing was geen al te grote ontgoocheling voor Christina, en ze koos ervoor in Rome te blijven waar ze de Accademia Reale (nu de Accademia dell’Arcadia genaamd) oprichtte om de studie van literatuur en filosofie te promoten.

Bescherming van kunsten

Christina was een actieve mecenas. Haar uitgebreide collectie schilderijen was opmerkelijk omwille van de vele afbeeldingen van vrouwen in erotische poses.

Ze veranderde een voormalig klooster genaamd Tor Di Nona in een theater waar theaterstukken en opera’s op de planken werden gebracht. In plaats van castraatzangers te gebruiken voor de vrouwelijke rollen in de opera’s, bracht Christina mooie en getalenteerde plaatselijke jongedames ten tonele.

Christina werd een toegewijd aanbidster van Alessandro Scarlatti na het horen van een optreden van één van zijn vroegere werken. Ze maakte hem tot koordirigent, en het was zij die het thema voor zijn opera Pompeo (1683) suggereerde.

Christina steunde ook Arcangelo Corelli, die het orkest leidde tijdens een concert dat Christina gaf in 1687 ter ere van James II van Engeland.

Dood en verdere speculaties

Christina overleed in Rome op 19 april 1689, na een korte ziekte. Ze had de wil geuit een eenvoudige begrafenis te krijgen, maar Paus Innocent XII zorgde voor een uitgebreide ceremonie. Horden mensen stonden aan weerszijden van de weg toen een grote processie geestelijken en vooraanstaande geleerden haar naar de St. Pieters Basiliek brachten om aldaar begraven te worden in een sierlijke tombe.

De fascinatie met Christina is sindsdien enkel maar toegenomen. In Rouben Mamoulians’ “Queen Christina” (1933), vertolkte een andere mysterieuze Zweedse, Greta Garbo, de monarch op het scherm.

Christina’s liefde voor Ebba Sparre wordt getoond door een passionele kus tussen de twee vrouwen. In de film verraadt Sparre echter de liefde van Christina, die op haar beurt de geliefde wordt van de Spaanse ambassadeur.

De ambassadeur, Antonio Pimentel, is één van de personen – zowel mannen als vrouwen – wiens relatie met Christina voer voor geroddel was tijdens haar leven. Behalve de duidelijke liefdesverklaringen in de brieven aan Sparre is er weinig bewijs dat enige speculaties kan bevestigen.

Speculatie over Christina’s seksualiteit is er echter altijd geweest, sinds de eerste dag vanaf haar geboorte toen ze verkeerdelijk voor een jongen aanzien werd. Sommigen dachten zelfs dat ze misschien een hermafrodiet zou zijn geweest.

In 1965 werd Christina’s lichaam opgegraven en onderzocht. Onderzoekers slaagden erin vast te stellen dat het om het skelet van een vrouw ging, maar omwille van ontbinding en het feit dat de balsemers sommige van haar ingewanden verwijderd hadden, was een analyse van het zachte weefsel niet mogelijk. Zowel in de dood als in het leven slaagde Christina erin te blijven verwarren.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.