Laughton, Charles (1899-1962)

charles-laughtonCharles Laughton was een vooraanstaande Brits-Amerikaanse acteur en regisseur en ook een gewaardeerde redenaar en verhalenverteller. Hij was ook een gekwelde man die zijn hele leven lang zichzelf verachtte voor zijn homoseksuele gevoelens. Hoewel dit waarschijnlijk heeft bijgedragen tot zijn meesterschap als acteur, was het ook een grote domper op zijn geluk.

Zich diep schamend voor zijn gevoelens stierf Charles Laughton op zijn tweeënzestigste. Nooit sprak hij in het openbaar of schreef hij over zijn homoseksualiteit, wat kenmerkend was voor de personen van zijn generatie. Hij vertelde het wel aan zijn vrouw Elsa Lanchester in 1930 toen ze één jaar getrouwd waren. Zij maakte het openbaar in 1983 in haar boek “Elsa Lanchester, Herself”.

Charles Laughton werkte zowel in Groot-Brittanië als in de Verenigde Staten en was te zien in achtendertig toneelstukken, tweeënvijftig films en hij gaf honderden voordrachten. Ondanks als deze successen bleef hij zichzelf toch als een mislukkeling beschouwen.

“The Night of the Hunter” (uit 1955), de enige film die Charles Laughton zelf regisseerde, flopte en verstomde de critici. Op vandaag wordt deze film geprezen als een briljant kunstwerk, jaren zijn tijd vooruit. Maar omdat de film flopte, voelde Charles zich nog slechter. Dit gevoel werd nog erger in 1959 toen hij mislukte op de planken met zijn rol als King Lear, een rol die altijd al zijn levensdoel was geweest.

Hij vond zijn homoseksualiteit gruwelijk, verachtte zichzelf, schaamde zich diep en was bang dat het publiek het zou te weten komen. Hij aanvaardde de vooroordelen van de maatschappij over homo´s en keerde zich tegen zichzelf.

In het boek “Charles Laughton: A Difficult Actor” schrijft Simon Callow, een openlijk homoseksuele acteur en regisseur dat Charles zijn slecht gevoel over zichzelf kwijt kon in zijn rollen en dat hij zijn “innerlijke spanningen gebruikte in zijn kunst”.

Charles Laughton werd geboren op 1 juli 1899 in Yorkshire, Groot-Brittannië. Hij was de zoon van Eliza Conion en Robert Laughton, die een pub hadden in Scarborough. Charles ging naar een jezuïetencollege in Lancastershire, waar hij uitblonk in wiskunde. Een korte opdracht voor een theater wakkerde zijn passie voor acteren aan. Hij ontving zijn diploma in 1915, ging in de zaak van zijn ouders werken en trad in dienst bij het Britse leger.

Na Wereldoorlog I in 1919 werkte Charles Laughton vijf jaar in een hotel tot hij eindelijk de toestemming kreeg van zijn vader om zich in te schrijven in de “Royal Academy of Dramatic Arts” in 1925. In 1926 maakte hij zijn theaterdebuut in Londen met “The Government Inspector” van Gogol.

Nadat hij een aantal successen had gescoord in Londen, was Charles Laughton in 1931 op Broadway te zien en reisde hij toen door naar Hollywood. Hij had zijn eerste filmrol in de horrorkomedie “The Old Dark House” (uit 1932) van de homoseksuele regisseur James Whale.

Tegen 1936 merkten critici op dat de personages die Charles Laughton speelde “echt verdorven” waren. Charles zelf omschreef zijn personages als: “kwaadaardig, gek en vuil”.

Hoewel in de media nooit direct gewag werd gemaakt van de homoseksualiteit van Charles Laughton, was zijn corpulentie een bron van vermaak voor velen. Charles reageerde hierop door te zeggen dat zijn omvang het bewijs was van zijn goede (vet)rollen. Ondanks deze kwinkslag, haatte Charles Laughton zijn eigen lichaam. Hij wist dat hij nooit “de romantische held” zou spelen, maar eerder “de sadist”.

Charles Laughton won een Oscar met “The Private Life of Henry VIII” (uit 1933). Met zijn hoofdrol creëerde hij een “impulsief, lief en royaal” portret van een monarch. Maar deze rol was een uitzondering op al de eenzame, vreemde, corrupte slechteriken die meer typerend waren voor de keuzes van Charles. Hij kreeg veel bijval voor deze personages in toneelstukken zoals “A Man with Red Hair” (uit 1928), “On the Spot” (uit 1930) en “Payment Deferred” (uit 1931) en in films zoals “Devil and the Deep” (uit 1932), “Sign of the Cross” (uit 1932) en “The Barretss of Wimpole Street” (uit 1934).

Charles Laughton werd een populaire acteur nadat hij een Oscar had gewonnen. Zijn internationale faam en hoog aanzien werden verzekerd door zijn intense interpretaties van Kapitein Bligh in “Mutiny on the Bounty” (uit 1935) en Quasimodo in “The Hunchback of Notre Dame” (uit 1939).

Charles Laughton speelde Quasimodo als de angstaanjagende “andere”, uitgepuwd en gemarteld door de maatschappij. Om zich goed in zijn rol te kunnen inleven, eiste hij – hoewel dat niet nodig was – dat er ontzettend veel make-up werd gebruikt en dat hij een verzwaarde valse bult zou krijgen, zodat bewegen moeilijk werd en uitputtend. Daarbij tapte hij nog eens uit zijn eigen gevoelens van schuld en lijden en kwam hij tot een briljante interpretatie.

De passionele vertolkingen van Charles Laughton werden bijna zeker gemotiveerd door zijn verlangen naar de liefde en de bewondering van het publiek, iets waarvan hij dacht dat hij het nooit zou kunnen verkrijgen in zijn privé-leven.

Om zijn eenzaamheid te verdrijven zocht hij het gezelschap op van knappe jongemannen, waarvan er velen als masseur of als persoonlijk assistent bij hem in dienst kwamen. Met enkele van deze mannen had hij lange en romantische relaties. Hij was gelukkig en productief tijdens deze relaties, maar wanneer ze vertrokken, voelde hij zich terug eenzaam.

Vele acteurs en actrices die samenwerkten met Charles Laughton, hadden weet van zijn homoseksualiteit, en dit maakte voor hen eigenlijk niets uit. Maar Charles voelde dat zijn homoseksualiteit hem kwetsbaarder maakte voor aanvallen door anderen. In “Mutiny on the Bounty” (uit 1935) zorgde de zogezegde homofobie van Clark Gable ervoor dat er zo veel spanningen op de set waren dat producent Irving Thalberg moest tussenkomen om de rust en orde te herstellen.

Hoewel Charles Laughton bang was voor een mogelijk publiek schandaal, bracht hij zijn minnaars altijd mee naar de filmset. Ze hielpen hem om zich te ontspannen. De ergste nachtmerrie van Charles gebeurde toen hij Henry Fonda regisseerde in het toneelstuk “The Caine Mutiny Court Martial” (uit 1954). Henry was boos over de manier waarop het toneelstuk zich ontwikkelde en barstte uit tegen Charles met de woorden: “Wat denk jij wel te weten over mannen, jij dikke flikker!”.

Hoewel Charles Laughton meestal onsympathieke personages vertolkte, deed hij dit met passie en verbeelding. Acteren betekende voor hem ontsnappen uit zichzelf en een andere persoon worden. Hij gebruikte de zaken die hij het meest haatte aan zichzelf om een personage te worden die bewonderd werd door het publiek.

Op oudere leeftijd was Charles minder te zien in films, in steeds kleinere rollen. Zijn latere successen scoorde hij met de vertolking van Sir Wilfred Robats in “Witness for the Prosecution” (uit 1957) en Senator Seabright Cooley in “Advise and Consent” (uit 1962).

In de vroege jaren 1950 begon Charles Laughton met het maken van rondreizen waarbij hij voorlas of verhalen vertelde aan het publiek. Op die manier wou Charles de dorst van het Amerikaanse publiek naar literatuur en kennis, lessen.

Hij bracht zijn verhalen alleen op een leeg podium. Op die manier had hij een beter contact met het publiek. Zijn persoonlijke opmerkingen en bemerkingen en zijn overgangen tussen verhalen door zorgden ervoor dat er sprake was van een zekere intimiteit tussen hem en de toehoorders. Het publiek reageerde enthousiast en schonk hem de herkenning, de liefde en het gezelschap waarnaar hij hunkerde.

De interne homofobie van Charles Laughton werd wat minder in 1960, toen hij en zijn vrouw een huis kochten in Santa Monica. Ze werden buren van de schrijver Christopher Isherwood en de kunstenaar Don Bachardy. De twee koppels werden goede vrienden en de militante homostrijd van Christopher en Don zorgde ervoor dat Charles zijn eigen homoseksualiteit in zekere mate kon aanvaarden.

Nu, jaren na de dood van Charles Laughton, verheerlijken filmcritici vooral de subtiliteit en briljantheid van de uiteenlopende rollen van Charles, waaronder zijn werk in “The Old Dark House” (uit 1932) en “The Island of Lost Souls” (uit 1933). Deze films worden op heden bestempeld als homo-horror. In de film “The Sign of the Cross” speelt Charles een verwijfde keizer Nero.

In de carrière van Charles was er één flop die hem fysiek en psychologisch uitputte en één groot succes waarvoor hij door bleef gaan. Volgens Charles wilden alle ernstige acteurs het werk van Shakespeare vertolken. Maar de personages Macbeth en King Lear pasten niet bij het volumineuze lichaam van Charles. Hij slaagde er ook niet in om op een autoritaire manier te praten en om op een ritmische manier de proza van Shakespeare te brengen. Zijn mislukking om King Lear te brengen in 1959, verpletterde hem.

Toch was er één rol waarin hij een meester was en die ervoor zorgde dat hij overleefde: die van gelukkig getrouwde (hetero-)man. Hij en zijn vrouw waren vaak te zien in de pers. Hoewel hun huwelijk verre van perfect was, zorgde het wel dat hun beider noden werd vervuld. De mate van het succes van Charles Laughton in zijn rol als echtgenoot kan gemeten worden aan het feit dat in 1962 in de pers hij en zijn vrouw Elsa werden uitgeroepen als het gelukkigste koppel.

Charles Laughton stierf in Hollywood op 15 december 1962.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 05 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.