Cather, Willa (1873-1947)

willa-catherWilla Siebert Cather (7 december 1873 – 24 april 1947) was een Amerikaanse schrijfster die opgroeide in Nebraska. Ze is het best bekend voor haar verhalen over het grensleven in de Great Plains in boeken zoals “O Pioneers!”, “My Ántonia” en “The Song of the Lark”.

Wilella Siebert Cather werd geboren in 1873 in een kleine boerderij in de vallei van Back Creek dichtbij Winchester, Virginia. Haar vader was Charles Fectigue Cather wiens familie al zes generaties in de vallei woonde. Haar moeder was Mary Virginia Boak. Mary kreeg nog zes kinderen na Willa: Roscoe, Douglass, Jessica, James, John en Elsie. In 1883 verhuisde Willa met haar familie naar Catherton in Webster County, Nebraska. Het volgende jaar verhuisde de familie opnieuw, deze keer naar Red Cloud, de provinciehoofdstad. Willa bracht de rest van haar kindertijd door in deze stad, die ze later beroemd maakte dankzij haar schrijverscarrière. Toen Willa vroeg om te mogen studeren, leende haar familie geld zodat ze naar de University of Nebraska kon.

Aan de universiteit schreef Willa regelmatig voor de “Nebraska State Journal”. Later verhuisde ze naar Pittsburgh. Nadat ze een baan kreeg aangeboden van “McClure’s Magazine”, verhuisde ze naar New York City. “McClure’s Magazine” publiceerde haar eerste roman “Alexander’s Bridge”, een werk dat hevig werd beïnvloed door haar admiratie voor de stijl van Henry James.

Willa Cather stierf op 24 april 1947 in New York City door een hersenbloeding en werd begraven in Jaffrey, New Hampshire.

Carrière

Willa werd lid van de redactiestaf van McClure en in 1908 werd ze er redacteur. Als journaliste schreef ze samen met Georgina M. Wells een kritische biografie over Mary Baker Eddy, de stichtster van ‘Christian Science’. Het werd gepubliceerd in McClure’s en verscheen in 1909 als boek. De Christian Scientists waren woedend en probeerden om elk exemplaar op te kopen. Het werk werd herdrukt door de University of Nebraska Press n 1993. In 1942 ontmoette Willa enkele schrijvers in New York. Sarah Orne Jewett raadde haar aan om zich minder te laten beïnvloeden door Henry James en meer haar eigen ervaringen in Nebraska te gebruiken. Voor inspiratie voor haar romans keerde Willa terug naar Nebraska en ze teerde ook op haar ervaringen in Frankrijk. Deze werken werden populaire en kritische successen.

In 1923 won ze de Pulitzer Prize voor “One of Ours”, gepubliceerd in 1922. Dit werk werd geïnspireerd door de brieven die haar neef schreef naar zijn moeder tijdens de oorlog. Hij was de eerste officier uit Nebraska die werd gedood in Wereldoorlog I. Deze brieven zijn nu te zien in de ‘George Cather Ray Collection’ in de ‘University of Nebraska’.

Willa Cather werd geëerd door critici zoals H.L. Mencken omwille van haar openhartige taal over gewone mensen. Toen schrijver Sinclair Lewis de Nobelprijs voor Literatuur won, bracht hij hommage aan Willa door te zeggen dat zij had moeten winnen.

Persoonlijk leven

Als student aan de ‘University of Nebraska’ in de vroege jaren 1890 gebruikte Willa soms de mannelijke voornaam “William” en droeg ze mannenkledij. Op een foto in de archieven van de ‘University of Nebraska’ zien we Willa met in jongensachtige kledij en met kort haar, hoewel het in die tijd mode was dat vrouwen hun haar lang droegen.

Doorheen haar volwassen leven had Willa haar belangrijkste vriendschappen met vrouwen. Dit waren o.a. haar studievriendin Louise Pound, de steenrijke Isabelle McClung (met wie Willa door Europa reisde), de operazangeres Olive Fremstad en met de schrijfster Edith Lewis. De seksuele identiteit van Willa blijft echter een discussiepunt onder geleerden. Het is nog steeds niet zeker of zij lesbisch was.

Professor Janes Sharistanian heeft geschreven: “Willa Cather bestempelde zich niet als lesbisch, noch wil zij dat wij dat doen en we weten ook niet of haar relaties met vrouwen seksueel waren. Toch mogen we aannemen dat als ze in een andere (latere) tijd had geleefd, ze meer open over holebiseksualiteit had geschreven.”

Willa’s relatie met Edith Lewis begon in de vroege jaren 1900. De twee vrouwen leefden samen in enkele appartementen in New York City van 1912 tot de dood van de schrijfster in 1947. Van 1913 tot 1927 woonden Willa en Edith in 5, Bank Street in Greenwich Village. Ze moesten verhuizen toen het appartementsgebouw werd afgebroken voor de bouw van een metrolijn. Later werd Edith literair beheerder van de erfenis van Willa.

In haar latere leven bracht Willa de zomers door op Grand Manan Island, in New Brunswick, Canada waar ze een zomerhuis had.

Willa was zeer op haar privé gesteld en vernietigde vele van haar manuscripten, persoonlijke papieren en brieven. Haar testament bepaalt dat geleerden niets uit haar privé-documenten mogen publiceren. Sinds de jaren 1980 hebben feministen en schrijvers de seksuele geaardheid van Willa onderzocht en de invloed van haar vrouwelijke vriendschappen op haar werk.

Willa kreeg veel eregraden, waaronder een doctoraat van de Universiteit van Nebraska in 1917. Ze kreeg ook graden van de Universiteit van Michigan, Columbia, Yale, California-Berkeley, Princeton en Smith College.

Nalatenschap

Willa Cather werd ook op nationaal vlak geëerd. In 1973 bracht de ‘United States Postal Service’ een postzegel uit met haar beeltenis. In 1981 werd een munt met haar beeltenis geslagen.

In 1986 werd Willa opgenomen in de ‘Nebraska Hall of Fame’. De University of Nebraska noemde vleugels naar haar en naar haar studievriendin Louise Pound. Louise doceerde heel haar leven Engels aan de universiteit en was de eerste vrouwelijke voorzitter van de ‘Modern Language Association’. De ‘Willa Cather Pioneer Memorrial and Educational Foundation’ (nu de Willa Cather Foundation) werd opgericht in 1955

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.