Baker, Josephine (1906-1975)

josephine-bakerJosephine Baker – ambitieus, knap en getalenteerd, de ster van Europa en Zuid-Amerika op het hoogtepunt van haar faam – werd geboren in armoede in een krottenwijk in St. Louis, Missouri. Tegen het midden van de jaren 1920 veroverde ze het publiek in Parijs als danseres, zangeres en actrice; en tegen het midden van de jaren 1930 werd ze toegejuicht als het eerste internationale zwarte vrouwelijke sekssymbool van de twintigste eeuw.

Baker, die bekend stond voor haar bekoorlijke en extravagante levensstijl, kon erg sluw, manipulatief en meedogenloos zijn als het op de realisatie van haar doel aankwam. Ze was er ook toe in staat de regels te verbreken, vooral op seksueel vlak.

Omdat haar moeder Carrie McDonald op het ogenblik dat Baker geboren werd in St. Louis op 3 juni 1906 ongehuwd was, kreeg ze de naam Freda J. McDonald. Het is niet bekend waar de “J” voor stond, maar in haar kindertijd werd ze al snel Josephine genoemd, mogelijk omdat haar meter Josephine Cooper heette, de eigenares van een wasserij waar haar moeder werkte.

Als het oudste kind uit een arme zwarte familie, moest Baker al op zevenjarige leeftijd gaan werken om geld binnen te brengen, en dit meestal als bediende in de huizen van blanke families. Het seksueel misbruik dat ze in minstens één van deze huizen onderging, alsook de armoede waarin haar familie leefde en het racisme dat in Amerika heerste, zorgden ervoor dat ze al snel op zoek ging naar een manier om aan haar levensomstandigheden te ontkomen.

Haar huwelijk in 1919 met een zwarte staalarbeider uit St. Louis, genaamd Willie Wells was geen lang leven beschoren; er kwam geen scheiding, maar aangezien Baker toen nog maar dertien jaar oud was, was het huwelijk onder de wetgeving van de staat Missouri sowieso niet wettelijk. Het lot van de jonge vrouw onderging in november 1920 een heuse verandering, namelijk toen ze onder de naam Josephine Wells aangenomen werd als danseresje in een zwart vaudeville toergezelschap.

Baker bleek erg charismatisch op het podium, en bijgevolg bloeide haar carrière al snel helemaal open. In september 1924 trad ze op als één van de hoofdrolspelers in de volledig zwarte Broadway musical “The Chocolate Dandies”, waarbij muziek en tekst geschreven werden door Eubie Blake en Noble Sissle. Ondertussen trouwde ze met Billy Baker, de zoon van een vooraanstaande zwarte restauranthouder uit Philadelphia. Ze stapte bijna even snel uit dit tweede huwelijk als uit haar eerste huwelijk – opnieuw zonder een scheiding aan te gaan – maar ze behield haar achternaam. Voor de rest van haar leven zou ze bekend staan als Josephine Baker.

In de herfst van 1925 vertrok Baker naar Europa waar ze Parijs stormenderhand veroverde met de spectaculaire musical “La Revue Nègre”, het geestesproduct van Caroline Dudley Reagan, een blanke Amerikaanse die geobsedeerd was met het idee de Afro-Amerikaanse zwarte “soul” naar het Parijse publiek te brengen in de vorm van een zwarte musical revue.

Baker, die al snel de voordelen van haar Europese succes omarmde, verbrak haar contract met Reagan drie maanden na haar aankomst in Parijs, om de hoofdattractie te vormen in een show in de “Folies-Bergère”, en vanaf dat moment tot het einde van haar leven was ze een vaste aanwezigheid op de Parijse podia, met bijkomende contracten in andere delen van Europa, de V.S., en Latijns-Amerika.

Ze trad ook op in drie Franse films: het doofstomme “Siren of the Tropics” (uit 1927), het langdradige “Zou Zou (uit 1934)” en “Princess Tam Tam” (uit 1935).

Bakers’ meest bekende muziekhit, “J’ai deux amours”, werd opgenomen in 1931. Ze verkondigde “ik heb twee grote liefdes: mijn land en Parijs”; deze ballade, geschreven door Vincent Scotto, werd niet enkel haar herkenningslied, maar boeide ook de verdeelde banden van de “verloren generatie”, vooral sinds Baker een soort van muze was geworden voor Amerikaanse geëmigreerde schrijvers zoals Langston Hughes, Ernest Hemingway, en F. Scott Fitzgerald.

In 1937 huwde Baker de blanke Franse zakenman Jean Lion. Dit huwelijk, zoals de anderen, duurde niet erg lang – ze scheidden formeel in 1941 – maar diende haar tot één erg belangrijk doel: onder de Franse wet kwam Baker dankzij dit huwelijk in aanmerking voor het Franse burgerschap, dat ze onmiddellijk na haar huwelijk verwierf.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Baker voor het Verzet, eerst in Frankrijk, en dan in Noord-Afrika na de inname van haar nieuwe vaderland door de nazi’s. Na de oorlog beloonde de Franse regering haar dienstverlening met drie onderscheiden eretekens: de “Medal of Resistance” (Medaille van Verzet), het “Cross of War” (Oorlogskruis), en het “Legion of Honor” (Legioen van Eer).

Haar werk voor het Verzet leidde tot het tevoorschijn komen van een ietwat “serieuzere” Baker na de oorlog. Ze werd voornamelijk een onomwonden tegenstander van racisme en een vocale ondersteuning van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.

In 1947 trouwde Baker met de blanke homoseksuele Franse jazz bandleider Jo Bouillon, een huwelijk dat, op papier tenminste, duurde tot haar dood.

Als deel van haar kruistocht tegen racisme – en omdat ze zelf niet in staat was kinderen te krijgen – adopteerden Baker en Bouillon hun “Rainbow Tribe” (Regenboogstam) – 12 kinderen uit verschillende werelddelen.

Baker, die zoals altijd erg waakzaam was over haar eigenbelang, verwachtte dat de kinderen hun rol zouden spelen in het beeld van de onbaatzuchtige voorstander van internationale vrede en harmonie dat ze trachtte over te brengen, en aldus toonde ze de hele wereld haar kroost in hun huis in het zuiden van Frankrijk, een kasteel genaamd “Les Milandes”. De kinderen waren ook de lijm die het huwelijkscontract met Bouillon in stand hielden, en dit zelfs lang nadat alle emotionele intimiteit reeds uit hun relatie verdwenen was.

Baker had haar vroege succes te danken aan haar intense seksualiteit die ze in haar voorstellingen tot uiting bracht – haar meest bekende kostuum was een riem van bananen… zonder meer. Baker, die bekend stond als “The Black Venus”, ging volledig op in haar seksualiteit, zowel op het podium als elders, en haar seksuele veroveringen van mannen waren bijgevolg ook legendarisch.

Wat ze scrupuleus verborgen hield voor haar bewonderend publiek waren haar vele seksuele betrekkingen met vrouwen, vanaf haar jeugd tot het einde van haar leven. Enkele bekende lesbische geliefden waren Clara Smith, een zwarte blues zangeres die Baker haar eerste job bezorgde als danseresje; en in Europa haar mede Afro-Amerikaanse emigrante Bricktop (Ada Smith); de Franse romanschrijfster Colette; en (als we de film “Frida” van Julie Taymor uit 2002 mogen geloven) de Mexicaanse artieste Frida Kahlo.

Naarmate ze ouder werd en haar sexappeal afnam, perfectioneerde Baker een theatrale “drag queen” stijl van optreden, met zware make up, glitters, extravagante gewaden, en een unieke manier van bewegen op het podium dat later gekend zou staan als “vogueing”.

Ze mag dan al haar lesbische verhoudingen geheimgehouden hebben voor haar publiek, op het podium straalde ze echter zo’n homoseksuele energie uit dat tegen het einde van haar carrière haar meest vertrouwde publiek voornamelijk uit homoseksuele mannen bestond.

Volgend op haar dood op 10 april 1975 in Parijs na een hersenbloeding, werden er drie begrafenissen gehouden, eentje in Parijs, en twee in Monaco, en deze werden bijgewoond door heel wat leden van de Franse regering en entertainment elite. Op aandringen van haar weldoener van oudsher, Prinses Grace, werd ze begraven in Monaco.

Hoewel Josephine Baker geleefd heeft in het post-Stonewall tijdperk van de holebibevrijding, heeft ze nooit openlijk toegegeven lesbisch of biseksueel te zijn, noch steunde ze openlijk de holebirechten. Inderdaad, volgens haar biograaf Jean-Claude Baker, die haar vele jaren goed gekend heeft, kon ze soms een heus staaltje aan homofobie tevoorschijn toveren.

Desalniettemin stelde Baker tijdens haar carrière de bestaande restrictieve seksuele zeden op de proef, waarbij ze zo hielp de regels van publiek aanvaardbaar seksueel gedrag te herschrijven. En samen met een aantal andere entertainers in het begin van de twintigste eeuw wiens gedrag op het podium en soms daarbuiten misschien als schandalig beschouwd werd – we denken dan in het bijzonder aan Mae West – was ze de voorloper van de seksuele vrijheidsbeweging die opkwam in het midden van de twintigste eeuw en die rechtstreeks leidde tot de holebibeweging zoals we die vandaag kennen

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati
Geplaatst op 03 augustus 2009 - 0 reacties op dit artikel.

Tags :

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.