Auden, W.H. (1907 – 1973)

kh-audenWystan Hugh Auden (York, 21 februari 1907 – Wenen, 29 september 1973) was een Engels/Amerikaans dichter, essayist en literatuurcriticus.

Auden groeide op in Birmingham en studeerde aan Gresham’s School en de Universiteit van Oxford, waar hij tweemaal redacteur was van de bloemlezingen onder de titel “Oxford Poetry” en zich ontwikkelde tot een van de linksgeoriënteerde dichters van die tijd. Zijn eerste bundel, “Poems” (1928), werd gedrukt door zijn vriend en collega-dichter Stephen Spender. Na zijn jaren in Oxford woonde hij een jaar in Berlijn, waar hij in de tijd van de Weimarrepubliek meer ruimte vond voor het tonen van zijn homoseksualiteit.

Na zijn terugkeer naar Engeland gaf hij les aan twee jongensscholen (1930-1935). Hij vestigde zijn naam als scherp, geestig en maatschappijkritisch dichter met “The Orators” (1932) en groeide verder in die rol tijdens zijn werk als leraar.

In 1935 trouwde Auden onverwacht met Erika Mann, de dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Dit huwelijk was bedoeld om Erika van een Engels paspoort te voorzien. Het echtpaar woonde niet samen, maar bleef wel levenslang bevriend en ze zijn nooit gescheiden. In 1939 emigreerde Auden samen met zijn vriend Christopher Isherwood naar de Verenigde Staten. In 1945 werd hij Amerikaans staatsburger. Auden kreeg een levenslange, zij het op den duur niet altijd even gelukkige, relatie met Chester Kallman. Met Kallman heeft hij veel samengewerkt aan opera-libretti, o.a. voor Benjamin Britten, Igor Stravinsky, Hans Werner Henze en Nicolas Nabokov.

Had Auden als jongeman veel belangstelling gehad voor de theorieën van Sigmund Freud, in de jaren dertig van de 20e eeuw kreeg hij veel belangstelling voor het marxisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschoof Audens belangstelling van het marxisme naar het christendom, de godsdienst waarin hij was opgevoed, zoals met name duidelijk wordt in zijn “New Year Letter” (1941). Deze interesses zijn duidelijk te traceren in zijn werk. Voor “The Age of Anxiety” (1947) ontving hij de Pulitzer-prijs.

Van 1956 tot 1961 was Auden professor in de poëzie in Oxford. Hiervoor hoefde hij maar een paar keer per jaar in Oxford te zijn. In de laatste jaren van zijn leven woonde hij een deel van het jaar in Oostenrijk. In zijn laatste levensjaar verhuisde hij terug naar Oxford. Hij stierf in Wenen in 1973 en is ook begraven in Oostenrijk.

In februari 2009 verscheen “Nee, Plato, nee”, een tweetalige bloemlezing uit Audens poëzie, vertaald en toegelicht door Benno Barnard, Huub Beurskens en Wiel Kusters.

In de film “Four Weddings and a Funeral’ uit 1994 wordt bij de in het verhaal voorkomende begrafenis Audens gedicht “Funeral Blues” (Stop all the clocks…) geciteerd.

De film ‘Body of Lies’ begint ook met een citaat van Auden.

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.