Citizen Kane (1941)

citizen-kaneDe mediamagnaat Charles Foster Kane sterft in z’n extravagante landhuis, en spreekt als laatst het woord ‘Rosebud’ uit. Een journalist probeert er achter te komen wat dit te betekenen had, en begint een speurtocht naar het verleden van Kane. Via flashbacks komen we steeds meer te weten over zijn leven.

“Citizen Kane” is een film uit 1941, de eerste lange speelfilm van Orson Welles, die naast het regisseren tevens de film produceerde, meeschreef aan het script en de titelrol speelde. “Citizen Kane” wordt door veel filmcritici als ‘beste film aller tijden’ beschouwd. De film was vernieuwend in vele opzichten: verhaalstructuur, montage, de deep-focusfotografie maar ook het gebruik van grime en make-up. “Citizen Kane” gaat over het leven en werk van krantenmagnaat Charles Foster Kane, een personage dat waarschijnlijk gebaseerd is op William Randolph Hearst. In de film volgen we een journalist, die op zoek gaat naar de betekenis van zijn laatste woord, Rosebud.

“Citizen Kane” was de debuutfilm voor verscheidene personen, waaronder een groot aantal latere sterren. Behalve voor Welles was het de eerste lange speelfilm voor acteurs Joseph Cotten, Everett Sloane, Ray Collins, Agnes Moorehead en Ruth Warrick. De filmmuziek werd door Bernard Herrmann geschreven, die zijn debuut als filmmuziekcomponist maakte.

Orson Welles was al bekend van zijn werk voor radio en toneel (onder andere van het hoorspel “The War of the Worlds” uit 1938) toen hij in 1939 op 24-jarige leeftijd een contract tekende bij RKO Pictures. George Shaefer, destijds baas van RKO, gaf Welles volledige creatieve vrijheid over zijn film: hij mocht de film schrijven, regisseren en produceren, de cast en crew uitzoeken, en kreeg het volledige recht om te mogen bepalen hoe de final cut (het eindresultaat) er uit zou zien. Samen met scenarioschrijver Herman J. Mankiewicz schreven ze een script dat afweek van de destijds in Hollywood heersende norm dat een verhaal in een film lineair verteld moest worden. In plaats daarvan werd het levensverhaal van Kane in flashbacks verteld, die het verhaal steeds vanuit een ander uitgangspunt belichten. Filmcritica Pauline Kael schreef in 1971 in ‘The New Yorker’ het artikel Raising Kane, dat beargumenteerde dat Mankiewicz de enige schrijver is van het scenario, en Welles geen zin had geschreven. Het artikel werd aangevallen door verscheidene andere critici, waaronder Peter Bogdanovich, een goede vriend van Welles.

Voor de cinematografie benaderde Welles vermaard cameraman Gregg Toland, die in 1940 een Oscar had gewonnen voor zijn werk aan de verfilming van “Wuthering Heights”. Toland en Welles namen de scènes op met lange opnames (long takes) in deep focus en gebruikten een hoog zwart-wit contrast. De film wordt gezien als een pionier op het gebied van deep focus, een techniek waarbij zowel voorwerpen op de voorgrond, in het midden als op de achtergrond tegelijkertijd scherp (in focus) te zien zijn. Voor sommige scènes maakte Toland hierbij gebruik van een optische printer, waardoor bepaalde stukken film werden gefilmd over andere stukken film.

Machtige personages, als Kane en Jedediah Leland, werden voor een groot deel van de film met een lage hoek gefilmd, en zwakkere personages als Susan Alexander van een hoge hoek, een techniek die was ontleend aan “Stagecoach” van John Ford. Om het filmjournaal, gezien na de dood van Kane, er korrelig en oud uit te laten zien, kwam editor Robert Wise (later regisseur van onder andere “The Sound of Music”) met het idee om de opnames over een stenen vloer te slepen en hem door een doek, gevuld met zand, te halen.

Een groot deel van de cast, waaronder Joseph Cotten en Agnes Moorehead, kende Welles van het Mercury Theater. Omdat de film meerdere decennia overspande, werden de acteurs met behulp van make-up ouder gemaakt. Cotten droeg zelfs vage contactlenzen om zijn ogen er ouder uit te laten zien. Welles gaf zelf aan dat hij, om er uit te zien als een jonge, charismatische man, hij zeer veel make-up droeg, maar ook strategisch geplaatste tape droeg om een soort facelift te krijgen.

De productie begon op 29 juni 1940 en eindigde op 23 oktober. Tijdens de opnames werd de film RKO 281 genoemd, naar het productienummer van de film. Halverwege de productie brak Welles zijn enkel en moest hij twee weken vanuit een rolstoel regisseren.

William Randolph Hearst, een invloedrijke krantenmagnaat, herkende in Charles Foster Kane een weinig vleiende beschrijving van zichzelf. Een bekende referentie is Kanes opmerking over de Spaans-Amerikaanse Oorlog, “You provide the pictures, I’ll provide the war”, vergelijkbaar met een citaat van Hearst over deze oorlog. Rosebud zou, volgens Gore Vidal, zelfs de bijnaam zijn die Hearst gaf aan de clitoris van zijn minnares, Marion Davies. Een ander verhaal gaat dat Hearst niet zozeer teleurgesteld was in de manier waarop Orson Welles gestalte gaf aan zijn leven, maar meer in de manier waarop Davies was geportretteerd, in de vorm van talentloze zangeres Susan Alexander. Davies was een licht komische actrice, die door toedoen van Hearst in zware kostuumdrama’s terechtkwam.

Hierom probeerde hij te voorkomen dat de film een succes werd. Eerst bood hij RKO-baas George Shaefer aan de kosten van het maken van de film te vergoeden als hij de negatieven mocht vernietigen, maar toen deze weigerde, zorgde hij voor een boycot van de film. Alle kranten en radiostations uit zijn mediaconglomeraat werd verboden om de film te noemen of advertenties te plaatsen. Mede door de boycot werd “Citizen Kane” geen succes in de bioscopen en beschouwd als een flop. Welles kreeg hierdoor later niet meer de creatieve vrijheid die hij genoot bij het maken van deze film.

Welles heeft echter altijd ontkend dat Kane enkel is gebaseerd op Hearst of een ander persoon, maar een verzameling is van verscheidene machtige personen uit de jaren dertig. Verscheidene elementen kunnen bijvoorbeeld worden toegeschreven aan het leven van de in Chicago gevestigde zakenmagnaat Samuel Insull en Robert McCormick, uitgever van de ‘Chicago Tribun’e. Andere personen die een mogelijke inspiratie vormden voor Kane zijn vliegtuigmagnaat en filmproducent Howard Hughes en Jules Brulatour, medeoprichter van Universal Studios. Door zijn pogingen om de film tegen te werken is de film en het personage nu echter voor altijd verbonden met Hearst.

De meeste niet aan Hearst verbonden kranten vonden “Citizen Kane” echter een meesterwerk. De ‘New York Film Critics Circle’, een vereniging van New Yorkse filmcritici, noemde “Citizen Kane” de beste film van 1941. Ook de Academy beloonde de film, met negen Oscarnominaties, waaronder vier voor Welles. “Citizen Kane” kreeg uiteindelijk slechts één Academy Award, voor best scenario, uitgereikt aan Welles en Mankiewicz. De prijs voor Beste Film, waarvoor “Citizen Kane” was genomineerd, ging naar “How Green Was My Valley” van John Ford. Alle keren dat de film werd genoemd bij het oplezen van de genomineerden, klonk er boegeroep uit de zaal, waarschijnlijk afkomstig van acteurs die Hearst vreesden.

Na 1942 raakte de film in de VS in de vergetelheid, tot hij in 1946, na de Tweede Wereldoorlog, in verscheidene Europese landen werd uitgebracht. Vooral de Franse critici, waaronder André Bazin, waren zeer onder de indruk van de film, en de film kreeg weer wereldwijde aandacht. Tegenwoordig wordt de film als een van de beste films aller tijden beschouwd. De film wordt in verscheidene filmlijstjes genoemd als de beste film aller tijden. Zo voert hij de lijst van de 100 beste Amerikaanse films ooit volgens AFI aan, en wordt hij al sinds 1962 ieder decennium door de critici van het gerenommeerde filmblad ‘Sight & Sound’ uitgeroepen tot de beste film aller tijden. “Citizen Kane” behoorde tevens in 1989 tot de eerste lichting films die werd opgenomen in het National Film Registry, samen met andere klassiekers als “Casablanca” en “Gone With the Wind”.

Tijdens een scène in de film, met een picknick in de Everglades, wordt op de achtergrond een jungle geprojecteerd. De geprojecteerde achtergrond is van de prehistorische monsterfilm “The Son of Kong” uit 1933, en de op de achtergrond vliegende vogels zijn eigenlijk pterosauriërs.

In de jaren tachtig ging het gerucht rond dat Ted Turner van plan was een ingekleurde versie van “Citizen Kane” uit te brengen, wat tot hevige protesten leidde. In werkelijkheid had hij dit niet eens kunnen doen, aangezien de rechten voor de film nog in handen waren van Orson Welles. Turner zou het gerucht in de wereld hebben geholpen om de tegenstanders van ingekleurde zwart-witfilms te sarren, en had waarschijnlijk nooit het plan om de film in te kleuren.

Regie: Orson Welles
Verhaal: Herman J. Mankiewicz
Cast: Joseph Cotten, Dorothy Camingore, Agnes Moorehead, Ruth Warrick, Ray Collins, Erskine Sanford, Everett Sloane, William Alland, Paul Stewart, Geore Coulouris, Fortunio Bonanova, Gus Schilling, Philip Van Zandt, Georgia Backus, Harry Shannon, e.a.
Release: 1941

Vertel anderen over dit artikel :
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • E-mail this story to a friend!
  • Netvibes
  • NuJIJ
  • Technorati

Geef jouw mening

Invulvelden met een (*) zijn verplicht in te vullen.